HET ONTSTAAN VAN DE SOCIALISTICHE PARTIJ IN

TERNAT, SINT-KATHERINA-LOMBEEK EN WAMBEEK

Guido Van Cauwelaert & Jean Trembloy

 

13 november 2002,

voorlopige editie, uitgegeven naar aanleiding van de

150ste verjaardag van Juliaan Huygens

Met dank aan het Archief en Museum van de Socialistische Arbeidersbeweging (AMSAB) en in het bijzonder aan navorsers Bart De Nil en Luc Peirens, aan plaatselijk historicus Herman Herpelinck en Luciaan Van Cauwelaert. Dank aan Curieus Ternat en Vlaams-Brabant, Huguette Vergison en Hilde De Dyn, het gemeentebestuur, de Culturele Raad en het Cultuurcentrum De Ploter Ternat voor de voorstelling van boek en project De Rode Loper.

 

(Opmerking: deze html-versie bevat nog niet al de voetnoten van het boek (hier inspringende tekst). Wil u een volledige versie dan sturen wij u die graag per e-mail of per gewone post toe. Stuur een berichtje naar gvancauwelaert@)vt4.net of A. De Feyterstraat 85, 1740 Ternat)

 

Gezocht: getuigen

DE SOCIALISTEN KWAMEN UIT WAMBEEK

Lokaal sp-a-voorzitter Jean Trembloy en gemeenteraadslid Guido Van Cauwelaert zijn gestart met het opzoeken en neerschrijven van de geschiedenis van de socialistische partij in Ternat, Lombeek en Wambeek. Ze zijn nog op zoek naar nazaten van de pioniers van de beweging.

Vertrekpunt voor hun studie was de vlag van 1928 van de socialistische werkersbond van Ternat en Sint-Katherina-Lombeek, die in Jeans bezit is. Maar uiteindelijk kwamen de twee amateurhistorici in de jaren 1890 terecht. Tussen 1892 en 1912 worden er in de drie deelgemeenten zo'n 25 meetings georganiseerd waarop belangrijke socialistische voormannen zoals Edward Anseele en Edmond Van Beveren (oprichters van de Gentse coöperatieve Vooruit), Emile Vandervelde, De Brouckère en Camiel Huysmans het woord voeren. In Lombeek gebeurt dat o.a. bij Gustaaf De Graeve in Essene-Winkel (nu Bosstraat), bij Eugeen De Backer, in de herberg van de latere schepen Fiel D'Hoe op de Heidestraat, bij Frans Van Mollem, in Ternat bij Sneppe in de Zaal Concordia (nu Molenstraat), bij Anselmus De Neef (Hopstakenkaai) en bij Theophiel Verbruggen in 't Sint-Anneken en in Wambeek bij Van Varenbergh (Café Pol De Mont, achter de kerk).

Julien Huygens BWP-kandidaat voor het parlement in 1896

De in 1852 in de Dronkenborrestraat in Wambeek-Overdorp geboren en door het "christelijk socialisme" van Pieter Daens geïnspireerde Julien Huygens was in 1896 kandidaat op de lijst van de Belgische Werkliedenpartij voor de wetgevende verkiezingen. Huygens behaalde bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1894 in lombeek reeds 200 stemmen op de lijst union, de "geiten".

De socialistische werkersbonden

In 1909 worden in Lombeek 1060 exemplaren van de socialistische Gazet van Brussel verkocht. De oprichting van een werkersbond wordt erin aangekondigd. De Lombeekse pastoor verkondigt op de preekstoel dat de lezers van het blad verdoemd zullen zijn.

Vanaf 1920 ontstaan er in Ternat en Lombeek Werkersbonden aangesloten bij de Belgische Werkliedenpartij Partij die lijsten indienen voor de gemeenteraadsverkiezingen. De eerste secretarissen zijn J.B. Pollet en Lodewijk De Vos in Lombeek en P. Dekock en Frans Leempoels in Ternat. Hun lokaal is bij Th. Stichelmans op de Bosstraat en bij Frans Seghels aan de Hopstakenkaai. Leempoels, Nevens, De Ridder, Van Schuerbeek, Seghels, Lagart, Zerck, Hoste, Wathelet, Pie Van de Gucht en Toussaint zijn in 1932 kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen in Ternat. Clement Maes en Pollet in 1926 in Lombeek.

Gezocht: Wie meer weet over deze pioniers van het socialisme in onze gemeente kan contact opnemen met: Guido Van Cauwelaert, 02 582.61.74 of Jean Trembloy, 02 582.31.74. Meer over de geschiedenis van de socialistische beweging ook op de website:

http://www.geocities.com/gvancauwelaert/Geschiedenis.html

 

 

INHOUDSOPGAVE

VOOR DE EERSTE WERELDOORLOG

De strijd van de BWP voor algemeen stemrecht

De Brusselse Arbeiderliga's en

de hervorming van het gemeentelijk stemrecht van 1883

De Vlaamsche propagandaclub houdt in 1892 een meeting bij Sneppe in Ternat

De Parlementsverkiezingen van 1894

Julien Huygens landbouwkandidaat voor de BWP in 1896

Sint-Katherina-Lombeek in Le Peuple van 16 oktober 1897

Ternat in Le Peuple van 25 oktober 1897

"Wambeek-lez-Ternath" in Le Peuple van 17 januari 1898

1898: Bij Anselmus De Neef aan het station van Ternat

Bij Gustaaf De Graeve op den Essene-hoek

Concurrentie van de daensisten

Taalproblemen in de Brusselse federatie

Frans Leempoels komt naar Ternat wonen

De Gazet van Brussel

TUSSEN DE TWEE WERELDOORLOGEN

De socialistische werkersbonden van Ternat en Sint-Katherina-Lombeek

Bij Fong van Clara aan het station van Essene-Lombeek

NA DE TWEEDE WERELDOORLOG

Opnieuw een afdeling in Ternat

Jongsocialisten

Johan Anthierens over Rode Leeuw Dielens (nieuw - 27.07.2003)

 

VOOR DE EERSTE WERELDOORLOG

De strijd van de BWP voor het algemeen stemrecht en sociale hervormingen

In 1877 werd - naar Duits sociaal-democratisch model - in Vlaanderen één der eerste socialistische partijen in Europa opgericht: de Vlaamsche Socialistische Arbeiderspartij. De jonge partij had kernen in Gent, Antwerpen en Mechelen. De Brusselse Socialisten onder leiding van Dokter César De Paepe en de jonge marmerbewerker Louis Bertrand stichtten de Parti Socialiste Brabançon. Drie jaar later fusioneerden deze twee groepen tot de Belgische Socialistische Partij, die op haar beurt in 1885 opging in de Belgische Werkliedenpartij, na de aansluiting van Waalse arbeidersverenigingen.

Uit de Brusselse (filosofische) Vrijdenkersbeweging ontstond in 1860 de politieke club Le Peuple, die zou uitgroeien tot de Belgische afdeling van de Internationale Arbeidersassociatie of Eerste Internationale (met Karl Marx). Cesar De Paepe was de bezieler van de vereniging die vooral bestond uit vakarbeiders en nauw aanleunde bij de linkse liberalen, de progressisten of vooruitstrevers. Le Peuple ging zich toeleggen op de socialistische propaganda.

De jonge marmerbewerker Louis Bertrand nam te Brussel de leiding van een aantal beroepsgroepen die zich aaneensloten in een Chambre du Travail of Arbeidskamer, een federatie van arbeidersverenigingen, die pleitte voor het invoeren van een aantal sociale wetten zoals de beperking van vrouwen- en kinderarbeid, de afschaffing van het arbeidsboekje, enz. De beroepsgroepen werkten samen met de progressisten om hun programma te verwezenlijken. Een petitie werd georganiseerd en de progressistische liberale kamerleden maakten zich tot spreekbuis van de sociale wetgeving. Doch zelfs een schuchtere poging om de vrouwen- en kinderarbeid in de mijnen aan banden te leggen, werd door de reactionaire volksvertegenwoordiging afgewezen. Volgens Louis Bertrand moest de arbeidersklasse zich ook op politieke basis v erenigen in een arbeiderspartij.

De BWP oriënteerde zich op de strijd voor algemeen stemrecht, om langs de verovering van een meerderheid in het parlement sociale hervormingen te kunnen realiseren.

Vanaf 1830 regeerde in Belgie de industriele en handeldrijvende bourgeoisie door middel van een parlement dat slechts door een beperkt aantal cijnskiezers was verkozen. Volgens het oorspronkelijke artikel 47 van de Grondwe t werden de Volksvertegenwoordigers verkozen door burgers die de bij de kieswet bepaalde belasting betaalden, met een maximum van 100 en een minimum van 20 gulden. De kieswet voorzag een belasting van 20 tot 30 gulden op het platteland en 80 gulden te Bru ssel, Antwerpen en Gent. Het platteland werd dus ruimer vertegenwoordigd dan de steden. In 1831 waren er 46 099 ingeschreven kiezers. Binnen de liberale kiesverenigingen ijverde de progressistische vleugel voor een uitbreiding van het stemrecht. Toen in 1848 overal in Europa onrust uitbrak en de monarchien wankelden bleef het in Brussel relatief rustig. De bourgeoisie schaarde zich eensgezind achter Leopold I. De enige toegeving die werd gedaan was het verlagen van het kiescijns tot het grondwettelijk minim um en het afschaffen van het dagbladzegel. Bij de wet van 12 maart 1848 werd het censuscijfer op het grondwettelijk minimum van 20 gulden of 42.32 frank gebracht. Daardoor steeg het aantal kiezers tot 79 187. En op de vooravond van de kieshervorming van 1 893 gingen er 137 772 kiezers naar de stemming. De stemming vond plaats in de hoofdplaats van het arrondissement. Daardoor waren er veel onthoudingen (er was geen stemplicht). Partijen namen dikwijls de reiskosten van hun kiezers op zich. De liberalen, die de invloed van de plaatselijke geestelijkheid vreesden waren gekant tegen decentralisatie van de kiesverrichtingen. De lijst met de meerderheid der stemmen behaalde alle zetels van het arrondissement. Eventueel moest er daarvoor verschillende keren gestemd worden.

De voornaamste eisen van de socialisten waren: de schoolplicht, de scheiding van kerk en staat, de gelijkheid voor het gerecht en de rechtspersoonlijkheid van de vakbonden. In het economische en sociale luik werd de arbeidsreglementering aangepakt. De BWP eiste de afschaffing van kinderarbeid, de beperking van vrouwenarbeid, werktijdverkorting, invoering van een wekelijkse rustdag, gezondheidscontrole in de ondernemingen en een reglementering voor arbeidsongevallen.

Gans de 19de eeuw weigerde de burgerij een einde te maken aan de uitbuiting van kinderen. Het duurt tot 1884 voor er een verbod komt om jongens van minder dan 12 jaar en meisjes onder de 14 jaar in de mijnen tewerk te stellen. Vijf jaar later w erd dat verbod uitgebreid tot alle industri\'eble arbeid en werd de tienerarbeid gereglementeerd.

In 1899 werden nachtwerk en werkdagen van meer dan 12 uur verboden voor meisjes tussen 12 en 21 jaar. Pas in 1911 volgt er een verbod om vrouwen onder de grond en 's nachts te laten werken.

De werktijden bedroegen gemiddeld meer dan 12 uur per dag. Onder socialistische druk werden voor 1914 een aantal wetten gestemd die voor bepaalde beroepscategorieen de werktijd verkortte (9 uur voor de mijnwerkers in 1909). Maar het zou nog tot 1921 duren voor de wet op de achturendag werd gestemd.

"De BWP hoopt hervormingen te verwerven en voor alles, de sleutel van alle hervormingen: het algemeen stemrecht, zonder gebruik te maken van geweld," stelde Louis Bertrand Het voornaamste wapen om dat algemeen stemrecht te verkrijgen was de algemene staking of de dreiging ermee. In 1890 zwoeren 100.000 betogers in Sint-Gillis dat zij tot het bittere einde zouden strijden voor hun politieke rechten. In 1891 legden 100.000 mijnwerkers de steenkoolindustrie stil en op 11 april 1893 brak de algemene staking uit. Onder druk van de algemene staking konden de grondwetgevende kamers niet anders dan het kiesstelsel hervormen. Uit angst de macht te verliezen verwierpen zij weliswaar het algemeen enkelvoudig stemrecht maar voerden zij toch het algemeen meervoudig stemrecht in.

algemeen meervoudig stemrecht: Iedere burger die 25 jaar oud was en een jaar zijn woonplaats in dezelfde gemeente had kreeg een stem. Aanvullende stemmen werden gegeven aan : 1-het gezinshoofd van >35 dat een huis bewoonde dat voor meer dan 5 frank kon worden belast; 2-eigenaars van vaste goederen met een kadastrale waarde van meer dan 2000 frank of houders van een inschrijving op het boek van de openbare schuld of van een boekje van de spaarkas met ten minste 100 frank rente; 2-kiezers met ten minste een diploma van hoger middelbaar onderwijs of die zekere functies hadden uitgeoefend (capacitaire kiezers). Niemand mocht meer dan drie stemmen cumuleren.Het aantal kiezers steeg van 137 772 tot 1 370 687. Er waren 853 000 kiezers met een stem, 293 000 met twee stemmen en 223 000 met drie stemmen.

Die hervorming bracht het aantal enkelvoudige stemmen op 853.000 en het aantal meervoudige op 1.240.000. De socialistische leiders – die hun kansen om verkozen te worden zagen stijgen – bliezen de staking af. Een jaar later, in 1894, haalde de BWP 346.000 stemmen bij de parlementsverkiezingen en stuurde 28 verkozenen naar het parlement.

Het mechanisme van het meerderheidsstelsel waarbij de derde partij in de tweede ronde steeds afvalt werkte in het nadeel van de liberalen die nog slechts 20 verkozenen ha dden terwijl de socialisten 28 volksvertegenwoordigers behaalden. De kracht van de BWP lag in Walloni\'eb . De BWP behaalde in het hele land 341 937 stemmen (16.15 %), waarvan slechts 37 312 (4.52 %) in de Vlaamse arrondissementen, 40 218 (20 %) te Brussel en niet minder dan 264 407 (26.13 %) in Walloni\'eb (inclusief de stemmen van het kartel met de progressisten in Namen en Luik). In vele Vlaamse arrondissementen was de BWP niet eens opgekomen.

De Brusselse Arbeidersliga's en

de hervorming van het gemeentelijk stemrecht van 1883

Tussen 1883 en 1885 werden in de Brusselse agglomeratie een aantal sterk electoraal geïnspireerde arbeidersliga's opgericht. De directie aanleiding hiervoor was de verruiming van het stemrecht voor de gemeente- en provincieraadsverkiezingen (augustus 1883) naar een 100.000 "bekwaamheidskiezers" toe.

Bekwaamheidskiezers waren zij die:

(zie A. Mommen, De BWP 1880-1990, pg 30)

De regerende liberalen wilden met deze kieshervorming de kleine burgerij en de arbeidersaristocratie aan zich binden.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen vormden de arbeidersliga's allianties met vooruitstrevende liberale kiesverenigingen, wat resulteerde in de verkiezing van arbeiderskandidaten in Sint-Gillis (2), Sint-Joost-ten-Node (2), Schaarbeek (1), Sint-Jans-Molenbeek (1) en Elsene (1).

De arbeidersliga van Brussel, waartoe ook Louis Bertrand en César de Paepe behoorden, nam op 28 december 1884 het initiatief om op 5 en 6 april 1885 een nationaal arbeiderscongres bijeen te roepen met als agendapunt: "l'organisation en Belgique d'un Parti Ouvrier et les meilleurs moyens d'y arriver;" Op dit congres werd de Belgische Werkliedenpartij (BWP) opgericht.

In Sint-Katherina-Lombeek zijn er bij de gemeenteraadsverkiezingen van 19 oktober 1884 135 stemmers, die hun stembrief bij alfabetische naamafroeping overhandigen. Er zijn vijf kandidaten, die allen verkozen worden: Claes 127, De Bast 77, De Smet 77, Amerijckx 75 en Coppens 74 stemmen. (PV in Gemeentelijk Archief Ternat)

De Vlaamsche propagandaclub houdt in 1892 een meeting bij Sneppe in Ternat

Op zondag 21 februari 1892 organiseerde de "Vlaamsche Propagandaklub" van de Brusselse Federatie van de BWP voor het eerst een meeting in Ternat. Ze vond plaats in de zaal Concordia, "bij Sneppen, op den Dries", lezen we in de Vooruit van 25 februari 1892. Sprekers waren Massin, Van Wilder (vooruitstrever) en Droesbeke (vooruitstrever).

Het socialistische dagblad Vooruit werd uitgegeven vanaf 1884. De Volksgazet vanaf 1913.

De zaal Concordia was eigenlijk gelegen in het begin van de huidige Molenstraat (ter hoogte van restaurant ’t Molentje en volgende percelen) op enkele meters van de Dries of Marktplaats. Op de 19de-eeuwse Kadastrale Atlas van PC P staat de straat aangeduid als 't Hof ten Bergstraat. Deze straat wordt ook door J.J. Lascabanne & J.L. Debast, in hun "Geschiedkundige schetsen der kerk en gemeente Ternath, 1902, vermeld als de straat van Ternath naar de hoeve 't Hof ten Berg, 3,5 meter breed en 266 meter lang. Op een prentbriefkaart van 1909 lezen we echter reeds rue du Moulin.

De zaal was eigendom van Jan Sneppe, een vederbereider die vooraan in de huidige Reukenstraat (die in het verlengde van de Molenstraat ligt) een werkplaats had waar panaches, de vederbosjes voor het wipschieten vervaardigd werden (Ternat had een bloeiende handboogschuttervereniging de Sint-Sebastiaansgilde, daterend uit de middeleeuwen, afgeschaft onder de Franse bezetting en heropgericht in 1828).

Jan Sneppe huwde met Caroline d'Allecourt (°St-Gillis 23/8/1863), een onderwijzeres die les gaf in de gemeenteschool. Vanaf 1886 wonen ze in de Brusselsesteenweg nummer 6.

Dochter Lena Sneppe huwt omstreeks 1900 Raymond Wathelet, een socialist uit Jette, die in 1932 één van de kandidaten is van de socialistische lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen, getrokken door Frans Leempoels.

In 1828 was een J.B. Sneppe, reeds lid van de gemeenteraad (Th. Poodt, Gesch v Ternath, pg 290)

De propagandaclub was in oorsprong opgericht als de politieke afdeling van de socialistische Vlamingen in de hoofdstad. Al vlug deed men er echter ook een beroep op om in de directe omgeving van Brussel "het goede woord te verspreiden", aldus de Vooruit van 14.01.1886.

Vermits de propagandaclub te beperkt was in zijn mogelijkheden moest hij de Gentse socialisten om bijstand vragen (Vooruit 18.12.1891). Op een vergadering van de Brusselse Federatie in 1893 werd beslist dat er dringend een meer permanente vorm van propaganda moest komen in de Vlaamse rand rond Brussel. Daarvoor moesten er meer Vlaamse sprekers komen. Er werd een Vlaamsche Sprekersschool opgericht waar de propagandisten in spe les kregen over het partij- en landbouwprogramma van Louis Bertrand. De propaganda werd gesystematiseerd. De werkersbonden van de voorsteden van Brussel (o.m. Anderlecht en Molenbeek) werden ingeschakeld om elke zondag de socialistische pers te gaan verspreiden op het platteland. Met de verkiezingen van 1894 in het verschiet ondernamen de Brusselse militanten, onder druk van de nieuwe kieswet (in 1893 was het algemeen meervoudig stemrecht ingevoerd), nu ook steeds meer propagandatochten in de kantons Lennik, Asse en Wolvertem.

(Bart De Nil, Les Villes Tentaculaires. De socialistische propaganda in de Vlaamse rand rond Brussel voor 1914, in Brood en Rozen, AMSAB)

Jan Volders van de Brusselse Federatie knoopte onderhandelingen aan met de "Ligue du Suffrage universel" die de linkervleugel van de progressisten groepeerde en het algemeen stemrecht propageerde. Op een meeting met Volders liet de liga echter haar principiële opstelling vallen. Ze ging de hele Brusselse liberale lijst steunen, zonder van de doctrinaire kandidaten te eisen dat zij zich zouden inzetten voor het algemeen stemrecht. De socialisten steunden uit tactische overwegingen toch ook de liberale lijst om te voorkomen dat de katholieken in de kamer een tweederde meerderheid zouden halen en aldus hun mening zonder enige tegenstand zouden kunnen doordrukken bij de grondwetsherziening.

 

Bij de parlementsverkiezingen van 1894 haalde de BWP 346.000 stemmen en stuurde 28 verkozenen naar het parlement

In augustus 1894 organiseert de Werkersbond van Molenbeek een meeting "bij de weduwe Sneppe, dicht bij de Kerk van Ternat", zo melden "De Landbouwer", een weekblad van de BWP voor de landbouwers, en "Le Peuple". In september van datzelfde jaar vond er ook een meeting plaats aan de Kerk van Sint-Katherina-Lombeek. Sprekers daar waren Van Veghelen en Edmond Van Beveren.

Edmond Van Beveren: Samen met Edward Anseele oprichter van de Gentse cooperatieve Vooruit in 1881 en van de Vlaamse Socialistische partij die later zou opgaan in de Belgische Werkliedenpartij van 1885.

Bij de parlementsverkiezingen in 1894 kende de BWP, met het behalen van 28 zetels, een eerste doorbraak, vooral in Wallonië en Brussel. Te Brussel gingen de liberalen met een verenigde lijst (van doctrinairen en progressisten) de strijd aan en behaalden 61.000 stemmen. De socialisten slaagden erin op eigen kracht 40.000 stemmen te vergaren. Bij de tweede stemronde besloten de socialisten alle liberalen te steunen tegen de klerikalen. De rechtse liberale kiezers waren echter zo geschrokken van de electorale aardverschuiving dat zij de val van de katholieke regering verhinderden door op de katholieke lijst hun stem uit te brengen.

In de Brusselse "Association Libérale" waren de politici onder leiding van E. Feron gekant tegen het opnieuw openen van de strijd voor het algemeen stemrecht, dit tot groot ongenoegen van de radicale linkervleugel. In het zicht van de parlementsverkiezingen scheurde deze radicale vleugel (met haar weekblad La Justice) zich af en verbond zich met de BWP. De radicalen waren ook ontstemd over het akkoord tussen progressisten en doctrinairen. De overkomst van de radicalen versterkte de BWP met een aantal briljante advocaten (G. Grimard, E. Brunet, M. Hallet, L. Furnémont, H. La Fontaine) en opvallende figuren zoals de Antwerpse arts M. Terwagne en de Brusselse journalist R. Rens.

De Gentse socialistenleider Edward Anseele (1856-1938) werd in 1894 te Luik tot volksvertegenwoordiger verkozen, meteen de eerste Vlaamse socialist in de Kamer.

Te Aalst had priester Daens in 1894 zijn verkiezing bij ballotage (in de tweede ronde) te danken aan de steun van de socialistische kiezers, die met hun bijna 5 procent behaald in de eerste ronde, eigenlijk op de wip zaten.

Het katholieke blad Le Patriote sprak na de verkiezingen van een "ouragan" en voorspelde reeds de dag waarop België zou ontwaken onder de dictatuur van een socialistische meerderheid. De conservatief-katholieke politicus Charles Woeste - de man die als kwelgeest van priester Daens de geschiedenis zou ingaan - schreef aan Leopold II dat de socialistische opgang enorm en verschrikkelijk was.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen bleef de "doorbraak' in Vlaanderen beperkt tot Gent, waar de socialisten in 1895 de relatief sterkste fractie van de gemeenteraad vormden. (Bij de wet van 12 september 1895 werd het principe van de evenredige vertegenwoordiging gedeeltelijk op de gemeenteraadsverkiezingen toegepast).

 

Julien Huygens landbouwkandidaat voor de BWP in 1896

In november 1895 vonden er voor het eerst gemeenteraadsverkiezingen plaats volgens het systeem van het Algemeen Meervoudig Stemrecht (waarmee de BWP in 1894 28 kamerzetels had veroverd.) Uit vrees voor een verdere socialistische vooruitgang op gemeentelijk vlak werden echter afremmingsmechanismen in de gemeentelijke kieswet opgenomen. Zo werd men pas kiesgerechtigd vanaf 30 jaar omdat men oordeelde dat jonge kiezers radicaler stemden. Omdat men tevens oordeelde dat sedentaire kiezers conservatiever stemden mocht men ook pas stemmen wanneer men drie jaar in de gemeente verbleef. Voorts werd er een differentiële cijns ingevoerd (laag in de landelijke gemeenten, hoog in de steden) en kon men nog een bijkomende (vierde) stem krijgen wanneer men grondeigenaar was met een kadastraal inkomen van 150 frank.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1895 behaalt landbouwer (en herbergier) Julien Huygens in Sint-Katherina-Lombeek, volgens Vooruit, als kandidaat van de BWP op een lokale lijst, 200 stemmen.

Julianus Huygens werd geboren te Wambeek op 13 november 1852. Hij was, volgens het register van de burgerlijke stand: de zoon van Egidius Josephus Huygens, pagter, 39 jaar, geboren te Sint-Martens-Lennik en Felicia Van den Hauwe, pagteresse, 40 jaar, geboren te Liedekerke, wonende te Wambeek Wijk C.14 , eigenlijk Dronkenborrestraat 14. Wijk C is Overdorp. Op de 19de-eeuwse kadasterkaart van PC Popp staat de straat vermeld als Dronkenberghstraat. De gebouwen op perceel 276 vormen de vroegere hoeve en brouwerij van Petrus Vitalis Van der Mijnsbrugge, vader van de eerste vrouw van Egidius, later bewoond door de familie Huygens). De geboorte wordt de volgende dag genoteerd door de ambtenaar van de burgerlijke stand, schepen Joannes Franciscus Jans.

De hoeve staat afgebeeld op een schilderij van kunstschilder, tekenaar, pastellist en graveerder Franz Kegeljan (Namen 1847 - Profondeville 1921) die geregeld bij vrienden in de Dronkenborre verbleef.

 

Andere kinderen waren o.a. Barbara, 7 februari 1855, die huwt met Petrus Anckaert uit Pamel. Vanaf 20 april 1900 baat hij een winkel en zij een herberg uit in de Statiestraat 29, aan het Station van Ternat (niet toevallig naast Frans Leempoels, de latere secretaris van de Werkersbond), en Benedictus Desiderius, 27 februari 1860, die "pagter" wordt en in 1890 huwt met Maria Van der Straeten uit Ternat. "Désiré" woont volgens het bevolkingsregister tot 1896 samen met zijn vrouw en een dienstknecht (tot 1894) in de Loddershoekstraat, waarna ze naar Ternat verhuizen. Désiré komt later, als weduwnaar, bij Barbara wonen.

Sixtus, kind uit het eerste huwelijk, heeft samen met een dochter van Sneppe, een zoon, Gaston.

.

Egidius Josephus Huygens was van 1847 tot 1878 burgemeester van Wambeek. Hij was, volgens achterkleindochter Jeanne De Smedt, een afstammeling van de 17de-eeuwse Noordnederlandse letterkundige-diplomaat Constantijn en de beroemde natuurkundige Christiaan Huygens. Hij werd geboren in Sint-Martens-Lennik in 1814, als zoon van Franciscus Huygens en Joanna Maria De Saeger, en huwde met Maria-Catherina Vandermijnsbrugge. Petrus Vitalis Vandermijnsbrugge (vader van Maria-Catherina ?) had een brouwerij-boerderij in de Dronkenborrestraat).

Na haar dood huwde hij met Felicitas Van den Hauwe (moeder van Julien). Hij overlijdt, volgens het register van de burgerlijke stand, op 6 februari 1888 in zijn woning Dronkenborrestraat, wijk C, nr 13. De aangifte wordt gedaan door zijn zonen Alexis (37 jaar) en Desiderius (28 jaar).

Julien studeert, volgens kleindochter Jeanne, eerst in Aalst, waar hij in contact komt met Pieter Daens en het Daensisme, en daarna in Gent voor ingenieur-brouwer. Vader Huygens had immers een boerderij-brouwerij in de Dronkenberg(straat), nu een deel van de huidige Dronkenborrestraat in Wambeek-Overdorp, (zie hierboven perceel 276). In de kadastrale atlas van Van der Maelen, opgemaakt na de Franse Revolutie wordt de brouwerij (perceel 276/b) vermeld als eigendom van Petrus-Vitalis Vandermijnsbrugghe. In de latere versie van Popp in 1850 is er geen sprake meer van een brouwerij.

Waarschijnlijk wou Julien dus de brouwerij heropstarten. De sociaal voelende Julien kreeg het al vlug aan de stok met zijn vader. Herenboeren hadden de gewoonte hun personeel brutaal te behandelen en te slaan. Julien verzette zich daartegen en eiste van zijn vader dat hij het personeel met respect zou behandelen. Julien zat ook samen met de dienstknechten aan tafel. Zijn socialistische ideeën worden hem niet in dank afgenomen en hij wordt later door zijn moeder "onterfd", volgens kleindochter Jeanne. Er dient wel opgemerkt dat de hoeve in de Dronkenborre eigendom was van de vader van de eerste vrouw van Egidius en dat de kinderen uit het tweede huwelijk dus waarschijnlijk niet konden erven.

Na de dood van Egidius Huygens (en van zijn vrouw Felicia Van den Hauwe?) wordt de hoeve bewoond door de familie De Wolf. Joseph Servranck, die nu in nummer 15 woont werd er in 1928 geboren. Hij denkt dat ook zijn moeder, Catharina De Wolf, dochter van Jef De Wolf, er in 1892 reeds geboren werd.

Dat er vroeger een burgemeester op de hoeve gewoond heeft, wist Joseph Servranckx niet maar dat zou wel kunnen, zegt hij, want waarom liep er anders juist daar tot voor de hoeve een mooie kasseiweg (nu asfalt) terwijl de andere delen van de straat niet gekasseid waren?

Volgens Servranckx was er in de boerderij vroeger een brouwerij met de naam "Ronkenborre". De originele plaatsnaam zou dan ook Ronkenborre (verwijzend naar het ronken van het opborrelende water van de borre of bron) zijn en niet Dronkenborre.

Toen Jeanne De Smedt, kleindochter van Julien H., in 1945 de hoeve bezocht woonde Jef De Wolf er nog en was er inderdaad een grote schouw van een brouwerij. De boerderij werd later afgebroken. Nu staat er de riante villa van een Brusselse patissier.

Jules huwt met Catharina De Vuyst uit de Heidestraat in Sint-Katherina-Lombeek (°8/3/1858). Ze krijgen 9 kinderen: Egidius (1881), Anna (1883), Maria Ortencia (1884), Barbara (1887), Victor (1889), Maria Chatharina (1891), Paulina (1894), Joannes (1897) en Bertha (1899).

Ze wonen aanvankelijk op de hoek van Kapelleveld en Ternatstraat (nu begrafenisonderneming Van der Heyden). (FOTO) Julien heeft er een herberg met een zaaltje en is actief in de partij "L'Union" of "de Eendracht" (in 1863 opgerichte door de uit Brussel afkomstige onderwijzer van de gemeenteschool Jan Lenaerts en Philippe Caudron, burgemeester van 1849 tot 1871). In zijn zaal vinden de vergaderingen van de partij plaats.

In 1868 had de conservatief-katholieke boer en grootgrondbezitter Carolus Claes zich afgescheurd. Hij behaalde met zijn nieuwe partij, annex muziekmaatschappij, "De Ware Vrienden", de overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1872. Claes werd bij KB van 28 augustus 1872 tot burgemeester benoemd en bleef tot een stuk na 1900 aan de macht.

Na de geboorte van Barbara ("Albine", 22/3/1887) verhuist het gezin Huygens naar de Meersstraat, Wijk B, nummer 81 (hoek Meersstraat en Broekstraat: FOTO ). Julien is volgens het bevolkingsregister landbouwer en herbergier.

Julien werd geïnspireerd door het "christelijk socialisme" van Pieter Daens en het Daensisme.

Uit de Vlaamse beweging en de sociale stroming binnen de katholieke beweging groeit uiteindelijk de Vlaamse Kristelijke Volkspartij (Gent, 14 februari 1897). In Aalst wordt deze beweging belichaamd door uitgever-drukker Pieter Daens en later ook door zijn broer priester Adolf Daens, die vanaf 1894 volksvertegenwoordiger wordt in het arrondissement Aalst en later in Brussel (1902, in 1900 werd hij nipt niet verkozen in Brussel).

Pieter Daens was aanvankelijk net zoals de rest van de katholieke sociale stroming anti-socialistisch, paternalistisch en korporatistisch (Lode Wils, Het Daensisme, de opstand van het Zuid-Vlaamse platteland, 1969) en streed dus niet voor de ontvoogding van de arbeiders maar wel voor de invoering van zekere sociale maatregelen ten gunste ervan.

In het parlement komt priester Daens in contact met de socialisten en hij zal er ook verdedigd worden door de socialisten. Tijdens de kamerzitting van 3 maart 1998 veroordeelde Emile Vandervelde de bemoeienissen van de Kerk in politieke aangelegenheden. Hij hekelde vooral het verbod dat aan Daens was opgelegd om aan de komende verkiezingen deel te nemen en noemde de bischoppen "de hansworsten van het kapitalisme." (Frans-Jos Verdoodt, De zaak Daens, een priester tussen Kerk en kristen-democratie, DF 1993). Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 1899 werkten de daensisten samen de socialisten in Brussel. Tijdens een toespraak in het Volkshuis had priester Daens toen een wapenstilstand afgesloten met de socialisten (Le Peuple 13.05.1899, 02.07.1899) en er werden enkele gezamenlijke meetings gehouden

Pieter Daens raadde hem aan geen aparte Daensistische partij op te richten in Brussel-Halle-Vilvoorde maar aansluiting te zoeken met met andere sociaal geïnspireerden zoals de Brusselse Socialisten. Huygens kwam dan in met de Brusselse socialisten (oprichting BWP in 1885 in "De Zwaan" op de Grote Markt van Brussel). Te Aalst had priester Daens in 1884 zijn verkiezing bij ballotage (in de tweede ronde) te danken aan de steun van socialistische kiezers, die met hun bijna 5 procent behaald in de eerste ronde, eigenlijk op de wip zaten. De Lombeekse lijst van de geiten was ook een samenwerkingsverband waarin o.a. daensisten en socialisten aan meewerkten (naast liberaal geïnspireerden). De daensistische landbouwer Sterckx zou in de dertiger jaren zelfs burgemeester worden.

Het parlement werd om de twee jaar voor de helft vernieuwd. In het arrondissement Brussel werden in 1896 door de BWP alle registers opengetrokken om een doorbraak te forceren in de landelijke gemeenten rond Brussel. In de maanden die aan de verkiezingen voorafgingen werden 130 meetings gehouden. Ook de socialisten van Aalst, Geraardsbergen en Ninove kwamen daarbij helpen. De grootste inspanning kwam vanuit Gent, vanwaar 400 propagandisten met 50.000 pamfletten en brochures naar de Brusselse rand werden gestuurd. Zij concentreerden zich op het kanton Asse waar ze, georganiseerd in colonnes, de gemeenten afliepen om brochures en pamfletten uit te delen of hun sprekers bij te staan tijdens de meetings. Op één zondag konden zo 16 gemeenten worden bezocht.

Zowel in Ternat als in Wambeek vonden in juni van dat jaar twee meetings plaats. In Ternat kwamen Vandermeeren (Tongeren), Bekaert en P. De Bruyne (progressist) het woord voeren bij Sneppe. In Wambeek kwamen Anseele, Jacques en de BWP-kandidaat uit Lombeek, Julien Huygens, spreken bij "Van Varenberg" (achter de kerk, naast huidige Pol De Mont-café).

In het arrondissement Brussel was er een kiesakkoord tot stand gekomen tussen progressisten en socialisten. De progressisten wilden het algemeen stemrecht op hun programma plaatsen in ruil voor de helft van de plaatsen op de lijst. Dit terwijl de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen hadden geleerd dat de eigen aanhang van de progressisten slechts een kwart bedroeg van die van de socialisten. Het kartel raakte in de tweede stemronde maar de katholieken zegevierden dankzij de stemmen van veel overgelopen doctrinairen.

De BWP trachtte door het plaatsen van landbouwers op hun lijsten kiezers te lokken in de landelijke gemeenten. In 1896 was Julien Huygens de "landbouwkandidaat" van de Brusselse federatie voor de wetgevende verkiezingen.

In 1898 gaat Juliaan met vrouw en kinderen naar de feestelijke opening van het nieuwe Volkshuis in Brussel (gebouwd door Victor Horta in Art Nouveaustijl). Dochter Albine vertelde het verhaal door aan kleindochter Hélène De Smet: hoe ze eerst twintig minuten te voet naar het station moesten, dan de trein tot Brussel en daar op de tram. Aan het volkshuis werden ze verwelkomd door Emile Vandervelde, met zijn grote hoed, die hen in het Frans welkom heette. Slechts jaren daarna, toen ze Frans leerde, zou zij de warme woorden van Vandervelde ook begrijpen.

In december 1898 vindt er nog een meeting plaats op zijn erf maar in 1900 sterft Julien Huygens, volgens Le Peuple, "in ellende" als "slachtoffer van de klerikalen". Huygens sterft op 10 februari 1900 in zijn woonst. Hij is dan 47 jaar. Het overlijden wordt gemeld door zijn schoonbroer Petrus De Vuyst, handelaar, en Jean-Baptist Schoonjans, de veldwachter. Petrus De Vuyst was samen met zijn schoonbroer actief in de partij De Eendracht (de geiten). We vinden hem en de latere daensistische burgemeester Sterckx terug als getuigen van de lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1907 en later als kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1911 (wanneer Sterckx voor de eerste keer verkozen wordt in de Lombeekse gemeenteraad. Frederik Sterckx, "hopplanter", stond op 27 mei 1906 op de 5de plaats op de daensistische lijst nr 3 voor de parlementsverkiezingen in het arrondissement Brussel, lijsttrekker was Adolf Daens, lijstduwer en eerste opvolger, priester Fonteyne. In 1910 was Sterckx 1ste opvolger op de lijst der Vrije Democraten, een eenheidslijst van daensisten, onafhankelijken en vrijzinnige flaminganten, Fonteyne, "priester te Antwerpen en St-Joost-ten-Noode", trok toen de lijst. zie: Frans Van Campenhout, Lexicon van de daensistische beweging, pg 209-210). Petrus woonde op de Heidestraat naast "Het Duifken" (FOTO), de herberg van de latere kandidaat (1921) en eerste schepen van de geiten, Théophile D'Hoe, waar, niet toevallig ook socialistische meetings zouden plaatsvinden in 1910 (Camiel Huysmans) en 1912 (Elbers).

Op de begrafenis van Julien is een massa volk: de kleine boeren en aanhangers van de geiten maar ook de socialisten en hun voormannen zoals Elbers en Vandervelde, die ervoor naar Lombeek afgezakt zijn.

Ondanks alle inspanningen gaven de verkiezingen van 1896 niet het verhoopte succes.

Een van de oorzaken van het mislukken was de anti-socialistische propaganda via preekstoel, pers en druksels. Met titels als "Op wacht! Het socialisme komt!" of "De kanker van onze eeuw" creëerden ze een vijandbeeld van de socialist die met zijn immorele, anarchistische en collectivististische ideeën een bedreiging vormde voor huisgezin, geloof en eigendom. Op weg naar de betoging voor algemeen stemrecht in 1886 werden de Gentse socialisten aan het station van Dilbeek opgewacht door 7 met geweren gewapende leden van de burgerwacht. In Linkebeek had de katholieke baron zijn personeel en lokale boeren bewapend om hem te beschermen en in Sint-Genesius-Rode hadden zo’n 150 boeren "gewapend met stokken" de hele dag staan wachten op de komst van de "wreede socialisten" (Vooruit, 18.07.1886).

Het moet trouwens worden gezegd dat ook de socialisten hun vijandbeeld hadden van het klerikale platteland. De landbouwbevolking werd in hun pers vaak afgeschilderd als achterlijk en naïef en misleid door de clerus, zoals blijkt in een artikeltje in Vooruit van 17 juli 1889 over de "inboorlingen van Teralphene" met als titel Katholieke zeden: "Zaterdag verschenen voor de boetstraffelijke rechtbank van Brussel achttien inboorlingen van Teralphene, de bloem der katholieken, alleen beticht van aanslagen op de goede zeden, en wreede mishandelingen aan eene vrouw der gemeente te hebben toegebracht.

Met koorden gewapend en eene soort van slede na zich slepende, begaven zij zich den 19 februari ll om 7 ure 's avonds naar het huis bewoond door de twee vrouwen, de genaamden Regina S…, en Marceline V…, sloegen de deur in stukken, rukten deze laatste vrouw, van echtbreuk beschuldigd, onbeschaamd uit haar bed en na hare handen en beenen vastgekneveld te hebben, wierpen zij de arme vrouw op de slede en doorliepen zoo zegevierend het dorp.

De echtgenooten hitsten de deugnieten op en betaalde den drank in bijna al de herbergen van het dorp. De ongelukkige vrouw half naakt, bevende van koude, weende, jammerde en vroeg te drinken; die beesten antwoorden haar: ziehier eten en drinken, en tegelijkertijd duwden zij haar roltabak in den mond en waterden op het hoofd van de ongelukkige.

En dit akelig toneel duurde 4 uren. Gedurende vier lange uren gaven zich die barbaren aan de ijselijkste baldadigheden over en dat zonder tusschenkomst van den burgemeester of schepen voor wiens woning de stoet nochtans verscheidene malen defileerden; geheel het dorp kende de feiten en de gemeenteoverheid durfde ze niet beletten noch vervolgen; het schijnt dat zij bevreesd waren hunnen oogst te verliezen.

De rechtbank heeft zich met rede streng betoond en de beschuldigden tot verscheidene straffen van 3 tot 18 maanden verschillende veroordeeld. De voornaamste ophitser, Fernand Geystens, werd op staande voet aangehouden.

Wat zedelijk uitwerksel heeft toch de katholieke opvoeding niet waar?"

 

 

 

De opeenvolgende verkiezingen toonden ook aan dat de BWP een stedelijke arbeiderspartij was en dat de propagandatechnieken naar de landbouwers gefaald hadden. Eén van de belangrijkste problemen was de onbekendheid van de stedelijke propagandisten met het platteland. Ze voerden er hetzelfde discours als dat waarmee ze de industriearbeiders probeerden te overtuigen: hun argumenten beperkten zich tot de bekommernissen van de industriearbeiders en het verwoorden van de algemene partijstandpunten zoals het algemeen stemrecht en de militiewet.

militiewet: De katholieke regering wou de militaire uitgaven verhogen en het leger versterken met het oog op een efficientere onderdrukking van de arbeidersbeweging. De Kristen-Dem ocraat G. Helleputte, die de sympathie van zijn plattelandskiezers kon gebruiken, maakte van de gelegenheid gebruik om op te komen voor een maandelijkse vergoeding, uit te keren aan de ouders van de dienstplichtige militairen. Deze sociale maatregel kwam v ooral ten goede aan de talrijke boerenzonen en was in werkelijkheid bedoeld om het dienst nemen populair te maken. De socialisten spraken spoedig van indirecte steun aan het kleine boerenbezit. Om in het zicht van de parlementverkiezingen van 1896 de guns t van de kiezer te verwerven, besloot de regering om alleen de gezinsvergoeding ter stemming te brengen. De BWP sprak zich nu uit voor het voorstel van Helleputte. E. Vandervelde stelde dat de vergoedingen aan de ouders van de militairen evenmin het kapitalistisch regime verstevigden als de loonsverhogingen voor de arbeiders. De plannen van de regering hingen samen met het aandringen van Leopold II om de dienstplicht te veralgemenen. De oude rechterzijde die haar kinderen uit de kazerne wilde houden met het stelsel van de loting met vervanging (tegen betaling) was daar tegen. Ze was evenmin bereid een deel van de lastenverzwaring voor haar rekening te nemen. De BWP bleef om principiele redenen uiteraard gekant tegen elke lastenverzwaring en ook het kazernesysteem paste niet in haar visie. Zolang het socialisme niet was ingesteld kon er echter ook geen sprake zijn van algemene ontwapening. De voorlopige oplossing lag in de gewapende natie, dat wil zeggen de wapens in handen van het volk met afschaffing van de kazernes. De Socialistische Jonge Wachten wilden een felle campagne met betogingen voor de gewapende natie. De meeste socialistische parlementsleden beschouwden de algemene dienstplicht al als een wezenlijke verbetering en waren tegen een algemene mobilisatie van arbeiders voor de gewapende natie.

Enquêtes over de landelijke samenleving

Op het Congres van de tweede socialistische internationale te Londen stelde de Brusselse federatie, op initiatief van Emile Vandervelde, voor om via enquêtes informatie in te winnen over de landelijke samenleving. Na het congres van Londen begon de Brusselse federatie vragenlijsten te sturen naar verschillende landelijke gemeenten van het arrondissement. De resultaten werden gepubliceerd in Le Peuple tussen 1896 en 1898 in een reeks monografieën.

Hier volgt een vertaling van de bijdrage over Sint-Katherina-Lombeek die verschijnt in

Le Peuple van 16 oktober 1897 (origineel)

"De gemeente Sint-Katherina-Lombeek, 612 ha 62 a groot, telt 2236 inwoners, hoofdzakelijk landbouwers.

Volgens het Nationaal Instituut voor de Statistiek bedroeg het aantal inwoners in 1895: 2255, 1226 mannen en 1029 vrouwen, en in 1900: 2375, 1302 mannen en 1073 vrouwen.

De wedden van de arbeiders bedragen:

10 à 15 frank per maand voor de dienstboden; 8 à 12 frank per maand voor de dienstmeisjes; 75 centimes tot 1 frank per dag in de zomer en 50 tot 75 centimes in de winter voor de mannelijke dagloners, 45 tot 55 en 40 à 50 centimes voor de vrouwen.

Een groot aantal arbeiders werken in de zomer bij de (grootgrond)bezitters. Hun voedsel bestaat uit roggebrood, spek, aardappelen en bier. Vermelden we terloops dat dit slechts 4 tot 6 frank voor 180 liter kost: 2 centimes per liter! Ze eten geen boter en ook geen eieren."

In het boek Sint-Katherina-Lombeek van Frans Cornelis spreekt ook Petrus Van Der Cruys, °1893 op de Meersstraat, van een dagloon van 1 frank. Een brood koste volgens hem toen 20 centimen. Eieren werden verkocht voor 5 centimen op de markt om het schamele inkomen aan te vullen. En men kweekte ook nog wat hop en aardbeien om op de markt te verkopen.

"In de zomer begint de arbeid ’s morgens om 5 uur en eindigt ‘s avonds om 7 uur. In de periode van het …. en het plukken van de hop wordt er 17 tot 18 uur gewerkt. De vrouwen helpen op het veld en doen het huishouden. De kinderen helpen reeds mee van hun 9 jaar in de landbouw.

De huizen zijn meestal in goede staat maar het meubilair en het beddengoed laten veel te wensen over.

Landbouw. Men verbouwt rogge, tarwe, aardappelen en vooral hop. De boeren maken gebruik van kunstmest. In twee of drie hoeven wordt het graan machinaal gedorst.

De slechte toestand in de landbouw en meer bepaald de te lage prijs van de hop veroorzaakt een vlucht naar industriële beroepen en emigratie naar de stad.

Ik kan u niet inlichten over het budget van een familie omwille van het feit dat de meeste families het allernoodzakelijkste ontberen doordat de hop zo weinig opbrengt. Alle eigenaars van minder dan 3 ha grond bevestigen dat zij niet rond komen.

Eigendom. De verdeling van de grond kan als volgt worden vastgesteld:

10 gronden van minder dan 5 are;

15 gronden van 5 tot 20 are;

125 20 tot 50 are;

  1. 51 are tot 1 ha;
  1. 1 tot 5 ha;
  1. 5 tot 10 ha;
  1. 10 tot 20ha;
  1. 20 tot 50 ha.

(Grote boeren en grondeigenaars waren de vroegere burgemeester Philippe Caudron van het Hof ten Berg in de Vianestraat, Moens van het Hof van Lombeek in de Lindenstraat, Jacobus D’Hoe op Schepenijsel en burgemeester Carolus Claes van het Claeshof in de Meersstraat 1. Deze laatste bezat bij zijn overlijden in 1906 bijna 39 ha van Sint-Katherina-Lombeek en nog zo’n 28 ha in de buurgemeenten. Cfr. Akte van verdeling notaris Stas, in F. Cornelis, Sint-Katherina-Lombeek)

De eigendommen vertonen de neiging steeds kleiner te worden als gevolg van de jarenlange slechte opbrengst van de landbouwprodukten.

In het boek van Cornelis vertelt P. Van der Cruys ook het verhaal van zijn moeder, die weduwe was en de eindjes niet aan elkaar kon knopen en geregeld ging aankloppen om hulp bij burgemeester Claes, tot wiens partij – De Ware Vrienden of Nieuwe partij - ze behoorden, en dan telkens met twintig frank terug kwam. Claes noteerde die "leningen" allemaal in een boek en na enkele jaren liet Claes aan de weduwe bij de notaris een akte van grondafstand doen van het stukje tuin naast het huis in ruil voor de kwijtschelding van de opgestapelde schulden. Nu moest zij het land huren om het te kunnen bewerken. De kinderen hadden al die tijd gedacht dat hun moeder financieel gesteund werd door hun burgemeester. Zij vernamen de ware toedracht pas toen zoon Louis dacht een huis te bouwen op het stukje grond en van de notaris vernam dat het reeds lang eigendom geworden was van de burgemeester. De kinderen stapten prompt over naar de Oude partij, L’union of De Eendracht en de erbij horende gelijknamige Fanfare, van pachters Moens en Caudron.

Een gelijkaardig verhaal uit het boek van F. Cornelis is dat van Pie(ter) De Backer, een boerke van de Vianestraat die bij zijn burgemeester een lening vroeg om een stukje grond te kopen. Op de koopdag werd de grond hem inderdaad toegewezen voor een lage prijs omdat de andere boerkes niet opboden tegen hun vriend Pie. Maar toen vroeg Claes aan de notaris om de grond op zijn naam te zetten. En Pie die het geld niet in handen had moest laten begaan en achteraf de grond huren van boer Claes. Niettegenstaande alles bleef de familie in de fanfare en partij van burgemeester Claes.

28 are 50ca zijn eigendom van de gemeente. Ze worden verhuurd aan de inwoners voor 28 frank 50."

Kleine eigenaars en boeren. – Er zijn in de omgeving 13 boeren-eigenaars die hun eigen velden bewerken als hoofdberoep. Ze bezitten 6 tot 15 ha. Ik ken 4 grote en 6 kleine boerderijen. De huur (pacht) ligt tussen 120 en 200 frank per ha. De huurcontracten zijn afgesloten voor één, drie of zes jaar. Vele overeenkomsten zijn schriftelijk maar evenveel zijn slechts mondeling overeengekomen.

Ik weet niet of er een schadevergoeding wordt uitbetaald als de huurder de hoeve verlaat.Als gevolg van de moeilijke tijden krijgen de kleine eigenaars en boeren geen krediet van hun leveranciers van mest, landbouwwerktuigen en –machines.

Het hypothecair krediet bestaat voor de gronden met hoge waarde. De interestvoet bedraagt 4 à 41/2 percent. Ik kan het aantal hypotheken niet bepalen maar ik kan bevestigen dat er veel zijn.

Gemeentelijke Zaken – Begroting.

Onderwijs : 5.645 frank;

Weldadigheid : 3.500 frank;

Administratie : 1.335 frank;

Openbare Werken : 3.500 frank;

Wegen : 2.117 frank;

Belastingen : 4.445 frank;

Hondentaks : 150 frank;

De grote boeren betalen over het algemeen ongeveer dubbel zoveel belastingen als de kleine landbouwers.

Weldadigheid. 32 ingeschrevenen. Ze ontvangen brood, brandstof, kruidenierswaren en kledingstukken die ze moeten afhalen in de winkels der beheerders. Ze moeten in het bezit zijn van bonnen die worden afgeleverd door de pastoor. De liefdadigheidsinstellingen worden geleid door de beheerraad van het weldadigheidsbureel, samengesteld uit de pastoor en een handelaar die aan de armen levert.

Wezen worden uitbesteed aan en opgevoed door bepaalde inwoners van de gemeente, vooral arme mensen.

Gemeenteraad. Katholiek. Hij wordt geleid door een burgemeester die …

De rijke eigenaars en de bestuurders van de gemeente eisen passieve gehoorzaamheid van de inwoners anders worden deze het slachtoffer van afpersing en machtsmisbruik (exaction).

Onderwijs. Er is een bewaarschool met 115 kinderen van minder dan 6 jaar, geleid door een onderwijzer en een non. De lokalen zijn in goede staat. Ze hebben een oppervlakte van 3 are.

Er zijn …(on?)voldoende… klassen voor basisonderwijs. Ze tellen 317 leerlingen. De kinderen verlaten de school tussen hun 10 en hun 11 jaar om hun ouders te helpen. Weinig kinderen krijgen helemaal geen onderwijs. Het onderwijs is niet helemaal gratis. …

Er is noch een bibliotheek noch een school voor volwassenen. …

De gemeente telt 85 herbergen (cabarets). …

Enkele inwoners lezen. Verschillende soorten dagbladen worden er verkocht, vooral …

 

Hier volgt een vertaling van de bijdrage over Ternat die verschijnt in

Le Peuple

25 oktober 1897

Propagande à la Campagne

Commune de Ternath

Arrondissement Brussel, kanton Asse

Bevolking: 2.500 inwoners.

Gemeenteraad. ¾ 9 leden: 5 doctrinairen en 4 katholieken.

Over de landbouw

Wedden. ¾ Dienstboden: 15 frank per maand en eten.

Dienstmeisjes: 12 frank per maand en eten.

Dagloners: In de zomer,1 frank per dag en eten, in de winter 75 centimen en eten.

Vrouwen: In de zomer 75 centimen per dag en eten, in de winter 50 centimen per dag en eten.

Dikwijls verplicht de eigenaar op bepaalde momenten van het jaar zijn huurders om hem te komen helpen en dus hun eigen werk in de steek te laten. De eigenaars verhuren hun velden onder deze voorwaarde.

Sommige landarbeiders worden per maand betaald, andere per dag. Sommige dienstmeisjes laten het geld voor hen bewaren en vragen het wanneer ze iets nodig hebben. Ik denk niet dat men hen interest betaalt. Buiten hun dagelijks werk hebben de arbeiders die op de boerderijen werken soms nog enkele aren grond die zij huren. Maar als gevolg van de crisis in de landbouw halen zij daar meer verlies dan winst uit.

De wedden van de dagloners zijn de laatste 30 jaar niet meer gestegen. Voor deze tijd waren ze 20 percent lager maar de mensen konden toen met 1 frank meer kopen dan nu met 5 frank. De tijden en de (zeden?) zijn veranderd… Men kan dus besluiten dat de wedden 30 jaar geleden relatief hoger lagen dan nu. De arbeiders krijgen ’s morgens als ontbijt 2 of 3 bruine boterhammen, ’s middags …………..dikwijls botermelk) met aardappelen en ………… een boterham met spek; om 4 uur koffie en brood; ’s avonds soep.

Sommige boeren geven bij het oogsten aan de arbeiders de 25 ste hoop als beloning voor hun diensten.

Werktijden. In de zomer van 5 uur tot 7 uur en in de winter van 7 uur tot 4.30 uur. Het werk …vermindert?… nar de winter toe, wanneer het graan gedorst is.

Het werk van de vrouwen en de kinderen. De vrouwen nemen de zorg voor het huishouden op zich, ze zorgen voor de koeien, ze geven eten aan het vee, ze wieden, ze oogsten, ze plukken de hop.

Vanaf 12 jaar helpen de kinderen hun ouders. Sommigen doen ze reeds vanaf hun 10 jaar zwaar landbouwwerk verrichten waardoor ze op hun 17 – 18 jaar mismaakt zijn.

Bevolking. Er zijn 500 mannen, 400 vrouwen en 300 kinderen (? >< 2.500 hierboven?

Meer dan 200 mensen gaan elke dag naar Brussel werken waar ze 3 à 4 keer zo veel verdienen als op het platteland. Er is dan ook een groot contrast tussen de welstand en de vrolijkheid in hun families en de miserie in de 9/10 andere families.

Mechanisering. Men werkt nog niet met behulp van machines. Er is echter sprake van om in de omgeving een melkerij met stoommachine te vestigen. Dat zou, volgens mij, zeer nadelig zijn voor de gemeente omdat het de dagelijkse markt zou vernietigen. Dat zal in geen geval de prijs van de boter doen verhogen.

Teelten. ¾ De boeren van Ternath verbouwen granen, voedergewassen en vooral hoppe. Ze gebruiken vrij grote hoeveelheden kunstmest.

 

Inkomen werkman. ¾ Een landbouwersgezin met 4 kinderen. Jaarlijks inkomen, 300 maal 1 frank 75 of 525 frank. Slechts weinigen halen enige winst uit hun eigendom. Nemen we echter aan dat dit gezin nog 200 frank extra heeft doordat de vader, ’s avonds, na zijn dagtaak bij de boer, nog zijn eigen veld bewerkt.

Voeding : Voor de kinderen 0,4 frank per dag, voor 4 kinderen maakt dit

dus 1.6 frank x 365 dagen = 584 frank per jaar.

65 dagen aan 0,5 frank= 32,5 frank voor de ouders (werkloosheidsdagen = wanneer ze niet op de boerderij eten)

Totaal : 616,5 frank.

Huur : 75 frank.

Kleding : 25 frank per persoon, dat wil zeggen 150 frank voor de zes gezinsleden.

Verlichting : 5 frank voor petroleum.

Ziekte : Kosten gedragen door het Weldadigheidsbureel. Voor de andere : 25 frank per jaar.

Uitgaven in de herberg : gering, 5 frank per jaar.

Belasting : 10 frank.

Inkomsten : 725 frank; uitgaven 886,5 frank; tekort : 161.5 frank.

Zo groeien hun schulden bij de kleine leveranciers steeds aan want als de huur voor het veld niet betaald wordt gaat de deurwaarder over tot uitzetting. De meeste boeren zijn in hetzelfde geval.

 

  1. ¾ Eigendom.

Het is ons onmogelijk precieze inlichtingen te geven over het aantal eigenaars en over de omvang van hun gronden gezien we ons moeten informeren bij een persoon die onze partij slecht gezind is. Hier volgt echter een ruwe schatting :

De helft van de gemeente hoort toe aan een tiental grootgrondbezitters.

1/6 aan boeren die gemiddeld 25 tot 100 are bezitten. Maar bij de meesten is deze eigendom slechts bedrieglijke schijn want er rusten zware lasten op. De laatste twee jaar worden er ook 50 procent meer gronden en boerderijen openbaar verkocht.

De overige 3/8? van de gronden wordt verhuurd.

Het aantal kleine eigenaars vermindert steeds en hun gronden komen in de handen van de grootgrondbezitters.

Er zijn in de omgeving geen braakliggende gronden. De gemeente bezit ongeveer 150 are weiland.

C. ¾ Kleine eigenaars en boeren.

Negen boeren-eigenaars bezitten 4 tot 20 ha grond die ze zelf bewerken.

Er zijn in de omgeving 4 grote en 5 kleine boerderijen.

De kleine boeren geven 45 tot 55 frank voor het huren van 25 are, de grote boeren ongeveer 140 frank per ha. Deze prijzen zijn met 10 procent gestegen. De boeren maken de fout niet met mekaar overeen te komen over de pachtprijzen. Ieder van hen spant zich in om grond te bekomen door hoger te bieden. Een hoeve van de Godshuizen van Brussel werd verhuurd voor 120 frank per ha. Na het vertrek van de huurder, die geen enkele winst maakte, verdeelde het bestuur het goed in percelen van 25 are die aan de boeren werden verhuurd aan 240 frank per ha, het dubbele dus van de oorspronkelijke huur. … eens, de boeren zouden moeten een vereniging oprichten.

 

De huurovereenkomst wordt schriftelijk opgesteld of bestaat slechts bij stilzwijgende overeenkomst.

Uitzonderlijk bekomen de boeren krediet bij de leveranciers van meststoffen en werktuigen. Er levert hier een landbouwingenieur uit Waterloo aan de boeren. De betaling wordt bepaald op 9 maand. Hij heeft zijn vertegenwoordigers die hem alle gewenste inlichtingen bezorgen.

Het hypothécair krediet wordt veel gebruikt. De leningen worden terugbetaald met een interest van 4 à 5 percent. 50 percent van de eigenaars hebben gronden waarop een hypotheek rust.

Er bestaat een vereniging waarvan de leden jaarlijks een bepaalde som storten. Ze heeft als doelstelling om als er een koe sterft aan de eigenaar ¾ terug te betalen van de som die ze hem gekost heeft. Deze vereniging wordt gesubsidieerd door de staat en de provincie.

Het is moeilijk om grond te huren van een katholieke eigenaar als deze weet dat je niet van zijn partij bent.

D. ¾ Nijverheid.

Er is geen enkele industriële vestiging in de gemeente.

 

 

 

 

E. ¾ Gemeentezaken.

Weldadigheid. Ongeveer de helft van de werkende bevolking is ingeschreven bij het Weldadigheidsbureau. Ze ontvangen voedsel en soms geld. Het aantal armen blijft gelijk.

 

De bijdrage over "Wambeek-lez-Ternath" verschijnt in Le Peuple van 17 januari 1898.

Oppervlakte: ongeveer 1400 ha

Bevolking: 1790 inwoners

Gemeenteraad: 5 katholieken, 4 democraten

  1. – Landbouw

    Arbeid in de landbouw: Huispersoneel: 15 frank per maand plus eten

    Dienstmeid: 10 frank per maand plus eten

    Dagloners: 80 centimes in de zomer en 50 in de winter. Voor de vrouwen respectievelijk 70 en 45 centimes

    De wedden worden doorgaans elke maand in speciën uitbetaald. Daarenboven huren de dienstboden, het huispersoneel en de dagloners nog een stukje grond waar ze hun aardappelen verbouwen.

    Hun dagelijks eten bestaat uit : ’s morgens één of meer sneden roggebrood, ’s middags aardappelen en een snede spek, ’s avonds groentesoep met roggebrood.

    De laatste vijf jaar zijn de lonen gestegen met 9 centimes per dag als gevolg van de arbeiders die wegtrekken uit de landbouw om hun boterham te gaan verdienen in de stad.

    Sommige boeren geven bij de oogst elke 25ste hoop aan hun arbeiders. Die hoop bestaat uit 10 schoven.

    Men werkt van 5 uur ’s ochtends tot 8 uur ’s avonds in de zomer, en van 6 uur ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds in de winter.

    Het werk van de vrouwen bestaat uit het verzorgen en voederen van het vee, het melken van de koeien en naar de markt gaan. De kinderen werken vanaf 12 jaar mee op het veld. Meer en meer mensen die in de landbouw werkten trekken naar de stad om er werk te zoeken in de industrie. Dat is een gevolg van de hoge huurprijzen voor de grond in vergelijking met de opbrengst. Bovendien zijn de daglonen zeer laag.

    Sinds enkele maanden heeft een coöperatieve maatschappij een melkerij met stoommachine gevestigd in het dorp. Iedereen verwacht er goede resultaten van.

    Teelten. - De landbouwers verbouwen hoofdzakelijk hop, tarwe, rogge, bieten, boekweit, klaver. Er wordt veel kunstmest gebruikt.

  2. - Eigendom.

    De grondeigenaars van de gemeente bezitten globaal 200 ha grond, als volgt verdeeld:

    30 eigenaars hebben minder dan 5 are

    100 eigenaars hebben tussen 5 en 20 are

    30 eigenaars hebben tussen 20 en 50 are

    20 eigenaars hebben tussen 50 are en 1 ha

    8 eigenaars hebben tussen 1 en 5 ha

    3 eigenaars hebben tussen 5 en 10 ha

    1 eigenaar heeft tussen 10 en 20 ha

    2 eigenaars hebben tussen 20 en 50 ha

    Dat maakt in totaal zo’n 200 eigenaars die het grootste gedeelte van hun grond verhuren. 120 onder hen zijn zelf landbouwers. De plaatselijke brouwerijen maken tot 80 percent winst.

    De gemeente bezit geen enkele eigendom.

    De landbouwers klagen heel erg over de jagers. Zij klagen over het vernielen van hun gewassen. Zij wensen ook dat het wild, dat zich gevoed heeft met de door hun gezaaide gewassen, hen van rechtswege zou toekomen.

  3. - Kleine eigenaars en pachters

    Ongeveer 200 boeren – eigenaars bezitten ieder 2 à 3 ha grond, verbouwen zelf hun velden en maken hier hun beroep van.

    De grond wordt verhuurd voor 200 frank per ha. Jammer genoeg brengt hij minder op. De huurovereenkomst, die gewoonlijk geschreven is, wordt afgesloten voor 3, 6 of 9 jaar. Als er op de vervaldag niet betaald wordt laat de eigenaar de opbrengsten van de verhuurde grond verkopen. De rijken nemen hypotheek op de grond aan 5 percent interest.. Er wordt een krediet van een jaar toegekend voor de aankoop van mest maar de verkoper vraagt een belangrijke waarborg.

  4. - Nijverheid

    Er is een melkerij en een brouwerij in de gemeente. Alle arbeiders komen uit de gemeente.

    De lonen worden maandelijks uitbetaald: twintig frank per maand plus eten, voor de bedienden van de brouwerij en twee frank per dag plus eten voor de bedienden van de melkerij. ……….;

    De dagelijkse arbeid duurt 12 uur. Daarbuiten verdienen de arbeiders iets bij met een veld dat ze pachten.

  5. - Gemeentezaken.

    Weldadigheid. het - Twintig gezinnen van gemiddeld 5 personen worden gesteund door Weldadigheidsbureel. In de winter krijgen zij kleren en kolen. Elk jaar zijn er meer armen. De weldadigheidsdienst is spijtig genoeg slecht georganiseerd.

    Begroting en belastingen. - De belastingen zijn als volgt omgeslagen: ongeveer 10 frank voor de kleine landbouwer, 40 tot 60 frank voor een gegoede boer en 120 frank voor de grootgrondbezitters.

    Ziehier een overzicht van de gemeentelijke begroting:

    Onderwijs, 4000 frank, Wegen, 4.390, Weldadigheid, 2.000 frank, Bestuur, 2.000 frank, Belastingen, 2.000 frank, ….recht, 300 frank, …., 200 frank.

  6. - Levensomstandigheden.

    Op 100 geboortes zijn er drie doodgeboren kinderen.

    Voeding. - De voeding bestaat uit brood, aardappelen en varkensvlees

    Huisvesting. - De inwoners huren voor 150 tot 200 frank per jaar kleine huisjes die elk gezin apart bewoont. Bij sommigen laat de netheid te wensen.

  7. - Morele situatie en religie.

Scholen. - Er bestaat een bewaarschool, gehouden door nonnen. Ze telt 50 meisjes en 35 jongens. De lokalen voldoen aan de hygiënische eisen..

De gemeente heeft ook een school die wordt geleid door een onderwijzer van de staat. Bijna 90 leerlingen volgen er les. Ze blijven er tot hun 12 à 14 jaar, waarna ze op de boerderij gaan werken. Het onderwijs is volledig gratis. Slechts heel weinig kinderen genieten helemaal geen onderwijs. Er is geen volwassenenonderwijs en geen gemeentelijke bibliotheek.

Morele en religieuze … . - De dorpelingen lezen Het Nieuws van den Dag, de Patriote, de Etoile Belge, en enkelen de V…

Ze missen nooit de zondagsmis. Maar toch zegt de pastoor zelf dat het geloof achteruit gaat.

Wambeek telt 45 herbergen.

De bedelarij is zeer groot.

1898: Bij Anselmus De Neef aan het station van Ternat

De periode tussen 1897 en 1902 bleef voor de BWP in het teken staan van een doorgedreven propaganda op het platteland. De toenemende propaganda zorgde er ook voor dat de socialisten steeds meer af te rekenen kregen met anti-socialistische reacties. Daarom besloot de Brusselse BWP-federatie meer de klemtoon te leggen op het verspreiden van brochures en pamfletten (Vooruit, 30.03.1898). Hiervoor werd, naast de Brusselse Werkersbonden, nu ook het personeel van de Brusselse coöperatieve het Volkshuis ingezet. Dat gebeurde vooral tijdens de winter, wanneer de boeren niet de ganse dag op het veld waren. Daarnaast wou men de Vlaamsche Propaganda een permanent karakter geven door bijvoorbeeld zangers naar buiten te sturen om er socialistische liederen te zingen.

Op zondag 18 december 1898 organiseert de BWP ook opnieuw een meeting in Ternat. Die vindt deze keer plaats bij Anselmus De Neef aan het station, op de hoek van de Hopstakenkaai en Assestesteenweg. Sprekers zijn Bergmans en Daussi. "De burgemeester, schepenen, gemeenteraadsleden en de pastoor worden uitgenodigd om tegen te spreken".

Celmus De Neef maakte deel uit van het wijkcomité van de Stationswijk, dat o.a. de Statiekermis organiseerde. Celmus was kermisburgemeester.

Eén van de Brusselse socialistische militanten die naar Ternat afzakken is waarschijnlijk de vrijzinnige Frans Leempoels (geboren te Booischot), die, officieel vanaf 26 oktober 1899, een tweede verblijf heeft aan het Station (huidige restaurant T’ Serclaes). Leempoels was "nen echten socialist, zijn kinderen waren niet gedoopt," weet Pelagie Van de Gucht ons te vertellen. Leempoels sluit zich aan bij de witte partij (Euterpe). In een pamflet uit die tijd (gepubliceerd in F. Verdoodt, De Ternatse politiek rond 1900) ondertekend door "Het redactie-Comiteit van Euterpe" lezen we dat "de Heeren Leempoels en L. De Croes, twee Euterpemannen eene wedding (hebben) aangegaan met Dr Poodt, op den uitslag der toekomende verkiezing." Volgens de katholieke partij (zwarten) zijn de witte kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen "schijnkatholieken die binnen veertien dagen (na de gemeenteraadsverkiezingen, nvdr) de voorstanders zullen zijn van Lepage, Huysmans (socialist) en Janson (progressieve liberaal)."

 

Volgens de kieswet van 18/5/1872 werd de gemeenteraad om de drie jaar bij helften vernieuwd. Vanaf 1899 worden de gemeenteraadsverkiezingen om de 4 jaar georganiseerd. Vanaf 1920 wordt het om de zes jaar.

 

 

 

Bij Gustaaf De Graeve op den Essene-hoek

Vooral in de aanloop naar de verkiezingen steeg het aantal meetings exponentieel. Zo werden er tijdens de campagne voor de verkiezingen van 1900 niet minder dan 151 meetings georganiseerd in het arrondissement waarvan 112 op het platteland en 39 in de stad Brussel en haar randgemeenten.

Op 13 mei van dat jaar vond er o.a. voor het eerst een meeting plaats in het Lombeekse gehucht Essene-Winkel (hoek Bosstraat-Meersstraat), bij Gustaaf De Graeve (op 13 mei 1900). De Graef Henricus Gustaaf, landbouwer-herbergier, geboren te Sint-Katherina-Lombeek op 4 juni 1868, gehuwd met Maria Vandermijnsbrugge op 18 juni 1895, woonde in de Meersstraat nummer 6. De Meersstraat kwam toen tot aan de hoek met de huidige Nieuwbaan. Dit gedeelte van de Nieuwbaan was toen een stuk van de Bosstraat. Ze hebben 5 kinderen: Judocus (1896), Joanna, Maria, Theophilus (1902), Joseph (1904). (Een Vandermijnsgghen is in 1911 kandidaat voor de geiten, samen met De Vuyst en Sterckx.)

Ook in Ternat, "bij Sneppe, aan de Kerk", waren er dat jaar opnieuw twee meetings, in maart (Elbers) en in mei (Van der Meeren).

Bij de wet van 30 december 1899 werd het principe van de evenredige vertegenwoordiging voor de algemene verkiezingen aangenomen. Daardoor deden de eerste rechtstreeks verkozen Vlaamse socialistische volksvertegenwoordigers hun intrede in de Kamer: 2 in Gent-Eeklo, 1 in Antwerpen en 1 in Leuven. De socialistische partij behaalde in 1900 in het Vlaamse landsgedeelte 4,5 % der stemmen, waarbij men rekening moet houden met het voor de socialisten negatieve effect van het meervoudige stemrecht dat partijen met een kleinburgerlijk electoraat begunstigde.

Concurrentie van de daensisten

In het arrondissement Brussel hadden de socialisten nu ook af te rekenen met de concurrentie van de daensisten. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 1899 hadden deze christen-democraten nog samengewerkt met de socialisten in Brussel. Tijdens een toespraak in het Volkshuis had priester Daens toen een wapenstilstand afgesloten met de socialisten (Le Peuple 13.05.1899, 02.07.1899) en er werden enkele gezamenlijke meetings gehouden. De Brusselse Federatie uitte dan ook haar ontgoocheling toen Daens besloot in het arrondissement op te komen voor de parlementsverkiezingen van 1900: "Qu’il le veuille ou non, il ne peut que diviser les forces démocratiques (Le Peuple 18.05.1900). Alhoewel het daensisme nooit een bedreiging vormde voor de Brusselse socialisten was er toch enige ongerustheid over de uitgebreide christen-democratische propaganda in de landelijke kantons. Talrijke meetings in de buitengemeenten maakten dat Daens, nog voor hij zich kandidaat stelde, al een populair figuur was in het arrondissement. Zijn interventies ten voordele van de Pajottenlandse hopboeren en de Brusselse steenkappers zorgden ervoor dat het daensisme bij deze groepen een stevige achterban verwierf. Op het arrondissementeel vlak vielen de scores tegen: men haalde het quorum niet en Daens werd pas in 1902 verkozen. De daensisten behaalden echter een respectabel aantal stemmen in de kantons Asse en Lennik, waar ze de socialisten verdrongen als derde partij. Het waren net die kantons die ook door de socialisten werden geviseerd in hun campagnes op het platteland.

 

 

 

Taalproblemen in de Brusselse federatie

De taal blijft een probleem in de Brusselse federatie. Dat blijkt o.a. uit een open brief in Vooruit van 18 februari 1900 van "Eene groep brusselsche propagandisten die elken Zondag den buiten afloopen" en die erop wijzen dat dit gebied "door en door" Vlaams was en de keuze van Nederlands-onkundige kandidaten voor de verkiezingen enkel in de kaart speelde van de tegenstanders: "En wij zouden daar staan te koekeloeren met onze Vlaamsch-onkundige kandidaten, hoe talentvol ook deze moge zijn". Twee maand later tijdens een meeting in Asse bood Emile Vandervelde zijn excuses aan voor het feit dat hij geen Vlaams sprak: "Le citoyen Vandervelde exprime les regrets de ne pouvoir parler en Flamand. Il est cependant dit-il de famille flamande. Si mes parents ne me l’ont pas appris, c’est parce que, suivant en coin l’exemple des bourgeois, on laissait cette langue pour les ouvriers".

En Ferdinand Elbers, secretaris van de Brusselse federatie vraagt in 1901: "Gezellen, denkt gij niet dat een vlaamsche volksvertegenwoordiger zich opdringt, in ons arrondissement, die samengesteld is uit 125 gemeenten, waarvan er 112 uitsluitend vlaamsch zijn … wij denken onze plicht te volbrengen door u te melden dat men op den buiten vraagt een vlaamschen volksvertegenwoordiger te benoemen en de Federatie zou heel wijs handelen indien zij in de toekomst een volksvertegenwoordiger koos die de taal der buitenlieden van het arrondissement Brussel schreef en sprak.

Het was deze Elbers die op zondag 11 maart 1900 in Ternat, bij Sneppe, kwam spreken met als thema de verkiezingen.

En op zondag 19 mei 1900 komt Van Der Meeren spreken bij Sneppe.

Frans Leempoels komt naar Ternat wonen

Op 18 december 1900 komt François Louis Leempoels, volgens het bevolkingsreister, definitief naar Ternat wonen in de Statiestraat zonder nummer, tussen nr 28 bis en nr 29 bis, het huidige Restaurant T’ Serclaes (derde woning van links, met loggia, hieronder). Het huis werd tot 12 maart 1897 bewoond door de weduwe Steenhuyzen Catherine. Haar man, Koeck Antoine, een employé des chemins de fer, was op 13 november 1894 overleden. Daarna betrok Leempoels het als tweede verblijf (officieel vanaf 26/10/1899).

Leempoels werd geboren te Bo(o)isschot (nu deelgemeente van Heist-op-den-Berg) op 21 januari 1866 en was volgens het bevolkingsregister van Ternat "candidat huissier", kandidaat deurwaarder. Hij was op 19 september 1894 te Brussel gehuwd met Toussaint Marie Felicia Claire, geboren te Namur op 31 juli 1871. Het echtpaar woonde achtereenvolgens in Brussel en St-Gillis. Daar worden twee zonen geboren: Raymond op 21 juni 1895 en Albert op 7 augustus 1898. Hun dochter Ludovica Maria Francisca wordt te Ternat geboren op 6 mei 1900, in hun woonst. Enkele maanden later komen zij dan definitief in Ternat wonen.

In nummer 29 wonen van 25 oktober 1899 tot 20 december 1900 schoonbroer Toussaint Camille, employé, en zijn vrouw Jeanne Grootaert, tailleuse. Vanaf 19 april 1900 komen ook de handelaar Petrus Anckaert en zijn vrouw de herbergierster Anna Huygens, geboren te Wambeek op 7 februari 1855, en zuster van Julien, alsook Anckaert Alphonsus en Huygens Anna, dochter van Julien, geboren in Sint-Katherina-Lombeek in 1883, in deze woning wonen.

In een beschrijving van de ontwikkeling van de stationswijk van de hand van ere-onderwijzer Alfons Mertens, opgenomen in de Geschiedenis van Ternat van H. Herpelinck vinden we dat daar o.a. woonden, Dokter De Croes, op de hoek van de Steenstraat en de Brusselstraat (toen reeds Stationsstraat), Firmin Claes en Leempoels, bedienden te Brussel. Leempoels droeg een rode fez (muts) met floche, zegt meester Mertens.

Uit het bevolkingsregister van 1900-1910 blijkt  dat daar toen woonden: in de Steenstraat nummer 29 (hoek met Statiestraat) Jean Dominique De Croes, docteur en médecine (vanaf 26/09/1899), in de Statiestraat nummer 37, Dumong, Koopman-Herbergier-Winkelier, in nummer 36 een herbergierster, in nummer 35 een leraar, een onderwijzer, een handelsreiziger en een dienstmeid, in nummer 34, Adèle De Neef, een herbergierster, in  nummer 32, Drabé, een koopman, in nummer 31, Francs, een bakker, in nummer 29 bis, Bellemans Auguste, onderwijzer en Dumong Constance met hun zoon en hun dienstmeid, in nummer 29, Anckaert Petrus, handelaar, ° Pamel 1868 en Huygens Barbara, ° Wambeek 1855, zuster van Julien Huygens, alsook Anckaert Alphonsus, ° Pamel 1886 en Huygens Anna, ° Sint-Katherina-Lombeek 1883,  dochter van Julien Huygens (komende van Wambeek op 19.04.1900), tussen 29bis en 28bis, zonder nummer, Frans Leempoels en zijn vrouw Toussaint Cathérine, in nummer 28bis, Sterckx, een schilder, in nummer 28, François Evenepoel, winkelier-herbergier, in nummer 27 eerst een schrijnwerker en omstreeks 1900 een smid, in nummer 26 de weduwe Roussel, rentenierster.
In het volgende bevolkingsregister (1911-1921) zijn de nummers aangepast omdat het aantal huizen tussen Markt en Station gevoelig is toegenomen op 10 jaar: Leempoels heeft nu nummer 48, Sterckx 49. Anna en Barbara Huygens wonen nu in nummer 55. Ook Désiré, broer van Julien, en weduwnaar van Maria Vanderstraeten uit Ternat woont er nu. Na de dood van Petrus Anckaert (1915) en zijn vrouw Barbara Huygens (1918) trouwt Anna Huygens met Theophiel "Pitje" Roesems, een "voerman" uit de Bosstraat in Lombeek (30.08.1919), die bij haar komt wonen. In nummer 47 woont drukker Jan Gillis (geboren in Merchtem), in nummer 52 woont huisschilder en winkelier in kleuren, Victor Schaillée, uitgever van de kaart hierboven, in nummer 53 Jozef De Bast, een letterkundige, in nummer 54 Louis De Croes, handelaar in hop, in nummer 57, dokter Jan De Croes.
Frans Seghels, °SKL 1868, werkman-herbergier, woont dan in de Statiestraat 36. Hij zal later de herberg op de hoek van de De Croesstraat overnemen, dat het lokaal van de werkersbond wordt.

Leempoels was lid van het comité ter verbetering van de Stationswijk dat allerlei feesten organiseerde waaronder de statiekermis. Leempoels en Claes waren beide lid van de Sint-Sebastiaens handboogschuttersgilde (zie foto in Herpelinck, GvT), een middeleeuwse gilde die werd heropgericht in 1828 (zie Th. Poodt, Geschiedenis van Ternath, 1896)

Leempoels sluit zich aan bij Euterpe, muziekmaatschappij en lokale kiesvereniging. In een pamflet naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen (gedeeltelijke vernieuwing gemeenteraad) van 1907 lezen we: "Leempoels en De Croes, twee Euterpemannen hadden wedding aangegaan met (Dokter) Poodt (van de Katholieke Gilde, nvdr) op de uitslag van de verkiezingen." De katholieke Gilde roept op om niet voor de lijst 2 (Euterpe) te stemmen omdat het geen echte katholieken zijn maar liberalen en te vergelijken met de Franse Combisten, die "zich schuil houden onder eenen blauwen-witten-rooden mantel". Na de gemeenteraadsverkiezingen zullen zij steun bieden aan Lepage, Huysmans en Janson. Evenepoel wordt ervan beschuldigd de Blauwbloem te hebben gedragen in Brussel. "Ik vraag u uwe stem te weigeren aan de kandidaten van de lijst nr 2, die zich voorstellen onder eenen katholieken dekmantel en die zich na de kiezing hier in hunne echte en ware liberale gedaante zullen vertoonen... Eere aan de katholieke leiders van Ternath die moedig ten strijde trekken tegen de schijnkatholieken die binnen veertien dagen de voorstanders zullen zijn van Lepage, Huysmans en Janson…Schiet het liberalismus af…"vraagt katholiek Volksvertegenwoordiger De Lantsheere, aan de katholieke kiezers van Ternat, op een kiesmeeting in de zaal D'Hoe (op de Borredam).

Voordien werd er door de zwarte en de witte kiesverenigingen steeds een eenheidslijst ingediende voor de gemeenteraadsverkiezingen. Uit de in 1878 opgerichte Muziekmaatschappij De Verbroedering is in 1880 de Katholieke Gilde ontstaan die financieel gedomineerd wordt door de graven de Lichtervelde en waarvan Dr Th. Poodt de leidende politieke figuur wordt. Zij bestempelen de witten als "liberalen" en "vrijmetselaars" ook al is de witte partij pluralistisch. Burgemeester Verbrugghen heeft steeds de steun gehad van pastoor Lascabanne die in zijn in 1902 verschenen Geschiedkundige schetsen schrijft: "Wij wijzen…op die gewichtige kwestie der verzorging van wegen, banen en waterloopen, dewelke onze Burgemeester J.B. Verbrugghen, in 't bijzonder in zijne ambtsbevoegdheid heeft, om er te beter zijne zorgen aan te wijden daar dit punt rechtstreeks het belang van ieder en in 't bijzonder aan den landbouwer raakt, en alzoo zijn dorp, dat hij hartstochtelijk bemint, als een voorbeeld wil verheffen." Net als vader J.B. Verbrugghen, wiens naam voor altijd verbonden blijft aan het "onschatbaar drietal bronnen van geluk: den ijzerenweg, het postkantoor, de markt.".

De witten haasten zich om in hun pamfletten te zeggen: "Wij, wij laten de religie waar ze moet, in den grond van onze conscientie…De witte partij is samengesteld uit boeren en werklieden, uit herbergiers, winkeliers en ambachtslieden…brave, eerlijke en deftige burgers… die niemand verstoten…die de verdraagzaamheid en de rechtvaardigheid oefenen, die de vrede en het welzijn in onze gemeente willen en de vrijheid voor iedereen. Achteruit met die zeden en gebruiken der middeleeuwen, waartegen onze voorvaderen zozeer hebben gestreden! …Weg met de twistzoekers die de langdurige vrede door de heren Lascabanne en Verbrugghen bewerkt, verbroken hebben."

Ook de socialistische "Gazet van Brussel" (zie verder) mengt zich in de plaatselijke kiesstrijd: UIT TERNATH (30 maart 1907)

Witte en Zwarte: Het is ongelooflijk welke zelfopofferingen de zwarte bende tegenwoordig doet. Tweemaal of meer per week doen eenige kopstukken hun avondronde in alle gehuchten en wijken der gemeente. Geen schooner komediespel kan men uitdenken. Wanneer zij in eene herberg terecht komen waar de baas en de bazin tehuis zijn, en waar eenige verbruikers aan tafel zitten, is het pijnlijk om nazien wat al trukken zij gebruiken om aan het bewind te komen. Terwijl de Witten hoofdrol met den baas speelt, houdt de Lange en 't Kesterken eene verstandige (!) en indrukwekkende (?) aanspraak tot de kalanten. Ondertusschen hebben Balleken en 't Pootje de bazin of dochter heel omwonden door allerlei beloften !

Noch list, noch geld wordt hier gespaard om het gemikte doel te bereiken - doch, ons verstandig volk zal zich niet laten beetnemen. Wij willen de rechtvaardigheid en het werkvolk zal tegen die mannen stemmen die onze klasse bekampen. Kartache.

Later (na WOI) zullen Cantillon en Leempoels respectievelijk de liberale partij en de socialistische werkersbond oprichten. Op twee verkiezingen na zullen alle witten echter steeds eendrachtig naar de gemeenteraadsverkiezingen trekken. Het apart opkomen speelde immers in de kaart van de zwarten.

Leempoels was een vrijdenker, zijn kinderen waren niet gedoopt (weet Pelagie Van de Gucht, dochter van één van zijn latere socialistische medestanders). Waarschijnlijk studeerde hij aan de Vrije Universiteit te Brussel rechten (hij was in 1900 kandidaat gerechtsdeurwaarder, volgens het bevolkingsregister van Ternat, en werd later directeur in het Ministerie van Justitie) en kwam hij samen met de socialistische sprekers ook in Ternat terecht. Waar hij in contact kwam met de lokale socialisten zoals Julien Huygens, op wiens erf in 1898 nog een socialistische meeting plaats vindt en wiens zuster en dochter vanaf 19 april 1900 naast Leempoels komen wonen, in het huis dat van 25 oktober 1899 tot 20 december 1900 (ook) bewoond werd door Leempoels' schoonbroer Camille Toussaint , een employé, en diens vrouw Jeanne Grootaert, een tailleuse.

 

 

Omdat de uitgave van De Landbouwer al in 1897 door de BWP was stopgezet verspreidde de Brusselse federatie in 1901 vijf nummers van De Ploeg, een eigen propagandablad voor de landbouwers, in een oplage van 128.000 exemplaren.

Ook in 1901 kwam Ferdinand Elbers samen met Emile Vandervelde (die dus geen Nederlands sprak) opnieuw naar Ternat. Ditmaal bij Theophile Verbrugghen, In de Vijvers van St-Anna, in de Brusselstraat. Ook in 1910 en 1912 zouden hier nog socialistische meetings plaatsvinden.

Voor de verkiezingen van 1902 sloten Liberalen en Socialisten een electoraal akkoord met het algemeen stemrecht en het verplicht onderwijs als voornaamste streefdoelen. Ze hoopten hiermee de katholieke meerderheid die sinds 1884 onafgebroken aan de macht was, te breken. De arbeiders kwamen opnieuw op straat voor algemeen stemrecht en op 14 april stemde de Algemene Raad van de BWP de algemene staking. De liberalen stapten daarop uit de alliantie.

De wetgevende verkiezingen van 1902 waren ook de aanleiding voor een laatste serieuze poging om door te breken in de landelijke gebieden van het arrondissement Brussel.

In de tweede helft van de jaren ’90 was Camille Huysmans al overgekomen uit Ieper en in 1902 werd Leo Meysmans van Tienen naar Brussel gehaald om er propaganda te voeren en er als Vlaams kandidaat op de lijst van de BWP op te komen voor de kamerverkiezingen. Op kwalitatief gebied drukten ze duidelijk hun stempel: Huysmans kreeg bij de Vlaamse Werkersbonden al vlug de naam "onze Vlaamsche kampioen"

In Lombeek vond in 1902 een meeting plaats bij Eug. De Backer met als thema’s het Algemeen (enkelvoudig) stemrecht en het Militarisme.

De verkiezingen van 1902 betekenden wel een doorbraak van de BWP in de semi-geïndustrialiseerde kantons Vilvoorde en Halle met 19% van de stemmen. In de overige landelijke kantons van het arrondissement haalde de BWP echter slechts 2,3 tot 4 % van de stemmen.

 

 

De Gazet van Brussel

 

Huysmans en Meysmans namen ook het initiatief om vanaf 1903 de "Gazet van Brussel" uit te geven, een weekblad voor de Vlamingen van het arrondissement. Het was "een Gazet voor alleman met nette prenten en illustraties", die via lokale correspondenten vooral nieuws uit de gemeenten rond Brussel en uit het Vilvoordse bracht. Later komen er af en toe ook berichten uit één van onze drie gemeenten.

UIT WAMBEEK (26 januari 1907)

De flinke fanfaren viert Maandag en Dinsdag haar jaarlijksch feest in de zaal van onzen vriend Jules Denies.

Tweehonderd mannen en vrouwen in dichte rijen aan tafel gezeten, luisteren

dit feest op. In dit gehucht haalt men er eer van dat de werkende klas zoo goed

hand in hand gaat. Edward De Wit.

Vermoedelijk gaat het om een samenkomst van de (latere) Sint-Rochusfanfare uit Overdorp-Wambeek, die nog tot de jaren1960 bestond en verbonden was met de politieke stromingen die er tegenover de conservatief-katholieke partij van brouwer-burgemeestersfamilie De Troch stond. Ze was hoofdzakelijk samengesteld uit arbeiders. De St-Remigiusfanfare bestond hoofdzakelijk uit landbouwers.

In het bevolkingsregister van Wambeek van de periode 1900-1910 zochten we tevergeefs naar Jules DENIES. Woonde deze vriend misschien in de gemeente Borchtlombeek (nu Roosdaal) waar het gehucht Overdorp nabij ligt en vierde de fanfare daar haar feest bij gebrek aan een zaal in het eigen gehucht? Volgens de uitgave over Wambeek van het Davidsfonds kwam er slechts omstreeks 1930 een zaal in Overdorp.

 

UIT TERNATH (30 maart 1907)

Witte en Zwarte: Het is ongelooflijk welke zelfopofferingen de zwarte bende

tegenwoordig doet.

Tweemaal of meer per week doen eenige kopstukken hun avondronde in alle

gehuchten en wijken der gemeente. Geen schooner komediespel kan men uitdenken.

Wanneer zij in eene herberg terecht komen waar de baas en de bazin tehuis zijn,

en waar eenige verbruikers aan tafel zitten, is het pijnlijk om nazien wat al trukken

zij gebruiken om aan het bewind te komen. Terwijl de Witten hoofdrol met den baas speelt,

houdt de Lange en 't Kesterken eene verstandige (!) en indrukwekkende (?) aanspraak tot

de kalanten.

Ondertusschen hebben Balleken en 't Pootje de bazin of dochter heel omwonden door

allerlei beloften !

Noch list, noch geld wordt hier gespaard om het gemikte doel te bereiken - doch, ons

verstandig volk zal zich niet laten beetnemen.

Wij willen de rechtvaardigheid en het werkvolk zal tegen die mannen stemmen die onze

klasse bekampen. Kartache.

UIT ST. - CATHARINA - LOMBEEK (5 december 1908)

Een vraagje: De werklieden onzer gemeente die op den "Avenue de Tervueren" werken

zijn hoogst ontevreden en vragen zich af hoe het komt dat zij reeds vijf tot zes weken

hun dagloon niet meer getrokken hebben. Is het klerikaal bestuur dan niet meer

bekommerd om den verdienden loon te betalen aan zijn werkvolk, meestendeels

huisvaders die vrouw en kinderen te onderhouden hebben ?

UIT ST. - CATHARINA - LOMBEEK (28 oogst 1909)

Slechte gazetten: Eenige propagandisten hadden de taak op zich genomen eene

uitdeling te doen van ons blad De Bode.

Dit heeft onzen herder in kwade luim gebracht en hij zegt dat de menschen die zulke

bladen lezen verdoemd zullen zijn.

Onnoodig u kwaad te maken, geachte herder, want ondanks u en allen

zullen wij ons blad verspreiden, en de buitenlieden zullen het lezen, daar zij beginnen

te begrijpen dat alleen in hunne ontwikkeling hunne redding ligt.

Die zelfde herder heeft bij den schoolbestuur aangedrongen om de uur fransche les

die in de school gegeven wordt te vervangen door godsdienstles. Hoe dat onze brave

menschen toch zorgen om het volk onder den domper te houden.

UIT ST. - CATHARINA - LOMBEEK (Gazet van 5 februari 1910)

Wij ontvingen den volgenden brief: "Vriend opsteller der Gazet van Brussel"

Met genoegen hebben wij hier vernomen dat gezel Vandervelde, bijgestaan

door eenige vrienden socialisten, voetstappen heeft aangewend teneinde de

taks welke de fransche Kamer op onze vlaamsche arbeiders heeft geheven,

te bestrijden. Wij weten ook dat de socialistische ministers der fransche Kamers

deze taks heeft bestreden en zijn er hun dankbaar voor.

Hoe is 't met het voorstel van gezel Terwagne, aangaande het brouwen der bieren

met malt en hop ? Dit ook is in de belangen der Vlaamsche boeren. Ook, vriend

opsteller, zien wij nu klaar wie den vlaamschen arbeider en boer genegen is, en

gij moogt met de aanstaande kiezing van Mei op onze stemmen rekenen.

Ontvangt, vriend opsteller, met onzen dank, de verzekering onzer verkleefdheid.

UIT ST. - CATHARINA - LOMBEEK (Gazet van 12 maart 1910)

Waar onze derde meeting moest plaats hebben; heeft den notaris Goossens

van Ternath , een gekende liberaal, verboden en aan zijn huurling verbod gegeven

nog openbare vergaderingen in zijne herberg te houden !! Die goeie liberaal !

Wanneer onze tegenstanders denken daarmede onze propaganda tegen te werken,

zijn zij waarlijk mis.

In plaats van eene meeting, hebben wij huisbezoeken ingericht ! Weldra zal alhier

een werkersbond gesticht worden, die zich zal gelasten met de verspreiding van ons

programma in het kanton Assche !

UIT WAMBEEK (Gazet van 26 maart 1910)

Ook opperbest - Hier ook was goede opkomst voor de meeting. Langzamerhand

begint ons volk te begrijpen dat het slechts met de socialisten zijn dat men verbetering

moet verhopen.

UIT ST. - CATHARINA - LOMBEEK (Gazet van 26 maart 1910)

Misnoegdheid - Het volk is misnoegd over hunnen herder, daar hij alle kleine dingen

uitvindt om zijne schapen te tergen.

Zoo heeft hij nu besloten dat het tweede communiefeest op een Donderdag zal plaats

hebben; denkt hij misschien dat het toegelaten is aan alle werklieden om in het midden

der week te verletten, of wil hij dat enkel de rijke hunne kristelijke plichten kunnen

vervullen.

UIT ST. - CATHARINA - LOMBEEK (Gazet van 2 april 1910)

Eene nieuwe eerloosheid - De nieuwe militiewet werd hier, met een zeker genoegen

onthaald.

Zooals vroeger hebben de katholieke meesters de wet zoodanig verprost en de deuren

aan het bedrog en de verklikkkerij geopend, dat nog eens de arme werkmanszoon zal

moeten optrekken om zijn vaderland te verdedigen, terwijl de welhebbende luiaard zijne

uren in vermaak en voldoening te huis zal mogen slijten.

Ziehier onder verschillige gevallen een voorbeeld tot staving van hetgeen ik wil vooruit

brengen:

In een zeker dorp woont een burgemeester die zoo wat een half millioen fortuin bezit

en wiens eenig zoontje dees jaar de wapens moest opnemen.

Dit mocht, dit kon niet zijn, hij de zoon van de burgemeester, een toekomende advokaat,

naar het leger gaan, neen ! dat nooit ! en ziehier de loensche truk die men speelde.

Dit mijnheerke kwam voor de aannemingsraad en onder voorwendsel van een gebrek

aan de oogen, werd hij onbekwaam voor de dienst verklaard ! De toer was gespeeld,

ziet gij klaar, landbouwers !

WETGEVENDE VERKIEZINGEN (Gazet van 9 april 1910)

Meetingen op zondag 10 april

Sint- Catharina - Lombeek

Om 4 1/2 ure, bij Theophile D'Hoe. Sprekers: K. Huysmans en Flips.

idem om 6 ure: bij Frans Van Mollem. Sprekers: L. Bertrand, K. Huysmans, Sanders, Flips.

Ternath

Om 5 ure, bij Theofiel Verbrugghen. Sprekers: L. Bertrand en Sanders.

VERKIEZINGEN VAN KAMER EN SENAAT VAN 2 JUNI 1912 (Gazet van 11 mei 1912)

Meetingen op zondag 12 mei

Sint- Catharina - Lombeek

Om 5 ure, bij Theophile D'Hoe, Heidestraat. Spreker: Elbers.

Ternath

Om 5 1/2 ure, bij Theofiel Verbrugghen, "In St.-Anneken", Brusselsche steenweg.

Sprekers: De Wit en De Vlaemynck.

UITSLAG DER VERKIEZINGEN VOOR HET KANTON ASSCHE

Socialisten: 369. klerikalen: 12.468 liberalen: 3.140

 

Van de Gazet van Brussel werden er in Sint-Katherina-Lombeek in 1909 wekelijks zowat 20 exemplaren verkocht (1060 op een jaar). Lombeek en Asse waren de twee enige gemeenten in de streek waar het weekblad regelmatig verspreid werd.

Huysmans kwam in 1910, samen met Filips, naar Sint-Katherina-Lombeek, bij Theopile D’Hoe op de Heidestraat, voor een meeting naar aanleiding van de verkiezingen. (Theophile D’Hoe baatte toen Café Het Duifken uit. Hij verhuisde later naar het centrum van Lombeek en werd eerste schepen voor de geiten. Naar verluid kon hij geen burgemeester worden omwille van een vroegere veroordeling, wegens weerspannigheid tegen gendarmen… ). Ook Vinck en Melckmans komen bij D'Hoe spreken. Bertrand, Huysmans, Sanders en Flips komen ook bij "Frans Van Mollem nog spreken. Een andere meeting moet volgens de Gazet van Brussel van 12 maart 1910 worden afgelast: UIT ST. - CATHARINA - LOMBEEK

Waar onze derde meeting moest plaats hebben; heeft den notaris Goossens

van Ternath , een gekende liberaal, verboden en aan zijn huurling verbod gegeven

nog openbare vergaderingen in zijne herberg te houden !! Die goeie liberaal !

Wanneer onze tegenstanders denken daarmede onze propaganda tegen te werken,

zijn zij waarlijk mis.

In plaats van eene meeting, hebben wij huisbezoeken ingericht ! Weldra zal alhier

een werkersbond gesticht worden, die zich zal gelasten met de verspreiding van ons

programma in het kanton Assche !

En ook in Wambeek is er dat jaar, volgens de Gazet van Brussel van 26 maart 1910, een meeting: UIT WAMBEEK

Ook opperbest - Hier ook was goede opkomst voor de meeting. Langzamerhand

begint ons volk te begrijpen dat het slechts met de socialisten zijn dat men verbetering moet verhopen.

En in Ternat zijn het Bertrand en Sanders die op 4 april en Vinck, Melckmans en Van Ounsem die op 8 mei van dat jaar naar 't Sint-Anneken komen om over de verkiezingen te spreken.

 

 

Voor de parlementsverkiezingen van 1912 vormden socialisten en liberalen opnieuw een kartel. Beide groepen kwamen op voor algemeen stemrecht, verplicht onderwijs en enkele sociale hervormingen.

In 1912 sprak Elbers opnieuw bij Théophile D’Hoe in de Heidestraat. In datzelfde jaar spraken ook De Brouckère en Tillmans te Lombeek bij Van Den Branden "aan de Claesplaats" (?). In 't Sint-Anneken spreken De Wit en De Vlaeminck.

 

De verkiezingen leverden winst op voor de katholieke meerderheid die steeg van 6 tot 16 zetels. Sommige liberale kiezers vreesden het bondgenootschap van hun partij met de socialisten en brachten hun stem uit op kandidaten van de katholieke rechterzijde. Er was grote ontgoocheling bij de arbeidersklasse die gerekend had op een klinkende overwinning. De partij overwoog een algemene staking. Na maanden overleg werd massaal gevolg gegeven aan de oproep tot staking, die van 14 tot 24 april 1913 een kalm verloop kende. Een kompromis op parlementair niveau zorgde voor de ontknoping van het conflict. Het duurde echter nog tot na de Eerste Wereldoorlog vooraleer het algemeen stemrecht werd aangenomen.

TUSSEN DE TWEE WERELDOORLOGEN

De Eerste Wereldoorlog gaf nieuwe impulsen aan de beweging: op plaatselijk vlak werden coöperatieven en andere sociale organisaties geïntegreerd in de werking van het Nationaal Hulp- en Voedingscomité. In de eerste naoorlogse regering van nationale eenheid werd Anseele opgenomen als Minister van Openbare Werken en Wederopbouw (1918-1919). Bij de verkiezingen van 1919 (algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen) kende de BWP met 25,5 % der stemmen in Vlaanderen haar doorbraak.

Na vier jaar oppositie haalde de BWP in 1925 30,1 % der stemmen in Vlaanderen, meteen haar hoogste score in de geschiedenis. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1926 steeg haar aantal verkozenen tot 565. Tussen 1925 en 1927 maakten de Vlaamse socialisten Anseele en Camille Huysmans (1871-1968) deel uit van een nieuwe regering van nationale eenheid. In 1921 werden de eerste Vlaamse socialistische burgemeesters door de Koning benoemd, in Ledeberg en Menen.

Later volgden andere gemeenten als Gentbrugge, Zelzate, Geraardsbergen, Ronse, Aalst, Sint-Gillis-bij-Dendermonde, Hoboken, Willebroek. In 1933 werd Camille Huysmans burgemeester van Antwerpen: het was meteen ook de bekroning van de opgang die Antwerpen had gekend als socialistische metropool in Vlaanderen, ten koste van Gent. De electorale score van de BWP in Vlaanderen schommelde tijdens het Interbellum rond de 26,5 % der stemmen (laagste score in 1921: 24,9 %; hoogste in 1925: 30,1 %).

Na acht jaar van oppositie werd de BWP in 1935 opnieuw in de regering opgenomen, met aan Vlaamse kant Hendrik de Man (1885-1953) als minister van Openbare Werken en Opslorping van de Werkloosheid. De Man was de ontwerper van het Plan van de Arbeid waarrond in die jaren intens campagne werd gevoerd. In 1934 had echter de socialistische coöperatieve beweging een serieuze klap gehad met de val van de Bank van de Arbeid. van 1936 verloor de BWP een 3 % van de stemmen, vooral aan de kleine verloor de BWP een 3 % van de stemmen, vooral aan de kleine Communistische Partij.

De socialisten bleven echter tot aan het uitbreken van de oorlog - mits een korte onderbreking in 1939 - deel uitmaken van de regering, met naast de Man, Desiré Bouchery (1888-1944), Eugène Soudan (1880-1960) en August Balthazar (1893-1952) als ministers. Hendrik De Man werd in 1939 de eerste Vlaamse voorzitter van de BWP: hij oriënteerde de BWP in Vlaanderen naar een meer uitgesproken Vlaams profiel, wars van het "vertaalde socialisme" van weleer. In 1937 werd het eerste Vlaams socialistisch congres georganiseerd. Het nieuwe profiel leidde op concrete momenten tot een tijdelijke breuk met de Franstalige socialisten, wat ondermeer bleek bij de stemming rond de erkenning van het Spaanse Burgos-regime in 1938.

 

De socialistische werkersbonden van Ternat en Sint-Katherina-Lombeek

In de Gazet van Brussel van 12 maart 1910 werd reeds de oprichting van een Werkersbond (afdeling van de Belgische Werkliedenpartij Partij) aangekondigd in Sint-Katherina-Lombeekt:

UIT ST. - CATHARINA - LOMBEEK

Waar onze derde meeting moest plaats hebben; heeft den notaris Goossens

van Ternath , een gekende liberaal, verboden en aan zijn huurling verbod gegeven

nog openbare vergaderingen in zijne herberg te houden !! Die goeie liberaal !

Wanneer onze tegenstanders denken daarmede onze propaganda tegen te werken,

zijn zij waarlijk mis.

In plaats van eene meeting, hebben wij huisbezoeken ingericht ! Weldra zal alhier

een werkersbond gesticht worden, die zich zal gelasten met de verspreiding van ons

programma in het kanton Assche !

Omstreeks 1920 werd in Ternat voor het eerst een Werkersbond opgericht.

De bond startte met 18 leden. Het lidgeld bedroeg 1 frank. In 1921, 1922 en 1923 had men 25 leden. In 1923 spreekt men van de Werkersbond van Ternat en Sint-Katherina-Lombeek.

In 1924 sluit de Werkersbond van Sint-Katherina-Lombeek zich officieel aan bij de BWP. J.-B. Pollet is secretaris in 1926 en 1927. Alle zondagen van 5 tot 6 kan men terecht in het inlichtingsbureel. Tot de leden van deze Socialistische Werkersbond behoorden ook Jan Vanderborght (gehuwd met Eudoxie Janssens, vader van Henriette, grootvader van Jean Trembloy, OCMW-raadslid SP) en Lodewijk De Vos (oom van de vader van Rik?, SP-kandidaat in ’82), van het café "Bij Joes" op de Assesteenweg (twee huizen voor het huidige agentschap van de Fortis Bank). Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1926 behalen de Lombeekse socialisten 17 stemmen. Bij de verkiezingen van 1926 dienen de socialisten een eigen lijst in met slechts drie kandidaten: Clement, Maes en Pollet. Ze behalen 27 8/9 stemmen. (De geiten winnen de verkiezingen met 851 4/9 stemmen: Sterckx, D'Hoe, De Baerdemaecker, Janssens en Pauwels worden verkozen. Stichelmans wordt niet meer verkozen en ook niet meer in 1932. Is dat de man van het latere lokaal van de Werkersbond, zie verder? ).

In Ternat is het lokaal in 1926 bij P. Dekock (vader van Frieda Dekock? Haar vader werd "de rooie" genoemd). Secretaris is dan P. De Ridder. Eén van de leden is Favresse uit de Hopstakenkaai. In 1927 en 1933 is het lokaal bij Frans Seghels op de Steenstraat (hoek van de huidige Hopstakenkaai, voordien het café van Celmus De Neef, waar in 1898 reeds een meeting van de socialisten plaats vond, zie hiervoor), dicht bij het station.

In 1928 waren de socialisten van Ternat en Sint-Katherina-Lombeek blijkbaar opnieuw verenigd in de Socialistische Werkersbond van Sint-Katherina-Lombeek en Ternat. Een vlag uit dat jaar is in het bezit van de SP-afdeling Ternat.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1932 dienden de socialisten in Ternat een volledige lijst in en behaalden zij 70 stemmen. (Herman Herpelinck, Geschiedenis van Ternat, deel 4, bron: G.A., Gemeente Ternath: Uitslag der Verkiezingen van 9 oktober 1932.). Lijsttrekker was Frans Leempoels, (van de Steenstraat 74,) die vanaf 1933 ook secretaris was van de afdeling (Hij sterft in 1938). Leempoels was "nen echten socialist, zijn kinderen waren niet gedoopt," weet Pelagie Van de Gucht ons te vertellen. Ook haar vader, Petrus, "Pie zonder gat", kleermaker en herbergier op de hoek van de Borredam en het straatje naar de Kerk, was kandidaat op de lijst van de socialistische werkersbond. Op een dag kwamen Graaf de Lichtervelde en Burgemeester Poodt bij hem om hem te overhalen niet op te komen met de socialisten. Ze moeten hem behoorlijk bang gemaakt hebben. Hij stond nog wel op de lijst maar durfde niet meer voor zichzelf stemmen. Toch had hij nog één stem achter zijn naam.

De volledige kandidatenlijst en de stemmen der kandidaten:

1. Leempoels 0/7

2. Nevens 6/4

3. De Ridder 2/4

4. Van Schuerbeek 15/5

5. Seghels 5/3

6. Lagart 1/3

7. Zerck 2/2

8. Hoste 0/2

9. Wathelet 4/4

10Van de Gucht 1/3

11. Toussaint 2/2

De socialisten haalden geen zetel. De liberalen haalden met 477 stemmen 5 zetels (Cantillon Léon, Roesems Maurice, Van Durme Victor, De Kock Petrus en Gorlier Petrus werden verkozen) en de Katholieken 6 zetels (Poodt Theofiel, Gyssens Louis, De Neve Leon, De Voghel Frans, D'Hoe Alfred en De Roms Maurice werden verkozen. Lijstduwer, Graaf de Lichtervelde werd niet verkozen

Andere socialisten uit deze periode waren: Coppens Hendrik uit de Molenstraat (vader van Emiel), …

 

Andere leden: (winkelier-herbergier François?) Evenepoel (Statiestraat 28) ???

 

 

In 1936, 1937 en 1938 heeft de Ternatse Werkersbond 25 leden. Georgette Leempoels wordt in 1936 afgevaardigde van de werkersbond van Ternat in de Federatie der Socialistische Vrouwen.

In 1938 komen de socialisten op de witte lijst die 2 zetels haalt. De liberalen komen apart op en behalen 3 zetels. De katholieken behalen 6 zetels dankzij het kiessysteem dat de grote lijsten bevoordeelt (witten en liberalen hadden samen 120 stemmen meer dan de katholieken).

In 1936 is het lokaal in Lombeek bij Th. Stichelmans (de niet meer op de lijst van de geiten verkozen kandidaat?) op de Bosstraat. Secretaris is Lodewijk De Vos. In 1937 en 1938 heeft de Lombeekse werkersbond 10 betalende leden. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1938 behalen de Lombeekse socialisten 64 stemmen. Tot de aanhangers van de Lombeekse socialisten behoorde onder meer Petrus De Wever van de Bosstraat (vader van René, Vinkenlaan 62) en Max Van der Slaghmolen, van de Meersstraat, gewezen poelier, afkomstig van de gemeentehuisstraat Ternat. Hij ging samen met de werkersbond van Leempoels op reis.

 

Bij Fong van Clara aan het station van Essene-Lombeek

Aan het station van Essene-Lombeek, op de hoek van de Spoorwegbaan en de huidige Sluisvijverstraat baatte Alfons Buggenhout, bijgenaamd Fong van Clara, een herberg uit. (Alfons was de vader van Antoinette en grootvader van Franky De Neef, SP-kandidaat in 1982 en was de broer van Daniël, grootvader van Ferdi Buggenhout, SP-kandidaat in 1994). Alfons en zijn vriend Victor Van Vaerenbergh (grootvader van Guido Van Cauwelaert, gemeenteraadslid SP) hadden socialistische sympathieën en ze lazen de Volksgazet. Rosa Vanvaerenbergh, dochter van Victor, herinnert zich nog dat er omstreeks 1932 een socialistische jeugdgroep op het stationsplein voor de herberg van Fong kwam optreden: marcheren en dansen. Deze jongens en meisjes waren gekleed in een blauw pak met rode das: Socialistische Jonge Wachten die naar het platteland werden gestuurd om er de plaatselijke werking te ondersteunen.

Op gemeentelijk vlak waren zij aanhangers van de Oude Partij, De Eendracht of L’Union, bijgenaamd De Geiten, de tegenhangers van de Nieuwe Partij, bijgenaamd De Bokken (volgens sommigen een Volksethymologische verbastering van "de boeken" omdat zij hun aanhangers hadden opgetekend in een boekje de eerste keer dat zij deelnamen aan de verkiezingen in 1876?).

Na de oorlog kwam er in de herberg van Fong ook een zitdag van de Socialistische Mutualiteit (verplichte ziekteverzekering).

 

 

 

NA DE TWEEDE WERELDOORLOG

Na de Achttiendaagse Veldtocht ontbond de Man de BWP en sleurde een aantal sympathisanten mee in de collaboratie. In de illegaliteit ontstond een nieuwe Socialistische Partij, rond verzetsbladen als Morgenrood en De Werker. In 1945 werd dan uiteindelijk een nieuwe Belgische Socialistische Partij opgericht die niet langer stoelde op collectief lidmaatschap (van vakbonden en andere verenigingen) maar op individuele toetreding. De nieuwe partij behield wel (tot 1978) een unitaire structuur, met een Vlaming als ondervoorzitter.

De belangrijkste naoorlogse Vlaamse socialist was ongetwijfeld de Bruggeling Achille Van Acker (1898-1975), die als minister van Sociale Zaken en later als Eerste Minister in de eerste naoorlogse regeringen de Sociale Zekerheid in ons land invoerde. Ten gevolge van de invoering van het vrouwenstemrecht (1949) en de Koningskwestie (1950) behaalde de CVP een absolute meerderheid en belandde de BSP weer in de oppositie.

 

Opnieuw een afdeling in Ternat

Vanaf 1947 is er opnieuw een afdeling in Ternat. Ze heeft 36 leden en houdt stand tot 1952. Daarna zijn er in Ternat nog wel partijleden maar die zijn rechtstreeks aangesloten bij de federatie.

Rond 1950 wordt er een afdeling van de Federatie van Socialistische Mutualiteiten van Brabant opgericht in Ternat. Iets later wordt er ook te Lombeek een afdeling opgericht. In 1957 wordt ook in Wambeek een afdeling opgericht. De afdelingen behoorden tot het Gewest Pamel, vanaf 1963 gewest Roosdaal, vanaf 1975 Gewest Liedekerke-Roosdaal.

In 1952 wordt er ook een afdeling van de Socialistische Vooruitziende Vrouwen opgericht in Ternat.

In 1960 is er opnieuw een BSP-afdeling met 10 leden. Van 1964 tot 1966 vormt Ternat samen Sint-Katherina-Lombeek één afdeling. Ze telt aanvankelijk 127 betalende leden maar valt dan terug tot 84 en 45 leden. Van 1970 tot 1973 zijn er opnieuw officiële BSP-afdelingen in de twee gemeenten. In Ternat gaat het ledenaantal van 80 over 75 en 59 naar 70. In Lombeek van 47 over 87 en 125 naar 146.

Na de fusie van de drie gemeenten komen er voor het eerst socialisten in de gemeenteraad. Het zijn er meteen drie.

 

Jongsocialisten

In 1975 wordt er een afdeling van de Jongsocialisten opgericht, die met allerlei aktiviteiten een doorbraak naar de jeugd forceren.

In 1976 wordt JS-kandidaat Ronald Parijs tot gemeenteraadslid verkozen. Ook twee andere oprichters van de Jongsocialisten, m.n. Guido Van Cauwelaert en Jean Trembloy worden later (1992/1994/1996) tot gemeente- en/of OCMW-raadslid verkozen voor de SP.