Over voorbije activiteiten vertellen

Entraîne-toi à retenir ce lexique de base (35 items). Il te suffit de faire défiler les mots et leur traduction à l'aide du bouton 'suivant'. Une fois que tu es certain de le connaitre tu l'effaces avec le bouton 'effacer'. Après plusieurs lectures, vérifie ton travail en cliquant sur le bouton 'Oefening'.
Bon travail.

het leuk hebben
b.v. Ik heb het leuk gehad.
s'amuser - Je me suis amusé.
een penvriend vindentrouver un correspondant
een brief schrijvenécrire une lettre
het verblijfle séjour
laten zienmontrer
Wat heb je allemaal gedaan?Qu'as-tu tout fait?
wandelen
Ik heb op het strand gewandeld.
se promener - Je me suis promené sur la plage.
bezoeken (bezocht) - het bezoek - op bezoekvisiter (p.p. irrégulier)- la visite - en visite
Nederlandstalig / Franstalignéerlandophone / francophone
kopen (gekocht)acheter (p.p. irrégulier)
zijn (was-waren-geweest)
Ik ben ook naar Dinant geweest.
être (imparfait sing/plur/pp) s'utilise avec l'auxiliaire 'zijn' - (en français avec 'avoir' : J'ai aussi été à Dinant.
gisterenhier
eergisterenavant-hier
vorigprécédent
verledenpassé
afgelopen weekeindele week-end dernier
Er is/zijn (was/waren)Il y a ( + imparfait)
Ik was ER ook!J' Y étais aussi!
ongeveerenviron
volplein
plezier maken / pret hebbens'amuser
aan sport doenfaire du sport
klimmenescalader
boogschietentir à l'arc
duikenplonger
meestalla plupart du temps
verschillendedifférent
aardigsympathique
hierbijci-joint
gemeentelijkcommunal
erggrave (adj) - très adverbe
bekijkenvisionner / regarder
netà l'instant
hopelijken espérant
zin hebbenavoir envie