Nader bekeken

Extra aandacht voor de vacht

De dagen zijn al weer een stuk langer geworden en het voorjaar dient zich aan. Dat houdt onder meer in dat onze honden zich beginnen op te maken voor die tijd van het jaar waarin het warmer wordt. Vrijwel iedere hondeneigenaar zal met die veranderingen in zijn huisdier geconfronteerd worden. De honden gaan namelijk ruien. Op dit ogenblik zijn er al enkele hondenbezitters die dat bij hun hond ervaren en dat zullen er de komende maand nog veel meer worden.

Honden hebben globaal 3 verschillende soorten haren : tastharen, dekharen en onderharen. De tastharen zitten vooral rond de snuit. Ze worden veel langer dan de andere haren en steken dan ook uit rond de onderkaak, de bovenkaak en uit de huid rond het oog. Deze tastharen zijn niet alleen langer, maar ook anders gebouwd. Ze worden in speciale haarfollikels gevormd die soms als kleine bobbeltjes in de huid zichtbaar zijn. De tastharen spelen een belangrijke rol bij het verkennen van de omgeving bij slecht licht. Ze voorkomen dat de hond in zo'n situatie ergens tegenaan loopt. Knip ze daarom nooit af ! De haren van de oogleden zijn wat dikkere dekharen en hebben een functie bij het beschermen van het oog tegen stof en tegen andere voorwerpen die de oogbol kunnen beschadigen. De dekharen en de onderharen worden gevormd in haarfollikels die in de rughuid in grotere aantallen voorkomen dan in de buikhuid. Zij vormen samen de vacht van de hond.

De vacht

Bij de vele verschillende hondenrassen komen vele verschillende soorten vachten voor. Globaal is de volgende onderverdeling te maken :
1. De normale vacht, zoals die wordt aangetroffen bij onder meer de Duitse herder, de Corgi en de wilde hondachtigen. Deze vacht bestaat uit dekharen en onderhaar. Het onderhaar maakt daarbij het grootste deel uit van de vacht.
2. De korte vacht, zoals die bijvoorbeeld wordt gevonden bij de Rottweiler en veel terriërs. In deze vacht bevinden zich veel minder onderharen. In de fijne, korte vacht van honden als de boxer, de teckel en veel windhonden zijn de dekharen korter dan normaal. In een dergelijke vacht worden per vierkante centimeter de meeste haren aangetroffen.
3. De lange vacht. Deze wordt onderverdeeld in de fijne, lange vacht van bijvoorbeeld de cocker spaniël en de chow chow en de wollige, lange vacht van de poedel en de Bedlington terriër. De fijne, lange vacht weegt per vierkante centimeter het meest terwijl de wollige lange vacht vooral gevormd wordt door onderhaar. De haren van deze laatste vacht hebben de eigenschap minder snel uit te vallen.

Het groeien van de haren

Ieder individueel haar van de hond maakt een bepaalde groeicyclus door. Nadat een haarfollikel in de huid is gevormd, vindt eerst een groeiperiode van het haar plaats. Daarna treedt een tussenfase op waarbij het haar niet echt groeit maar uit de haarschacht gedrukt wordt.

Daarna breekt de rustfase aan waarbij de haarfollikel afsterft. In deze fase valt het haar na bepaalde tijd uit. Als dat gebeurd is, wordt weer een haarfollikel gevormd en begint het proces weer opnieuw. Tijdens de groeifase groeit het haar 0,04 tot 0,18 mm per dag. Tellen we al die kleine beetjes van de vele honderdduizenden haren die bij de hond in de groeifase zitten, bij elkaar op, dan is dat een haargroei van zo'n 20 tot 23 meter per dag ! Dat is een hele prestatie waar een gezond lichaam voor nodig is. De verschillende stadia van de haargroei kunnen verspreid over het gehele lichaam van de hond gevonden worden (dus ook in de rustfase). Haarverlies zal dan ook verspreid over het gehele jaar optreden.

De rui

De rui, die in het voorjaar en in mindere mate in het najaar optreedt, is vooral een gevolg van de veranderende lichtintensiteit.

Doordat in het voorjaar de dagen langer worden, valt er meer licht op de vacht en de huid waardoor er meer haren in de rustfase komen. Een gevolg daarvan is dat veel haren in korte tijd zullen uitvallen waardoor de vacht dunner wordt. In de maanden maart tot mei kan het haar in plukken tegelijk uit de vacht gehaald worden. Alles is er op gericht ervoor te zorgen dat de luchtcirculatie in de vacht verhoogd wordt zodat de lichaamswarmte beter afgegeven kan worden. Opvallend is dat het niet de omgevingstemperatuur is die zo'n grote invloed heeft op de rui, maar de uren dat de vacht licht krijgt. In het najaar (september en oktober) vindt de rui minder uitbundig en langzamer plaats. Doordat veel haren snel in de rustfase gaan en uitgestoten worden, vindt er een stimulatie in haargroei plaats.
Tijdens de rui moet de vacht extra goed verzorgd worden omdat anders klitten kunnen ontstaan. Deze klitten zijn niet altijd even gemakkelijk te verwijderen. Daarom moet tijdens de rui de vacht elke dag goeg geborsteld of gekamd worden. Waar het om gaat is de uitgestoten haren uit de vacht te verwijderen. Dat zijn een heleboel haren en er lijkst soms geen eind aan te komen. Als we iedere dag een grote pluk haar uit de vacht verwijderen, helpen we de hond snel door de rui heen. Geef in die tijd wat extra vitamine B-complex door het voer. Dat stimuleert de huidstofwisseling.