I. DAVID LYNCH EN ZIJN ELEPHANT MAN

DE BIZARRE FILMWERELD VAN DAVID LYNCH

David Lynch is geboren op 20 januari 1946 in het door-en-door Amerikaanse Missoula (Montana). Z’n vader was werkzaam in het ministerie van landbouw, en nam de kleine Lynch herhaaldelijk mee in de bossen. Dit verklaart deels Lynch’ fascinatie voor bomen (cfr. de sparren in Twin Peaks). Gedurende z’n jeugd woonde hij achtereenvolgens in Washington, Idaho en tenslotte Alexandria, Virginia, waar hij tegen z'n zin z'n middelbaar afwerkte. Hij volgde schilderlessen in de Corcoran Art School van Washington, de Philadelphia Academy of Fine Arts en het Center for Advanced Film Studies in Los Angeles. Dat Lynch al vroeg begon te schilderen, is niet onbelangrijk in het licht van z’n latere werk als regisseur: Lynch zag zichzelf altijd eerder als schilder dan als cineast (cfr. Infra).

Op 20-jarige leeftijd maakte hij z’n eerste film : Six Figures Getting Sick (1966), een soort ‘bewegend schilderij’ dat bestaat uit een eindeloze reeks brakende figuren.

Lynch trok daarmee de aandacht van een aantal kunstliefhebbers-mecenassen, en van één van hen kreeg hij de opdracht om een gelijklaardig 'bewegend schilderij' te creëren. Resultaat daarvan was The Alphabet (1968), een filmpje van een viertal minuten, deels animatie, deels met korte live-sequenties. Een kleine organische figuur bevalt (!) er van de letters van het alfabet.

Dankzij The Alphabet kreeg Lynch een beurs van 5000$, dit keer van het American Film Institute en voor een langere productie, het 34 minuten durende en op 16 mm gefilmde surrealistische sprookje The Grandmother (1970). Deze film vertelt het verhaal van een jongen die bedplast en misbruikt wordt door z'n ouders. Hij stopt een aantal vreemde plantenzaden in de grond waaruit dan een grootmoeder groeit… Deze film was in zwart-wit gedraaid en bevat elementen uit stille fillms, Duits expressionisme en klassieke tekenfilms. Lynch won er een aantal obscure festivalawards mee - hij bekwam er ook een beurs van het American Center for Advanced Film Studies door.

Ondertussen was Lynch ook in Hollywood gaan wonen en werkte hij aan het intussen tot een cultklassieker geworden Eraserhead. Voor deze low-budget–productie die vijf jaar duurde fungeerde Lynch als regisseur, schrijver, producer, componist montageur, fotograaf en special-effects-specialist. Soms draaide hij maar enkele shots per nacht, en elke shot werd door perfectionist Lynch gewikt en gewogen voor hij een plaats kreeg in de uiteindelijke film.

Eraserhead werd voor het eerst getoond op het San Francisco Festival in 1976 en een jaar later officieel gereleast. Ook deze prent werd in het zwart-wit gefilmd. Het is een bizar introspectief verhaal dat aan de opervlakte het doen en laten volgt van een zekere Henry Spencer (vertolkt door Jack Nance, die van dan af meermaals met Lynch zou samenwerken), een jongeman wiens eerste sexuele contact met z’n spastische vriendin Mary X resulteert in de geboorte van een mutantachtig wezen. Eraserhead is een depressief-chaotische prent, niet zelden doorspekt van sexuele beeldspraak. Zo probeert Mrs. X, de moeder van Mary, Henry te verleiden, wat duidelijk verwijst naar het voor Lynch typische thema van het oedipale (cfr. de meeste van z’n films - in filmmiddens wordt algemeen aangenomen dat Eraserhead geïnspireerd was op Lynch’ eigen mentale strubbelingen tijdens z’n proces tot volwassenwording).

Meer onder de gordel is Eraserhead duidelijk het verhaal van een man die gevangen is in een industriële toekomst. Dit blijkt overigens overduidelijk uit de Eraserhead-klankband. Eraserhead bevat heel weinig muziek, maar de machinale noisegeluiden zijn er bijna constant te horen. Deze alomtegenwoordige industriegeluiden zullen ook een belangrijke rol gaan spelen in The Elephant Man.

Eraserhead werd nauwelijks opgemerkt ten tijde van de release, maar vond geleidelijk aan een eigen publiek in een beperkt circuit. Deze film bevestigde voor eens en altijd Lynch’ status als talentvolle onafhankelijke cultregisseur.

Zijn volgende film zou de lijn uit zijn vorige producties doortrekken, zij het in een veel conventioneler kleedje. The Elephant Man (1980) werd Lynch’ eerste high-budget-project, in een productie van komediekoning Mel Brooks en met een cast om u tegen te zeggen. The Elephant Man is nog steeds (samen met The Straight Story) een van de toegankelijkste Lynch-producten.

De zo goed als unaniem lovende kritieken en het commerciële succes van The Elephant Man wekte de interesse van de filmindustrie voor Lynch’ talenten. George Lucas bood hem aan om The Revenge of the Jedi (later hertiteld als Return of the Jedi) te gaan doen, maar Lynch weigerde (de regisseursstoel voor deze productie werd bezet door Richard Marquand).

In 1984 verscheen dan het peperdure science-fiction-epos Dune (1984), dat Lynch samen met Dino De Laurentiis maakte. Ondanks de energie die in dit project werd geïnvesteerd (de rockster Sting speelde er een rol in ; Brian Eno en Toto verzorgden de klankband) was Dune een commerciële en artistieke flop. Dit was voor een groot deel te wijten aan de lamentabele post-productie.

Twee jaar later volgde Blue Velvet (1986), dat beschouwd wordt als een archetypische Lynchfilm. Blue Velvet vertelt het relaas van een jongeman in een (schijnbaar) gelukkig provinciestadje ergens te velde een oor ( !) vindt. Hij stapt ermee naar de politie, maar wanneer die hem lijken tegen te werken start hij, samen met z’n vriendin, z’n eigen onderzoek. Een mysterieuze nachtclubzangeres (Isabella Rossellini), een sadistische kidnapper-drugdealer (Dennis Hopper) en andere bizarre figuren kruisen hun pad. Ondanks kritische verdeeldheid was Blue Velvet een van de meest geprezen films van het jaar 1986.

Lynch zette z’n exploratie van de donkere psyche van de mens verder in de TV-serie Twin Peaks, dat nogal onverwachts een gigantisch succes werd. De vraag « wie doodde Laura Palmer » hield menig TV-kijker wekenlang in de ban. Op typisch-Lynchiaanse manier bleef die centrale vraag echter onopgelost. In 1992 (de hype rond de serie was al geluwd) maakte Lynch een minder succesvolle ‘prequel’ tot de serie onder de vorm van de film Twin Peaks : fire walk with me.

De gewelddadige maar bijwijlen komische road-movie Wild at Heart (1990, met Nicholas Cage) is een post-moderne bewerking van The Wizard of Oz te noemen (maar dan wel zonder hond). De film kreeg een Gouden Palm op het filmfestival van Cannes.

In 1997 volgde dan een van z’n meest complexe maar zeer succesvolle film. Lost Highway grijpt terug naar de film-noir-traditie, zowel qua stijl als wat het uit verschillende lagen bestaande narratologische materiaal betreft. Ook Lost Highway roept enorm veel vragen op, en duikt diep in de menselijke psyche. Het overschrijdt grenzen van tijd, ruimte realiteit en fantasie en toont enkele van de meest fascinerende en angstaanjagende Lynch-karakters (ik denk in het bijzonder aan Mystery Man).

The Straight Story uit 1999 is dan weer een veel conventioneler prent. Het verhaal is gebaseerd op ware feiten en toont de trip van de oude Alvin Straight ; een 73-jarige man die helemaal van Iowa tot Wisconsin trok op een oude grasmaaier. De man ondernam deze tocht om brokken te lijmen met z’n zieke broer Lyle.

Inmiddels zou Lynch werken aan de nog steeds niet gereleaste TV-serie Mulholland Drive (2001).

Lynch zou men een moderne renaissanceman kunnen noemen. Hij uit z'n creativiteit op heel diverse manieren. Hij is fotograaf en schilder van stemmingsvolle semi-abstracte doeken. Hij schrijft ook en is muziekproducer. In 1990 componeerde hij samen met Angelo Badalamenti (die regelmatig ook aan de klankband van Lynchs films meewerkte) het experimenteel-theatrale muziekstuk Industrial Symphony No. 1.

Uit zijn filmwerk blijkt dat Lynch –zelfs met commerciële successen à la Blue Velvet en Lost Highway- altijd heeft vermeden van in het vaarwater terecht te komen van de conventionele mainstream Hollywood-industrie. Lynch is van mening dat zijn films een getrouwer beeld van het leven tonen dan het gros van de Hollywoodproducties. « Life is very, very complicated, and so films should be allowed to be, too (…) I don’t think that people accept the fact that life doesn’t make sense. I think it makes people very uncomfortable.» In de meeste van z’n producties laat Lynch z’n kijkers inderdaad met een niet zo feel good-gevoel achter (zoals dat in de meeste Hollywoodproducties wel het geval is).

De films van Lynch lijken wel heel heterogeen van aard te zijn, toch komen uit dit overzicht een aantal Lynchiaanse trekken naar voor die ook in de hierna geanalyseerde Elephant Man een belangrijke rol gaan spelen : de objectivering van het subject, het normale vs. abnormale, exploitatie, vervreemding, de menselijke psyche en seksualiteit zijn allen Lynchthema’s die ook in de analyse van The Elephant Man aan bod zullen komen.

PRODUCTIEGESCHIEDENIS van The Elephant Man

The Elephant Man is gebaseerd op het echte leven van Joseph Carey Merrick, geboren op 5 augustus 1862 in het Engelse Leicester. Destijds trokken daar veel kermissen en circussen voorbij, en het was tijdens een van deze doortochten dat Johns moeder, Mary Jane, tijdens haar zwangerschap zou vertrappeld zijn door een wilde olifant. Dit is de verklaring die Merrick altijd voor z'n misvormingen gaf. In werkelijkheid leed Merrick aan het zeldzame multiple neurofibromatosis-syndroom. Al tijdens z'n jeugd geraakte Merrick meer en meer geïsoleerd van z'n leeftijdsgenoten. Merrick was 10 toen z'n moeder stierf. Toen hij 12 was werkte hij gedurende 2 jaar in en sigarenfabriek, maar op de duur belemmerde z'n misvormde arm z'n werk, en moest hij stoppen. Uiteindelijk ging Merrick huis aan huis om te verkopen wat hij her en der op straat kon vinden. Even ontfermde Merricks oom -Charles Barnabus- zich over hem en bracht hem onder boven diens kapsalon. Rond kerstmis 1879 wilde John z'n oom niet meer tot last zijn en liet zich inschrijven in the Leicester Union Workhouse; een typisch Victoriaanse beschutte werkplaats avant-la-lettre (de droombeelden uit de film verwijzen daarnaar). Gezien de lamentabele omstandigheden wilde Merrick ook daar niet blijven, en besliste om een brief te schrijven naar Sam Torr, manager van een Music Hall en gelieerd met verschillende freakshows. Torr bracht hem in contact met Tom Normon (Bytes uit de film, de naamsverandering is wellicht symbolich op te vatten), die hem naar east-end Londen bracht. Het is daar dat dokter Frederick Treves in 1884 lucht kreeg van de verschrikkelijke freak die werd tentoongesteld aan de overkant van London Hospital, waar hij werkte. Het is op dit moment dat de film begint. Alhoewel het gevaarlijk is om de buitenfilmische werkelijkheid bij een film te betrekken, maakt het echte leven van John Merrick de film toch iets begrijpelijker (er zijn hoedanook veel raakvlakken tussen de film en de buitenfilmische werkelijkheid, zelfs tot in de details). De verhaaltijd (story-time) van The Elephant Man kunnen we m.m. gelijkstellen aan de levensduur van John Merrick (de echte John Merrick werd 28 jaar). Zowel het ongeval met z'n moeder, als z'n geboorte, als de tijd in het werkhuis worden immers geënsceneerd in de subjectieve droomsequenties en maken bijgevolg deel uit van de film. Duur van de plot (Plot duration) bestrijkt verschillende maanden of jaren: van Merricks ontdekking door Treves (de echte Merrick werd door Treves ontdekt in 1884 en stierf in 1900) tot Merricks dood. Schermduur (Screen duration) is 125 minuten.

De verfilming van Lynch nu was gebaseerd op twee bronnen : The Elephant Man and Other Reminiscences (1923) door Frederick Treves (die in de film opduikt als karakter maar ook als cameo) en Ashley Montagu’s The Elephant Man : A Study in Humain Dignity (1971).

Het script werd herschreven door Lynch, die daarvoor een scenario van Christopher de Vore en Eric Bergren als uitgangspunt nam. Jonathan Sanger, die later co-producer van de film zou worden (foto midden), nam een optie op het verhaal. Ronde dezelfde tijd leerde Lynch Stuart Cornfield kennen, die executive producer van de film zou worden. Cornfield werkte samen met Mel Brooks (foto links) en was erg te spreken over Eraserhead. Lynch en Cornfield werden vrienden, en op een dag vroeg Lynch hem of hij geen scenario liggen had voor hem. Cornfield had inderdaad een scenario of vier klaarliggen, waaronder dat van The Elephant Man. Lynch zag een Elephant Man-bewerking meteen zitten ; Cornfield bracht hem in contact met Jonathan Sanger die hem het scenario van de Vore en Bergren doorspeelde. Ondanks de risico’s die verbonden waren met dit project (een film maken rond een monster was wel erg deprimerend, zeker als hij zou gemaakt worden door de man achter Eraserhead) wilde Mel Brooks, die erg te spreken was over Eraserhead, de film producen met z’n nieuwe productiehuis Brooksfilms.

Brooks kon geen beslag leggen op de rechten van het beroemde gelijknamige theaterstuk van Bernard Pomerance uit 1979 (waar de rol van the elephant man o.m. gespeeld werd door David Bowie). Pomerance was dan ook niet bij de filmproductie betrokken. Brooks moest de uitzendrechten (en ook een mogelijke TV-versie) aan NBC overlaten om de nodige financiële middelen voor z’n film te krijgen. Hij klopte aan bij Paramount voor de distributie. Michael Eisner (thans hoofd bij Disney) was er toen productiechef en schakelde –ondanks het besef dat The Elephant Man nooit een commerciële hoogvlieger ging worden- datzelfde Paramount Pictures toch in voor de productie. Brooks liet opzettelijk z’n naam weg uit de aftiteling. Tot dan toe werd hij altijd geassocieerd met komische films en hij wilde niet dat het Elephant Man-publiek daardoor een verkeerde indruk van de film zou krijgen.

Aan het scenario van de Vore en Bergren werd grondig geschaafd : een groot deel ervan werd simpelweg niet gebruikt. Er werden veel nieuwe scènes bijgeschreven (zo was de beginscène van de film niet in het originele scenario), maar een aantal ervan werden ook behouden.

Lynch zat ook nog om een cinematograaf verlegen. Het was tien jaar geleden dat Freddie Francis nog aan filmfotografie had gedaan (op dat moment werkte hij enkel nog voor horrorproducties voor televisie). Maar Lynch en Jonathan Sanger wilden hem per se voor de Elephant Man-fotografie. Tegelijkertijd was er nog een tweede potentiële fotograaf. Het verhaal doet de ronde dat Lynch dan zou beslist hebben om ervoor te gaan tossen. Het lot besliste in het voordeel van de andere cinematograaf, maar Lynch liet de job hoedanook aan Francis. Die las het script en was meteen te vinden voor het project. Met hoofdrolspeler John Hurt had hij vroeger al gewerkt, nl. in 1975 voor de film The Ghoul.

John Hurt werd voor z’n rol als Elephant Man volledig onherkenbaar gemaakt. Al een jaar voor het draaien had Lynch beslist zelf voor de make-up te zorgen. Hij nam een plaasteren afgietsel van John Hurts hoofd, en werkte

er gedurende negen maanden aan in afzondering. Enkele dagen voor de opnames begonnen toonde Lynch z’n collega’s een blauwdruk van wat John Merricks angstaanjagende make-up had moeten worden. De make –up van Lynch was niet je dat; hij liet dit huzarenstukje dan maar in extremis over aan over aan Christopher Tucker. Wally Schneidermann bracht de make-up aan, een werk dat vier uur in beslag nam.

Tussen Anthony Hopkins en Lynch heeft het nooit echt geboterd. Hopkins had zichzelf voorgenomen om voor z’n rol een baard te laten groeien, omdat dat volgens hem beter paste bij z’n Victoriaanse karakter. Lynch wilde echter niks weten van een baard, en ondanks aandringen liet Hopkins hem toch staan. De spanning tussen Lynch en Hopkins groeide naarmate de scènes ten einde liepen waarin Hurt werd gefilmd met een zak over z’n hoofd – het masker van Tucker was op dat moment nog steeds niet af.

Tussen Lynch en Hopkins was er tijdens het draaien van The Elephant Man m.a.w. een toestand van gewapende vrede.

In één van z’n (geautoriseerde) biografieën (Falk, Quentin: The Anthony Hopkins Biography: Too Good to Waste. 1994, New York: Interlink Publishing) vertelt Hopkins over Lynch :

" He [Lynch] wore this big brown trilby, a long black coat and tennis shoes and I had the feeling most of his performance as director was going into his hat. I said to the producer, Jonathan Sanger, why the hell doesn’t he get rid of the hat and communicate with us instead of just standing there and playing director ? (…) I became increasingly irritated with what I felt was his rather arrogant lack of communication. We were somehow supposed to understand his thoughts. "

Hopkins was blijkbaar nogal teleurgesteld in Lynch als regisseur, en besloot van dan af om de rol van Treves op z’n eigen manier in te vullen : « I’m going to play it very muted as if the camera wasn’t there at all. As a result the film became a rather fascinating experience for me, like a very private trip. »

Zo zou Hopkins geweigerd hebben om de scene waarin hij voor het eerst Merrick ziet eerst met Lynch door te nemen. John Hurt was er niet bij (ze gebruikten een stand-in) maar toch werd de ontroerende scène waarin Treeves een traan wegpinkt in één take opgenomen.

RECEPTIEGESCHIEDENIS van The Elephant Man

Na de film volgde in 1982 een BBC TV-versie van The Elephant Man. In tegenstelling tot de film volgde de TV-versie de theaterproductie op gebied van make-up – Merricks misvormingen worden er niet door make-up geënsceneerd maar puur door de vocale en fysieke bochtenwerk van acteur Philip Anglim. Glenn Close speelde in deze bewerking de rol van Princess Alexandra.

De film verscheen in september en stond tegen december op de vierde plaats in de wekelijkse filmcharts van het blad Variety. Kaskrakers uit hetzelfde jaar als The Elephant Man waren The Empire Strikes Back, The Blues Brothers en Smokey and the Bandit, Part Two. Ondanks de verwachtingshorizon van het contemporaine publiek (The Elephant Man volgde duidelijk een totaal ander spoor) werd hij toch zeer goed onthaald.

The Elephant Man werd genomineerd voor 8 Oscarnominaties (waaronder die voor beste film, beste regisseur en beste toneelbewerking) maar won er geen enkele van. Op het Festival van de Fantastische Film in Avoriaz kaapte hij wel de grote prijs weg, en ook de Britse Film Academy reikte drie Awards uit.

Ook in het buitenland was The Elephant Man een succes. Wat Europa betreft haalde de film in Nederland niet het fenomenale succes van bij voorbeeld Frankrijk (waar de film in 1982 de César won voor beste buitenlandse film) en Duitsland, maar in Japan was hij zeer populair en was de vierde grootste film die er ooit werd uitgebracht.

De Elephant Man-kritieken zijn zo goed als unaniem lovend, zowel de contemporaine als de latere (on-line)-kritieken. "Dit is kreatieve filmkunst" besluit Dirk Michiels in Film & Televisie "Onmiskenbaar meesterwerk" luidt de ondertitel van de kritiek op movie.nl.

Constanten van deze kritieken zijn de thematiek van de exploitatie, het Victorianisme en voyeurisme, ‘normaal’ vs. ‘abnormaal’ en hoe Lynch erin slaagde om niet de sentimentele toer op te gaan. Ook over de cast (Hurt, Hopkins en Gielgud) zijn de kritieken zeer positief.

Herhaaldelijk trokken de critici ook parallellen met Eraserhead, Lynch’ low-budget debuut en andere freakfilms: "De nachtmerrie die de sfeer van Eraserhead bepaalde, vormt ook het uitgangspunt voor The Elephant Man", "it is a theme that the David Lynch has already explored in the underground classic Eraserhead."

Een regelmatig aangehaalde Elephant Man-antecedent is Tod Brownings Freaks (1932).

"(…) Tod Brownings Freaks (1932), film waarnaar The Elephant Man in de kermistonelen konstant refereert. In dat zuivere ‘monster’-‘gehandikapten’-universum zijn het de normale mensen (die het koncept normaliteit als wet hanteren) die de monsters worden. Evenzo in The Elephant Man waar in iedere ontmoeting of theekransje met Merrick duidelijk gemaakt wordt dat het probleem niet bij hem ligt maar bij de ‘normalen’".

De scène waarin The Elephant Man door de andere freaks uit z’n apenkooi wordt bevrijd is volgens Marc Holthof van Andere Sinema een ‘puur citaat uit Freaks’.

Toch is The Elephant Man volgens diezelfde Holhof niet een even sterk en subversief werk als de Tod Browning-klassieker, immers :

"(…) de solidariteit tussen de « monsters » (sic) tegen het « normale » ontbreekt hier als slotkonklusie : behalve in die ene sekwens [die waarin the elephant man door de andere freaks bevrijd wordt] staat de olifantman steeds als enkeling tegenover de normaliteit.'’

Onze eigen Duynslaegher tenslotte uitte z'n appreciatie voor The Elephant Man als volgt:

"In zijn diep humane visie op dit Victoriaanse curiosum, maakt Lynch van deze Olifantman een hyperromantische ziel die door een wrede gril van de natuur in een abominabel lichaam huist. Het monsterachtige schuilt niet in z'n lichamelijke afwijkingen maar in de blik van de toeschouwer: de Olifantman als een gentleman vol onschuld en verbazing die zo weerloos is en door de natuur werd benadeeld dat hij zowel het goede als het kwade in de mensen rondom hem aan de oppervlakte bracht."

Een tijdlang bleef het stil rond The Elephant Man, tot er geruchten opdoken rond Michael Jackson. De popster zou het London Hospital verscheidene miljoenen dollars hebben geboden voor het skelet van John Merrick. De familie Merrick weigerde echter (het skelet wordt nog steeds bewaard in het London Hospital). In 1997 was The Elephant Man aan een re-release toe, en ook in maart 2001 werd de film opnieuw op video gereleast.

Met de komst van het internet laait de interesse voor de olifantman terug op en hebben Elephant Man-fans een nieuwe ontmoetingsplaats gevonden; de geromantiseerde film van Lynch had daar ongetwijfeld een groot aandeel in. Meest frappante voorbeeld is de -overigens prachtige- website The Elephant House, met een forum waar Merrick-fans van over de ganse wereld mekaar kunnen ontmoeten. Heus geen eenzaat on-line overigens, want ook tijdens de redactie van deze scriptie werd nog een website rond Merrick gepubliceerd.

Daarnaast is The Elephant Man ook opgenomen in de zgn. "Lodger List of the Best Films of All Time" op de filmsite filethirteen.com en verschijnt af en toe nog een on-line essay van hoog (academisch) niveau (cfr. Ook de bibliografie). Het is duidelijk dat The Elephant Man, in het spoor van Eraserhead, zo langzaamaan een (cult)klassieker aan het worden is. 

II. ANALYSE VAN THE ELEPHANT MAN

THEMATIEK, SYMBOLIEK en MOTIEVEN

Het toneelstuk en de film waren maar twee voorbeelden van de vloed aan publicaties die al vanaf de jaren zeventig rond the elephant man verschenen : het reeds vermelde The Elephant Man. A Study in Human Dignity van Ashley Montagu (1971), Fred Shannons The Life and Agony of the Elephant Man (1979), een (uitgebreider) versie van Lynchs filmscript werd gepubliceerd, Michael Howell en Peter Ford graafden in het verleden van de echte elephant man en publiceerden in 1979 hun True History of the Elephant Man. Christine Sparks tenslotte publiceerde in hetzelfde jaar als de filmrelease haar roman The Elephant Man : A Novel.

In het begin van de jaren tachtig was het verhaal van the elephant man dus gemeengoed. Hoe valt deze culturele herontdekking (of gaat het om een blijvende fascinatie?) voor dit verhaal -nota bene zo ‘n honderd jaar na z’n dood in 1890- te verklaren? Een antwoord is waarschijnlijk te vinden in enkele universele kenmerken rond de ‘freak’ Merrick en z’n leven. Uitbuiting, menselijke waardigheid en vriendschap, het onnatuurlijke, het oedipale, het tremendum et fascinosum –het zijn stuk voor stuk universeel-menselijke thema’s die allemaal op een of andere manier in he verhaal rond the elephant man aan bod komen. The Elephant Man is eigenlijk de zoveelste articulatie van een eeuwenoude plot waarin de menselijke geest overwint op een een reeks onoverkomelijke tegenslagen.

De verhouding van een moderne ‘normale’ samenleving tot mensen die om één of andere reden uit de boot vallen omwille van fysieke verminking of abnormaal gedrag is een thema dat al van het begin van de geschiedenis van het witte doek opduikt. Eigenlijk speelden films als Nosferatu (1922) en Das Kabinett des Doktor Caligari (1920) al met dit thema. Ook in de literatuur is het freakthema al van oudsher vrij populair, denken we maar aan de Quasimodo-figuur uit Victor Hugo's Notre-Dame de Paris (1831, vertaald als The Hunchback of Notre Dame) of de legende rond The Man in the Iron Mask; beiden werden trouwens ook verschilldende keren verfilmd.

We moeten trouwens heus niet ver in het verleden graven om gelijkaardige films te vinden. Een paar jaar na The Elephant Man verscheen Mask (1985, Peter Bogdanovich) in de zalen. Het is het ware verhaal van een Amerikaanse elephant man, Rocky Dennis, die van 1961 tot 1978 leefde met craniodiaphyseal dysplasia, een uiterst zeldzame beenderziekte.

Een jaar na Mask verscheen het relatief onbekende Ratboy van Sondra Locke (die er ook een rol in speelde), over een jongen die tot z’n leven lang tussen het afval had geleefd voor hij in het publieke leven bekend en uitgebuit werd.

Het regiedebuut van Mel Gibson, The Man Without a face (1993) tenslotte behandelt een eveneens een gelijkaardig thema. Gibson zelf speelt er de verminkte mentor van een 12-jarige jongen.

Lynch speelt hier dus met een aloud literair-filmisch thema, nl. dat van de outcast in de maatschappij, hoe erop gereageerd wordt en op welke manier personages aan Bildung doen. Dat is het hoofdthema in The Elephant Man. Maar Lynch zou Lynch niet zijn mocht hij niet op een suggestieve manier met andere, dieperliggende thema's spelen; thema's die niet zelden nauw verwant zijn aan elkaar. De Elephant Man-thematiek en symboliek komt hieronder aan bod. Achtereenvolgens bespreek ik de evolutie die Merrick doormaakt van freak tot dandy (en terug), ethische thema's van de film (exploitatie, goed versus slecht en objectivering van het subject), voyeurisme en tenslotte sexualiteit. Daarna ga ik dieper in op enkele motieven en symbolen.

Van freak tot dandy (en terug)

Het duurt een tijdje vooraleer de kijker the elephant man te zien krijgt. Lynch bouwt de spanning op door geregeld naar hem te verwijzen zonder hem al te tonen. De kijker krijgt slechts een wezen gehuld in lange mantel en een kap over het hoofd te zien, of het silhouet van een misvorm lichaam achter een scherm, of de verschrikte gezichten van mensen die met hem worden geconfronteerd. Wanneer Treves hem voor het eerst bij Bytes gaat opzoeken (sequentie 3), is het eerste wat de kijker van the elephant man te zien krijgt z’n normale hand. Pas na een klein halfuurtje krijgt de kijker hem volledig te zien, en ironisch genoeg schrikt niet alleen de verpleegster die we hem een bord havermoutpap zien brengen, maar ook the elephant man zelf (sequentie 10, foto).

In één van de eerste scènes (sequentie 2), waar Treves een arbeider opereert die een machineongeluk kreeg, komt een jongetje hem melden dat hij 'het' gevonden heeft:

(Boy) "Excuse me Mr. Treves, sir"

(Treves) "Yes, what is it?"
(Boy) "I found it?"
(Treves) "Good. Did you see it?"

The elephant man wordt aan het begin beschouwd als een ding. Wanneer Treves voor het eerst bij Bytes langsgaat vraagt hij "are you the proprietor? (…) I'd like to see it." Enigszins aarzelend antwoordt Bytes "I am the … owner". In zijn theatrale aankondiging noemt Bytes hem "a creature", en ook in z'n voorstelling aan The Pathological Society zegt Treves dat hij al veel zware gevallen heeft meegemaakt, maar nog nooit "such a perverted or degraded version of the human being as this man." Bytes van zijn kant beschouwt the elephant man als z’n bron van inkomsten: twee keer noemt hij hem "my treasure".

The elephant man stinkt afgrijselijk bij z'n aankomst in de kliniek. De koetsier verwijst heel aarzelend naar hem als "this gentleman" en het enige wat the elephant man aanvankelijk kan voortbrengen zijn wat rochelende geluiden. Tegen collega Fox Treves de hoop dat the elephant man een idioot en zich bijgevolg niet bewust is van z'n misvormingen: "I pray to God he's an idiot".

Aanvankelijk slaagt Treves er helemaal niet in om met hem te communiceren. Maar wanneer the elephant man ongevraagd Psalm 23 begint op te dreunen, is al gauw duidelijk dat onder het vreselijk misvormde lichaam eigenlijk een verfijnde ziel schuil gaat. De elephant man blijkt een belezen bijbelkenner te zijn, en van dan af leren de mensen rond hem (en de kijker) steeds meer om de mens Merrick achter de freak te zien. Vanaf dan zal hij ook geleidelijk aan 'John' en niet meer 'it'. De scène waarin een woedende Treves de nachtwaker interpelleert ("where is he, where is Mr. Merrick?) is een echo van de hierboven vermelde dialoog tussen Treves en Bytes' boy aan het begin van de film.

Merrick wordt in een mum van tijd volwassen: tijdens het bezoek van een societykoppel zal hij z'n eigen problematiek quasi onbewust maar treffend samenvatten: «You see, people are frightened for what they don’t understand.»

Toch blijft Merrick alles met de verwondering van een kind benaderen: een van z'n meest gebruikte adjectieven zijn "beautiful" en "wonderful", hij toont een meer dan gewone belangstelling voor de kinderen van Treves en meent dat Mrs. Kendal in het theater woont. Als kijker is het mogelijk om geen sympathie voor hem te voelen, maar tegelijkertijd is Lynch erin geslaagd om al te grote identificatie te vermijden (cfr. Infra).

Maar wanneer Merrick op het hoogtepunt van z'n mens-zijn komt en opgetut als een dandy en met een wandelstok z'n kamer rond flaneert, wordt hij in een mum van tijd weer gedegradeerd tot de "bag of flesh" zoals Bytes hem noemt vooraleer hij z'n freak in de apenkooi opsluit, de cirkel is rond en niet lang daarna zal Merrick sterven door zich te slapen te leggen als een gewoon mens.

Het is dankzij de hulp van de andere freaks (en niet de normale mensen!) dat Merrick aan z'n beul ontsnapt. De film bereikt z'n climax wanneer the elephant man in Liverpool Street Station door de massa wordt in het nauw gedreven. Deze climax wordt op een tableaux-vivant-achtige manier geënsceneerd op het moment dat Merrick roept "I am not an animal. I am a human being."

Na deze publieke vernedering beleeft Merrick nog één hoge vorm van mens-zijn wanneer hij in de koninklijke lobby dan nog- naar het theater gaat. Na afloop stelt Mrs. Kendal hem voor aan het theaterpubliek, en ook zij zijn niet in staat om hem als zuiver mens te behandelen. Ietwat onbeholpen applaudisseren ze voor Merrick - nog steeds een freak, maar in een mooi pak en een mooie omgeving.

Ondanks z'n intelligentie en welgemanierdheid die geleidelijk aan boven water komt blijft Merrick uiteindelijk tot z’n dood behandeld worden als een ‘freak’ – hij is ondanks alles altijd de gevangene van z’n misvormde lichaam gebleven.

Ethiek

Treves mag misschien wel de filantrope arts zijn die het tegen de Victoriaanse normen in opneemt voor een freak, ook hij exploiteert Merrick, zij het op een andere minder directe manier dan Bytes en de nachtwaker. Verschillende keren wordt Treeves zelf beschuldigd van exploitatie.

Een eerste keer door Bytes, de grootste exploitant van Treves. Wanneer die op zoek gaat naar z'n freak in het hospitaal.

(Treves) «Mr. Bytes I'm sorry, but all you do is profit from another man’s misery. »
(Bytes) « You think you’re better than me ? You wanted the freak to show to those doctor-gentlemen of yours to make a name of yourself. You my friend. I gave you the freak on trust in the name of [spottend] science

De zogezegde vriendschappen die Merrick met de Londense society heeft, zijn niet helemaal puur – Merrick wordt ook in deze microcultuur geïntroduceerd als een spektakel en curiositeit, eerder dan als een actief lid ervan. Na een van die society-bezoekjes ontspint zich een discussie tussen Treves en Mrs. Mothershead (Dame Wendy Hiller), die articuleert wat veel kijkers zullen denken over Treves :

(Treves) "You yourself hardly showed him much loving kindness when he first arrived, didn't you?"
(Mothershead) « If loving kindness can be called care and practical concern, than I did show him loving kindness and I’m not ashamed to admit it (…) if you ask my opinion: he's only being stared at, all over again »

Dit stuk –hoe kort ook- kunnen we als een sleutelscène beschouwen. Ze legt veel bloot over Treves’ karakter en spreekt tegelijkterijd boekdelen over Mrs. Mothersheads gevoelens en karakter. Ook al reageert Treves er aanvankelijk boos en geprikkeld op, later zal hij zich toch dezelfde dingen in twijfel trekken als de pragmatisch-nuchtere hoofdzuster. Ergens middenin de film zal Treves die twijfels luidop tegen z'n vrouw verwoorden.

"I've been thinking about Mr. Bytes. (…) I'm beginning to believe that Mr. Bytes and I are very much in like. It seems that I've made Mr. Merrick into a curiosity all over again, doesn't it? But this time in a hospital rather than …a carnival. My name is constantly in the papers, I'm always being praised. Patients are now expressedly asking for my services. (…) What is it all for? Why did I do it? Am I a good man, or am I a bad man?"

In een interview dat tijdens de opnames van The Elephant Man werd afgenomen voor het blad Films Illustrated ging Anthony Hopkins dieper in op z'n rol van Treves:

" There is not much more you can do with Treves, which, to say the least, is a loaded subject where one could get overboard, tread perilously near to sentiment. (…) The temptation would be, and I’ve been keeping an eye on it myself, to play a caring person all the way through the film. I could do that – the loving doctor, the hero. But he has put this man on display again, and for his own egotism, until he realizes what he is doing. I mustn’t be soft-eyed and warm-acting all the time (…) I think there are moments when he actually hates Merrick. Treves is a victim, too. "

Treves is een gespleten figuur. Hij balanceert op een slappe koord tussen Merrick echt helpen en het-geval Merrick misbruiken om roem te verwerven in de medische wereld. Ook z'n reacties tegenover Merrick geven blijk van een vreemde mengvorm tussen medelijden en fascinatie.

De mensen in Lynch’ films zijn trouwens nooit eenduidig goed of slecht. Het is moeilijk om zelfs de exploitanten bij uitstek, 'bad guys' Bytes en de nachtwaker, als persoon te haten. In plaats daarvan zijn we als kijker eerder geneigd om hun daden te haten. Ze zijn de vertegenwoordiging van die typisch Lynchiaanse donkere, verwarde en misvormde schaduwzijde van de menselijke natuur. Ze behandelen Merrick op een vreselijke manier maar toch blijven ook zij kwetsbare (want menselijke) wezens. Het is m.a.w. niet de mens die verkeerd is , maar wel de menselijke natuur. The Elephant Man dwingt ons constant om bijna als voyeurs het onmenselijke in de mens onder ogen te zien, maar tegelijkertijd ook de goedheid van de mens. Bytes' boy (gespeeld door Dexter Fletcher) is een goed voorbeeld van dat laatste. Hij is wel handlanger van Bytes, maar treedt toch op als kleine vriend van the elephant man door het herhaaldelijk voor hem op te nemen.

The Elephant Man speelt zich af in het begin van de industriële revolutie. Wanneer het jongetje hem komt halen is Treves een slachtoffer van een machineongeluk aan het opereren. Zijn commentaar klinkt als volgt:

«We see a lot more of these machine accidents…Abominable things, these machines…you can’t reason with them. »

Dit kunnen we als een vorm van impliciete kritiek op de Victoriaanse maatschappij beschouwen; een samenleving in expansie en groei maar die toch het slachtoffer wordt van haar eigen constructies en niet weet hoe ze moet reageren wanneer ze wordt geconfronteerd met iets 'onverklaarbaars' als the elephant man. Deze freak problematiseerde de vooruitgangsgedachte van de post-Darwiniaanse maatschappij en wetenschap: wanneer Merrick aan Treves vraagt of hij te genezen is (sequentie 21), moet Treves bekennen van niet.

Het industriële speelt in Lynch’ werk een zeer belangrijke rol (cfr. Eraserhead) - ook in de klankband van The Elephant Man dringt het geluid van machinerieën door (cfr.infra). Een duidelijk symbool van de objectivering die mens ondergaat onder invloed van de machine.

Voyeurisme

Het is het lot van een freak om bekeken te worden. Merrick werd bekeken van de gure freakshow tot in het sjieke Drury-Lane theater. Lynch speelt op een subtiele manier verder met het thema van kijken en bekeken worden; het thema van het voyeurisme gluurt herhaaldelijk om de hoek in The Elephant Man.

Zo komt deze thematiek ook duidelijk naar voor in de scène waarin Treves Merrick voorstelt aan z'n Pathological Society. Merrick is weliswaar achter een scherm verborgen, maar wordt er toch -naakt- bekeken door een schare wetenschappers. Opvallend hier is ook de herhaling van het bevel "turn around" naar Merrick toe, eerst door Treves "would you turn around, please", vlak daarna herhaald door een verpleger "turn around, please". Dit keer veel beleefder geformuleerd en een duidelijke parallelsituatie met de eerste privé-vertoning die Treves van Bytes te zien kreeg. Ook daar is het eerst Bytes die "turn around" snauwt naar the elephant man waarna dit onmiddellijk wordt geïmiteerd door z'n hulpje.

Ook in de mise-en-scène en montage wordt herhaaldelijk allusie gemaakt op voyeurisme.

Wanneer Treves op zoek gaat naar de ontvoerde Merrick en Gomm hem in voice-over bemoedigende woorden toespreekt, gluurt hij door een bedampt raampje. Merrick zelf gluurt net voor het pantomimespel door een toneelkijker, en tijdens zijn droom, eerder in de film, zoomt de camera in op het gat zijn kap, dit om de overgang naar de volgende sequentie te maken. In het laatste voorbeeld wordt de kijker willens nillens in de rol van voyeur geduwd en gluurt met de camera mee - ook hij gaat niet vrijuit. Dit verklaart misschien deels het wrange gevoel dat je als kijker bekruipt na het zien van The Elephant Man.

Sexualiteit

Zowat alle films van Lynch bevatten referenties naar sexualiteit (en dit onder diverse vormen). Al in The Grandmother zaten subtiele verwijzingen naar incest. Ook in Eraserhead, Blue Velvet, Wild at Heart en Lost Highway zijn seksuele referenties te vinden. Niet zelden betreffen het hier afwijkende vormen van 'normaal' sexueel gedrag: Sailors schoonmoeder probeert hem te verleiden in Wild at Heart, Frank Booth uit Blue Velvet wil tijdens het liefdesspel als baby behandeld worden ('baby wants to fuck') en Fred Madison, hoofdpersonage uit, Lost Highway kampt met impotentie.

John Merrick koestert een idyllische adoratie voor z'n moeder, wiens portret behoort tot z'n weinige bezittingen. Het is de enige vrouw (en persoon) die ooit van hem heeft gehouden. Tegenover andere vrouwen weet Merrick niet hoe zich te gedragen - hij barst in snikken uit bij het bezoek aan Treves' echtgenote: «It’s just that I’m not used to being treated so well by a beautiful woman.» Het lijkt wel of Merrick door contact met vrouwen in een soort van neo-puberale periode terechtkomt. Dat is duidelijk te zien aan zijn koesteren van Mrs. Kendals portret, maar ook aan de manier waarop hij zich, opgetut als een echte dandy voorstelt aan dat portret: "Hello, my name is John Merrick, and I'm very, very pleased to meet you." Merk op dat deze uitspraak opnieuw parallel loopt met de eerste woorden die Treves hem ooit met veel moeite 'aanleerde': "Hello, my name is John Merrick." Merrick heeft duidelijk te kampen met een oedipuscomplex: op de duur zal hij niet alleen zijn moeder maar alle vrouwen op een bijna kindse manier gaan vereren. Lynch maakt hier ook duidelijk gebruik van het portret als motief: Merrick koestert de portretten van z'n moeder en Kendal, en hij toont ook een bijna ongewone interesse voor de familieportretten op Treves' schouw.

Een enkele keer wordt letterlijk gerefereerd naar Merricks geslacht, nl. bij de showcase voor de Pathological Society. Bij wijze van voetnoot vermeldt Treves ook de wetenswaardigheid dat "in spite of the aforementioned anomalies, the patient's genitals remain entirely intact and unaffected." Intact of niet, een sexuele relatie is voor iemand als Merrick zo goed als onmogelijk, en daar is Merrick zich bewust van. Wanneer hij in de scène waarin hij samen met Mrs. Kendal uit Romeo and Juliet leest, bij een passage komt waar Romeo en Juliet mekaar kussen (sequentie 22), zegt hij quasi achteloos "and then it says they kiss" om vervolgens verder te lezen.

Het is bon ton om te zeggen dat de zogezegde preutse Victorianen eigenlijk hypocriete perverten waren. Of dit werkelijk zo was, laat ik hier in het midden, wel is duidelijk dat Bytes -thuis in de wereld van het amusement- zich profileert als een soort pooier of leverancier van perversiteiten. Wanneer Treves de zieke elephant man naar het hospitaal wil meenemen probeert Bytes dat alsnog te vermijden door z'n 'diensten' aan te bieden (sequentie 9): « I move in the proper circles for this type of thing. In fact – anything at all, if you take my meaning. » Bytes bedoelt hier waarschijnlijk geen gezellige pick-nick op het platteland…

Dat die diensten waar Bytes het over had wel door de nachtwaker werden geleverd, zien we tijdens zijn georganiseerd elephant man-bezoek. Een van de deelnemers, Jack, neemt twee prostituées mee om naar de freak te gaan kijken, en terwijl hij de twee dwingt om naar the elephant man te kijken, geraakt hij duidelijk (sexueel) opgewonden.

Eigenlijk alludeert Lynch al in het begin van de film alludeert op de (vermeende) perversie in de Victoriaanse maatschappij. Wanneer Treves op zoek gaat naar de freakshow met the elephant man zien we hem een deurgat met een gordijn binnengaan waarboven een bordje met ‘NO ENTRY’ erop staat. Een paar stappen later passeert hij een bord waar "The fruit of the original sin" op staat. Treves begaat een zonde door zich op het domein van de freaks te begeven.

Motieven en Symbolen

Ik vermeldde al het motief van het portret. Ik wil nog de aandacht vestigen op enkele andere Elephant Man-motieven en symbolen.

Naast rook (cfr. de korte sequentie waar een aantal rokende schoorstenen te zien zijn) is er ook herhaaldelijk vuur te zien in The Elephant Man. Een paar keer wordt dit vuur geassocieerd met de nachtwaker. Zo zoomt de camera in wanneer de nachtwaker z’n sigaret aansteekt, en wanneer Treves hem gaat ondervragen m.b.t. de verdwijning van Merrick is hij vuur aan het aanwakkeren met een blaasbalg. Vuur wordt in The Elephant Man op die manier symbolisch geassocieerd met gevaar of dreiging.

Het moet verschrikkelijk zijn voor een afzichtelijke freak om geconfronteerd te worden met de eigen verschijning. Daarom zegt Mrs. Mothershead haar verpleegsters ook nadrukkelijk om onder geen beding spiegels in Merricks kamer te brengen. Dat doen ze ook niet, maar een aantal keren wordt Merrick toch met z’n spiegelbeeld geconfronteerd. Wanneer de nachtwaker voor z’n venster komt kijken, ziet de kijker (en waarschijnlijk ook Merrick zelf) z’n gezicht weerspiegeld in het vensterglas. Om het entertainment-gehalte van z’n georganiseerde elephant man-overval te verhogen, houdt de nachtwaker hem opzettelijk een spiegel voor. Ook in de daaropvolgende droomsequentie zien we een van de pestkoppen in het werkhuis de jonge Merrick een spiegel voorhouden.

Op een bepaald moment begint Merrick ook stukjes papier en karton die hij her en der opraapt mee te nemen naar z’n kamer om er een schaalmodel van een kathedraal (Saint-Philips) mee te bouwen. De kathedraal symboliseert het leven van Merrick : wanneer hij wordt ontvoerd (en terug gedegradeerd tot freak) wordt z’n kathedraal verwoest, en op het moment dat z’n kathedraal af en gesigneerd is, is ook Merricks levenscirkel rond en kan hij zich neerleggen om te slapen als iedereen om uiteindelijk te sterven. Tegen Mrs. Kendal zegt hij over die kathedraal (die hij vanuit z’n kamer niet volledig kan zien) « Only I have to rely on my imagination for what you cannot see. » Ook bij een freak als the elephant man is het uiteindelijk de essentie om verder te kijken dan diens lichamelijke misvormingen – "the mind’s the standard of the man" was niet toevallig een versregel uit een van de lijfgedichten van de echte John Merrick. In de volgende sequentie zal Merrick voor de tweede keer –zij het bewst- verwijzen naar z’n eigen situatie: "people are frightened for what they don’t understand ». Ook de klokken van Saint-Philips zijn een motief in de film ; het uurwerk van de kerktoren wordt een paar keer in beeld gebracht en de elephant man wordt erdoor gewekt.

VORM

Het verhaal van The Elephant Man zoals Lynch het ons brengt vormt een afgesloten geheel. Dat wordt duidelijk gemaakt door de droomsequenties aan het begin (de geboorte van Merrick) en het einde (de dood van Merrick). Deze momenten van mentale subjectiviteit verbreken de objectieve vertelling en werpen een licht op de psyche van the elephant man (bv. de donkere tijden die hij doormaakte toen hij gepest werd door de mensen in het werkhuis).

Er is geen persoon die het verhaal becommentarieert. We hebben hier m.a.w. te maken met een auctorieel-impersoneel vertelstandpunt. Lynch doet geen beroep op schermtitels of interieure monologen. Hij toont ons het verhaal objectief en chronologisch. De camera gedraagt zich vrij passief en slechts zelden zijn er subjectieve camerastandpunten. Een enkele keer kruipt de kijker wel in de huid van een personage, zo bij voorbeeld wanneer Fox –in vogelperspectief- ziet hoe Treves op zoek gaat naar the elephant man. Door zelden zuiver subjectieve camerastandpunten te gebruiken (de kijker gluurt hooguit over de schouders van de personages mee) vermijdt Lynch m.i. een te grote identificatie met bepaalde karakters, wat de kijker onvermijdelijk zou verhinderen om objectief en onbevooroordeeld tegen de feiten aan te kijken en de film al te sentimenteel zou kunnen maken. Lynch toont ons de zaken hoe ze zich voordeden. Hij registreert maar duikt heel af en toe toch in de psyche van z'n karakters, nl. tijdens de droomsequenties van the elephant man en bij de voice-over van Carr Gomm tot Treves (cfr. Infra).

MISE-EN–SCENE 

The Elephant Man werd bijna volledig in de studio gedraaid. Lynch wilde op die manier meer controle over decor en belichting hebben. Uitzonderlijk werd ook op locatie gefilmd. Dit was bij voorbeeld het geval voor sfeerbeelden van Londen of de shots van de ziekenzaal in het hospitaal. Deze shots werden in een echt oud hospitaal (in East-End!) gedraaid.

Lynch neemt een loopje met genreconventies. We kunnen moeilijk zeggen dat hij zich doorheen The Elephant Man (en dat geldt ook voor andere Lynchfilms) strikt aan één bepaald genre en haar kenmerken houdt. Wie zonder voorinformatie naar The Elephant Man gaat kijken, zal in de eerste minuten denken een horrorfilm te zien. Met veel spanning zal hij wachten tot de verschijning van het monster the elephant man - tot hij de mens in Merrick zal ontdekken; exit horrorverhaal. Daarnaast is The Elephant Man, door gebruik van Victoriaanse sfeerbeelden en klederdracht, ook een historisch kostuumdrama te noemen. Holladay en Watt tenslotte argumenteren dat Lynch in z'n Elephant Man speelt met de conventies van het Victoriaanse melodrama zoals die door auteurs als William Gorman Wills (1828-1891) worden toegepast. Zij beschouwen Merrick als een voor een melodrama typische heldin die constant in gevaar gebracht maar altijd net op tijd uit de handen van haar achtervolgers gered wordt.

Of Lynch hier bewust met genreconventies speelt, laat ik in het midden: laten we vooral niet vergeten dat Lynch eerder schilder dan cineast is. «Je viens de la peinture, je ne suis pas cinéphile», zegt hij in een interview met Les Cahiers du Cinéma. Heel picturaal overigens in The Elephant Man zijn de motieven van machinerieën, rook, stoomwolken, bakstenen muren en alle andere elementen die al in Eraserhead te zien waren.

Doctor Treves wordt vertolkt door de toen 43-jarige Anthony Hopkins, die door deze rol voor eens en altijd z’n status van steracteur bevestigde. Frederick Treves is een jonge en ambitieuze dokter. Hij is een ware gentleman, en dat zien we niet enkel aan de manier waariop hij zich gedraagt, maar vooral in z’n gekuist-Victoriaans Oxford English.

Kameleonakteur John Hurt werd -zoals ik reeds vermeldde- voor z’n rol als elephant man volledig onherkenbaar gemaakt. Ook Hurts spraak blijft relatief onherkenbaar. Zeker aan het begin van de film, wanneer the elephant man niks meer dan wat onsamenhangend rochelend gestamel uitkraamt. Gaandeweg zal het onbeholpen gestotter van John Merrick echter evolueren tot een bijna erudiete welsprekendheid. Zijn kap, mantel, wandelstok en het portret van z'n moeder zijn z'n belangrijkste attributen; het portret is zelfs een motief binnen de film.

Shakespeare-veteraan John Gielgud (1904-2000) kroop in de huid van Carr Gomm, de strenge maar barmhartige hospitaaldirecteur. Pas wanneer Merrick door z'n bijbelkennis duidelijk maakt geen idioot te zijn, zal Gomm hem letterlijk en figuurlijk aanvaarden. Het is uiteindelijk ook door z'n perscontacten met de London Times dat Merrick permanent zal worden ondergebracht in Bedstead Square.

Mrs. Mothershead wordt gespeeld door Dame Wendy Hiller. Deze pragmatische hoofdzuster beschouwt the elephant man noch als freak, noch als mens, maar als een patiënt die verzorgd moet worden. Wanneer nodig, komt ze wel voor the elephant man op.

Norman Bytes, gespeeld door Freddie Jones, doet zich voor als een respectabele zakenman. Deze ongeschoren ‘businesspartner’ draagt niet voor niks een tot op de draad versleten ‘keurig’ vestje en ‘keurige’ hoed. Al vlug wordt hij echter ontmaskerd als een gehaaide oplichter die the elephant man misbruikt. Jones acteerde ook in andere Lynchproducties, nl. in Dune (1984) en Wild at Heart (1990).

De nachtwaker, de andere booswicht, wordt vertolkt door Michael Elphick. Overdag laat hij zich in met prostituées en drinkebroers in ongure pubs. ‘s Nachts doodt hij de tijd door the elephant man te pesten. Hij beschouwt hem ook als een curiosum waar geld mee te verdienen is ("people pay money to see your monster, Mr. Treves!"). Z’n cockney-Engels verraadt dat hij tot de lagere klasse behoort.

Anne Bancroft (de echtgenote van Brooks) speelt Madge Kendal, de elegante vaudeville-actrice uit de Londense societywereld.

CAMERA en MONTAGE

The Elephant Man werd gefilmd in zwart-wit Panavision breedbeeld-formaat in een aspect-ratio van 2.35:1. De fotografie werd verzorgd door de Britse Freddie Francis (1917), en gezien setting (de duistere steegjes in East -End), tijd (het begin van het industriële tijdperk) en thema (de freak elephant man) van de film is het niet verwonderlijk dat Lynch voor een horrorveteraan als Francis koos. De invloed van Francis is duidelijk in de scène waar Bytes z’n privé-voorstelling aan Treves geeft. Francis koos hier voor de voor horrorfilms typische low-key-belichting. Sterke contrasten en schaduwen geven deze scène een griezelig en onheilspellend chiaroscuro-effect: de ruimte waar Treves naar the elephant man kijkt is heel donker, maar tegelijkertijd zijn er ook zeer lichte partijen waar te nemen (de gezichten van Bytes en Treves bvb.).

Maar afgezien van de diepdonkere horrorsfeer in The Elepant Man en de occasionele low-key belichting, is het Lynch noch Francis evenwel om goedkope horroreffecten te doen. Lynch trekt eerder de naturalistische cinematografische lijn van z’n vorige Eraserhead door en geeft -ook al werd The Elephant Man grotendeels in studio's gedraaid- een zo authentiek mogelijk beeld van het East End-Londen van rond de eeuwwisseling. Door de trage bewegende shots door donkere ruimtes en de zeer contrastvolle zwart-witbeelden, roept The Elephant Man een soort ruimtelijke sfeer van paranoia op.

Lynch zelf had trouwens altijd aan The Elephant Man gedacht als een zwart-wit-film:

« I always thought of it as a black and white film. Black and white immediately takes you out of the real world. To go back in time and have this mood of the Industrial Revolution – the places, the stark feeling : black and white is perfect. Most of my favourite films are black and white. »

De dromerig-suggestief en sprookjesachtige manier waarop het pantomimespel Puss-in-Boots in beeld gebracht wordt, herinnert aan de trucage-films van filmpionier Georges Méliès (1861-1938). Een aantal critici beschouwen dit zelfs als een kleine hommage van Lynch aan Méliès. Lynch en Francis wekten er de oude avant-garde technieken en trucages met droombeelden en wazige montagesequenties hier duidelijk terug tot leven.

Enkele vogelperspectieven zijn symbolisch op te vatten. Bij voorbeeld wanneer Merrick het hospitaal verlaat en de kijker met Treves en Fox mee naar hem neerkijkt. Of hoe de maatschappij neerkijkt op de geïsoleerde elephant man.

Anne Coates stond in voor de montage (waarvoor ze een Oscar-nominatie kreeg). Vrijwel elke sequentieovergang in the elephant man is via een dissolve, dus nooit abrupt. Een paar keer is er geen dissolve, nl. wanneer er wordt ingezoomd op het gat in de kap van the elephant man, en wanneer de scène met Treves’ exposé aan de Pathological Society wordt afgebakend d.m.v. de fade-in en fade-out van het projectorlicht voor het scherm waarachter Merricks silhouet is te zien. Er is ook sprake van onrechtstreekse montage. Zo zien we in de expositie van de film eerst vuur, dan de kermis en dan pas dokter Treves. Heel suggestief zien we eerst voorbodes - reacties op, plaatsen en personen rond the elephant man. Ook wanneer we hem voor het eerst volledig te zien krijgen is dat vrij onduidelijk in een donker long-shot van de angstige (!) elephant man (cfr. foto).

De ietwat ongewone camera- en montagestructuren en objectieve manier van registreren worden niet overal even goed onthaald. De moderne kijker is de oude avant-garde technieken niet echt gewoon en zal sommige montage-elementen als slordig afdoen. Ook filmcriticus Wheeler Winston Dixon laat zich in the International Dictionary of Films and Filmmakers kritisch uit m.b.t. het gebruik van de camera: "the finished product has many shortcomings stylistically, due mostly to David Lynch's rather static use of the camera."

BUITENBEELDSE TEKST en MUZIEK

De Dolby Stereo-klankband in The Elephant Man dient hoofdzakelijk tot sfeerschepping. Toch speelt hij een niet onbelangrijke rol in de film: voor een groot deel bepaalt de buitenbeeldse muziek (we zouden eigenlijk beter van buitenbeeldse geluiden gewagen) de sfeer in de film. Het verhaal speelt zich af aan het begin van de industriële revolutie, en de film is doorspekt van de industriële geluiden, waar de scène in kwestie zich ook afspeelt. Stiltes zijn vrij ongewoon in The Elephant Man. De bijna constant-zoemende noisegeluiden –van generatoren, gasstelletjes, brommende en sissende machinerieën – geven niet zelden een vervreemdend effect aan de film. Soms zijn ze zelfs te luid om zomaar van achtergrondgeluiden te gewagen. Lynch vertelde daar zelf het volgende over:

"Well, I’m flipped out over industry and factories – sounds as well as images…The Elephant Man takes place when industrialization was still starving. It was the beginning of the Eraserheads times. I was hoping that the Victorians would have had more machinery around. There wasn’t a lot, but what they did have made a lot noise and a lot of smoke."

Al in Eraserhead waren deze buitenbeeldse industriële geluiden te horen. Het is dan ook niet toevallig dat Alan Splet, die ook bij Eraserhead het geluid verzorgde, Lynch ook voor The Elephant Man bijstond voor het geluid (als sound designer). Dat Lynch veel belang hechtte aan het geluid in The Elephant Man blijkt des te meer uit het feit dat hij ook de taak van sound engineer op zich nam. Lynch is trouwens meestal zeer nauw betrokken bij de muziek van z’n films (was ook sound designer voor Twin Peaks: Fire Walk With Me).

De originele (nondiëgetische) filmmuziek van The Elephant Man was gecomponeerd door John Morris. Naast dit Elephant Man-thema duikt ook het "Adagio for strings" van Samuel Barber in deze film op op, dat voor deze gelegenheid werd gespeeld door het London Symphony Orchestra en gedirigeerd door André Prévin.

Morris gebruikte verschillende muzikale technieken (vb. de variatie op hetzelfde thema) om de juiste sfeer te creëren. Het Elephant Man-thema duikt een aantal keren op in de film, zij het meestal onder een andere vorm. Op die manier roepen ze op een subtiele manier een vroegere scène in herinnering. Zo wordt de muziek uit de eerste droomsequens (waar de moeder wordt aangevallen door een olifant) herhaald wanneer de nachtwaker het hospitaal binnensluipt op zoek naar the elephant man.

De buitenbeeldse muziek dient hoofdzakelijk tot sfeerschepping: een romantische scène wordt vergezeld van romantische strings (Merrick en Mrs. Kendal lezen uit Romeo & Juliet), ook de ‘emotionele’ scènes worden vergezeld van het adagium for strings (Merrick die zegt: "I wish I could sleep like normal people"). De dronken pestpartij in Merricks kamer wordt vergezeld van een up-tempo dans-achtige variatie op het Elephant Man-thema.

Soms wordt het geluid overgeaccentueerd, bij voorbeeld bij klokgelui of wanneer Merrick zijn psalm opdreunt. Wanneer Merrick achtervolgd wordt in Liverpool Street Station is het stompende geluid van een stoomtrein te horen. Net voor hij het kleine meisje omverloopt, horen we een fluitsignaal als voorbode van de climax.

Wat de buitenbeeldse tekst betreft is er een enkele keer sprake van een voice-over, nl. wanneer Treves op zoek gaat naar de ontvoerde elephant man. Ondertussen horen we de stem van Carr Gomm, die hem bemoedigende woorden toespreekt maar hem vraagt om niet verder te zoeken en voor z'n patiënten te zorgen. Deze voice-over articuleert de gedachten van Treves tijdens z'n zoektocht.

BESLUIT

Destijds was The Elephant Man de meest normale en conventionele Lynchfilm (hoewel ‘normaal’ bij Lynch een zeer rekbaar begrip is). Lynch is vrij onvoorspelbaar wat thema’s en aanpak van z’n films betreft: keer op keer verrast hij de filmwereld (en niet in het minst Hollywood). Toch zijn er in elke Lynchfilm een aantal typisch Lynchiaanse trekken te onderscheiden. Lynch lijkt wel gefascineerd door het abnormale. Elke film –van Eraserhead tot Lost Highway- heeft wel z’n eigen freak (enkel The Straight Story is bevolkt door ‘normale’ mensen). Ook het surreële is een Lynchconstante: droombeelden en vizioenen maken essentieel deel uit van Lynch’ filmtaal (Lost Highway bv. is eigenlijk als één vizioen op te vatten). Daarmee nauw verwant keert ook het onderbewust-Freudiaanse en latente sexuele thema’s in bijna elke Lynchprent terug, zij het op een zeer suggestieve manier (het bord met "The fruit of the original sin" lijkt een gewoon decorstuk maar is ook symbolisch op te vatten, Merricks genitaliën zijn intact, …).

Het ethische neemt in The Elephant Man –meer dan in andere Lynchfilms- een voorname plaats in. Op een vrij complexe manier speelt Lynch hier met door-en-door-menselijke ethische kwesties. The Elephant Man is vooral een reflectie op de manier waarop mensen (de Victoriaanse maatschappij) met het onverklaarbare omgaan. Wat maakt een mens tot een mens? De uiterlijke verschijning of de inborst? Is de mens wel goed dan wel een ordinaire voyeur?

Als geen ander weet Lynch in z’n films keer op keer een heel specifieke sfeer op te roepen. Dat is niet anders in The Elephant Man, o.m. door de zwart-wit-cinematografie van Freddie Francis. Maar voor een groot deel wordt die sfeer ook opgeroepen door de Elephant Man-klankband. Perfectionist Lynch was zelf verantwoordelijk voor het geluid in The Elephant Man, en dat is er duidelijk aan te horen.

De kracht van deze prent schuilt in het feit dat Lynch o.m. door de objectieve mise-en-scène erin geslaagd is om goedkoop sentiment en identificatie met bepaalde karakters te vermijden. Toch raakt The Elephant Man zelfs de meest geharde kijker en cynicus (gevoelige kijkers zijn hierbij gewaarschuwd). Daarnaast is The Elephant Man ook een heel tijdloze prent, zowel door de historische setting als door de tijdloze thematiek. In tegenstelling tot de meeste Hollywood feel-good-producties dwingt Lynch z’n kijkers tot reflectie. Het verhaal van The Elephant Man dwingt ons om onze eigen ‘normaliteit’ in vraag te stellen. En dat heeft de post-moderne mens af en toe meer dan nodig.

~

 

III BIJLAGEN

GENERIEK

FEATURING

MICHAEL ELPHICK

HANNAH GORDON

HELEN RYAN

JOHN STANDING

DEXTER FLETCHER

LESLIE DUNLOP

IN CHARGE OF PRODUCTION

TERENCE A CLEGG

COSTUMES DESIGNED BY

PATRICIA NORRIS

ELEPHANT MAN MAKE-UP

DESIGNED AND CREATED BY

CHRISTOPHER TUCKER

CASTING

MAGGIE CARTER

ELEPHANT MAKE-UP APPLIED BY

WALLY SCHNEIDERMAN

ADAGIO FOR STRINGS

BY SAMUEL BARBER

PLAYED BY THE LONDON SYMPHONIC ORCHESTRA

CONDUCTED BY ANDRE PREVIN

ALL OTHER MUSIC PLAYED BY THE

NATIONAL PHILHARMONIC ORCHESTRA

ORCHESTRATIONS BY JACK HAYES

COMPOSED & CONDUCTED BY JOHN MORRIS

ASSISTANT DIRECTOR ANTHONY WAYE

ART DIRECTOR BOB CARTWRIGHT

SOUND DESIGN ALAN SPLET

DAVID LYNCH

SPECIAL SOUND EFFECTS ALAN SPLET

CAMERA OPERATOR JERRY DUNKLEY

SOUND MIXER ROBIN GREGORY

DUBBING MIXER DOUG TURNER

SOUND EDITOR PETER HORROCKS

DOLBY ENGINEER JOHN ILES

DOLLY GRIP JIM DAWES

CONTINUITY CERI EVANS

STILLSMAN FRANK CONNOR

WARDROBE SUPERVISOR TINY NICHOLLS

MAKE-UP SUPERVISOR WALLY SCHNEIDERMANN

MAKE-UP MICHAEL MORRIS

BERYL LERMAN

HAIRDRESSING STEPHANIE KAYE

PAULA GILLESPIE

SET DECORATOR HUGH SCAIFE

CONSTRUCTION MANAGER REG RICHARDS

GAFFER ROY LARNER

PROPERTY MASTER TERRY WELLS

LOCATION MANAGER GRAHAM FORD

PRODUCTION ACCOUNTANT JOHN TREHY

SPECIAL EFFECTS GRAHAM LONGHURST

SECOND ASSISTANT DIRECTOR GERRY GAVIGAN

ASSISTANT EDITOR PATRICK MOORE

PRODUCTION SECRETARY LORETTA ORDEWER

RESEARCH RANDY AUERBACH

TRANSPORTATION BRIAN HATHAWAY

THIS HAS BEEN BASED UPON THE TRUE LIFE STORY OF JOHN MERRICK, KNOWN AS THE ELEPHANT MAN, AND NOT UPON THE BROADWAY PLAY OF THE SAME TITLE OR ANY OTHER FICTIONAL ACCOUNT.

Anthony Hopkins .... Dr. Frederick Treves

John Hurt .... John Merrick

Anne Bancroft .... Mrs. Kendal

John Gielgud .... Carr Gomm

Wendy Hiller .... Mothershead

Freddie Jones .... Bytes

Michael Elphick .... Night Porter

Hannah Gordon .... Mrs. Treves

Helen Ryan .... Princess Alex

John Standing .... Fox

Dexter Fletcher .... Bytes's Boy

Lesley Dunlop .... Nora

Phoebe Nicholls .... Merrick's Mother

Pat Gorman .... Fairground Bobby

Claire Davenport .... Fat Lady

Orla Pederson .... Skeleton Man

Patsy Smart .... Distraught Woman

Frederick Treves .... Alderman

Stromboli .... Fire Eater

Richard Hunter .... Hodges

James Cormack .... Pierce

Robert Bush .... Messenger

Roy Evans .... Cabman

Joan Rhodes .... Cook

Nula Conwell .... Nurse Kathleen

Tony London .... Young Porter

Alfie Curtis .... Milkman

Bernadette Milnes .... 1st Fighting Woman

Brenda Kempner .... 2nd Fighting Woman

Carol Harrison .... Tart

Hugh Manning .... Broadneck

Dennis Burgess .... 1st Committee Man

Fanny Carby .... Mrs. Kendal's Dresser

Morgan Sheppard .... Man in Pub

Kathleen Byron .... Lady Waddington

Gerald Case .... Lord Waddington

David Ryall .... Man with Whores

Deirdre Costello .... 1st Whore

Pauline Quirke .... 2nd Whore

Kenny Baker .... Plumed Dwarf

Chris Greener .... Giant

Marcus Powell .... Midget

Gilda Cohen .... Midget

Lisa Scoble .... Siamese Twin

Teri Scoble .... Siamese Twin

Eiji Kusuhara .... Japanese Bleeder

Robert Day .... Little Jim

Patricia Hodge .... Screaming Mum

Tommy Wright .... First Bobby

Peter Davidson .... Second Bobby

John Rapley .... King in Panto

Hugh Spight .... Puss in Panto

Teresa Codling .... Princess in Panto

Marion Betzold .... Principal Boy

Caroline Haigh .... Tree

Florenzio Morgado .... Tree

Victor Kravchenko .... Lion/Coachman

Beryl Hicks .... Fairy

Michele Amas .... Horse

Lucie Alford .... Horse

Penny Wright .... Horse

Janie Kells .... Horse

Lydia Lisle .... Merrick's Mother

FILMED IN PANAVISION

PROCESSED BY RANK FILM LABORATORIES

RE-RECORDED AT DELTA SOUND DEVICES LIMITED

RECORDED IN DOLBY-STEREO

MOTION PICTURES ASSOCIATION OF AMERICA

MADE AT

LEE INTERNATIONAL FILM STUDIOS

WEMBLEY, MIDDLESEX, ENGLAND

© BROOKSFILMS LIMITED ALL RIGHTS RESERVED

SYNOPSIS

Droomsequens : de geboorte van John Merrick en wat voorafging. Z’n moeder wordt vertrappeld door een olifant. Babygehuil.

East End-Londen, eind negentiende eeuw. Jaarmarkt en kermis. Frederick Treves, jong ambitieus chirurg ziet hoe de freakshow rond the elephant man van Norman Bytes door een wethouder gesloten wordt.

Terwijl hij aan het opereren is komt een jongetje hem zeggen dat hij ‘het’ gevonden heeft. Treves gaat opnieuw naar Bytes en wil hem betalen voor een privé-voorstelling die hij uiteindelijk krijgt. Voor het eerst krijgt hij (niet de kijker) The elephant man te zien en spreekt met Bytes af om hem in het hospitaal te onderzoeken.

The elephant man wordt binnengebracht in het hospitaal en Treves neemt hem mee naar z’n praktijk. Voor een eerste keer onderzoekt hij hem.

In een lezing voor The Pathological Society toont Treves the elephant man aan zijn artsen-collega’s. Hij geeft een exposé rond diens afkomst en misvormingen en zegt ook waarom hij the elephant man genoemd wordt. Nog steeds heeft de kijker the elephant man niet gezien. Hij is verborgen achter een scherm zodat we enkel de contouren kunnen zien. Treves krijgt een applaus voor z’n exposé.

Na hem gedetailleerd onderzocht te hebben (niet te zien in de film) stuurt Treves the elephant man in een koets terug naar Bytes en z’n freakshow. Op de bovenverdieping kijlken hij en collega Fox toe hoe hij een koets instapt. Treves hoopt luidop dat the elephant man een imbeciel is : "I pray to God he’s an idiot."

De "eigenaar" van the elephant man, Bytes, slaat the elephant man in een dronken bui. Bytes’ hulpje gaat hulp halen bij Treves, die the elephant man terug meeneemt naar het hospitaal. In het geheim brengt hij hem onder in een zolderkamer die als isoleerkamer dient. De ziekenhuisdirecteur, Carr Gomm krijgt er lucht van en waarschuwt Treves dat ongeneeslijk zieken eigenlijk niet worden toegelaten in het hospitaal. Ondertussen krijgt een zuster (en voor het eerst de kijker) the elephant man te zien.

In de eerste nacht van z’n verblijf in het hospitaal krijgt the elephant man onverwachts bezoek van de nachtwaker, die hem pest.

‘s Anderendaags. De hoofdzuster, Mrs. Mothershead uit haar twijfels rond het verblijf van the elephant man. Treves maakt zich kwaad tegen the elephant man maar slaagt er toch in om met hem te communiceren. Ondertussen is Bytes in het hospitaal op zoek gegaan naar "zijn" man. Wanneer Treves Gomms kantoor verlaat ziet hij hem en tikt hem op de vingers. Op zijn beurt beschuldigt Bytes Treves van exploitatie. Gomm komt tussenbeide en Bytes druipt woedend af.

Na een bezoek aan the elephant man en een zogezegd geënsceneerd toneeltje beslist Carr Gomm aanvankelijk dat Merrick niet kan blijven, maar wanneer blijkt dat the elephant man de bijbel door en door kent (hij dreunt een psalm op) beslist Gomm dat hij toch mag blijven. The elephant man was gewoon bang om te spreken.

Ondertussen wordt het nieuws rond the elephant man en zijn verblijf verspreid via de kranten. Ook de actrice Madge Kendal leest erover en zou "this gentleman" graag ontmoeten. De nachtwaker wil geld uit de zaak slaan en beslist om groepen tot bij the elephant man te brengen voor een kleine bijdrage.

Treves nodigt John Merrick thuis uit voor thee. Z’n echtgenote en ook Merrick zelf geraken danig door deze ontmoeting ontroerd.

Op een dag komt Mrs. Kendal Merrick bezoeken. Ze heeft een gesigneerd portret van zichzelf en ook een exemplaar van Romeo and Juliet mee. Merrick toont het schaalmodel van de Saint-Philips-kathedraal dat hij aan het bouwen is en stelt vragen over het theater. Samen lezen ze uit Romeo and Juliet. Voor Mrs. Kendal weggaat geeft ze Merrick een kus.

Het wordt hip in Londense societykringen om bij Merrick op bezoek te gaan. Treves wordt daarvoor op de vingers getikt door de hoofdzuster.

Merrick droomt. We krijgen dezelfde geluiden als in de eerste droomsequens te horen.

Terzelfdertijd uit Treves tegen z’n vrouw z’n twijfels over de gang van zaken. Hij vergelijkt zichzelf met Mr. Bytes en vreest dat hij net als hem Merrick aan het uitbuiten is – alleen op een andere manier.

Op de vergadering van de ziekenhuisraad neemt Broadneck het woord. Hij wil Merrick weg uit het hospitaal. Net op dat moment komt Alexandra, de prinses van Wales binnen. Ze heeft een brief bij waarin Queen Victoria het ziekenhuis looft omdat het zorgt voor the elephant man. De ziekenhuisdirectie stemt dan maar om Merrick permanent in het hospitaal op te nemen. Carr Gomm schrijft een brief naar The London Times om de lezers te mobiliseren geld te schenken om Merricks verblijf te bekostigen. Merrick krijgt een toiletset cadeau.

De nachtwaker organiseert weer een bezoek aan the elephant man, die ondertussen is ondergebracht in twee kamers in Bedstead Square, vlakbij het hospitaal. Ook Bytes is van de partij ; Merrick wordt mishandeld en Bytes ontvoert hem daarna naar België.

Bytes’ voorstelling in België is een flop. The elephant man is uitgeput, wordt opnieuw door Bytes mishandeld en de andere freaks zetten hem terug op de boot naar Engeland. In het station wordt the elephant man gepest door jongetjes. Hij probeert te vluchten, loopt een meisje omver en wordt in het nauw gedreven door de massa. Wanneer ze de kap van z’n hoofd trekken roept hij "I am not an animal" en stort in elkaar. Twee bobby’s brengen hem terug naar het hospitaal.

Samen met prinses Alexandra, enkele zusters en Treves woont hij een pantomime-voorstelling in het Drury Lane Theatre bij. Op het einde van de voorstelling komt Mrs. Kendal op de bühne. Ze draagt de voorstelling op aan Merrick en het theaterpubliek geeft hem een staande ovatie.

Terug in Merricks kamer. Merrick bedankt Treves voor de schitterende avond, ze wensen elkaar goedenacht en wanneer z’n vriend Treves de kamer verlaten heeft signeert Merrick z’n kathedraal (die af is). Hij gaat naar z’n bed, gooit z’n kussens op de grond, kijkt nog een keer naar het portret van z’n moeder en legt zich neer om te sterven.

DECOUPAGE in sequenties

Proloog : Droomsequens. De geboorte van John Merrick. Ogen en mond, portret van de moeder van the EM, olifanten, olifant slaat moeder in de nek met z’n slurf, de moeder valt op de grond, de olifant trompetteert, de moeder ligt op de grond en rolt met haar hoofd, de olifant schudt met z’n oren, rook en babygehuil.

Sequentie 1 : Treeves op een Londense kermis. Ziet hoe show van the EM wordt gesloten. Is geïnteresseerd in the EM en wil hem zien.

Sequentie 2 Treeves opereert een arbeider na een werkongeval (zwaar toegetakeld door een machine) en mijmert over machines : «We see a lot more of these machine accidents…Abominable things, these machines…you can’t reason with them. » Schroeit z’n wonden dicht. Het helpertje van Bytes komt hem halen.

Treves gaat op zoek naar the EM in een wirwar van donkere steegjes.

Sequentie 3 Treeves ontmoet Bytes die hem bij the EM brengt. Met veel moeite slaagt Treves erin Bytes te overhalen om the EM te tonen. Bytes voert uiteindelijk z’n nummertje op en toont the EM. Bij zien van EM raakt Treves hevig ontroerd en pinkt een traan weg. Hij spreekt af met Bytes om the EM naar het hospitaal te brengen.

Sequentie 4 Een koetsier brengt the EM (die een kap over z’n hoofd draagt) de hal van het London Hospital binnen. Naar de reacties van de aanwezigen te zien en te horen stinkt the EM enorm. Bij de balie geeft de koetsier the EM bij de hoofdzuster aan. Net op dat moment komt Treves langs, die the EM verwachtte. Hij neemt the EM mee.

Sequentie 5 Treves stelt zich voor, en zegt dat hij the EM graag zou onderzoeken. Hij probeert een gesprek te voeren met the EM en stelt constant vragen. Onverwacht klopt collega Fox op de deur en gaat zonder wachten binnen. Fox schrikt als hij the EM ziet (hoewel hij nog steeds gemaskerd is) en verontschuldigt zich voor het storen. Treves vraagt Fox uitdrukkelijk om over de vreemde bezoeker te zwijgen ; op de volgende bijeenkomst van The Pathological Society zal alles wel duidelijk worden. EM is opgejaagd en bang en is niet in staat om te spreken – hij ademt zwaar en brengt alleen wat rochelende geluiden voort. Treves stelt voor om het onderzoek te beginnen en vraagt the EM om z’n hoed af te nemen en niet bang te zijn .

Sequentie 6 Namidag, bijeenkomst van de Pathological Society. Treves stelt the EM voor aan z’n collega’s en geeft een uitgebreide inventaris van diens misvormingen The EM is naakt maar nog steeds verborgen achter een scherm. Na afloop krijgt Treves een applaus.

Sequentie 7 EM stapt in koets. Treves en collega Fox kijken toe vanachter een raam. Gomm informeert naar de mentale staat van the EM. Treves antwoordt dat the EM een imbeciel is en voegt eraan toe : " I pray to God he’s an idiot ."

Sequentie 8 EM keert naar Bytes terug. Die is stomdronken en mishandelt hem. Bytes’ hulpje neemt het voor EM op.

Sequentie 9 Bytes’ hulpje gaat Treves halen. Wanneer die bij EM en Bytes aankomt liegt deze laatste Treves voor dat the EM gevallen is. Treeves twijfelt en zegt dat hij wel zwaar moet gevallen zijn en vraagt zich ook luidop af waarom the EM rechtop zit, terwijl hij toch rust nodig heeft. Bytes zegt dat dat moet, want als hij zich neerlegt zal z’n zware hoofd hem doen stikken. Treves wil the EM naar het hospitaal brengen. Bytes weigert want the EM is zijn bron van inkomsten. Hij noemt zichzelf en the EM ook ‘business partners’, en voegt er samenzweerderig aan toe : "he ‘s the greatest freak in the world". Treves heeft daar geen oren naar en wil hem toch naar het hospitaal brengen. "I move in the proper circles for this type of thing. In fact – anything at all, if you take my meaning." Treves vertrekt.

Sequentie 10 London Hospital : Een zuster en Carr Gomm zien Treves en EM de trappen opgaan. Treves leidt EM naar de zolderkamer die dienst doet als isoleercel. Een klok (die van Saint-Philips) slaat één keer. Treves haalt een bord havermoutpap in de hospitaalkeuken en wordt tegengehouden door Gomm, die niet kan geloven en ook niet wil dat hij hetzelfde ontbijt als de patiënten in het hospitaal neemt. Hij roept een zuster en draagt haar op om het bord naar de ‘patiënt in de isoleercel’ te brengen. Treves zegt haar niet bang te zijn. Gomm leest Treves de les omdat hij zo geheimzinnig doet over de nieuwe patiënt en de geruchtenmolen begint te draaien. Als de patiënt ongeneeslijk is kan hij ook onmogelijk in het hospitaal blijven. Treves weerlegt dat door te stellen dat deze zaak zeer uitzonderlijk is. Gomm vraagt waarom hij de patiënt dan niet elders onderbrengt – Treves stelt voor om hem te ontmoeten. De zuster gaat ondertussen met het ontbijt de kamer van the EM in. Ze schrikt en begint te schreeuwen. Ook the EM is geschrokken. Voor het eerst krijgt de kijker hem volledig te zien. Treves snelt toe en verontschuldigt zich tegenover de verpleegster. Hij vraagt haar om Mrs Mothershead te roepen. Daarna verontschuldigt hij zich ook tegenover the EM en belooft hem een nieuw ontbijt. Hij stelt the EM gerust dat hij daar een goed verblijf zal hebben.

Sequentie 11 Nacht.. beelden uit de slaapzaal in het hospitaal. The EM wordt gewekt door kerkklokken en haalt het portret van z’n moeder uit. De nachtwaker dwaalt door de hospitaalgangen. Hij valt bij the EM binnen en pest hem ; hij biedt hem alcohol aan, betast z'n hoofd en daagt hem uit.

Sequentie 12 Twee vechtende vrouwen en veel kabaal in de hal van het ziekenhuis. Bytes komt er ook binnen. Ondertussen vindt Treves the EM op de grond in z’n kamer. Samen met de hoofdzuster helpt hij hem terug in bed. Ondertussen uit de zuster haar ongenoegen over de situatie van the EM, ze zegt Treves ook dat Gomm hem wil spreken. Bytes gaat in het hospitaal op zoek naar the EM.

Sequentie 13 Treves maakt zich kwaad op the EM omwille van z’n stilzwijgen : " I can’t help you unless you help me. " Hij slaagt er wel voor het eerst in om met EM te communiceren door hem " yes " en «"Hello, my name is John Merrick " te laten zeggen.

Sequentie 14 Treves loopt Bytes tegen het lijf op de trap. Bytes eist the EM terug : "I want my man back." en maakt zich kwaad Treeves weigert (" All you do is profit from another man’s misery") en wordt op zijn beurt door Bytes beschuldigd van exploitatie : "You think you’re better than me ? You wanted the freak to show to those doctor-gentlemen of yours to make a name of yourself." De ruzie laait hoog op maar Gomm komt tussenbeide en Bytes druipt af.

Gomm en Treves spreken af om the EM ‘s anderendaags te bezoeken.

Sequentie 15 ‘s Anderendaags ‘s ochtends. Treves leert the EM een psalm en ook hoe hij zich moet voorstellen aan Gomm. Treves bereidt ook Gomm voor op de ontmoeting : "He’s so anxious to make a good impression on you that he might seem a little nervous."

Treves en Gomm gaan bij the EM binnen. Treves stelt ze aan mekaar voor en Gomm begint vragen te stellen. The EM antwoordt aanvankelijk behoorlijk maar wanneer Gomm vraagt hoelang ze aan dit gesprek hadden voorbereid slaat the EM door. Gomm wenst hem het allerbeste, hij vertrekt met Treves en zegt hem dat het duidelijk was dat the EM dingen vertelde die Treves hem had aangeleerd en dat het beter zou zijn om hem elders onder te brengen. Ondertussen is the EM echter de rest van de psalm beginnen opdreunen – een deel dat Treves hem niet geleerd had. Treves heeft dit gehoord en roept Gomm terug. Ze gaan beiden terug naar the EM, die nog steeds aan het declameren is. Treves vraagt hoe het komt dat the EM ook de rest van psalm 23 kent. The EM antwoordt dat hij vroeger dagelijks de Bijbel las en hem goed kent. Gomm vraagt Treves om naar z’n kantoor te komen. Gomm neemt voor de tweede keer afscheid van Merrick en zegt dat hij hoopt dat ze elkaar nog eens zullen ontmoeten.

Treves vraagt aan the EM waarom hij hem nooit verteld had waarom hij niet kon lezen. The EM antwoordt dat hij bang was om te spreken en vraagt om het hem te vergeven.

Gesprek Treeves-Gomm. "Can you imagine the kind of life he must have had ?" Deze laatste heeft blijkbaar beslist dat Merrick mag blijven.

Sequentie 16 Madge Kendal, een bekende vaudeville-actrice, leest een krantenartikel voor over the EM en besluit : "I should very much like to meet this gentleman".

Sequentie 17 In een pub, drinkebroers zingen dronkemansliederen en de nachtwaker leest op zijn beurt een brief aan de London Times voor van ‘the governor of the hospital’, over the EM. Iedereen wil hem zien en hij zegt dat ze the EM de dag erop gaan verhuizen naar Bedstead Square, "right into my lap." Tegen betaling zullen ze dan mogen komen kijken.

‘s Nachts valt hij met een nietsvermoedende prostituée Merricks kamer binnen en toont hem. De prostituée schreeuwt.

Sequentie 18 Beelden van rokende schoorstenen en industrie.

Sequentie 19 De hoofdzuster bereidt de andere zusters-vrijwilligsters voor op de verhuis van EM naar een nieuwe kamer. Ze vraagt expliciet om onder geen beding spiegels toe te laten in Merricks kamer. Merrick heeft een nieuw pak gekregen. Treves komt binnen en vraagt of hij klaar is voor de thee.

Sequentie 20 Op bezoek bij Treves en ontmoeting EM – Anne Treves. Merrick geraakt hevig ontroerd. Wanneer Treves vraagt wat er scheelt antwoordt hij snikkend "It’s just that I’m not used to being treated so well by a beautiful woman." Anne stelt voor om thee te drinken. Merrick bewondert Treves’ huis en familieportretten. Hij is ook zeer geïnteresseerd in hun kinderen en vraagt ernaar. Merrick vraagt of ze z’n moeder niet willen zien. Hij toont haar portret, Anne zegt dat z’n moeder een mooie vrouw is en hij antwoordt : "she has the face of an angel." Hij zegt er ook bij dat hij een grote teleurstelling voor haart moet geweest zijn. Anne antwoordt : "No son as loving as you could ever be a disappointment". Merrick droomt luidop dat z’n moeder hem nu met z’n vrienden zou moeten bezig zien, met z’n goede vrienden ; misschien zou ze dan wel van hem houden zoals hij is. "I tried so hard to be good" zegt hij er nog bij. Op dat moment barst ook Mrs. Treves in snikken uit.

Sequentie 21 John Merrick steelt stukjes papier en karton uit de gang van het hospitaal. Op z’n kamer vraagt een verpleegster wat hij aan het doen is. Merrick is een maquette aan het bouwen van de kathedraal van St-Philips. D everpleegster bewondert z’n werk.Merrick ziet een tekening van een slapend jongetje en droom er luidop van om ooit ook eens zo te kunnen slapen – « I wish I could sleep – like normal people. » Hij vraagt aan Treves of hij hem kan genezen :

(Merrick) : « Mr. Treves »

(Treves) : « Yes »

(Merrick) : « There’s somethig that I’ve been willing to ask you for some time now . »

(Treves) : « What’s that ? »

(Merrick) : « Can you cure me ? »

(Treves) : « No. No – we can care for you but we can’t cure you. No »

(Merrick) : « I thought not. »

Sequentie 22 Treves introduceert Mrs Kendal, "one of the bright lights of the English stage". Kendal geeft Merrick een gesigneerde foto, en zegt erbij dat ze dat niet aan iedereen geeft. Merrick is ontroerd en zegt dat hij het portret op een ereplaats zal zetten, naast z’n moeder. Kendall zegt dat z’n moeder zeer mooi is. Hij toont zijn kathedraal en zegt "Only I have to rely on my imagination for what you cannot see." Merrick vraagt of ze in het theater woont en zegt dat het een schitterende plaats moet zijn om te werken en vraagt of het daar mooi is. Blijkbaar heeft Merrick nog nooit een theater gezien. Kendal zegt dat het theater de mooiste plek op aarde is, en voegt eraan toe : "the theatre is…romance". Mijmerend herhaalt Merrick "Romance…oh yes…" Kendal geeft hem een boek. Het blijkt Shakespeares Romeo and Juliet te zijn. Merrick begint eruit voor te lezen en Kendal valt in. Voor ze weggaat zegt Kendal "Oh Mr. Merrick, you’re not an elephant man at all…you’re Romeo" en geeft hem een kus.

Romeo and Juliet, Act I Scene V, 93-110

Rom. [To JULIET.] If I profane with my unworthiest hand

This holy shrine, the gentle sin is this;

My lips, two blushing pilgrims, ready stand

To smooth that rough touch with a tender kiss. 96

Jul. Good pilgrim, you do wrong your hand too much,

Which mannerly devotion shows in this;

For saints have hands that pilgrims’ hands do touch,

And palm to palm is holy palmers’ kiss. 100

[Rom. Have not saints lips, and holy palmers too?

Jul. Ay, pilgrim, lips that they must use in prayer.]

Rom. O! then, dear saint, let lips do what hands do;

They pray, grant thou, lest faith turn to despair. 104

Jul. Saints do not move, though grant for prayers’ sake.

Rom. Then move not, while my prayers’ effect I take.

Thus from my lips, by thine, my sin is purg’d. [Kissing her]

Jul. Then have my lips the sin that they have took. 108

Rom. Sin from my lips? O trespass sweetly urg’d!

Give me my sin again.

Sequentie 23 Een zuster leest voor over Kendals bezoek aan EM in de krant. Het wordt hip binnen societykringen om EM te bezoeken ; zo zien we hoe Merrick een societykoppel ontvangt voor de thee en hen bedankt voor de "dashy" wandelstok die hij van hen heeft gekregen. De vrouw is duidelijk verschrikt maar Merrick merkt het niet en zegt dat hij het raam kan dichtdoen als ze het koud heeft. Hij spreekt ook vrijuit over de reactie van de mensen tegenover hem : "people are frightened for what they don’t understand" en zegt weer hoe mooi z’n moeder wel was. Treves wordt op de vingers getikt door de hoofdzuster. Ze begrijpt niet waarom hij zulke societymensen toelaat bij Merrick. Volgens Treves geniet Merrick daarvan en is het goed voor hem. De zuster antwoordt dat ze niet geven voor Merrick maar alleen hun vrienden willen overtreffen en dat hij keer op keer alleen maar wordt aangestaard.

"If loving kindness can be called care and practical concern, than I did show him loving kindness and I’m not ashamed to admit it."

Sequentie 24 De nachtwaker valt opnieuw Merrick lastig van achter een venster waarin Merrick z’n spiegelbeeld te zien is. The EM slaapt, de camera glijdt door de kamer tot bij z’n kap en duikt in het gat. Merrick heeft een nachtmerrie. Beelden van buizen, moeder en olifant, arbeiders aan een machine, rook, een draaiend wiel en zwetende figren, het pesten door Merricks werkmakkers door hem een spiegel voor te houden, mond, oog en slurf van een olifant, stampende laarzen, drijvende wolken.

Sequentie 25 Gesprek tussen Treves en zijn vrouw. Treves vraagt zich af of ook hij niet –net als Bytes- Merrick exploiteert voor zijn eigen succes.

Sequentie 26 Vergadering van de ziekenhuisdirectie over het al of niet permanent opnemen van Merrick. De oppositie (Mr. Broadneck in het bijzonder) heeft geen wederwoord meer als prinses Alexandra Merrick komt bezoeken met een brief van koningin Victoria. Merrick mag blijven en krijgt een toiletset cadeau.

Sequentie 27 Merrick maakt zich op als een echte gentleman-dandy en wandelt de kamer rond met een wandelstok. Hij doet alsof hij zich voorstelt aan het portret van Mrs. Kendal. Tegelijkertijd organiseert de nachtwaker in de kroeg een groepsbezoek aan Merrick. Bytes is ook van de partij. Met een bende vallen ze Merricks kamer binnen, ze sleuren hem rond, dwingen hem een prostituée te kussen, houden hem een spiegel voor, vernielen zijn kerk en overgieten hem met sterke drank. Een jongen slaat alles met afschuw gade. De feestvierders laten Merrick achter. De nachtwaker vertrekt als laatste en geeft Merrick wat kleingeld : "Buy yourself a sweet."

Sequentie 28 Treves vindt de verwoeste kamer en kathedraal. John Merrick is verdwenen (Bytes heeft hem meegenomen). De jongen die getuige was van Merricks mishandeling vertelt wat er gebeurd is. Treves interpelleert de nachtwaker. Het komt tot een slaande ruzie tussen de twee. De nachtwaker beschuldigt Treves op zijn beurt van exploitatie en het komt bijna tot een gevecht. Treves wil de nachtwaker op staande voet ontslagen, maar hij antwoordt dat dit enkel door Mrs. Mothershead kan gebeuren . Net op dat moment komt ze de kamer binnen en slaat de nachtwaker op het hoofd. Hij valt bewusteloos neer. Voor de tweede keer zien we Treves op zoek gaan naar Merrick in het pand waar hij hem voor het eerst zag. Ondertussen horen we ook de woorden van steun die Carr Gomm hem in voice-over bemoedigende woorden toespreekt. Blijkbaar is Bytes met zijn freakshow uit Londen verdwenen.

Sequentie 29 Bytes en zijn freakshow in België : Bytes voert zijn zelfde show in het Frans op. The EM is uitgeput en zijgt neer op het podium. Bytes’ show was een flop : een toeschouwer spuwt naar de opvoering en Bytes port met z’n stok in the Ems ribben. Er zit niks anders op dan z’n tent te sluiten.

Sequentie 30 De staanplaats van de freakshow-woonwagens, avond. Enkele freaks zijn nog aanwezig. ook Bytes. Hij zit stomdronken bij een vuur, razend. Hij roept naar Merrick, en stopt hem uiteindelijk in een apenkooi en gooit de weinige bezittingen die the EM nog heeft uit de woonwagen. Protest van z’n hulpje die het voor the EM wil opnemen haalt niks uit. De andere freaks beslissen om Merrick te bevrijden en hem terug naar Engeland te sturen.

Sequentie 31 Merricks terugkeer naar Engeland. Vermomd scheept hij in op een boot naar Engeland. De freaks nemen afscheid van hem. Merrick wordt door de medepassagiers aangestaard. Shots van een stoomboot en stoomtrein.

Sequentie 32 Londen, Liverpool Street Station. Bij aankomst wordt Merrick gepest en achtervolgd door jongetjes die hem blijven vragen waarom z’n hoofd zo groot is. Ze schieten ook met proppen. The EM loopt sneller en sneller maar loopt plots een meisje omver. De menigte drijft hem in het nauw in de wachtzaal en trekt de kap van z’n hoofd. The EM vlucht maar kan niet verder wanneer hij eenmaal bij de urinoirs is beland. In het nauw gedreven brult hij ontroerd : "I am not an elephant. I am not an animal. I am a human being ! I am a man" en zakt daarna in elkaar.

Twee bobby’s snellen ter hulp en brengen Merrick terug naar het ziekenhuis, waar hij in Treves armen flauwvalt.

Sequentie 33 De hoofdzuster en Nora maken elkaar op. Nora kreeg een jurk van Mrs. Kendal. Treves helpt Merrick zich opmaken. Treves excuseert zich voor wat Merrick is overrkomen. Merrick noemt Treves zijn vriend.

Sequentie 34 Merrick, Treves en enkele zusters in het theater. Merrick kijkt door een toneelkijker en geniet met volle teugen van het pantomimespel. Op het einde stelt actrice Kendal (die een rol had in het stuk) Merrick aan het Londense theaterpubliek voor dat hem een staande ovatie geeft. Treves zegt Merrick dat hij moet rechtstaan.

Sequentie 35 Merrick praat met Treeves na over de voorstelling en is nog steeds onder de indruk van de voorstelling. Treeves wenst hem welterusten. Merrick signeert zijn kathedraal die nu af is. Hij gooit zijn kussens van het bed en gaat neerliggen zoals hij altijd al had willen doen : om te slapen als iedereen. Merrick sterft, de camera zweeft weg over z’n portretten en kathedraal.

Epiloog : Droomsequens : Madge Kendals stem in de ruimte : "Nothing will ever die…". Rook en licht. Het gezicht van de moeder van the EM

FILMOGRAFIE David Lynch

Six Figures Getting Sick (1966)

The Alphabet, The (1968)

The Grandmother (1970)

Eraserhead (1977)

The Elephant Man (1980)

Dune (1984)

Blue Velvet (1986)

Wild at Heart (1990)

Twin Peaks: Fire Walk with Me (1992)

Lost Highway (1997)

The Straight Story (1999)

Mulholland Drive (2001)

 

BIBLIOGRAFIE

 

Algemeen

Bordwell, D. en K. Thompson. Film Art. An introduction. 1986, New York: Alfred A. Knopf.

Duynslaegher, P. Blik op Zeven. Flash back op 100 jaar Film. 1995, Roeselare: Roularta.

Hesling, W. Audiovisuele Communicatie. Leuven, 2001

Katz, Ephraim. The Film Encyclopedia. 1994, New York: Harper Perennial.

Peters, J.M. Pictorial Signs and the Language of Film, 1981, Amsterdam: Rodopi.

Thomas, N. (ed.). International Dictionary of Films and Filmmakers. 1997-, Michigan: St. James press Detroit. (delen Directors en Writers and Production Artisits).

 

On-line filmbronnen

http://www.allmovie.com

http://www.filethirteen.com

http://www.film.com

http://www.filmmakers.com

http://www.imdb.com

 

The Elephant Man/David Lynch

Daney, S. en C. Tesson, "Entretien avec David Lynch" in: Cahiers du Cinéma, april 1981, vol. 322, p. 25-31.

Daney, S., "Le monstre a peur" in: Cahiers du Cinéma, april 1981, vol. 322, p. 33.

"Das Opfer als Kinoheld. David Lynchs Film Der Elefantenmensch" in: Frankfurter Allgemeine Zeitung, 14.02.1981.

Holthoff, M., "The Elephant Man" in: Andere Sinema, (1981), nr. 25, p. 26-27.

Howell, Michael en P. Ford True History of the Elephant Man, 1979, London; Penguin.

Michiels, D., "The Elephant Man" in: Film en Televisie, (1980), 283, p. 4-5.

Orgelt, Chris, Een exploratie van het bizarre, het schokkende en het surreële: de filmtaal van David Lynch. 1989, Leuven: s.n.

Tesson, C., "The Straight Story. Capter la Couleur - par Freddie Francis" in: Cahiers du Cinéma, november 1999, vol. 540, p. 56-59.

"The Elephant Man" in: Skoop, (1981), nr. 5, p. 42-43.

"The Elephant Man" in: Film & Televisie, (1980), nr. 283, p. 4-5.

"The Elephant Man" in: La Révue du Cinéma, april 1981, nr. 360, p. 23-24.

 

On-line kritieken en essays

Arnold, Darren: "Fire Walking Down a Lost Highway: The Work of David Lynch".

http://www.artthought.com/arnold3.htm

Bennet, Thom, "Film Scout Profiles: David Lynch".

http://www.filmscouts.com/scripts/profile.cfm?File=dav-lyn

"Director Profile: David Lynch"

http://www.film-makers.com/profiles/lynch.html

Falk, Quentin "Anthony Hopkins. Too good to waste"

(fragmenten op) http://www.davidlynch.de/hopkins.html

Hartmann, Mike: "The Elephant Man. The mind's the standard of the man". http://www.geocities.com/~mikehartmann/elephantman/

Holladay, William E. en Stephen Watt: "Viewing the Elephant Man". http://www.geocities.com/Hollywood/Set/3305/eleb3.htm

Imber, David G.: "David Lynch: Mainstream Subterranean".

http://www.maniform.com/prolix/lynch.htm

Kte'pi, Bill: "There's Always Music In The Air. The Aural Aessthetics of David Lynch".

http://ktepi.freeservers.com/lynch.html

Lodger, D: "The Elephant Man (1980)".

http://www.filethirteen.com/reviews/elephantman/elephantman.htm

Pearson, Matt: "Authorship and the Films of David Lynch. The Elephant Man and Dune".

http://www.zenbullets.co.uk/lynch/chap2.html

Pym, J, "I pray to god he’s an idiot" in: Sight and Sound, (1980), Vol. 50 nr. 1, p. 64-65. (on-line op http://www.geocities.com/~mikehartmann/elephantman/emreview.html).

"The Elephant House"

http://www.elephant-house.fsnet.co.uk

 

© Willem Van den Daele, willem.vdd@mail.be 05.2001