 | Ethiopië Woensdag 7 maart, Hercule, onze reddende engel.  Frank is niet komen opdagen. Twee dagen lang hebben we gewacht en gehoopt. De derde dag rijden we door richting Addis zoals afgesproken. De aardepiste ligt vol scherpe stenen. Onze BF Goodrich banden slijten enorm van dit soort pistes. Ronald leidt Daffy terwijl ikzelf volg in de Toyota van Frank. We draaien de heuvel is en nemen haarspeldbochten tot de top. Regelmatig zien we groot materiaal zoals Caterpillar en Volvo in actie om de nieuwe piste aan te leggen. Alles loopt lekker tot 100 km voor Gondar. Ronald stopt in een bocht en duikt meteen onder Daffy. Slecht voorteken. Sofie parkeert verder uit de bocht en kruipt op de knieën naast Ronald. Vijf breuken in de bladveren links achter. Nieuwe breuken op de veren die reeds vroeger gelast werden. Allen zijn ook 20 cm naar achter geschoven: Daffy was ze dus aan het verliezen! We krikken hem op en Ronald klopt iedere bladveer behoorlijk goed terug. Enkel die laatste centimeters schieten we tekort
wegens een te lichte hamer. We halen wanhopig de krik vanonder Daffy wanneer een Nissan truck de bocht indraait. De truck parkeert en een rond buikje van een chauffeur komt een kijkje nemen. Hij gromt en krabt zijn achterhoofd bij het zien van de breuken en loopt daarop terug naar zijn truck. Enkele minuten later is Daffy opnieuw opgekrikt met zijn camion-krik en ligt onze Hercules (in spiksplinternieuwe overall) onder de auto te kloppen om die laatste centimeters te dichten. Zijn medereizigers (zo'n stuk of vijf) geven instructies in Amharic, de officiële taal in Ethiopië. Hercules wilt de wagen hoger opkrikken. Hij vindt een blok steen van ongeveer 70 kg en gooit die op zijn eentje voor het achterwiel van Daffy. Ideaal. Ronald rijdt erop en de sleurwerken gaan door. Iedere centimeter wordt dichtgeklopt. Uiteindelijk wordt het geheel ingebonden met touwen. Het resultaat is prachtig. Twee uur later komt eenieder zwetend vanonder Daffy. Mission Impossible geslaagd. Ik schenk onze weigerende Hercules een paar kombatschoenen en een rekenmachientje uit Franks geschenkenzak. Hij is tevreden en samen rijden we voorzichtig door. Addis kunnen we wel op deze manier nooit halen in twee dagen. Net voor Azézo houden we halt voor de nacht. Beide auto's met de achterdeuren naar elkaar toe en één paar achteruitrijlichten aan. We zitten beide met een kommetje Indische rijst op de schoot wanneer onze vriend, Hercules, nog even halt houdt met zijn truck. We nodigen hem uit om mee te tafelen, maar hij at reeds en wrijft voldaan op zijn bolle buikje. Hij checkt nog even de ingepakte veren, wuift ons uit en rijdt door tot Gondar. Sympathieke man, oersterk en zeer gedienstig zonder geld te vragen. Ethiopië : land van gedienstigheid ? We zullen zien. Zondag 11 maart, Hotel Bel Air: verzamelplaats voor overlanders. De laatste kilometers voor Addis slingeren we van links naar rechts langheen de wegenwerken (o.l.v. Chinese constructeurs). Met behulp van een leraar wiskunde arriveren we in het Baro hotel. Holm is er niet; die drinkt een zondags kopje koffie met een Duitse medewerkster van de Duitse ambassade. Tijdens ons kopje cappucino steekt hij z'n 1.96 m lange lijf binnen. "Hallo Holm, wij zijn Ronald en Sofie en Franks wagen staat voor de deur." Frank blijkt dus veilig aangekomen te zijn in Khartoum. Hij logeert in 'the German Club' en vliegt woensdag door naar Nairobi. Dit is goed nieuws ! Of hij de Ethiopische grens overstak en hoe hij in Khartoum raakte zonder geld, weet Holm niet. Na deze verhelderende babbel besluiten we met z'n drieën en beide LandCruisers in Hotel Bel Air te overnachten. Hier kijken we onze ogen uit: Dragoman + zes overlanders + twee fietsers. Ik schets even. Zuidafrikaanse fietsers Max en Mark, dan het Engels koppel in hun felgele Landrover 101 Neil en Sue met hun Rottweiler Chaka, een Ierse Duits en een Duitser ten volle Mike en Hant in hun Unimog, Nederlands koppel Kees en Sandra in hun LandCruiser korte chassis, Zuidafrikaans koppel Glenn en Amanda in hun nieuwe Defender 110, twee Duitse vrienden en hun Zwitserse liftster Achim en Hendrik en Mara in hun Unimog, Argentijn en Spaanse beide uit Barcelona Pablo en Anna met hun Mitsubishi L300. We vliegen direkt de bar binnen en het St George's bier vloeit rijkelijk. Een gezellig samenzijn in een verzorgde kampplaats. Zaterdag 24 maart, het Hamer volk. Met verscheidene bezoekers rondom ons, ontbijten we te midden 'the tribe-people' die we zochten. Zowel mannen als vrouwen dragen een schape- of koeievel omzoomd met kromgeslagen spijkers rondom de lendenen. De haren zijn roodgeverfd met aarde en boter. Hun hele lichaam vertoont littekens en wordt dagelijks ingesmeerd met olie. Met zijn allen staart het Hamer volk ons méér aan dan wij hen. Nubia blijkt een kleine dorpsgemeenschap te zijn: een tiental hutten met aardepistes tussenin. Op de weg naar Demeka bemerkt specialist Ronald massa's bromelia's en lelies. De piste is gedeeltelijk weggespoeld door de hevige regenvallen van de voorbije dagen. Daffy heeft er geen moeite mee. Alles op het gemak want we rijden nog steeds met gelaste bladveren achteraan. Tegen 10:00h arriveren we in Demeka. Een dorpsgemeenschap met lagere, secundaire school, toeristen bars maar nog geen zaterdag markt merkbaar. We drinken elk twee kopjes sterk gesuikerde thee in een nabijgelegen paviljoentje. Kinderen drummen zich rondom de open hut om onze handelingen gade te slaan. Leraars nestelen zich op de kussens in de ronde hut. We discussieren wat. In het uurtje dat wij in het paviljoentje vertoefden, is het lege plein omgetoverd tot een druk bevolkte markt. Vooral vrouwen scharen zich bijeen om hun waren te verkopen: witte maïs, gedroogde graangewassen, boter, teff-brood, bananen en spijkers. Wij doen onze inkopen, kijken onze ogen uit en Ronald neemt wat foto's (1 birr per foto of in het geniep). Een unieke ervaring
zo'n blote markt! Terug |