Raket

Beschrijving

Raket dat 50 tot 200m hoog vliegt en met een parachute terug landt. De motor is een soort vuurwerkpatroon, commercieel verkrijgbaar speciaal voor modelbouw raketjes, een zgn. “vaste brandstof”-patroon. De vlieghoogte wordt bepaald door het type motor en de afmetingen van het raket. Het raket is vele malen bruikbaar, maar de motor slechts éénmaal. De motor wordt voor elke vlucht vervangen. De ontsteking gebeurt elektrisch van op afstand en er is geen grote ontploffing op het hoogtepunt. Daardoor is het veel veiliger dan vuurwerk. De lancering is ook bedoeld voor klaarlichte dag.

    

Benodigdheden

Materiaal per raket:

Gereedschap en toebehoren:

Bijzondere benodigdheden:

 

Bijzondere vaardigheden

Bouwtijd 2 uur

Bouwbeschrijving

Zie ook http://www.vro.be/ en ga naar kids ‘n kits

 

   

VRO-Basic

Eenvoudig en goedkoop micro-raket dat 50 m tot 200m hoog vliegt.

Handleiding

Inhoudstafel

Wat heb je nodig?. 1

Bouw van de raket 2

Bouw je lanceerplatform.. 3

Bouw je controle-eenheid. 4

Vliegklaar maken. 4

Veiligheidsregels. 5

Wat heb je nodig?

Specifiek materiaal, te verkrijgen bij de VRO
(Vlaamse Raketorganisatie, www.vro.be):

Wat heb je nog meer nodig voor de raket:

Om je eigen lanceerplatform en controle-eenheid voor de elektrische ontsteking te bouwen:

Bouw van de raket

Stap 1: uitsnijden van de vinnen.

Snij uit het balsaplankje minimum drie vinnen met een oppervlak van minimum 15 cm2. Zorg dat er een rechte zijde is die tegen de raketbuis kan aangekleefd worden.
Let er op dat de nerven van het hout van deze kleefzijde vertrekken en zo van de romp zullen weglopen. Nerven parallel met de romp zouden al te snel tot breuk leiden.

Stap 2: bevestiging van de stabilisatievinnen en het geleidingsbuisje.

Merk de plaats waar de vinnen opgekleefd worden, onder aan de romp, evenredig verdeeld om de omtrek. Lijm één voor één de vinnen, mooi parallel met de vliegrichting, onderaan op romp. Het gemakkelijkst is dat je ze eerst vastzet met een beetje secondelijm vastzet en daarna met witte lijm verdergaat. Eens de vinnen vastgezet, breng je in de hoeken tussen de romp en het vlak van de vin wat witte lijm aan en strijk je die glad met je vinger (zie figuur). Kies een droogpositie die uitlopen vermijdt.

Het geleidingsbuisje (rietje) wordt op dezelfde wijze vastgekleefd, bijvoorbeeld in de hoek die één van de vinnen maakt met rompbuis. Het geleidingsbuisje dient om het raket langs de lanceerstaaf te geleiden en moet dus ook mooi de lengterichting van de raket volgen. Vul ook hier de naden goed op met lijm om een groter hechtvlak te hebben.


 

Stap 3: bevestiging van neuskegel en de "parachute"
De neuskegel wordt met een touw van ongeveer 40-50cm met de romp verbonden. Een tweetal cm onder de bovenrand van de rompbuis maak je twee gaatjes. Daar steek je het touwtje door zodanig dat beide einden langs binnen uit de buis komen. Schuif het touw tot je een kort en een lang eind hebt en knoop het vast (dubbele knoop):

 

De bevestiging van de neuskegel kan op verschillende wijze gebeuren. Het eenvoudigste is dat je er onderaan een oogvijsje inschroeft waaraan je het touw knoopt. Je kan onderaan de neuskegel ook een gat maken waarin je het uiteinde van het touw (maak er een paar knopen in het uiteinden) goed vastlijmt. Zorg dat de neus in de buis past zonder veel te klemmen.

Een strook plastiek doet dienst als parachute. Kleef één uiteinde hiervan aan het touw, nabij de neuskegel, met een stukje plakband.

Stap 4: afwerken.
Indien je dit wenst kan je het raket met stift decoreren, verven of lakken(bijvoorbeeld met spuitbussen autolak). Gebruik in elk geval slechts dunne lagen om de gewichtstoename te beperken. Je kan ook de romp, neus en vooral de vinnen eerst strak afwerken met balsaplamuur, poriënvuller en fijn schuurpapier. Indien je de vlieghoogte wil maximaliseren kan je ook de randen van de vinnen afronden en onderaan afschuinen (zodat je meer een vleugelprofiel krijgt).

Bouw je lanceerplatform

Je kan een eenvoudig lanceerplatform maken bestaande uit een voet met een basis van minstens 40cm (bijv. een houten kruis). Bevestig loodrecht een stalen staaf van 75cm à 1m (waar het “rietje” van het raket gemakkelijk over glijdt) als een lanceerstaaf. Steek altijd onmiddellijk een bescherming op het uiteinde van de lanceerstaaf (bijv. kurk). Hou die er altijd op, behalve voor het lanceren zelf natuurlijk. Onderaan laat je de staaf door een metalen plaatje lopen. Dit om de voet en de grond te beschermen tegen de steekvlam van de motor. De lanceerstaaf moet stevig vastzitten tot in de voet. Als je het geheel opheft aan de staaf moet alles blijven hangen. Is dit niet het geval, wikkel dan een beetje kleefband om de staaf zodat deze meer klemt in het gat in de voet. Wikkel een elastiekje een paar keer om de staag op enkele cm van de metalen plaat om de onderrand van het raket te ondersteunen opdat de ontsteker geen contact maakt met de metalen plaat.

Bouw je controle-eenheid

Hieronder vindt je het elektrisch schema van een lanceercontrole-eenheid. De sleutelschakelaar en het testslampje of led+weerstand zijn optioneel. Gebruik je geen sleutelschakelaar dan moet de batterij eenvoudig los te koppelen zijn (zie ook veiligheidsvoorschriften achteraan). Gebruik je een sleutelschakelaar, dan mag deze alleen verwijderbaar zijn in de uit-stand. Zo weet je dat als je de sleutel bij hebt of deze aan de lanceerstaaf hangt (aan de kurk), er niet per ongeluk contact kan gemaakt worden. Dit geldt natuurlijk alleen op voorwaarde dat de reservesleutel veilig weggeborgen is.


 

Het lampje of de led dienen louter als continuïteitstest, om aan te tonen dat de onsteker nog heel is en goed aangesloten. Vanzelfsprekend moet de stroom zo klein blijven dat de ontsteker niet opwarmt.

Vliegklaar maken

Schuif de prop parachutebeschermer in de romp. "Vochtig toiletpapier" zoals dat verkocht voor intieme hygiëne (dus geen nat gemaakt gewoon toiletpapier!) werkt zeer goed en is biologisch afbreekbaar. Minerale wol werkt ook zeer goed, maar is vervuilend als je het niet terugvindt (meestal het geval).

Gebruik bijv. het stompe einde van een potlood voor een goede afdichting, zonder te hard aan te drukken. Rol de "parachute" op (van het uiteinde naar het touw toe), draai het touw er tweemaal rond en steek ze in de romp. Ze mogen niet klemmen in de romp, maar ook niet zo strak dat ze niet ontrollen. Je kan bij warm of vochtig weer de "parachute" met talk inwrijven tegen kleven.

Steek een motorpatroon langs onderen in het raket. Let er op dat het "nozzle"-gaatje naar onderen wijst. De motor moet voldoende stevig vastzitten, voor een veilige start én een zekere parachute-uitstoot. Waarschijnlijk moet je wat plakband rond de motor wikkelen om die wat te doen knellen

De motor blijft best een stukje uitsteken om later gemakkelijk te verwijderen. Heb je toch niet voldoende grip op de motor dan kan je die langs binnenuit er uit duwen met een lange staaf. Je kan dit doen met de lanceerstaaf, maar let dan op deze niet te plooien. Indien het gaat om een nog niet gebruikte motor, vermijd beschadiging van de kleiprop in de voorzijde van de motor. Gebruik een staaf met een voldoende breed uiteinde of breng eerst een stevige prop plakband aan.

De montage van de ontstekers wordt beschreven in de bijsluiter van de motoren. Opgelet! Een reserve ontstekers zit tussen de bijsluiter. Behandel dit zeer voorzichtig. De ontstekers zijn zo goed als ongevaarlijk maar zeer teer.

Met de ingesloten A8- 3 motorpatronen kan een vlieghoogte tot 50m bereikt worden, met B ruim 100m en met C motoren zo'n 200m kunnen grotere hoogten bereikt worden. Geschikte motoren zij de types B6-4, C6-3 en C6-5. Denk er aan: hoe hoger de vlucht hoe verder het raket kan terechtkomen. De voorschriften die door de fabrikant ingesloten worden bij de motoren zijn betreffende het lanceerterrein eerder krap bemeten. Je gaat er best van uit dat je een lanceerterrein nodig hebt met een diameter gelijk aan de vlieghoogte.

Lees voor je overgaat tot lancering de veiligheidsregels ter zake.

Kies een geschikt lanceerterrein. Monteer het lanceerplatform. Controleer of de lanceerstaaf stevig vast zit. Zorg dat het platform stabiel op de grond staat. Schuif het raket over de lanceerstaaf en plaats de  bescherming onmiddellijk terug op het uiteinde van de lanceerstaaf. Contoleer of het raket gemakkelijk naar boven glijdt. Laat de onderrand van het raket op het elastiekje rusten. Met de bescherming op de lanceerstaaf gemonteerd en dus de lanceercontrole-eenheid uitgeschakeld, leg je de elektrische verbindingsdraden uit en bevestig de klemmetjes aan de ontsteking. Je kan vooraf de draad aan het platform bevestigen om te vermijden dat je per ongeluk via de draden aan de ontsteker trekt. Neem de bescherming van het uiteinde van de lanceerstaaf af en stel je op met de controle-eenheid, op vijf meter afstand (voldoende voor een A, B of C-motor). Je bent nu klaar om de lanceerprocedure in te zetten zoals omschreven in de veiligheidsregels.

 

Veiligheidsregels

Elke lancering gebeurt onder begeleiding en onder verantwoordelijkheid van een volwassene.

Onderstaande veiligheidsregels zijn gesteund op de “NAR Safety Code”, van de Amerikaanse “National Association of Rocketry”

1.       Materialen: gebruik voor modelraketten alleen lichtgewicht materialen zoals papier, hout en kunststof, geschikt voor het gebruikte vermogen en de prestaties van het raket. Gebruik nooit metaal voor de neus, de romp, vinnen of vleugels van het raket.

2.       Motoren: gebruik alleen in de winkel verkrijgbare modelraketmotortjes, goedgekeurd door de NAR, en gebruik ze alleen op de wijze voorgeschreven door de fabrikant. Wijzig niets aan het motortje, onderdelen of ingrediënten ervan.

3.       Landing: Gebruik altijd een voorziening (bijv. parachute) opdat het raket veilig terug naar beneden komt zodat het opnieuw kan gebruikt worden. Gebruik alleen zoveel parachutebeschermingsmateriaal als nodig.

4.       Gewicht en stuwkracht: maak geen raketten met een startklaar gewicht van meer dan 1500 gram of een totale stuwkracht van meer dan 320 newton-seconden. Het raket mag niet meer wegen dan bepaald door de voorschriften van de fabrikant van de motor. Gebruik bij bouwpakketten alleen de voorgeschreven motoren.

5.       Stabiliteit: Controleer altijd de stabiliteit van een raket vóór de eerste vlucht, behalve indien een model gelanceerd wordt waarvan de stabiliteit bewezen is.

6.       Lading: behalve insecten, laat het raket nooit als lading levende dieren of brandbare, ontplofbare of schadelijke stoffen bevatten.

7.       Lanceerplaats: lanceer het raket alleen buiten, op een vrije ruimte, zonder grote bomen, elektriciteitsleidingen, gebouwen of droge struiken of gras. De lanceerruimte moet aangepast zijn aan de gebruikte motor. Volg de voorschriften van de fabrikant.

8.       Lanceerplatform: Lanceer alleen van een stabiele lanceerinrichting dat het raket stevig geleidt tot het voldoende snelheid heeft voor een veilige vlucht. Om oogletsel te vermijden plaats je het lanceerplatform steeds zo dat de top van de lanceerstaaf boven ooghoogte komt of plaats een dop boven op de staaf wanneer je in de buurt ervan komt. Plaats de dop erop of neem de staaf van het lanceerplatform wanneer  het niet in gebruik is. Berg de lanceerstaaf nooit rechtop weg. Het lanceerplatform moet een “straalopvanger” hebben om te verhinderen dat de motorsteekvlam rechtstreeks op de grond komt. Verwijder altijd alle droog gras of planten of andere gemakkelijk brandbare materialen uit de buurt van het lanceerplatform.

9.       Ontstekingssysteem: gebruik voor het lanceren een op afstand bediende elektrische ontsteking. Dit bevat een lanceerschakelaar die terug op “uit” springt wanneer er niet op gedrukt wordt. De NAR veiligheidscode schrijft in serie hiermee een verwijderbare veiligheidsbrug (bijvoorbeeld een sleutelschakelaar). Een alternatief is telkens de batterij te verwijderen. Iedereen blijft tenminste op 5 meter afstand van het raket wanneer de totale stuwkracht 30 newton-seconden bedraagt, of 9 meter wanneer de te ontsteken stuwkracht groter is. Gebruik alleen elektrische ontstekers zoals aanbevolen door de fabrikant van de motor(en), die de motor(en) ontsteken binnen de seconde na het indrukken van de lanceerschakelaar.

10.   Lanceerveiligheid: Zorg ervoor dat de mensen in de buurt van de lanceerplaats op de hoogte zijn van de nabije lancering en het opstijgen van het raket kunnen zien, vooraleer te beginnen met de vijf seconden aftelling. Lanceer nooit een raket als wapen. Ingeval de ontsteking mislukt, zorg ervoor dat niemand het raket benadert vooraleer de veiligheidsbrug is verwijderd of de batterij is losgekoppeld. Wacht een minuut na een falende ontsteking vooraleer toe te laten dat iemand het lanceerplatform benadert.

11.   Lanceeromstandigheden: lanceer alleen bij windsnelheden lager dan 30 km/h. Lanceer nooit een raket zodat het in wolken terechtkomt, nabij vliegtuigen in de lucht, of op een manier die gevaarlijk is voor mensen of eigendom.

12.   Testen voorafgaand aan de lancering: Bij onderzoeksactiviteiten met nog niet beproefde raketontwerpen of methodes, doe wanneer mogelijk voorafgaande testen. Doe de lancering van onbeproefde modellen in afzondering van mensen die niet rechtstreeks bij de lancering betrokken zijn.

13.   Lanceerhoek: Richt de lanceerinstallatie steeds binnen de 30° van de verticale. Gebruik nooit modelraketmotoren om iets horizontaal voort te stuwen.

14.   Gevaren bij het terughalen van het raket: probeer nooit een raket terug te halen dat in elektriciteitsleidingen of een andere gevaarlijke plaats is terechtgekomen.

Top

Home