Sint-Regina's Godshuis in Baarle


 


Regina Isabella de Meersman, geboren te Gent 6.4.1799 werd weduwe op jonge leeftijd, door het overlijden van haar man, Justinus Livinus Martens te Gent 19.2.1844. De enige dochter uit dit huwelijk was Sylvie Caroline Martens, geboren te Gent 7.7.1824. Zij huwde te Gent 12.7.1849 Ernest-Laurent-Guillaume Solvyns, doctor in de rechten KUL, Senator voor het arrondissement Roeselare, Provinciaal Raadslid voor het kanton Evergem en lid van de Bestendige Deputatie, geboren te Antwerpen 4.12.1824.

Sylvie Caroline Martens overleed op 15.11.1862. Haar moeder nam de zorg voor haar kleinkinderen op zich tot zij overleed 18.2.1868. Zij vroeg op haar sterfbed een toevluchtsoord te bouwen voor noodlijdenden en ouderlingen van de gemeente Drongen, in de nabijheid van haar buitengoed op de wijk Keuze.

In samenspraak met de bisschop van Gent Mgr. Bracq, kocht Ernest Solvyns de nodige gronden in de toenmalige Baarleveldestraat te Baarle samen met 5 ha landbouwgrond langs de steenweg naar Deinze. De opdracht tot het opmaken der plannen werd gegeven aan August Van Assche. Het ontwerp was een gebouw in neogotische stijl waar in 1872 mee aangevangen werd. De werken duurden meer dan 2 jaar. Als spreuk prijkt op de voorgevel: "Christo-in pauperibus" "Christus in de armen".

De wens van de stichteres om het geheel te laten besturen door zusters werd vervuld. Vier zusters van de congregatie van Onze-Lieve-Vrouw van VII Weeën van Sint-Maria-Ouden-hove kwamen in de gebouwen wonen om de ouderlingen te verzorgen: zuster Amanda (overste 1874-1915), zuster Stanistas, zuster Coleta en zuster Agatha. De plechtige inhuldiging van de gebouwen had plaats op 1 juni 1874.

Het Sint-Regina's Godshuis was bedoeld voor 24 ouderlingen. Maar er kwamen ook zieken die in afzondering moesten kunnen verpleegd worden. Senator Solvyns kocht de oude pastorij naast het Godshuis staande, bouwde een nieuwe pastorij naast de kerk op de plaats van de herberg-smidse "Het Lammeken". De pastorij werd verbouwd tot infirmerie samen met nieuwe gebouwen en een afdeling moest vrij blijven voor slachtoffers van epidemieën.

Na de dood van Moeder Amanda werd zuster Cecilia (1915-1920) als overste aangesteld. Meer en meer ouderlingen en armen vonden in het Godshuis en hospitaal onderdak. In oktober 1920 telde het gesticht ruim 100 bewoners. Nieuwe werkkrachten kwamen vanuit het moederhuis naar Baarle: o.a. zuster Desirée (1874), zuster Barbara (1875), zuster Scholastica (1877), zuster Gudula (1878), zuster Theresia (1879), zuster Margareta (1880), zuster Caroline (1881), zuster Juliana (1882), zuster Cecilia (1884), zuster Anna (1886) en vele andere.

Op 3 november 1918 werd in de grote zaal van het Godshuis een noodveldhospitaal ingericht om gekwetste soldaten en burgers te verzorgen. 21 Soldaten stierven er.

Na de dood van Moeder Cecilia in 1920 werd zuster Vinciana (1920-1964) overste tot 1964. Het Godshuis werd op 5 november 1921 omgevormd tot V.Z.W. Op 3 september 1924 werden de Gouden Jubelfeesten gehouden. Er werd een gedenksteen ingemetseld op de zijmuur van de ingang van het Godshuis. De viering gebeurde met een plechtige dankmis en het opvoeren van een éénakter. Twee geschilderde portretten van Isabella de Meersman en Ernest Solvyns werden aan het klooster geschonken. Rond 1950 waren er ongeveer 24 zusters werkzaam, waarvan er vijf zusters in het onderwijs stonden: zuster Lutgarde, zuster Paula, zuster Edmonda, zuster Cecilia en zuster Godelieve. In 1974 waren er nog slechts 9 zusters.

In 1936 bouwde de kloostergemeenschap een groot washuis achteraan in de tuin en in 1939 werd daar de nieuwe meisjesschool aangebouwd. Tijdens de mobilisatie van 1939 werd zij door het leger ingenomen voor korte tijd. Jaren later kwam de bouw van de kleuterschool en nog later, in 1962 de jongensschool.

Zuster Lutgarde volgde Moeder Vinciana op vanaf 1 april 1964 maar overleed nog hetzelfde jaar op 17 augustus. Het was zuster Godelieve die van dan af de zware taak op haar schouders nam.

Toenemende vraag voor opname, hogere eisen voor huisvesting, hygiëne en comfort zetten de verantwoordelijken aan om plannen te maken voor een nieuw complex voor 52 bewoners. Als architect werd A. Ascoop uit Wetteren aangesteld. Op 13 juni 1971 om 16 u. werd het "Leiehome" ingezegend door Mgr. Van Peteghem. Het oude Godshuis bleef in gebruik.

Senator Solvyns had aan Sint-Regina's Godshuis ook een landbouwuitbating verbonden die zorgde voor levensmiddelen voor deze gemeenschap. Op 6 augustus 1972 brak brand uit in de schuur en deed het dak instorten. Het geheel werd gesloopt en er werd een volledig nieuwe schuur met stallingen opgericht, verder achteruit naar de autosnelweg toe. Deze landbouwuitbating werd in 1996 opgeheven en de gebouwen afgebroken.

Op 23 juni 1974 vierde Baarle feest. Baarle herdacht de komst der zusters van O.-L.-Vrouw van VII Weeën. De plaatselijke verenigingen schonken 3 rolstoelen voor de bejaarden. Het gemeentebestuur van Drongen huldigde de zusters, schonk aan Moeder Godelieve de herinneringsschaal van Drongen en aan het home een T.V.-toestel.

Omdat de gebouwen van het Godshuis en hospitaal niet meer voldeden aan de normen-ondanks de vele verbeteringen- werd besloten Leiehome uit te breiden tot 166 bedden. Als architect werd aangeduid De Smet van Damme uit Zottegem. Dit gebouw kwam klaar in 1986 en werd aan de noordzijde aan het bestaande Leiehome aangebouwd. De bewoners van de beide oude gebouwen werden overgebracht in september 1986. De laatste drie zusters verhuisden naar Leiehome tussen kerst- en nieuwjaarsdag van het jaar 1986-1987. Zo kwamen het Godshuis en het rusthuis (hospitaal) leeg. Een deel van het rusthuis werd ingericht als chirolokaal voor de jongens. Het nieuwste gebouwtje van het rusthuis werd gebruikt door het Kinderwelzijn. De bibliotheek verhuisde vanuit de jongensschool naar de bovenlokalen van het rusthuis in 1986. De vrijgekomen plaatsen in het Godshuis werden gebruikt door de parochie en de school o.a. de dekenij, de tafeltennisclub, de vrouwenbeweging, een balletgroep, het zangkoor, plutostripverhalen, de catechesegroepen en 2 eetzalen en keuken voor de school.

Bij de uitbreiding van 1986 werd voor de zusters een gedeelte van het gebouw voorbehouden als afzonderlijke woonruimte op de 1ste en 2de verdieping. Zij omvat een woonkamer, spreekkamer, keuken, sanitaire installaties en 6 slaapkamers. Een kleine kapel op de 2de verdieping laat de zusters toe hun dagelijkse gebeden in hun gemeenschap te bidden.

Daar het aantal zusters steeds daalde door sterfte en de kloosterroepingen op zich lieten wachten, voelden de oversten zich genoodzaakt meer en meer leken in te schakelen voor de verzorging van de ouderlingen. De eerste leken werden in 1964 aangenomen.

Bij het openen en het uitbreiden van Leiehome werden nieuwe verplegers en onderhoudspersoneel in dienst genomen. Hugo Vandenbussche werd aangesteld als adjunct-directeur door de beheerraad op 1 maart 1988 om samen met Moeder Godelieve het dagelijks beleid in handen te nemen.

In de loop van de jaren werden verder personeelsleden aangeworven voor de administratie - opname - receptie - technische dienst - keuken - palliatieve zorgen - nachtdienst - animatie - kine - ergo. Een coördinerend hoofd voor zorgverlening en administratie evenals een verantwoordelijke voor elke verdieping werden in leven geroepen. Op 1 januari 1997 waren er 80 personeelsleden tewerkgesteld. Op 5 januari 1993 werd Omer Bral als aalmoezenier van het Leiehome aangesteld door Mgr. Luysterman.

Sinds 1 januari 1993 is het Godshuis in erfpacht gegeven aan de VZW Revalidatiecentrum voor gehandicapten. Een deel van de benedenverdieping werd door het Revalidatiecentrum in gebruik genomen in september 1995 als dienstencentrum voor gehandicapten.

Een bouwterrein palende aan het Godshuis is dan ook in erfpacht gegeven aan de VZW Morgenster.

Het rusthuis en het voetbalveld werden ook op 1 januari 1993 in erfpacht gegeven aan de VZW Parochiale Werken van Sint-Martinus.

In de vergadering van de beheerraad op 19 december 1996 deelde Moeder Godelieve mee dat ze verlangde haar ambt als directrice van Leiehome neer te leggen. Door al de leden van de beheerraad - waartoe verschillende zusters van de congregatie behoren - werd beslist Hugo Vandenbussche -tot hiertoe adjunct-directeur- aan te stellen als directeur van de VZW Sint-Regina Leiehome, met ingang van 1 januari 1997.



 

                                                                   

 

 

 


Laatst bijgewerkt op 30 juli 2001 door Hiels