Voorstanders van de zogenaamde 'vrije opvoeding' zien de hond als een gelijke van de mens en behandelen hem dan ook zo. Auteur van hondenboeken Günther Bloch zegt : "Helemaal fout ! Een enigszins autoritaire opvoeding is niet weg te denken en blijft de enige manier om de hond iets bij te brengen."

Aandachtig luistert de groep naar de voordracht : "Zo lang het ons niet lukt de wereld uit het perspectief van een hond, kat of welk dier dan ook te zien, zullen we niet weten hoe we succesvol en zonder teveel verlies van tijd dieren kunnen benaderen." Sonja Doll-Sonderegger wil de aanwezigen zich in het bijzonder laten verplaatsen in het gedrag van een hond. Om ze daarvoor gevoeliger te maken heeft ze op de 1e dag van haar seminar een indrukwekkend pleidooi voor wolven gehouden.

"Wie hun vaardigheden en hun roedelgedrag kent, zal met een consequente opvoeding van zijn hond geen problemen hebben."
De zintuigen van de wolf zijn er op gericht om in een harde wereld te overleven en de roedel tegen gevaar te beschermen. Dit
instinct bezitten in meer of mindere mate ook de verschillende hondenrassen. Ze leven in hun familie van mensen en zien deze als
hun roedel. Zijn bereidheid om zich aan de menselijke dagelijkse gang van zaken aan te passen, maakt dat we de hond als een volwaardig
gezinslid zien.
De socialisering van honden begint al als het nog kleine pups zijn. Een belangrijke fase zit tussen de 3e en de 8e levensweek
van de pup. Hier ontwikkelt het dier de drang om te vluchten maar ook om te socialiseren.

Pups kunnen door veel verschillende contacten met verschillende mensen snel leren vertrouwen te hebben in ons. Wolvenpups leren
in deze periode juist zo hard mogelijk weg te rennen als zij hun grootste vijand - de mens - tegenkomen.
Vanaf de 8e levensweek worden jonge honden van hun familie gescheiden en komen ze in een nieuwe omgeving terecht. Vanaf dit moment
zou eigenlijk alleen het opvoedingswerk van een goede baas de hoofdmoot moeten zijn van het leven van de pup. Het belangrijkste
punt van het leerproces wat nu namelijk volgt, behalve een vrolijk samenzijn natuurlijk, is het behoedzaam maar nadrukkelijk vastleggen
van de rangorde. De pups zijn dan wel enthousiast en druk, naarmate ze ouder worden leren ze steeds beter welk gedrag ongewenst
is.
Uiteindelijk volgt de eigenlijke opvoeding van de hond. Hier hebben zich 2 kampen ontwikkeld : het anti-autoritaire en het autoritaire
kamp, waarbij de laatste groep ook weer in 2 groepen met verschillende 'hardheid' in maatregelen ingedeeld moet worden. De ervaren
hondenkenner Günther Bloch vindt geen van de beiden extremen goed. "Harde baasjes geven de hond alleen de onzekerheid en gevoelloosheid
van zichzelf mee. De te zachte baasjes leggen hun honden echter weer niet de broodnodige grenzen op." Mens en hond begrijpen
elkaar over het algemeen goed want beiden zijn immers zowel op vrijheid als ook liefkozingen uit. Daarbij proberen honden altijd de goede
momenten voor zekere acties en reacties te prikken. Daarvoor houden ze hun baasje nauwlettend in de gaten - wat ons omgekeerd
ook niet zou schaden overigens.
Honden zien zelfs piepkleine veranderingen in ons gedrag en proberen deze te verklaren. Omdat onze waarnemingsmogelijkheden
op dit gebied ver achter blijven bij die van de hond, zijn er vaak misverstanden. Zo zijn onze viervoeters in staat om geluiden
van een 4 maal zo grote afstand te horen. Daardoor herkennen ze gevaren veel eerder dan wij en kunnen ze ons daarvoor tijdelijk
behoeden zonder dat wij ons maar van iets bewust zijn.
Nog veel indrukwekkender is de neus van de hond. De lichaamsgeur van een mens vertelt de hond zelfs of hij met een vriend of
vijand te maken heeft.
Om honden echt te begrijpen moeten we niet langer onze honden trachten te 'vermenselijken' maar harder proberen om onszelf
te 'verhonden'.