Tsjaad

Dinsdag 6 februari, Bol: een hel van een grensdorp.

Vannacht vrij goed geslapen. Er was voor een keer minder wind. Het zicht is zelfs goed, geen stof in de lucht. We ontbijten en vertrekken richting Bol. Dit grensdorp waar alle douane formaliteiten dienen te gebeuren ligt aan 'lac Chad'. Ooit was dit meer veel groter. Maar door de jaren heen is er slechts een fractie meer overgebleven. De omgeving is dan ook geen puur zand, maar een afwisseling van een soort wit-grijsachtig poeier ("fech-fech") met gele duinen. De vegetatie blijft beperkt tot brem en acacia-boompjes. Af en toe holt er een eenzaam eekhoorntje de weg over, op zoek naar een beetje water zeker. "Weg" is eigenlijk een verkeerd woord. Ooit zal dit wel een goeie piste zijn geweest, maar de erosie heeft zijn werk perfect gedaan en resulteert heden ten dage in een opeenvolging van diepe dwarse kloven. En het is niet altijd even evident om deze te ontwijken. Als je van de weg af gaat, kom je in een diep, zacht zandspoor terecht. Dit vraagt meer kracht en behendigheid.
We worden stilaan gewaar dat Daffy weer minder vermogen heeft. Maar ditmaal hebben we nog een eind te gaan. Eerst tot het dorpje Liwa. Daar zouden er zich verschillende pistes opsplitsen (halen we uit 'Afrika Overland' van Chris Scott, waaronder één direct naar Bol. Wij hebben , uiteraard, nooit iets tegengekomen wat ook maar op een splitsing leek. De piste draait af in een zuidelijke richting en wordt steeds lastiger. Uiteindelijk komen we aan in Baga Sola, vlakbij het meer, maar 80 km verwijderd van Bol. Lekker misreden dus. Gelukkig loopt er een brede, weliswaar sterk verweerde piste rechtstreeks naar Bol, waar we 's anderdaags rond 9.30h de formaliteiten willen doen.
En wie staat daar te babbelen? Inderdaad Alain met zijn Duitse scheper Hélène in z'n oude Peugeot 604. Deze Franse overlander ontmoetten we eerder in Niamey, hoofdstad van Niger. Hij zat blijkbaar net vóór ons te zwoegen, mét gids, helemaal van Nguigmi (Niger). Zijn gids bleek een fantastisch goeie kerel te zijn, ook als mechanieker toen de koppeling het bijna begaf. Alain was zo tevreden dat hij de man 50.000 CFA betaalde, in het bijzijn van wat politiemannen. En toen die dat bedrag zagen, herkende één van hen de gids toch wel als zijnde een 'gezochte bandiet' zeker. Prompt werd de gids achter de tralies gegooid. De borgsom ? Hmm, wat dacht je van zo'n 50.000 CFA? Reactie van het slachtoffer: "ah, si Dieu le veut".
Enfin, we willen hier eigenlijk niets mee te maken hebben en proberen de formaliteiten af te handelen. De inlichtingenfiches worden ingevuld, de pasfoto's opgekleefd, onze paspoorten worden afgestempeld, Daffy's carnet wordt ingevuld. Alles gaat vlot tot ze de 'laisser-passer' van Alain (in hun ogen een rijke mens, want hij kan wel 50000 cfa betalen aan een simpele gids...) willen zien. Die heeft hij uiteraard niet (Bol is het eerste officiële grensdorp) en hij wil er dus wel één kopen. Een 'laisser-passer' is een tijdelijk import document dat in elk land gekocht wordt bij entree met een buitenlands voertuig. Hoeveel zoiets kost ? Ah, laat ons zeggen, voor u, blanke, rijke, domme man, 10.000 CFA ! Alain is niet rijk en zeker niet dom, dus vraagt hij naar een officiële wettekst die duidelijk zegt dat die prijs de juiste prijs is. Het is eigenlijk verplicht om een dergelijk officieel document uit te hangen in elk douanekantoor. Daarop beslissen de douaniers een beetje luider te roepen tegen Alain, die prompt een beetje luider begint te antwoorden.
Niemand geeft toe, de wagen wordt geconfiskeerd; de 'carte grise' wordt afgenomen en we moeten wachten. Als blijkt dat het avond wordt en dat ondertussen iedereen weg is, grijpt Alain z'n sleutels en rijden we samen weg uit Bol om te overnachten....met of zonder 'carte grise'. Gelijk heeft hij.
Landschap in Tsjaad op weg naar de Sudanese grens.'s Anderendaags keren we terug. Ditmaal willen we de 'prefect' zien. Die is weg voor een paar dagen, maar de 'sous-prefect' kan ons ontvangen. Alain legt de situatie haarfijn uit; de 'sous-prefect' luistert aandachtig. Met zijn perfect witte galabia en zijn blauw met gouddraad versierd, rond hoofddeksel, lijkt hij een zeer verstandig en respectvol man. De man heeft veel macht en na een paar ogenblikken stappen we samen met de hoofddouanier terug naar het kleine douanehokje. Er barst een heftige discussie los. Wij klikten bij de groten baas... Er wordt onrustig naar een of ander document gezocht, en uiteindelijk blijkt dat Alain officieel slechts 4400 CFA hoeft te betalen...
Ondertussen zoekt Ronald een nieuwe mazoutfilter. Hij vindt er een met een groter capaciteit en installeert deze. Daarna worden de gebroken bladveren onder handen genomen. Maar liefst zes breuken in het linkse bladverenpakket. Ronald komt een prijs overeen van 25.000 CFA (ongeveer 1.500 Bef) om alles te demonteren, te lassen en weer te monteren. En ze werken nog snel ook ... tot ze de 'centerbout' moeten doorslijpen wegens vastgeroest. Een nieuwe bout (zo'n 10 cm lang) kost nog eens 5.000 CFA (300 Bef)! Maar we zijn tevreden dat we toch weer verder kunnen, weg van dit corrupte dorp.

Vrijdag 9 februari, 'k heb m'n wagen volgeladen, vol met 30 kindekes.

Na Bol rijden we samen met Alain richting N'djamena. Geen lachertje. De koppeling van de Peugeot is versleten, de demarreur zit vaak vast en we voelen ons allemaal wat ziekjes van vermoeidheid. Twee dagen trekken, sleuren, graven en vooral veel stof eten, brengt ons tot Ngouri. Hier halen ze de demarreur uiteen en kuisen ze de koppeling. Tot ieders verbazing rijdt de Peugeot weer perfect. Bushmechanics, een vak dat je alleen in Afrika kan leren... Alleen rijdt de mechanieker op zijn testrit zich zo diep vast (slechte chauffeurs zeker) dat er 30 kinderen nodig zijn en Daffy om hem weer uit de zandzee te krijgen.
De truc om door het mulle zand vooruit te komen, is de bandendruk zeer laag te zetten. Het contactoppervlak wordt op die manier vergroot. Ronald trekt Alain zijn Peugeot uit en trekt hem vervolgens in gang. Hij schenkt vlug zijn voetpompke zodat Ronald zijn banden weer kan oppompen, rijdt naar het dorp terug en laat Ronald achter met 30 kinderen. Na een uurtje komt Daffy heel voorzichtig het dorp ingereden, volgeladen met joelende jonge gasten. Geen plaatsje op de bumper is nog onbezet, wat een zicht.

Maandag 12 februari, visum Sudan.

N'djamena, hoofdstad van Tsjaad. Een vrij goed gestructureerde stad die overloopt van de militairen. Wij kamperen in de "Mission Catholique", samen met Alain en z'n Duitse scheper Hélène. Er moeten dringend heel wat zaken geregeld worden: immigratiedienst, injecteurs opnieuw kuisen, visum voor Sudan regelen, e-mail checken, etc. Er blijkt in de mission nog een ander Belgisch meisje te logeren: Stephanie. Van haar komen we te weten dat ze in de Ambassade van Sudan geen visa meer verlenen aan buitenlandse toeristen. Enkel residentiëlen van Tsjaad kunnen er nog één bekomen. Ze heeft van alles geprobeerd, bijna op handen en knieën gesmeekt, maar niets heeft geholpen. Ze zat dan ook een beetje vast en in de put; Niger, Kameroen, Centraal Afrikaanse Republiek had ze al bezocht, en voor Lybië werd hoegenaamd geen visum uitgeschreven. Slecht nieuws voor ons dus ook. Wij zouden 's anderendaags ons visum aanvragen.
We hebben nog 20 uur de tijd om iets te verzinnen, opdat de consul ons toch toelating tot zijn land zou verschaffen. En dus stellen we een verhaal samen, gebaseerd op wat de Globerouleurs in het echt doen: contacten zoeken met scholen in Afrika en correspondentie opstarten. Met een beetje zenuwachtigheid staren we anderhalf uur in de wachtzaal naar de mooie posters, die de meest idyllische plekjes in Sudan tonen... terwijl de receptionist aan de consul ons verhaal voorschotelt. Dan worden we bij de 'big boss' himself geroepen, om zelf ons verhaal nog eens over te doen, de man was blijkbaar zeer geïnteresseerd. Een supersjieke bureau in Louis de kweet-niet-hoeveelste stijl houtsnijwerk, Oosterse tapijten, prachtige schilderijen en in het verste hoekje een televisie met Amerikaanse tekenfilms, waarvan het geluidsvolume verdacht stil stond.
En het was voor het eerst in het Engels te doen. Sofie steekt dus van wal met een zelfzekere houding. Ze vertelt, herhaalt waar nodig, en wordt meer en meer geloofwaardig. De consul ja-knikt gelijkmatig en is onder de indruk. Tot zover gaat alles perfect. Maar Sofies enthousiasme wordt net iets te groot als ze zegt dat we "zelfs een afspraak hebben met de schooldirecteur van een school in Khartoum". De consul weet ook wel dat Khartoum de hoofdstad is van Sudan, hij kent de stad zelfs zeer goed en vraagt prompt naar de naam van die directeur en het adres van die school... Kalm blijven en koel antwoorden dat deze gegevens in het 'hotel' liggen... We krijgen echter zowaar de hele resterende voormiddag om dit op te pikken, consuls hebben veel tijd en wachten wel !
Noodplan: Ronald grijpt in het passeren een Sudanees magazine mee uit de wachtzaal en we rijden terug naar 'hotel' Daffy om ons plan uit te werken. Een willekeurige Sudanese naam uit het tijdschrift is vlug gecombineerd met een echt bestaande straatnaam uit de recentste Lonely Planet. We schrijven voor alle zekerheid de directeursnaam en het adres van vier bestaande Gentse scholen erbij, en gaan vlug, net voor de middag, terug naar onze vriend de consul. Die bekijkt het adres ditmaal met argusogen, lijkt minder overtuigd. Ronald doorbreekt de ijzige stilte (alleen onze bonzende hartjes zijn te horen) door over het internet te zeuren, en dat we gevolgd worden door een thuisfront dat ons altijd terplaatse nog info doorstuurt, en dat wij rapporten schrijven over het succes van de projekten en het belang voor de kinderen dat er Engels aangeleerd wordt; maar ook informatie wordt uitgewisseld over hoe België leeft, ....blablabla.
Tot de consul weer wat redelijker begint ja te knikken en de papieren weer neerlegt....voor vijf seconden! Hij neemt vervolgens snel de hoorn van zijn consulair uitziende telefoon en vormt een nummer. Hij wil natuurlijk dat adres en die directeursnaam verifieren. De telefoon gaat over, wij sterven bijna van de zenuwen...maar er wordt niet opgenomen. Uiterlijk trachten we zo kalm en onschuldig mogelijk over te komen. Hij kijkt naar zijn rolex, ik ook: tien na twaalf ! Waarschijnlijk geniet de andere hoge piet al van zijn lunch. Onze consul legt de hoorn uiteindelijk weer neer en zet zijn handtekening op ons aanvraagformulier.
Een uurtje later krijgen we ons visum in handen. Soms moet je een beetje geluk hebben... Moraal van het verhaal: zorg dat je uw visum van Sudan vóór het vertrek (in België dus) in uw paspoort hebt staan.

Donderdag 15 februari, Theodoor 'Loco' door het zand met zijn frietkraam.

Alle pompstations in N'djamena staan officieel leeg sinds 7 december 2000 als protest tegen de lage dieselprijzen. Er is dus een bloeiende zwarte markt ontstaan. Nu is het kwestie om de goeie van de slechte te onderscheiden. Bij een Total-station verkopen ze hem voor 600 CFA/liter ! Wij tanken 140 liter en verlaten de stad. Theodoor verliet West-Afrika en wou Kameroen wel eens zien dus is hij ons gevolgd doorheen Niger in Tsjaad. In Nguigmi zat hij 24h achter ons, nu arriveerde hij vijf dagen later. Ge kunt u inbeelden hoe hij afgezien heeft: vele platte banden, overvloedig ingegraven en tientallen herstellingswerken. Afgepeigerd en versleten, zo ziet hij eruit.

Vrijdag 18 februari, zondagsdienst is geen dienst in Adré.

Vanuit N'djamena rijden we via Ngoura-Bokoro-Bitkine-Mongo-Mangalmé-Oum Hadjer-Abéché tot Adré, grensdorp met Sudan. De piste is hoofdzakelijk een aardeweg met uitzondering van de dertig kilometers vóór Ngoura waar meer putten en gaten een aanleiding zijn om allerlei zijpistes te vormen. Onze gemiddelde snelheid is 70 km/h. Daffy rijdt prima tot zo'n 130 km vóór Adré. Dan herkennen we opnieuw de symptomen van verstopte injecteurs. Ronald kan hoogstens in derde versnelling rijden en moet zich door de zanderige delen worstelen ....dat belooft voor West-Sudan. Op zondag arriveren we tegen 14.00h toch in Adré, grensdorp waar alle exit-formaliteiten dienen te gebeuren. We stoppen aan de politiepost en vragen naar het immigratie-kantoor. De mannen vragen ons binnen, registreren Daffy en houden het roze inschrijvingsbewijs. Nu dienen we 5.000 CFA registratie-tol te betalen. Hun glimlach en hun fonkelende ogen verraden het valse spel. Wij maken hen duidelijk dat we niet hoeven te betalen en stappen buiten. Aangezien Sofie een kopie gaf (in het roze zowaar) van Daffy's originele inschrijvingsbewijs mogen ze die ook houden. De mannen veranderen meteen van gedacht, geven de kopie terug en vragen sigaretten. 'Non-fumeurs, chef', en we rijden door tot het volgende officieel-uitziende gebouw. De douanier van dienst heet ons welkom en wil meteen onze carnet afstempelen...mits betalen van 5.000 CFA zondagsdienst. Dit bedrag kan hij inderdaad staven met een officiele nota. Wanneer we naar het immigratie-kantoor informeren, blijkt die dicht te zijn. We wachten met het carnet en stappen samen met de douanier naar de immigratie-beambte van dienst. Deze kan ons paspoort niet afstempelen aangezien de stempel in het kantoor van de chef ligt én alleen de chef heeft de sleutel van zijn kantoor. We verzoeken om een persoonlijk onderhoud met de immigratie-officier en rijden tot zijn huis. De officier ruikt 'business' en eist maar liefst 25.000 CFA voor de sleutel. Discussie is uitgesloten en we beslissen wijselijk om dan maar te wachten en te kamperen ....naast het immigratie-kantoor. Lekker uitgeslapen, kregen we op maandagmorgen onze stempel pas om 9.15h, terwijl de beambte onze paspoorten reeds doorbladerde om 7.00h.
Tsjaad was voor ons het land van de onbenullige registraties (in iedere nieuwe prefectuur is registratie bij de gendarmerie verplicht; telkens vragen ze een pasfoto voor hun inlichtingenfiche) en dan is er ook de geprobeerde corruptie. Ofwel betaal je ofwel heb je veel geduld. Wij ....zijn koppige Belgen.

Terug