Kenya

Donderdag 29 maart, in konvooi door het noorden van Kenya.

Mount Kenya, 5200 m hoog
Tot onze grote verbazing dienen we in konvooi te rijden van Moyale tot Marsabit en van Marsabit tot Isiolo: goed voor 500 km en twee dagen afzien. Tegen 8:00h staan we in de rij van twaalf camions. Pas tegen 10:00h gaat de barrière omhoog en kunnen we vertrekken. 'Rendille' stammen maken de regio onveilig. Ze overvallen volgeladen trucks en schuwen geen wapengebruik. Ze overvallen vooral veetransporteurs op weg naar het slachthuis van Nairobi omdat ze honger hebben. Lokale autoriteiten schonken voeding; maar dan is er nog de natuurlijke wraak…
Het Rendille volk zijn trouwens schoon versierde mensen. Vrouwen dragen massa's halssnoeren met felgekleurde kralen, hoofdbanden, bovenarmbanden en veelkleurige doeken. De meeste mannen lopen in hun bloot bovenlijf en hebben een veer op de hoofdband.
We doen vijf uur over deze piste van 250 km. Hoofdzakelijk is deze steenpiste in goede staat. Op de laatste 50 km is het wasbordpatroon heviger en rammelt alles. Snelheid aanpassen is de boodschap. Tot driemaal toe laat Ronald zijn rijbewijs zien en wordt Daffy geregistreerd. Al bij al hebben we een aangename rit met een koffie en popcorn pauze rond 13:00h. Carsten en Carolla, onze medereizigers in hun Mercedes truck, kiezen een slaapplaats uit dertig kilometers vóór Marsabit; net aan de grens van het Marsabit Natuur Reservaat. We prepareren een soepje, rijst met tomatensaus en smullen van dit alles met zicht op het Reservaat. De zonnestralen breken door het wolkendek terwijl enkele kilometers verderop de regenbuien neerplenzen. Bijzonder.
Een trucker stopt aan onze kampplaats. Hij waarschuwt voor Rendille-overvallen en raadt ons ten stelligste aan om toch in Marsabit te overnachten. Hij meent het serieus, Carsten en Ronald zijn overtuigd. Bij zonsondergang kramen we ons boeltje op om een nieuwe plaats op te zoeken. Later op onze reis zullen we Ben ontmoeten. Met zijn volgeladen overlandtruck werd deze Brit daags vóór ons overvallen. Mannen sprongen uit de struiken en mikten op zijn banden. Kogels floten langsheen zijn truck en de militaire begeleiding vuurde terug vanuit de cabine. Eén passagier met een kleine wonde, gaten in de carrosserie (naar verluidt door de militaire begeleider) en de schrik van zijn leven… hield hij eraan over.

Donderdag 19 april, hippo call.

Fishermen's Camp aan het Naivasha meer is een populaire kampplaats en een paradijs voor vogelspotters. Groene gazons reiken tot aan de steigers in het meer, hoge Acacia bomen zorgen voor schaduwrijke plekjes en nijlpaarden komen 's nachts aan land grazen.
De nachtwaker belooft ons te zullen wekken wanneer de beesten aan land zijn. Tegen halfeen in de nacht horen we 'hippo-call', de wachter fluistert onder onze tent en we trekken onze schoenen aan. Nog maar pas beneden zien we reeds een 'medium sized' nijlpaard in de lichtbundel van de nachtverlichting stappen. Waw ! We sluipen dichterbij. In het komende uur spotten we'r drie. Elkeen komt grazen. We komen zelfs op 15 meter afstand en met onze Xenon-lamp zien we hen keurig, hun roodkleurende oogjes oplichtend. Nog even turen, de wachter tippen voor zijn belofte en tevreden slapen…de grazende nijlpaarden op de achtergrond.


Terug