 | Kenya Zondag 7 april 2002 : koppige grensovergang.
Net voor de middag bereiken we Namalanga, de grenspost. Terwijl ik de exit-formaliteiten regel bij de Tanzaniaanse immigratie- en douanedienst, onderhandelt Ronald met de enige geldwisselaar. Zijn koers is laag en we rijden door naar de aanpalende Kenyaanse gebouwen. Hier stormen verschillende jongens met hopen geld naar Ronalds raam. De douane-chef zal mij assisteren. Ik meld hem dat wij met een privé-voertuig Kenya binnenkomen en hij reageert meteen offensief. 'Waar is de auto ? Die moet hier voor mijn neus geparkeerd worden zodat ik die kan keuren.' 'Ja meneertje', denk ik, 'waarom is de parking dan om het hoekje ?' Hij verlaat zijn bureau en komt mee kijken
tot op 10 meter van Daffy en keert terug. 'Breng de auto-papieren', beveelt hij. 'Man toch', denk ik 'heb ik allang bij me'. De toon is meteen gezet. Deze man zoekt problemen. En voor de komende 45 minuten wordt mijn vrees werkelijkheid. Met luide toon berispt hij me omdat de geldigheidsdatum van de carnet de passage vervallen is (terwijl je op het volgende blad de geldigheidsdatum met één jaar verlengd vindt), lacht me uit omdat Tanzania geen bladzijde afstempelde (terwijl de Tanzaniaanse autoriteiten een Temporary Importation Permit gebruikten
wat de carnet vervangt) en zoekt gewoon op ieder vlak ruzie (lees : reden om wat smeergeld af te kunnen troggelen). Na 17 maanden Afrika leer je dat de snelste aanpak op dergelijke bedreigingen de vriendelijkheid zelve is. Beleefd en rustig geef ik hem telkens een verklaring. Maar wat ik niet begrijp is waarom hij doorzaagt terwijl alle documenten in orde zijn ? ! Uiteindelijk stempelt hij de carnet correct in. Met een brede glimlach haalt hij de 'roadtax' documenten boven. 'Dat is dan 40 USD voor jullie 3500 cc voertuig'. Uit ervaring (zie de grensovergang van Uganda naar Kenya) weet ik echter dat transit voertuigen die in minder dan 7 dagen het land uit zijn, niet hoeven te betalen. De douane-chef overlegt dit met zijn collega's en moet dit toegeven. Opnieuw verschijnt zijn glimlach en hij verwijst me door naar het verzekeringskantoor waar een 'Derde Partij'-polis dient afgesloten te worden. Ik bedank hem want die hebben we al. Tenslotte schudt hij me de hand. 'Jou zal ik nooit vergeten', glimlacht hij. 'Ja meneer, U komt ook in mijn dagboek vermeld te staan !' In Nairobi kom ik te weten waarom hij zo moeilijk deed. Iedere oneffenheid hoopte hij glad te strijken met smeergeld. En zo werken wij nu eenmaal niet. Ook Ronald ondervindt moeilijkheden met de geldwisselaars. Volgens hun koers geven ze te veel Shilling aan Ronald. Hij zwijgt en ruilt de cash dollars in. Aangezien ik best lang wegblijf, beseffen ze hun rekenfout op tijd om Ronald weer onder handen te nemen. Ze stoppen hem het 50 USD bankbriefje weer in zijn hand en vragen al hún geld terug. Ronald vindt geen jaartal op het bankbriefje en weigert ; dit is niet zijn biljet. Is alles opgezet spel ? Zijn er valse dollars in omloop ? Willen ze zowel de 50 USD én hun Shillings verdienen ? Uiteindelijk geeft Ronald hen hetgene wat ze teveel gaven terug. Opnieuw in Nairobi komen we te weten dat er inderdaad valse dollars in omloop waren. De beste optie aan deze grenspost zijn de Indische handelaars die vlakbij zo'n drietal winkeltjes runnen. Deze handelaars wisselen aan bankkoers en zonder bedrog. Toch naar onze ervaring. Terug |