Namibië

Zondag 20 januari 2002, vulkaan kamp
Brukkaros, een uitgedoofde vulkaan zo'n 138 km ten noorden van Keetmanshoop, was een wild kampeerplekje waar vele overlanders op af komen. Het kampeerplekje is er nog steeds, alleen zorgt het nabije dorpje Bersheba nu voor het onderhoud van hun zelf opgetrokken douches en toiletten. De gemeenschap startte er vijf maanden geleden een kampplaats en hoopt zo een centje te verdienen aan deze toeristische attractie. Voor 25 Namibische Dollar/pp en 10 ND/auto kan je het dus niet echt meer wild noemen. Een eerste kampplaats vind je aan de voet van de 1.588 m hoge vulkaan. Mits 4x4 kan je ook naar de top kampplaats. In een uitloper van de vulkaan, zorgde de gemeenschap voor zo'n 5-tal vlakke kampeerplekjes. Het is er heet ! De landrover 109 kookt en het waarschuwingslampje van de laadstroom licht op bij stationair toerental. Mike haalt de alternator-regelaar uiteen en samen met assistent Ronald meten en sleutelen ze tot de ondergaande zon. Angela en ikzelf verzorgen de barbecue en de koude aardappel-appel salade. De 'bush-shower' blijkt effektief met een langs een katrol opgetrokken emmer en een sproeikopje onderaan. Het hokje heeft drie gemetste muurtjes en één open zijde. Zo genieten onze mannen dus van de roodgekleurde vulkaanwand vanuit hun douche. De hele avond door blijft het warm en voor het eerst tijdens onze trip overwegen we om op ons platform te slapen, zonder de tent open te trekken. Tegen 3.00h komt de wind uit het niets opzetten en trekken we toch ons tentje dicht.
Na ons ontbijt stappen we 's anderendaags het rotsige wandelpad op naar de top van de krater, die een diameter heeft van zo'n 2 km. Zo'n 2.5h later schiet Ronald panorama fotootjes van de vlakke omgeving. Vanop deze hoogte lijkt Daffy wel een oranje vlekje
.

Dinsdag 22 januari 2002, wilde paarden in de Namibische woestijn
Piet, de eigenaar van de 'Klein Aus Vista'-lodge, raadt ons aan om de 'Garub' paarden op te zoeken in het Namib Naukluft Park. Samen met een natuurvereniging bouwden ze een uitkijkpost vóór de enige waterbak. Negentien kilometers ten westen van zijn lodge draaien we de zanderige piste op naar het houten hutje. En inderdaad hoor, rond 9.00h komen achtereenvolgens zo'n 70 paarden drinken. Niet slecht als je weet dat er momenteel zo'n 112 exemplaren wild rond lopen. De oorsprong van deze " feral horses " is niet duidelijk. Of ze overleefden een scheepsramp op weg van Europa naar Australie, of ze werden achtergelaten door de German Schutztruppe cavalerie die rond 1915 dit gebied trachtten te koloniseren, of ze werden meegenomen door mensen van de Nama-stam die vanuit Zuid-Afrika noordwaarts vluchtten over de Oranjerivier. Een laatste mogelijkheid is dat de paarden afstammen van de stal van Baron Hans-Heinrich von Wolf …blijkbaar weet niemand het dus. Wat ze wel weten is dat 70% hengsten zijn en algauw merken we op dat deze overmacht resulteert in verschillende gevechten. Steigerende paarden zijn prachtige beelden om op foto vast te leggen. Alleen blijven deze hengsten wel achter met wonden aan de nek en benen. En in dit woestijnklimaat en met de schaarse vegetatie duurt het lang alvorens deze wonden genezen, mede omdat ze veel van hun natuurlijke immuniteit verloren zijn. Opvallend zijn ook de vrijgezellen die op hun eentje rond trekken. 'Dit is niet natuurlijk voor kudde dieren als paarden', weet Angela ons te vertellen. De meeste merries en veulens lijken ons mager maar hier wordt aan gewerkt. Op 24 januari bezoeken we de paarden opnieuw en maken we kennis met een Duitse vee-arts die zich inzet om de condities voor de paarden te verbeteren. We hopen dat ze slaagt in haar opzet.

Zaterdag 26 januari 2002, Sossusvlei in de wolken
Ken je die foto's met die felrode duinen bij zonsopgang ? Dat is Sossusvlei. En hier staan wij nu. 't Is 4.30h 's morgens en we slaan ons daktent dicht. Om uit ons kampeerplekje te rijden, houdt Mike vanop ons dakrek de versperrende takken omhoog. Een heel karwei in d'n pikkedonker en pas uit ons nest. Met een kopje warme koffie in de hand, wachten we voor het gesloten hekken van het Namib Naukluft Park. Om 5.30h kunnen we door en razen de 63 km lange tarmac op richting Sossusvlei. De laatste vijf kilometers is voor 4x4's alleen. Christian, een Duitser die ons 's avonds voordien een 'sundowner' trakteerde, parkeert zijn huurauto en stapt bij ons in. Daffy geniet van het zanderige parcours en raakt er zonder veel moeite door. Mike en Angela verminderden de bandendruk en volgen op hun gemakske. We zijn de allereersten op de grote duin en wisselen de beklimming vaak af met indrukwekkende foto's. De volledige vlei-regio hangt in de mist….wat ook mooie foto's oplevert…alleen duurt het tot rond 10.00h vooraleer de zon doorbreekt. Geen typische zonsopgang voor ons. Op het richel-topje smeert Angela ons boterhammetjes 'The Laughing Cow' en biedt Christian ons appel aan. Het lijkt wel een sprookjestafereel…ontbijten tussen al die rode duintoppen ! De foto-toestellen bergen we op en de jongens kunnen niet stil blijven zitten. Mike duwt Ronald op zijn buik van de helling af en de volgende uren 'belly-boarden' ze samen naar de voet. Die kinderen toch. Alhoewel, Angela en ik voelen ook de kriebels en daar rollen ook wij de helling af. Allen het omhoog klimmen op handen en voeten vergt wel enige inspanning. Een grotere zandbak kan je je niet wensen. Toegang tot het park bedraagt 30 ND/pp en 20 ND/auto. De camping kost 140/dag/site waar vier personen op kunnen. Het toegangsticketje blijft geldig zolang je blijft.

Zaterdag 26 januari 2002 : de zandbak in Sossusvlei
5:30h en de rij wachtende auto's en trucks groeit aan. De dame met de sleutel komt afgestapt en onder de eerste lichtschijnselen rijden we tot Sossusvlei, 63 km verderop. Het is een bewolkte morgen. De tarmac loopt ten einde op een parking. De laatste vijf kilometer zandpiste is voor '4x4-only'. Christian, een Duitser die ons daags voordien trakteerde op een 'sundowner', stapt bij ons in de auto tot Sossusvlei. Mike lost druk in de banden en volgt. Achter de uitgedroogde vlei of vlakte staat een hoge, rode duin verscholen in de ochtendnevel. Als eersten stappen wij die morgen de richel op. Bovenaan smeert Angela ons een boterham 'Laughing Cow'-kaas. En dan begint het spelletje weer : Mike duwt Ronald op de buik de duin af en samen komen ze moeizaam weer naar boven geklommen. Dit tafereel herhaalt zich zo'n 5-tal keren vooraleer wij, meiden, ook de duin af 'belly-boarden' en zijwaarts rollen. Met de mond vol zand komen ook wij weer boven. De zon breekt door en we rennen de duin af voor onze volgende stop : 'deadvlei'. Terug aan de auto prepareert Angela ons een kopje koffie. De auto's kunnen we weer in de schaduw van bomen parkeren….en gewapend met onze foto-toestellen schieten we de dode kamelen-doornbomen vallei. Dan geven we Christian een lift terug naar zijn voertuig, vooraleer zelf terug de duinen in te rijden om onze 4x4 kunsten te filmen. We lunchen terug vlakbij Sossusvlei en lachen wanneer Angela vogels en muizen voedert. Best vermoeid van het vroege uur en de warmte gaan Ronald en ikzelf ons effe leggen - siesta voor een half uurtje. Dan gaat onze CNN-reporster weer aan het werk, maar ditmaal vanuit Daffy. Het stoffige gedeelte doen we wel 3x over voor de kijkers thuis. Op de parking halen we elk onze compressor boven en blazen de banden weer op. Aan duin 45 stoppen we ook effkes, dansen op het 'Kabouter Plop'-lied en beslissen morgenvroeg van hieruit nog een zonsopgang te volgen.

Zondag 27 januari 2002, wat komt daar uit de lucht gevallen ?
Daar gaan we weer. Om 5.30h razen we weer het Naukluft Park in, ditmaal 45 kilometer ver, naar de fameuze 'duin 45'. Hier beklimmen twee groepen overlandtrucks reeds de richel, wanneer wij de auto's parkeren. Het lijken wel mieren, allen mooi op een rijtje. We volgen hen en opnieuw is er geen typische zonsopgang voor ons. De hemel blijft bewolkt. Ditmaal lopen we de steile helling af en ontbijten aan de auto's. Wanneer de zon dan toch doorbreekt halen Ronald en Angela hun foto-toestellen boven om het contrast tussen zonnige zijde en schaduw zijde van deze duin te trekken. Net op dat moment horen we een motortje draaien en doemt boven de richel een ultralight vliegtuigje (ULM) op. Deze draait nog enkele toertjes en zet uiteindelijk zijn toestel neer op de parkeerplaats. Mike, die verzot is op alles wat een motortje heeft, begint een praatje met de piloot. Olivier Aubert is Zwitser en vloog met zijn ultralight reeds de wereld rond (Zuid- en Noord Amerika, Afrika en Europa). Nu toert hij voor de fun wat rond in Namibie. Zijn passagier, de Zwitserse Marie-Lou, ruimt plaats en Mike mag een toertje mee vliegen. Gewapend met zijn camera volgt hij de hele vlucht. Da's pas een verrassing die uit de lucht kwam gevallen.

Dinsdag 12 februari 2002 : klantvriendelijkheid ver te zoeken in Windhoek
Wat loopt hier fout ? Verschillende overlanders beveelden Windhoek aan voor enige auto-reparaties. Nu moet het wel lukken dat Mike en Ronald een heel lijstje hebben dat ze hier willen afwerken : dynamo repareren, thermostaat van de oliekoeling meten, thermostaat radiator vervangen, en oliekeringen installeren. Tijdens de werken tikt Mike een lek in de radiator en tijdens hun garage-tocht breekt een tand van het eerste versnellingsbakwiel af. Telkens de jongens terugkeren van welke zaak ook, klagen ze over de ontbrekende klantvriendelijkeid of de onprofessionele aanpak. Uiteindelijk vindt Mike geen vertrouwen in de lokale Gearbox Doctor zodat we 495 km rechtsomkeer maken naar een Landrover Specialist in Keetmanshoop. Alleen al uit de telefoongesprekken met Johann Straus meent Mike kennis, ervaring én vriendelijkheid te herkennen. Dit is ook zo. Vandaag, dinsdag, zijn we terug in Windhoek. Ditmaal met één gebroken bladveer-bush en een defekte gps. De bladveerboer schreeuwt wanneer Mike vraagt om het vandaag nog te vernieuwen. De Garmin-vertegenwoordigster trekt een grimas en neemt onze E-trex Summit GPS met twee vingertjes vast alsof het het vuilste uitschot is. Wat wil je van outdoor-equipment dat er 50.000 km Afrika tracks op heeft zitten…. Wat is er fout mee ? Het LCD scherm blokkeert en wat voor knop je ook drukt, je haalt er niets meer uit. De vertegenwoordigster vraagt raad aan de hoofdverdeler in Walvisbay en hij reageert dat we het toestel maar tegen de muur moeten gooien……16.000 Bef ! Vanwaar deze klantonvriendelijke houding ?

Donderdag 14 februari 2002 : Quad-biken in Swakopmund
Vanmorgen niet zo vroeg uit bed. We hebben gisteren net iets te lang gepoold en onze acht uurtjes slaap mogen we niet verwaarlozen. Vandaag zoeken we uit wat deze toeristische kuststad van Namibie ons kan aanbieden. De manager van de campsite vertelt ons het een en het ander en al gauw blijkt het quad-biken hier enorm populair te zijn. We gaan meteen op verkenning en na vijftien kilometer richting Walvisbay zien we de uitstalling van de twee hoofdfirma's netjes naast elkaar. We kunnen kiezen tussen een halfuurtje, een uur, anderhalf en de volle twee uur (55 km ver). Na wat discussie over de prijs komen we toch tot een aardig aanbod en riskeren onze bips te pijnigen gedurende twee uur. De bikes zelf zijn opgedeeld in twee soorten : slome 160 cc's of de iets vinniger, maar ook iets snellere 250 cc's tweetakt Suzuki. We laten ons niet kennen en kiezen ook hier de laatste. Na een korte briefing door onze ervaren gids worden de motoren opgestart en vliegen ons gevieren erin. Of beter erover, want ons parcours situeert zich in de zandduinen op de rand van de Namib-desert. Met de Atlantische oceaan aan de ene kant en de zandzee aan de andere leren we de machine eerst een beetje gewend worden. Bij Mike duurt dat ongeveer twee seconden, hij is vertrouwd met zowat alles wat een motor en wielen heeft. Behendig stuurt hij driftend door elke bocht. Bij Sofie duurt het iets langer eer ze de hellingen met het volste vertrouwen en het gas volledig open trotseert. Een halfuurtje later zijn we wat dieper in de duinen aanbeland. Vanaf hier liggen de duinen zowel links als rechts van ons en rijden we zigzaggend de hellingen op en ook weer af. We worden vriendelijk gevraagd of we op de sporen allemaal achter elkaar willen blijven rijden, de meisjes eerst… dat doen we dan ook netjes, Mike en Ronald echter alweer slechts voor twee seconden ; zij proberen nu andere truukjes uit, zoals zo kort mogelijke cirkeltjes draaien in het mulle zand of efkes op twee wielen proberen rijden…of zich achteruit spinnend vastrijden…enfin de gids ziet ons toch niet, die staat ons achter de volgende duin op te wachten met Angela en Sofie. Het is eigenlijk wel best niet zonder risiko's om zo lang op het zand te rijden. Doordat je op den duur niets anders meer ziet dan duinen raak je snel uw dieptezicht kwijt. En soms rij je, zonder het in de gaten te hebben, gezwind tegen een duin op, zodat je dan plotseling een heel serieus manoeuver moet uitvoeren om niet met heel uw klikken en klakken tegen de achterkant van die duin naar beneden te donderen. Dat fenomeen zorgt elk jaar voor veel slachtoffers in woestijnrally's zoals Parijs-Dakar… Twee uur zandstraling later parkeren we de machien en zijn we moe maar tevreden dat we ook dit eens geprobeerd hebben. Na een drankje worden we nog getrakteerd op 'sandboarding'. Met een gepolijste plank sjouwen we de duin op en sjeesen er op de buik vervolgens weer raaaaaazendschnelll vanaf. Gaaf, alleen jammer dat je telkens weer te voet die duin op moet… We hebben de activiteiten van vandaag dan maar afgesloten door op de terugweg nog even te gaan off-roaden met de wagens. Een paar leuke fotootjes rijker douchten we, eens terug in de campsite, al het zand van ons lijf, en vanavond gaan we lekker uit eten, ja het is Valentijn, ook in Afrika…

Dinsdag 19 februari 2002 : Himba volk in Kaokoland
Na ons ontbijt met een kopje koude melk kramen we de kampplaats weer op. Daffy rijdt op kop en we vatten de piste noordwaarts in dit Kaokoland weer aan. Onze eerste tegenliggers zijn drie Himba-vrouwen en hun zoons. De oudste berijdt een ezel. Een jongeman komt aangelopen en via hem communiceren we met de vrouwen. Hij praat 'bietjie' Afrikaans. De foto-sessie verloopt vlot en ik handig dan ook drie zakjes Mielie-meel uit. Dit mais-meel is een populair papjesmeel in Zuidelijk Afrika. Eerder kochten we 5 kg en verdeelden deze in kleinere porties om in te ruilen voor foto's van het Himba volk. Eén van de moeders maakt ons duidelijk dat haar baby hoest. Dit kleintje draagt ze op de rug, genesteld in een geitevacht en vastgesnoerd met wat lederen repen. Eigen aan dit Himba-volk is hun roodbruine huidskleur. Regelmatig smeren ze hun volledige huid in met een mengeling van boter, as en okergrond. Ook hun lapjes stof, geitevachten, lederen zakken of gedroogde vruchten tassen ondergingen een zelfde behandeling. Behalve hun rokje dragen de vrouwen enkel- en armbanden, halskettingen en een lapje leder in de haren. Vaak is dit lapje leder zo opgekruld dat het lijkt alsof ze duivels-hoorntjes hebben. De mannen dragen twee lendendoekjes : een korte vooraan, een langere achteraan. Verschillende onder hen hebben van jongs af aan reeds een halsband van kabels. Zo'n 15cm dik en zo'n 2kg zwaar. Ook deze is volledig ingesmeerd met de okerkleurige boter. De vrouwen nemen het zakje mieliemeel gretig aan en kijken ietwat beteuterd. Ze hoopten op een zakje suiker en vragen ons dan ook om iets zoets te geven. Slecht voor de tanden, zo blijkt uit de vele gaten die te bespeuren vallen in hun lachende gezichten. Op onze verdere tocht door het Otjihida gebergte ondernemen we steile beklimmingen bestrooid met grote rotsblokken. 't Is er op en er over. Onze " CNN reportster ter plaatse ", Angela, filmt een aantal juweel-terrein-rijkunsten. Elk met ons eigen foto-toestel trachten we 'wielen-van-de-grond' vast te leggen . En er zijn er een aantal ! Zo'n 20 km vóór Okangwati passeren we nog een Himba kraal op de top van een kale heuvel. De waterleiding lijkt defekt en de windmolen mist wieken. Ook hier loopt een zijpiste en de gps geeft geen uitweg. Een jongeman helpt ons in het Engels en vraagt meteen een pen voor zijn dienst. In het dalletje doet een oudere Himba moeder met twee zoons tekens om te stoppen. We stoppen, vragen of we foto's mogen nemen en schieten erop los. Ze is vriendelijk en beantwoordt onze nieuwsgierige blikken met een woordje uitleg omtrent de halsband die haar oudste draagt en de vlechtjes in zijn haren, enz. Ook haar schenken we, de laatste drie zakjes mielie-meel. Mere-mere in hun taal. Dit is precies wat ze wou. Donkere wolken trekken samen en de moeder raapt een tak op en bewerkt de grond voor onze voeten. Hiermee wil ze ons duidelijk maken dat ze straks na de regenbui het veld kan bewerken. Een beetje verder spotten we tientallen (magere) koeien en geiten. Eén pasgeboren jong ligt met z'n poten vastgebonden. Zoals we verwachtten, bevrijden Mike en Angela het kalfje. Mogelijks maar voor een paar seconden want de herders komen aangelopen. Die zullen het meteen weer vastbinden ….en vloeken op toeristen ? Tegen 13 :00h parkeren we ons naast de track en wachten de Landrover op. Slecht nieuws. Ze kunnen niet naar tweede versnelling schakelen….Niet waar toch ? ! Die versnellingsbak is er pas in Keetmanshoop uit geweest…bij Johann Straus. Mike legt er hem meteen onder en checkt een borgmoer. Wij, drietjes, wachten aan de lunchtafel maar beginnen uiteindelijk toch te eten. Ronald assisteert wanneer Mike beslist de bodemplaat eruit te halen. En algauw is het euvel ontdekt : een steentje klemde zich in de 'selector shaft'. Wie had dit gedacht ? Opluchting alom… Deze 'steen der frustratie' gaan ze bewaren. Alles weer in elkaar gesleuteld, rijden we de onheilspellende wolken tegemoet. Okangwati is een dorp waar de hoofdgravel uit Opuwo doorloopt. In een magazijntje kan je conserven kopen. Mike informeert of er auto-mechaniekers zijn die bladveer-bushes zouden kunnen pressen. " Die zijn er niet, " verklaart een blanke truck-chauffeur uit Windhoek. Ook de bar is gesloten en onverrichter zake rijden we door. Het volgende moment stort een felle regenbui neer en het zicht beperkt zich tot 1 meter. Het lijkt wel of er golven regen over de auto worden gezweept. Bijzonder. De regenbui zet stukken piste blank en rijden we hierdoor dan wordt ook onze kapo overspoeld. Dit alles duurt zo'n 30' en verderop trok het water reeds de grond in en schijnt het zonnetje weer. Onze kamp slaan we op zo'n 60 km vóór Epupa Falls. We staan naast een droge zandbedding ter hoogte van een dam. Er is net een grasperkje aan deze rotswand. Straks preparen we paella uit het 4x4 kookboek van Angela. Vandaag reden we 120 km.


Zondag 24 februari 2002 : de één zijn dood, is de ander zijn brood
In 't pikkedonker wrijven we onze ogen uit. We kampeerden net buiten de omheining van het Etosha Nationaal Park in het noorden van Namibie en kramen nu ons boeltje op om het wild in de vroege uurtjes te gaan opsporen. We starten de Landrover met behulp van Daffy en zijn startkabels. De zware, voor het Nederlands leger extra waterdicht uitgevoerde dynamo begon eergisteren om een of andere reden te roken.
Diezelfde avond had Mike heel da spel opengehaald en een losgekomen verbinding nog netjes weer aan elkaar gesoldeerd. Zonder baat echter. En om zolang mogelijk zijn eigen batterijen te sparen, doet hij beroep op de onze om te starten. Nog geen kilometer verder kruisen de eerste giraffen reeds ons pad. De Namutoni regio is een ware dierentuin. Kudu, zebra, wildebeest, springbok, mongoose en vogels allerlei spotten we in één oogopslag. Alhoewel het verboden is om uit de auto te stappen, ontbijten we toch gezellig buiten aan één van de vele natuurlijke waterputten. Ter hoogte van Tsumcor steken olifanten de weg over. Een jong van enkele maanden oud, steelt onze harten. Mike en Angela zien verderop een tweede familie oversteken en vliegen er naartoe. Vader olifant gaat hier niet mee akkoord en komt aangestormd met wapperende oren. Wonderbaarlijk hoe snel die Landrover 109 toch ook achteruit kan rijden. We lachen allen hartelijk. Op de track naar Kalkheuwel passeren we een oude Caterpillar " grader ". Zo'n gigantische machine zie je hier in Afrika overal waar de aardepistes onderhouden worden. Ze schrapen elk jaar het oneffen geworden laagje af en toveren zo een splinternieuw wegdek achter zich heen. Dit alles echter geheel ter zijde. Wat echter veel interessanter is bij dit exemplaar, is dat het klaar is voor de sloop én dat er een 24 Volt dynamo in huist. Wat als we nu eens…? Bij een glaasje cola smeden we het reddingsplan. En gestimuleerd door 'The A-team' voeren we het uit. Sofie met Daffy wat verder op de wacht, Angela filmt en houdt de directe omgeving in de gaten, terwijl de jongens de dynamo eruit schroeven. Na deze geslaagde operatie zijn Ronald en Mike flink besmeurd met kalksteenmodder. En vergeet niet dat het reglement verbiedt om uit de auto te stappen. Hoe ga je dit verklaren ? Maar goed, de sfeer is opperbest. Zo'n 30 km verderop draait Daffy als eerste de track op naar Batia. Ik merk secretarisvogels op en doe Ronald stoppen… net in een plas water. Terwijl ik door de verrekijker tuur, ziet Ronald de Landrover extra gas geven. Hij begrijpt meteen wat de bedoeling is van grapjas Mike en draait vliegensvlug zijn raam dicht. Net over de helft breekt de draaidop echter los van de hendel…en een ogenblik later stroomt een vloedgolf modderwater binnen. Gezegend zijt gij Ronald en dashbord, stuur, zonneklep... Gelukkig niet het foto-toestel. Aan de Batia-waterput stappen we dus weerom uit en wassen elkaar en Daffy. Op Halali-kamp hangen nu drie waslijnen vol. Bij onze zonsondergang-rit - we vertrekken om 18u. en moeten om 19u.30 weer binnen zijn - spotten Ronald en ikzelf naast een grote kudde hartebeesten, voor het eerst drie leeuwen op. Eén ouder mannetje en twee tiener-welpen, ook mannetjes. We blijven een uurtje staan en bewonderen hoe ze langzaam dichterbij komen om uiteindelijk net langs Daffy de andere kant te verkennen. Een pracht afsluiter van een toffe dag. De toegang tot Etosha bedraagt 30 NAD/pp/dag en 10 NAD/auto. Voor vier kampeerders betaal je 160 NAD (Namibische dollar).

 

Terug