 | Botswana Zaterdag 2 maart 2002 : Cessna vlucht boven Okavango Delta.
Na 2.5 uur onderhandelen bij de verscheidene vliegtuigmaatschappijen slagen Mike en Ronald er toch in om een Cessna vlucht van 1 uur te versieren voor 800 Pula (inclusief luchthaventaks van 10 Pula/pp). Dit is 100 Pula (toch 600 oude Bef) voordeliger dan het aanbod van Audi Camp bij dezelfde luchtvaartmaatschappij " Mack Air ". Terug op Audi Camp vragen we Monica en David mee, een Zwitsers koppel dat overland van Kaapstad naar Zwitserland rijdt met een 26 jaar oud Volkswagen busje. In de Cessna 206 is slechts plaats voor vijf passagiers. Angela blijft thuis en maakt zodoende plaats voor het Zwitsers koppel. George 'of the jungle', een Kiwi (de spottende bijnaam die men aan mensen van New Zealand geeft), is onze piloot. Ronald zetelt zich naast onze piloot en houdt angstvallig alle instrumenten in de gaten. Op een hoogte van 150 meter scheren we boven de Okavango Delta en algauw spotten we kuddes olifanten : mannetjes, wijfjes en jongen ! Aan de volgende modderpoel lopen wel 100 buffels ! ! Nooit eerder zoveel samen gezien. zo'n grote groep en ze zitten echt overal : in het water, aan het water en in de modder. Wij hebben geluk. Even verderop zijn er ook giraffen, nijlpaarden, krokodillen, struisvogels en antiloopachtigen. Af en toe is ook George zo verbaasd 'in de wolken' van het vele wild dat hij scherpe bochten draait om er terug over te vliegen. De turbulentie (die volgens Mike best hevig is
) helpt ook niet mee en
.uiteindelijk zakt mijn bloeddruk als zot. Ik voel me zo slap dat ik zelfs geen foto's meer neem. Op de terugweg over 'Chief's Island' haal ik toch maar een spuugzakje boven. Mike tipt Ronald en die vraagt George om toch minder rondjes te draaien. Mike raadt me aan om diep in en uit te ademen. Ik doe niets anders. Giraffen en olifanten blijven opduiken in het moeras onder ons. George doet teken dat we nog vijf minuten van de landingsbaan af zijn. Mike filmt de landing en ja hoor, mijn spuugzakje staat er op ook. Ja, George, jongen, jouw vlucht zal ik niet gauw vergeten. Terug in de luchthaven drinken we elk van het waterkraantje. Dat is al beter. David rijdt ons terug naar het kamp en daar nodigt Angela ons reeds uit voor het avondmaal : rundsvlees stoofpotje met zowaar een wijnsaus. Waarschijnlijk best lekker, alleen at ik die avond niet zoveel. Monica prepareert nog een tomatensalade. We verzamelen terug in de grootse bar waar iedereen vogelpiekt. En ja , nu is het 22 :00h en sluiten wij weer de bar af. Toch drukke avonden wanneer je samenreist
vooral met Mike en Angela. Slaapwel. Maandag 4 maart 2002 : met 4x4 door Chobe Nationaal Park. Van Maun volgen we de tarmac tot Shorobe. Hier laat een poortwachter ons door een barriere en toeren we rond in de contreien van Moremi Reserve. De track richting Mababe wordt langzaamaan meer zanderig. Vele sporen wijzen op een grote olifantenpopulatie. Tegen 12:45 h lunchen we onder een schaduwrijke boom. Een Landrover met Zwitserse nummerplaat gevolgd door een Zuidafrikaanse Toyota Hilux passeren
zonder stoppen. Slechts enkele kilometers verderop houden we halt aan een splitsing. Welke kant moeten we nu uit ? De jongens leggen zich haast onder de Landrover om toch maar schaduw te vinden en berekenen met de goeie, oude meetlat een zestal gps-coördinaten. Aan de hand hiervan willen we de 'slegs 4x4-track' rijden. Gelijk we de LR in gang duwen, komt een Zuidafrikaans gehuurde Toyota aangereden. Ook zij weten niet juist welke track te volgen, maar ze maken zich weinig zorgen en rijden rechtdoor. Net vóór een huttengemeenschap draaien we van de hoofdtrack af en volgen een haast onherkenbare track in hoog gras. Angela filmt een stukje. Van de open grasvlakte komen we in een mopane bos terecht. Hier filmt Angela hoe de LR een versperrende boomstronk overmeesterd. Een minuut later opent Mike de motorkap. Een veertje brak los waardoor de LR in hogere toeren draaide en veel rookte. Dankzij Angela's leatherman-tool is het gauw gefikst. Nu duurt het niet lang of onze eerste kudde buffels staart ons aan. Tussen de bomen door staan er 10-tallen ! Op korte tijd rennen ze allemaal bliksemsnel weg en laten alleen stofwolken achter. Om kippenvel van te krijgen op een verder snikhete namiddag. Even verderop zijn er zebra's die tevens snel wegrennen. Wat zijn deze beesten schuw ! Dit gezegd zijnde komen we op een half open vlakte vol kuilen uit. Moeder olifant met twee jongen spurten de bosjes in vlak naast ons. Zelfs olifanten hebben we zelden zo snel zien lopen. We zijn nog niet uitgekeken of het volgende jong met moeder razen al toeterend weg. De wind hebben we in de rug, dus moeten ze ons al van ver geroken hebben. Zo'n vier kilometer verderop raken we het spoor bijster en na een toertje of twee, schieten we ons op een droge pan. Ook de bende struisvogels spurten aan 70 km/h weg van de auto's. Na een tijdje beslissen we toch rechtsomkeer te maken en dus van deze (niet aangeduide) 4x4 track af te zien. In volgorde passeren we weer de struisvogels, buffels en zebra's. Op een open ruimte merken we voor het eerst giraffen. En je kan het al raden
ook zij zetten het op een lopen. Hier stookt Ronald meteen een kampvuurtje, kook ik ajuinsoep, leest Mike 'Harry Potter III' en prepareert Angela de poijkie. Net wanneer Ronald volledig ingezeept staat, zien we de twee bendes olifanten nu samen passeren. Ons poijkie gerecht ditmaal is kippe-filet in zoetzure saus met perziken. Liters cola, water en perziken siroop drinken we achtereenvolgens op. Daarnet hoorden we grommen
wilde honden ? Het gelach van hyena's herkennen we ook. Wie mogen we vannacht nog verwachten ? s'Anderendaags rijden we terug naar de hoofdpiste als we opeens een grote bende gieren zien opstijgen van tussen de struiken. Ook de sterke geur van rottend vlees bewijst dat er vlakbij ergens een karkas moet liggen. Een kwartiertje later vinden we dan de dode olifant ; we besluiten heel stil een half uur te blijven staren om eventuele aaseters van dichterbij te kunnen zien. En ja hoor, niet alleen de gieren landen weer, maar ook vier hyena's komen voorzichtig dichterbij en verbrijzelen stukje bij beetje een poot van het beest. Wat opvalt, is dat de slagtanden nog intakt aanwezig zijn. Dit beest is dus in ieder geval niet gestroopt
Als we ons verhaal doen aan de parkwachter, zegt die dat het waarschijnlijk om een tienjarig dier zou moeten gaan. Hij zal de slagtanden verwijderen en aan de overheid overhandigen. Die verkoopt het op zijn beurt dan toch weer aan de ivoorhandelaars
Dezelfde dag nog rijden we dit veel te dure park in en uit en kamperen we alweer wild, aan een kleine poel. Terug |