Sudan

Maandag 19 februari, travelpermit - registratietax en zweepslagen.

In El Geneina, grensstad van Sudan, worden we van het kastje naar de muur gestuurd. Eerst vervullen we de immigratieformaliteiten maar krijgen we geen stempel in ons paspoort vooraleer 3.800 SD (Sudanese Dinar, 12 USD) te betalen. Om de eis van deze immigratie beambte te controleren, zoeken we zijn baas op in het centrum. Deze bevestigt een registratie tax van 3.200 SD. Door de middagpauze van 11.00h-13.00h en doordat we cash dollars moesten wisselen op de zwarte markt, duurde het vier uur vooraleer we ons reçuutje ontvingen en de 'travelpermit' opgesteld werd. Concreet som je de grote steden van je route op vb El Geneina - Nyala - El Fasher - El Obeid - Kosti - Khartoum - Gedaref - Galabat. Wij ontvingen een Arabische (dus onleesbare) brief met vermelding van onze namen, paspoortnummers en deze route. Bij het binnenrijden van steden, zelfs dorpen, controleren 'security'-mannen deze brief. In de douanepost vragen ze ons vijf minuten te wachten want de district-verantwoordelijke komt inspecteren.
Vijf en veertig minuten later raast de 'groten baas' weer weg in een colonne van drie supersjieke Toyota's. We worden hartelijk onthaald en krijgen pepsi cola aangeboden. Na het invullen van twee declaratieformulieren (harde munt en elektronische apparatuur), stempelen ze onze 'carnet de passage' af. Wij vreesden eveneens een grondige bagagecontrole, maar in hun euforie van het lovende bezoek van de baas werden Daffy's deuren niet eens geopend.
Spijtig voor onze twee trappistenbieren die we begraafden op Tsjaadse bodem. Want in Sudan wordt bezit van alcohol gestraft met veertig zweepslagen.

Zaterdag 24 februari, hard labeur op weg naar El-Obeid.

We hernemen één van de vele wirwarrende pistes richting El Hilla. Het vlot behoorlijk, de zandsporen zijn niet te diep gedurende twee kilometer. Daarna wordt het weer hard labeur: de piste is te diep en te breed sporend voor Daffy, we wurmen ons eruit, zoeken een ander of creëren een eigen piste, heuvel op, akkerland door, doornversperringen vermijden, uit zacht zand sleuren, en verder ... El Hilla, ook wel Jebel (heuvel) Hilla genoemd, bereiken we dertig kilometer verder. Het dorp lijkt groot maar ons spoor doorkruist slechts één zijkant en aangezien we geen boodschappen hebben, rijden we het dorpje uit zonder contact met de bevolking. In Dam Gamad, vijftig kilometer verderop, worden we uitgenodigd door een joelende gemeenschap. We houden nu wel even halt. Vandaag bouwen ze een hut, na dagen voorbereidend werk. Alle mannen samen spannen een cirkel van takken waar de koepeltakken bovenop komen. De vrouwen bieden ons thee en 'seedah' aan, een pasta van bruine bonen met bijhorend gesuikerde geitenmelk. Eten met de vingers en dan de vingers aflekken. 'Shukran', dank je. Ronald slaat een praatje met de mannen terwijl een oudere vrouw mij haar kleindochter aanbiedt. 'Schoon kind voor Belgica', glimlacht ze. Ik stel toch voor dat 't schoon meiske bij moeder en grootmoeder zou blijven. De moeder spreekt trouwens een woordje Engels, tot hilariteit van alle omstaanders. Voor ons vertrek neemt Ronald nog enkele groepsfoto's. Onze verdere pistes doorkruisen meer en meer vegetatie, akkerlanden en doornomheiningen. Door het vele afwijken, raken we het hoofdspoor bijster. Vloeken en zoeken. Eenmaal terug op het goede spoor steken we zelfs rotsen over waar slechts één doorgang mogelijk is. In Wad Banda kopen we 2x4 gallon (ongeveer 36 l) diesel aan; kostprijs 1.600 Sudanese Dinar per bidon van 4 gallon. Deze keer zet de verkoper zijn net gevulde en verkochte bidons aan de auto en gaat bidden, het is er blijjkbaar weereens de tijd voor. De bediening laat te wensen over. Ronald insisteert op hulp (voor die prijs) en uiteindelijk helpt één proper in 't wit gekleede man. Ronald proeft voor het vullen nog even van de diesel. Verder hebben we geen zakens in Wad Banda en op hun aanwijzingen rijden we het dorp uit. Rond 16.30h en vijf kilometers voor En Hamud houden we het voor bekeken. We vinden een aangename kampeerplaats; kuisen de injecteurs en stoffen de auto uit. Het avondmaal: kippebouillon soep, penne met champignon. Een karavaan kamelen trekt voorbij...vlakbij Daffy...aangezien de drijvers wel eens in de auto willen piepen. Er zit zo'n heel klein kameeltje bij: super schattig en zo broos. Ook deze avond bewonderen we nog even de sterrenhemel vanop ons platform, vooraleer de tent open te slaan. Radio Vlaanderen Internationaal vergezelt ons de nacht in.

Zondag 25 februari, Khuray binnen op twee wielen.

Verdraaid, stevige doorn in Daffy's rechter voorband: zo goed als alle druk verloren. Onze eerste lekke band. Ronald haalt de compressor boven en vult de band tot drie kilo. De piste slingert verder door de zandduinen richting En Hamud, een grote stad. Wij kopen er brood en rijden door. Naar onze verwondering rijden we opnieuw op zandpistes, terwijl we toch een betere piste hadden verwacht. Even verderop belanden we in een voordorpje met de oude telefooncentrale en wat nog rest van de vroegere telefoonkabels van En Hamud tot El Fasher. Een jongeman rijdt mee en zet ons op het juiste spoor: een brede steenpiste. Opgelucht vervolgen we deze weg en algauw doemen heuveltjes steen op te midden de weg: jarenoude herstellings/constructiewerken die nóg niet afgewerkt zijn ! Het geld ging naar de oorlog in het zuiden. Links en rechts van de hopen trokken camions diepe en brede sporen: te diep en te breed voor Daffy. We sukkelen, rijden links, zwaaien over naar rechts, proberen een nieuw spoor aan te maken, belanden in de doornstruiken. Het valt niet mee! Zo'n uur lang... uiteindelijk rijden we landinwaarts op zoek naar een parallel lopende jeep-piste. Zo geraken we een dorpsgemeenschap Um Aysha binnen. Ronald loopt naar de dorpschef en vraagt inlichtingen. Deze expliceert in Arabisch en gebarentaal hoe de piste verder verloopt tot El Obeid. Tenslotte verwijst de chef ons door naar de school, die net is afgelopen. Alle kinderen zijn natuurlijk zeer geïnteresseerd in de twee blanken. De leraar Engels ontvangt ons in de leraarskamer en stelt ons voor aan nog een viertal collega's. Ze bieden ons watermeloen aan en een soort fruitsap. Heerlijk verfrissend. Alle kinderen mogen naar huis, maar blijven aan het raam gekluisterd om toch maar een glimp van ons op te vangen. Af en toe jagen de leraars hen weg met hun klein zweepje. Ze hebben een hard bestaan hier op het platteland. Negen maand wachten ze nu al op hun maandsalaris. Elkeen houdt er dan ook een stukje landbouwgrond op na. Na hun lesuren en tijdens de drie maand vakantieperiode (april-mei-juni) bewerken ze deze dan. Het verste waar de leraren tijdens deze vakantie gaan is El Obeid, met de camion mee. Dan word je toch wel een beetje beschaamd... gij die met uwen eigen auto door heel Afrika wilt crossen. Na de gebruikelijke groepsfoto nemen we afscheid van de grote menigte. Terug op het goede spoor gezet, vervolgen we onze dagtrip. We hoopten dat de piste nu wat meer voor jeeps zou zijn, maar nee hoor, terug diepe sporen. Daffy's buikje wordt hard geschuurd. We hebben nog zo'n 150 km af te leggen aan een gemiddelde snelheid van 15 tot 20 km/h. En je weet niet hoe de piste zal evolueren, dus weet je ook niet wanneer je zal arriveren in El Obeid. Gelukkig verbetert de toestand van de piste na Khuray en weldra komen we op een grote, goeie piste. Stilaan zien we dat er hier gewerkt wordt aan een vernieuwing van de weg. Eerst een verhard stuk 'tôle ondulée', dan een stuk met een laag kiezel, wat verderop een volledig vers ge-asfalteerd stuk. We zijn opgelucht en zoeken een slaapplaats, naast de nieuwe weg op een oud stuk zandpiste. Oh ja, nog een schone anecdote. Khuray waren we binnengereden in zéér diepe sporen. Ronald reed Daffy met één wiel in het spoor en het andere naast de weg. Maar doordat de sporen steeds dieper en dieper werden, hing Daffy steeds schuiner en schuiner. Heel even voelden we Daffy overkantelen, maar hij keerde terug. Een bende overstekende kamelen moest wijken tot ergernis van de drijvers, maar wij konden niet op de rem staan. Uiteindelijk werden de sporen minder diep en reden we het centrum van het dorp binnen. That was close !

Woensdag 28 februari, de gastvriendelijkheid in Sudan.

In Khartoum vragen we de weg naar de Toyota garage 'Golden Arrow'. Een zakenman stapt in om ons de weg te tonen. We brengen de vriendelijke man terug naar het ijssalon waar we hem oppikten. Hij nodigt ons zowaar uit en trakteert met twee ijscoupes en twee mango-sapjes! Dorstlessend en verfrissend. De Toyota garage blijkt bij terugkeer gesloten, maar rondom het hoofdgebouw is een nieuwe wereld van verdelers en mechaniekers gegroeid. Algauw drummen mechaniekers rond Daffy. Ronald vindt uiteindelijk Dr Abbas, eveneens een gestrande Toyota klant, die nu fungeert als onze tolk voor een gesprek met hoofdtechnieker Watford. Drie uur later en in het pikkedonker zijn de 'nozzles' van de gereinigde en geteste injecteurs vervangen, zijn de mazout- en oliefilter vervangen en is de olie ververst. Dit alles heeft ons veel geld, bloed, zweet en tranen gekost. Morgen lossen we nog een deel van onze schulden af. De dinars zijn op en onze dollars wisselen we enkel officieel. Een derde (en onbekende) was zo vriendelijk om onze rekening voor te schieten. Ahmed, een student die bijverdient als kleine handelaar in deze auto-sector, rijdt met ons mee. Hij woont in de buurt van Dr Abbas, die ons uitnodigde om de nacht in zijn huis door te brengen. We drinken nog een flesje Pepsi met Ahmed en discussieren over reizen en Europa. Bij de dokter worden we verwelkomt door zijn jongere broer. We krijgen een kamer toegewezen met airco en twee goede bedden. We wassen ons en ploffen neer op bed. Even rustig aan ... Tegen 23:00h arriveert Dr Abbas thuis. Hij geeft ons elk een djalabiahxxxx dat we aantrekken voor de maaltijd. Zijn vrouw prepareert ons kofta (gemalen rundsvlees in saus), foal (bruine bonen en pasta), roereieren, gegrilde kip met ketchup en brood. Het is heerlijk en over de thee luisteren we naar Dr Abbas reisverhaal naar Yemen. De nacht valt, we danken de familie voor hun gastvrijheid en dommelen in...ondanks het gerace van de vele muggen.

Zondag 4 maart, feest in Sudan - hel in Ethiopië.

In 'The Blue Nile Sailing Club' te Khartoum maakten we kennis met Frank, Oostduitser die met zijn nieuwe Toyota Landcruiser doorreist naar Ethiopië. Deze gespierde security agent komt zeer dynamisch over. Samen willen we de grens oversteken van Gallabat (Sudan) naar Ethiopië (Metéma). In een dorpje vóór Gallabat worden we tegengehouden voor de paspoortregistratie en 'travel permit' check. Frank is doorgereden. Na veel bochtenwerk en zijpistes op en af komen we aan in Sudans laatste dorpje in de heuvels. Frank is nog bezig met zijn 'carnet de passage' wanneer wij binnenstappen. De hoofddouanier is een uiterst vriendelijke man. Hij vraagt niet naar onze declaratieformulieren en wanneer beide carnets afgestempeld zijn, bestelt hij een avondmaal en nodigt ons uit om mee te smullen. De immigratie-officier is niet in kantoor en dus wachten we al smullend in het douanekantoortje. Frank steelt de show met zijn gespierd lijf. Extra geroosterd lamsvlees wordt aangebracht, tot driemaal toe. Elk krijgt twee flesjes pepsi cola. De immigratie-officier arriveert en plaatste reeds onze exit-stempels. Dit loopt hier vlot zeg ! Op aanvraag van onze vriend douanier, stapt de immigratie-officier 200 meter verder Ethiopië binnen om zijn collega aldaar om te pikken. Ondertussen schonk Frank cadeautjes en brandden we spetterstokjes...tot jolijt van iedereen. De Ethiopische immigratie-officier arriveert, krijgt een pepsi aangeboden en controleert onze passen. Een bom valt in wanneer hij aankondigt dat Franks visa acht dagen vervallen is. 'Een visa aan de grens is niet mogelijk', en hij stapt op, de grens over, onbereikbaar voor ons en ver weg van enige onderhandeling of discussie. Een brainstorm van mogelijkheden en beperkingen volgt: geen Sudanese dinars meer, weinig dollars over, geen diesel om tot in Khartoum en terug te rijden, één week verlof voor alle instanties in Sudan (bank, ambassade), Ethiopische nieuwe visa ten vroegste in negen dagen, Duitse vriend arriveert overmorgen in Addis Abbeba, vader en zus arriveren op 12 maart in Nairobi, Traveller Cheques kunnen slechts in één bank gewisseld worden met 25 USD commissie,... Sudanese autoritairen worden naar Ethiopië gestuurd om Franks situatie te schetsen (en onze Belgische paspoorten terug te halen). De koppige immigratie-officier eist een nieuw geldig visum. De douane van Sudan sluit zijn deur en de doortocht wordt uitgesteld tot morgen, maandag en feestdag in Sudan. Voor Sudan is de zaak afgesloten: elkeen ontving zijn exit-stempel. Alleen kan Frank niet vooruit... De avond valt en plannen worden gesmeed ! Ronald en ikzelf kunnen elk met een Toyota over de grens, terwijl Frank te voet en verderop de grens oversteekt. Elk met gps en één coördinaat staan we sterk. De auto-papieren worden uitgewisseld, een volmachtbrief wordt opgesteld, een knapzak gevuld. Die avond kamperen we voor het huis van de douanier en naast de politie. Een nacht vol onrust...

Terug