Ethiopie

Woensdag 17 april 2002 : de harde aanpak van de Mursi's.

We kamperen op Rocky's Campsite in Jinka aan 15 Birr/pp. Van hieruit rijden we vandaag naar het Mago Nationaal Park om de Mursi stam op te zoeken en keren dan terug. Joerg, Denise en hun Oude Duitse schapershond Laila volgen in hun Landrover 110. Dit Duits-Oostenrijks koppel studeerde twee jaar in Kaapstad en rijdt nu huiswaarts overland. Mike en Angela zijn er ook weer bij met hun Landrover 109.
Een Ethiopische tour-operator, Teddy, beval ons deze dagtrip aan. Volgens zijn instructies van gisteravond nemen we de piste van de bank, slaan aan de grote boom linksaf, kruisen het grote marktplein en vragen op het volgende kruispunt weer de weg. Een handelaar zendt ons rechtsaf.
Deze modderweg versmalt en in het midden is er een scheur gegroeid door de hevige regenval. Is dit wel de correcte piste ? De juiste aanknoping vinden vanuit een dorp is steeds het moeilijkste. Een jongeman komt aangefietst en maakt ons in het engels wijs dat dit niet de weg naar Mago is. Hier heeft Ronald het moeilijk mee. 'Oh maar,' pruilt de jongen 'ik toon het jullie wel…als jullie iets voor mij doen…' Dit haten we al helemaal en rijden door. We steken nog een klein stroompje over en laten een afslag links liggen. De volgende man die we aanspreken is weer een lokale handelaar en die maakt ons duidelijk dat we toch terug moeten om die afslag in te slaan. Dit doen we ook en aan deze afslag herkennen we ondertussen weer wat loopjongens.
Deze boden gisteren hun diensten al aan om ons tot Mago te gidsen…voor veel geld. We laten hen schreeuwen en slaan ditmaal de juiste piste in. Beide landrovers volgen.
Hoe mensen toch veranderen (in leugenaars) om geld te verdienen. Nu herkennen we ook Teddy's Michelin-bandensporen. We klimmen tot een dennebos en slingeren zo de heuvel over naar de vallei van de Omo-rivier. Zo'n 10 km verderop stoppen we aan de Mago NP-barrière die niet veel voorstelt.
Ze laten ons binnen op voorwaarde dat we in het hoofdkwartier zo'n 25 km verderop een scout oppikken. Teddy had ons nochtans aangeraden om een scout van de barrière post mee te nemen…maar die blijkt daar nu afwezig. We overleggen in groep want dit hoofdkwartier ligt 8 km van de piste naar het Mursi dorp verwijderd en dit zou dus een extra 2 x 8 km trip betekenen. Laat ons dan op eigen houtje de stam opzoeken.
Laila (de hond van de Duitsers die normaliter geen NP binnen komt) werd door niemand opgemerkt. Opnieuw vordert de piste tot een ware klimpartij en na vijf kilometers toetert Mike ons tot stilstand. Z'n versnellingsbak maakt nu een hels lawaai en het risico om in dit NP vast te geraken met serieuze panne willen ze niet lopen.
Na algemeen overleg keert Mike met Laila terug naar Rocky Camp en vergezelt Angela onze Daffy. De richtingsaanwijzingen van Teddy kloppen als een bus. Op een T-punt herkennen we de groene pijlen : links naar het hoofdkwartier en rechts naar het Mursi dorp.
We draaien rechtsaf en stuiten meteen op zo'n vijftal mannen (waaronder eentje volledig naakt) die zich in een plas wassen. Deze klampen zich aan Daffy vast en schreeuwen…waarom ? de pistes zijn in slechte staat…gaten, plassen en omleidingen.
Nu rijden we in een wijdse vlakte waarvan het droge gras hoog groeit. Een ideale biotoop vor olifanten, giraffen, buffels, … ? Maar we spotten geen wild. Feitelijk zijn de grenzen van Mago NP verlegt om de Mursi dorpen te bevatten. Deze bezienswaardigheid brengt dan ook het meeste geld in het laatje. Op 21 km loopt een piste linksaf. Ronald merkt ze op maar met de zovele omleidingen denken we dat dit er ook eentje is dat zo meteen weer de hoofdweg zal vervoegen. Dit blijkt niet het geval te zijn. Vervolgens is er een brug waar allerlei bandensporen over lopen en zonder overleg met Joerg en Denise rijden we erop en erover. Ondertussen meent Angela zich te herinneren dat Teddy een tweede dorp vermeldde op zo'n 6 km na het eerste op 21 km. De valleivlakte eindigt en we beginnen een steile heuvelbeklimming. Kijken we beneden dan zien we dat de Landrover 110 rechtsomkeer maakt. Dit doen we op 6 km ook en vergezellen hen terug. Reeds op het 21 punt hadden ze ons al willen spreken… Onze fout, sorry. Denise herinnert zich dat de dorpen vóór de brug moeten liggen. Er zijn er mogelijks ook na de brug maar daar kennen we geen afstanden van. Teddy bezoekt enkel de nabije gemeenschappen vóór de brug. Rechtsomkeer dus. Uiteindelijk reden we op eigen houtje reeds 12 km teveel. Hadden we maar een scout ? In de rivier staat ditmaal een LandCruiser pickup tot de bumper in het water…de passagiers staan zich in hun ondergoed te wassen. Ronald en Angela vragen richtingen. Eén van hen spreekt engels en duidt het dichtste Mursi dorp aan op 2.5km. 'Hier', zegt hij 'vlak naast deze rivier'. Daffy rijdt weer voorop en nog geen 200 m verder komen we blok te rijden voor de brede stroom. Hoe is dit mogelijk ? Zo geraken we er nooit. Joerg neemt ditmaal de kop-positie terug naar het 21 km-punt. Zo'n 300 m ervoor zien ze echter een rookpluim en een piste linksaf. Dit willen ze wel uitchecken en wij volgen. Na zo'n 4 km heen en weer slingeren overwegen Joerg en Denise toch om rechtsomkeer te maken. Ronald neemt weer de kop-positie over en ditmaal rijden we de zijpiste in op het 21 km-punt.
De landrover volgt op de voet. Meteen herkennen we jongeren met wit-beschilderde gezichten. Vlak voor het dorp stoppen we om in de betrekkelijke rust van dit kleinere groepje reeds foto's te schieten. Een Kalashnikov-gewapende man, wel degelijk van de Mursi-stam, komt tussenbeide en schreeuwt dat we tot het dorp moeten door rijden.
Dit doen we ook en parkeren beide auto's zo'n 100m verder op een ruime, schaduwrijke plaats aan de rivier. Een weinig impressionante man zonder kennis van engels wordt ons voorgesteld als zijnde de chef. Hij eist 60 Birr per auto.
Voortdurend worden we aan de arm getrokken door de overige dorpsbewoners…vooral vrouwen. Telkens stellen ze voor om een foto te schieten voor 2 Birr.
De druk is groot want overleg tussen ons gevijven is haast onmogelijk. Hadden we maar een scout ? Teddy beschreef dat een scout 'smoothens out' een bezoek aan deze 'pushy' mensen. We beslissen weg te rijden en zijn ervan overtuigd dat er wel dorpelingen achter ons aan zullen rennen.
Het is precies zo en een eindje verderop stoppen we. Denise en Joerg zien we niet meer maar plannen waarschijnlijk hetzelfde.
Ronald en Angela stappen gewapend met hun foto-toestel uit. Ikzelf sluit de deuren en blijf de Birr-bankbriefjes binnen beheren. Rondom drummen volwassenen en kinderen zich rond Daffy. De ramen staan nog op een kiertje en ze forceren hun vingers er tussen om het glas naar beneden te duwen.
Ik sluit beide ramen met moeite. De sauna warmt op. Mursi vrouwen schilderen hun gezicht en bovenlijf wit en versieren hun schouders met littekens. Hun onderlip is van hun gezicht losgesneden en hangt als een ring aan hun mond. De onderste voortanden zijn verwijderd waardoor ze een ronde, kleien schotel tussen de hoektanden en losse lippen kunnen klemmen. Deze schotels kunnen wel een doorsnede van 12 cm hebben. Ook hun oorlellen hebben zulke grote gaten waar een schoteltje van 8 cm doorsnede dan in past.
Na tien minuten drumt Angela zich ook weer door de massa naar de deur. Haar gezicht smeekt haast om haar binnen te laten. Ze prefereert nu om vanuit de auto een stukje van de buitenwereld te filmen want buiten zijn ze zo hardhandig…
Discussies breken ook los rond vuile Birr-bankbriefjes. De Mursi's willen alleen verse, ongescheurde bankbriefjes. Verder wil je bv. slechts één persoon fotograferen maar drummen er zich twee aan elke kant bij…en die wil je uiteraard niet betalen. Ronald komt regelmatig om Birrtjes vragen die ik dan door het raamspleetje aangeef. Hij blijft maar discussieren en glimlachen… Dit volk was ons doel van deze tweede Omo-trip. Ook enkelen mannen met Kalashnikovs staan er weer bij en zelfs zij vragen om foto's van hen te schieten. Die 60 Birr per auto was mogelijks de chef's eis om het dorp binnen te mogen. Buiten het dorp lijkt er geen probleem te zijn. Angela en ikzelf zweten het ondertussen uit en Ronald blijft maar glimlachen (en genieten ?). Uiteindelijk maakt hij er een einde aan en baant zich een weg naar de deur. Een discussierende vrouw grijpt zijn arm en verspert de weg. Ronald blijft glimlachen en duwt haar met kracht opzij. Die mensen hier gebruiken dagelijks meer krachten dan wij ooit doen. Ze werpt zich terug op Ronald en klemt ditmaal de riem van het foto-toestel in haar hand. Dit is te veel. Persoonlijk bezit grijp je niet en Ronald maakt zich kwaad. De vrouw blijft koppig aan de riem sleuren en de situatie groeit grimmiger. Ronalds schouders trekken op, zijn gezicht lijkt bleek, zijn lippen haast paars en de massa deinst terug. De vrouw kijkt hem in de vlammende ogen en lost de riem. Vanuit Daffy vrezen we een volksopstand maar op een of andere manier volgt de verraste massa Ronalds opstand. Hij keert langzaam om en stapt in de auto. Hij zegt niets en we rijden er vandoor. Angela vertelt hoe verrassend stil de massa werd tijdens Ronalds optreden en z'n eeuwige glimlach verschijnt weer om de lippen. Enkelingen rennen nog met Daffy mee. Eentje is een jongeman die op een wat verwijfde manier voor de wagen uit loopt. Telkens Ronald gas geeft, versnelt zijn pasje. Dit vinden we hilarisch. Denise en Joerg staan even verderop ook te lachen. Een meisje biedt haar lip-plaat aan. Angela is ge-interesseerd en biedt vanuit de auto twee Birr. Ze gaat akkoord en haalt haar oorplaat uit in de plaats. Deze is iets kleiner van formaat. 'Neen, neen,' wijst Angela die grotere voor twee Birr. En onschuldig toont ze haar beide lege handen. De grotere speelde ze door naar een vriendin die naast haar glimlacht. We lachen ook met dit trucje en rijden door. Ze blijven mee rennen en plots is het vrouwtje waar Angela eerder discussie mee had er ook bij. Zij biedt echter wel haar lip-plaat voor twee Birr aan en Angela koopt ze.
Denise poseert nog even op een groepsfoto en dan zwaaien we uiteindelijk de Mursi bende uit. De toegang tot Mago Nationaal Park bedraagt 70 Birr/pp en 20 Birr/auto. Dit dien je dan ook op het hoofdkwartier te betalen. De zwierende lippen van de Mursi zijn zeker een bezienswaardigheid maar om een bezoek iets vlotter te laten verlopen, raden we een scout aan.

Woensdag 8 mei 2002, Lalibela.

Twee dagen rijden en zo'n 500 km ten noorden van Addis Abbeba ligt Lalibela. Deze plaats is een 'must see' als je in Ethiopie bent, vooral om de kerken die ze hier hebben gebouwd.
Wat speciaal is aan deze 11 bouwwerken, is dat ze allemaal in 1 stuk uit de rotsen zijn gehouwen. Enkelen zijn via tunnels verbonden. Het dak van de kerk ligt dan ook op de hoogte van de omliggende bodem. Door andere overlanders kregen we de tip om een zekere Mario als gids aan te nemen.
Bij het binnenrijden in het stadje worden we overweldigd door al het geroep van echte en minder echte gidsjes, sommigen nog net geen tien…
De ware Mario toont ons zijn aanbevelingsbrief. Zijn prijs komen we overeen en spreken af om 's anderendaags om zes uur 's morgens te vertrekken. Aan de toegang tot de eerste en meteen ook grootste kerk betalen we elk 100 Birr. Dit ticket verschaft je toegang tot de groep van 11 en blijft geldig voor de termijn dat je in Lalibela bent.
Mario beloofde ons dat we om 6.00h deze kerk van Bet Medhane Alem binnen mochten om de viering van twee uur bij te wonen. Teleurgesteld blijven we nu aan de hoofdpoort buiten staan. Tijdens de gebedstijd loopt niemand in en uit. We horen de priesters zingen en de drums roffelen. Terwijl zo'n 15 tal gelovigen aan de poort rondhangen, lopen wij een smal tunneltje door.
Hier bewonderen we de tweede en derde kerk. Deze zijn kleiner van formaat maar tevens uit de rotsen gehouwen. Het doopvont van deze tweede is even diep als de kerk hoog is. Er groeit gras in dat jaarlijks op het Paasfeest wordt gesnoeid en als teken van voorspoed aan de gelovigen wordt uitbedeeld. Die dragen het dan de hele dag, ergens bevestigd aan hun kledij.
In een hoekje kopieert een priester uit het heilige schrift dat wel een halve meter hoog en 80 cm breed is. Zo'n 45 minuten later staan we terug aan de grote poort van de eerste kerk.
Een priester komt buiten. Vele vrouwen ontbloten hun voeten en kussen zijn zilveren kruis. De gebedstijd is voorbij en we mogen binnen. Een 'shoekeeper' past op onze schoenen…tegen betaling. Dekens lezen luidop voor uit het heilige schrift. Slechts een kaars verlicht de tekst. Oudere priesters assisteren waar ze het moeilijk hebben.
Het tabernakel schuilt achter een kleurrijk gordijn. Mario verwoordt wat er zoal te zien is. Rondom rond versieren gordijnen de verder kale wanden, ook schilderingen kleuren het interieur. De ene is in een ietwat betere staat dan de andere. Ieder van deze 11 kerken heeft zijn eigen legende en bijhorend kruismotief.
Dit kruis vind je dan terug gebeiteld in het plafond. In de tweede kerk staat een zuil centraal. Deze is met bladgoud bekleed en zou volgens de legende de lichtgevende zuil zijn die koning Lalibela destijds de plaats aanwees om z'n kerken te bouwen. Het sereniteits gevoel is groot.
Dankzij Mario keuren we in iedere kerk ook het unieke kruis dat iedere priester dan uit de doeken haalt. De priester poseert vervolgens met kruis in de hand voor een fotootje…tegen betaling…of donatie.
Na ons dagje kerken trakteren we Mario en onze 'shoekeeper' op een glaasje avocado sap. Lalibela is een aanrader.

Terug