Oorsprong van het katharisme

 

De oorsprong van het Katharisme is even mysterieus als de piramides van Egypte. Daarvoor zijn er verschillende redenen. Eerst en vooral vernietigde de inquisitie alle documenten met betrekking tot de katharen. Daardoor bestaan er nogal uiteenlopende versies over het ontstaan van het Katharisme. De documenten waarover we nu nog beschikken zijn geschreven door mensen die het Katharisme bestreden en kunnen een vervormde weergave van de werkelijkheid weergeven. Het werk van Charles Smidt en René Nelli zou laten doorschemeren dat het Katharisme afkomstig is van het bogomilisme uit Bulgarije. Een andere denkpiste leidt ons naar het Midden-Oosten. Volgens Professor Gilles Quispel zouden de wortels van het Katharisme teruggaan tot ver voor de begintijd van het christendom. Toen men de wereld ervoer als een wereld van schaduwen en men met de rug naar de realiteit stond dacht men het goddelijke in zichzelf te kunnen vinden zonder tussenkomst van kerk of bijbel. Prof. Quispel bestudeerde documenten die in 1945 door een boer in Egypte waren opgegraven. In Nag Hammadi ontdekte men documenten die verborgen waren in het begin van het christendom door mensen die vervolging vreesden. Deze ontdekking gaf Professor Gilles Quispel, kerkhistoricus, wereldfaam. Deze documenten bevatten de leer van de gnostici. Voor gnostici is deze wereld niet werkelijk maar een wereld van schaduwen. De sleutel tot die wereld noemden ze gnosis, kennis die gevoeld word in het hart. Voor hen was dit wat Jezus werkelijk leerde. Didymus Judas Thomas, schreef de verborgen woorden op, die Jezus tijdens zijn leven uitsprak. Een belangrijke zinsnede was:" Wie de

verklaring van deze woorden vindt, zal niet sterven". Zo begint het gnostische evangelie van Thomas. Hij schreef dit evangelie voor Marcus en Matheus en generaties voor Lucas en Johannes. De katharen waren gnostici. Ze waren de erfgenamen van de oude gnostici die in Alexandrië leefden aan het begin van onze jaartelling. Het waren joden die in ballingschap leefden. Ze hadden in hun hart een onbekende God gevonden. Maar deze God vonden ze op aarde niet terug. De wereld is immers vol kwaad en ellende. Ze concludeerden dat een mindere God deze wereld geschapen had. Jehova hun stamgod. De wereld een hel, dat kan niet de wereld zijn van de goede God. De God van het oude testament schiep alleen stof en materie. Gnostici zagen Jehova als een valse God. Hij gaf de mens een lichaam en sleurt hen in een leven van pijn. En de mens geschapen naar zijn evenbeeld kan alleen maar meer scheppen. Zo vergeet hij zijn goddelijke oorsprong die in hem schuilt. Maar de mens kan dit goddelijk licht weer in zich vinden zij het niet tijdens dit leven, dan in een volgende leven. De gnostici geloofden in re´ncarnatie.

Toen de joden uit Alexandrië christenen waren geworden beroerde Jezus hun diepste innerlijk en leerde hen daar naar te luisteren. Zij waren van mening wie zichzelf kent, kent God. De kerk werd een perfecte organisatie. Men moest een geloofsbelijdenis afleggen en de bijbelse leerstelling accepteren. Een bisschop bepaalde wat waar was en wat niet. De gnostici geloofden niet in een van buitenaf opgelegd gezag en volgden slechts de gnosis van hun hart. Geen enkele verantwoordelijke houdt van een dergelijke situatie. Deze bittere theologische ruzie beheerste de eerste eeuwen van het christendom. De eerste katholieke Romeinse keizer Constantijn de Grote riep te Nicaea in 324 de twistende bisschoppen bijeen. Wat Constantijn hen zou opleggen zou de basis van het geloof worden tot op heden. Als staatsman kiest Constantijn voor organisatie en het katholicisme wint. De gnostische stukken worden verbrand. De gnostiek is een geloof voor individualisten. Zo staan de gnostici weerloos wanneer christenen de andere christenen gaan vervolgen.

HOME