Korte geschiedenis van de kerk


KORTE GESCHIEDENIS VAN DE KERK

de oudste bronnen

Baarle wordt reeds vernoemd in 820 met de uitdrukking: "in Barloria mariscum" waarvan de betekenis zou zijn: een naakte barre streek met bos aan een rivier.

De kerk werd vermoedelijk in de 7de eeuw gesticht door de H. Amandus en zoals zovele kerken in de omgeving aan St. Martinus toegewijd en in Romaanse stijl gebouwd. Zoals we haar nu kennen is de kerk neogotisch met 3 beuken met zes traveeŽn en een koor en met een zadeldak over de drie beuken.

in de 12-de eeuw

In een tekst van Erembold - die de rechtsbevoegdheid over Baarle aan de Sint-Pietersabdij geeft - wordt reeds in 1025 melding gemaakt van een kerk. Hoe die er uitzag zullen we nooit met zekerheid weten, groot zal ze zeker niet geweest zijn. Vermoedelijk was het een ťťnbeukig zaalkerkje zoals te Bachte.

de beeldenstorm

Tijdens de beeldenstorm werd het kerkje lelijk gehavend. Door tekort aan geld duurde het tot 1654 vooraleer het hersteld geraakte. Bij dit herstel omtrent 1650 werd het koor uitgebouwd en kreeg het kerkje een gotisch uitzicht.

in de 18-de eeuw

In de rekeningen van de kerk lezen we dat er in 1745 betalingen werden gedaan voor het herstellen van het torentje of dakruitertje en aan het schaliedak

in de 19-de eeuw

in 1803 werd als eerste seculiere priester J.B. Maenhout als pastoor benoemd. De voorgaande waren allen paters van de Sint-Pietersabdij van Gent of van de abdij van Drongen. Onder zijn invloed werd in 1805 een plan opgemaakt tot vergroting van de kerk maar het duurde tot 1831 vooraleer toelating gegeven werd daartoe maar op kosten van de inwoners van Baarle. Toen werden de zijmuren weggenomen, de twee zijbeuken bijgebouwd en aan de westzijde een portaal aangebouwd. Bij de werken voor de verwarming in 1985, werden delen van de fundering van de oude zijmuren in ruwe natuursteen teruggevonden.

In 1853 werd de Gentse architect Cardon aangesteld om opnieuw verbouwingen aan de kerk uit te voeren. Deze omvatten:

1. de afbraak van de in 1831 gebouwde westgevel;

2. de verlenging van de kerk met twee traveeŽn met in de achterste travee in het midden een vierkante toren, boven de nok overgaande in een achthoek met piramidevormige afdekking;

3. de verhoging van de middenbeuk, de zijbeuken en het koor, alsook het vernieuwen van de vensters en het dak, met afbraak van het dakruitertje. De te klein geworden sacristie werd in 1863 vergroot en hersteld. Als bergplaats werd een tweede sacristie gebouwd in 1896 en ditmaal aan de noordzijde.

In 1869 werd een uurwerk op de toren geplaatst en in 1883 een donderscherm. Het glas voor de ramen werd in 1900 vervangen door antiek glas geleverd door Ladon uit Gent.

vandaag

Een grondige restauratie van de kerk werd uitgevoerd in de loop van 1994 en is bekroond met algehele schilderwerken, met het opfrissen van het altaarretabel en van andere ornamenten.

Een laatste stap naar de voltooiing van de werken was de restauratie van het kerkorgel tegen Pasen 1998.

Op zaterdag 18 april 1998 vierden wij het inwijdingsfeest van onze kerk, met het inspelen van het nieuwe orgel, en in samenzang met
onze koren, waaronder het jongerenkoor "La Fogata".

Monseigneur Luysterman, bisschop van Gent, ging in deze viering voor.



De geschiedenis van de kerk van Baarle


(de cijfers tussen haakjes verwijzen naar de bronnen die achteraan vermeld worden)
De Sint Martinuskerk te Baarle werd vermoedelijk gesticht in de VII-de eeuw door de H. Amandus zoals vele kerken in de omgeving aan Sint Martinus toegewijd.

In 1025 schonk zekere Eremboldus, tot zielenrust van zijn voorzaten en tot eigen zaligheid, zijn erfelijk eigendom te Baarle: kerk, huizen, gronden, bossen en weiden aan de Sint Pietersabdij te Gent. Hij behield zijn leven lang het vruchtgebruik, zodat pas na zijn dood de abdij er het volle genot van kreeg. (1) Koning Hendrik I bevestigde deze gift in 1031. (2)

Hoe deze kerk er uit zag zullen we vermoedelijk nooit met zekerheid kunnen zeggen, maar groot zal ze niet geweest zijn want in zijn "Gendsche Geschiedenissen" schreef Bernardus De Jonghe over de gereformeerden te Drongen, die in maart 1579 "aen den gemelden Abt en Katholyke de Prochiekerke van hun Dorp niet en wilden wedergeven, niet tegenstaende, dat aldaer wel twaalfhonderd Katholyke Communicanten waeren, en nouwelyks een honderd Gereformeerde, die zig wel zouden hebben konnen lijden met de Kapelle van Drongen, ofte met de Kerke van Baerle, ..." (3)

Tijdens de troebelen in deze periode werd ook de kerk van Baarle verwoest, want verscheidene parochies vroegen en bekwamen toelating tot het heffen van een buitengewone taks op waren, die door het dorp gevoerd werden. De opbrengst diende tot het herstel van de kerk. Ook Baarle kreeg in 1616 de toelating om deze tol te heffen. (4)

Maar voor Baarle, een kleine parochie. was het moeilijk de kerk te herstellen het duurde daardoor tot 1654 vooraleer de kerk was gerestaureerd. Monseigneur Triest, die tijdens de visitaties der parochies, ook Baarle aandeed, schreef ietwat bitter in zijn opeenvolgende verslagen: (5)

7/9/1624 : "de ganse kerk werd tijdens de laatste burgeroorlogen verwoest; nu is de herstelling van het koor aangevat met een strooien dak maar de voormuren van de kerk blijven in ruïne,"

18/6/1633: "waarvan het voorste gedeelte in de oude staat is gebleven zonder enige herstelling en het achterste deel opgelapt en bedekt is."

21/9/1636: "er is niets veranderd in de kerk tenzij dat het gedeelte dat hersteld is nu met schalies gedekt is."

29/9/1640: "... van het schip der kerk blijven de muren en het dak een ruïne."

6/9/1642 : "... heb de kerk bezocht en ze gevonden in haar oude zielige te bewenen staat."

6/5/1649 : "... heb ik het koor der kerk bezocht daar het schip slechts met instortende balken bedekt is. De kerk is nog steeds in dezelfde ellendige staat, allen onwaardig ..."

8/1654 : "De kerk is goed gerestaureerd en voor de middelen, die geen andere zijn dan deze die voortkomen van de vrijgevigheid van de bevolking, goed versierd.

Dat de weinige communicanten, ongeveer 70 in aantal, toch hielden van hun kerk, kan verklaren dat op de vragen bij de visitaties gesteld in 1662 (6) geantwoord werd dat de ornamenten en voorwerpen, voor een zo kleine plaats, goed bewaard werden, er was immers geen sacristie en dat in 1672 (7) ja werd geantwoord op de vraag of er een sacristie bestond. Tussen deze twee data werd dus een eerste sacristie gebouwd.

Van kennis van de opbouw en vorm der parochiekerk is geen sprake tot in 1745 aan Livinus Geiregat "tien schellinghen en vier grooten" betaald werden "over leverynghe van bert en naeghels met den arbeyt over het timmeren ende repareren van het torreken van deselve kereke, 12 september 1745" (8) en aan Jacobus Peyn "de somme van vier ponden, twaelf schellynghen, acht grooten zes deniers over het decken van de kercke, leverynghe van schamen en naegels mitsgaeders daghuren van knechten boven acht schellynghen grooten over dryncke bier en logement." (8)

De parochiekerk was zodoende voorzien van een torentje en was afgedoken met schalies. Een torentje is gewoonlijk voorzien van een klokje. Ook te Baarle hing in het torentje een klok, die als zoveel andere tijdens de Franse Revolutie werd weggehaald (9), die door de Burgemeester in 1803 werd opgevorderd maar te Ronsele belandde en er bleef.

Terwijl de zelfstandige parochie Baarle in 1805 bij Keizerlijk Besluit werd opgeheven en het gedeelte linkeroever bij Drongen werd gevoegd en het gedeelte rechteroever bij Sint Martens Latem (Baarle Frankrijk) had pastoor, J.B. Maenhout, sedert 1803 benoemd als eerste seculiere priester, - de voorgaande pastoors waren allen paters van de abdij van Drongen of van de abdij van Sint Pieters te Gent - gevraagd om vergroting der kerk. P.D. Velleman maakte in 1805 een plan op, zodanig dat de kerk 900 communicanten zou kunnen bevatten. De kosten daarvoor zouden belopen de som van 700 ponden wisselgeld. Velleman had bij het plan een doorsnede gevoegd "... aentoonende den timmer ende een courbe ligne toont aen de maniere op welke het saude konnen uytgeplafoneert worden op forme van vaute om alsoo met ter tijt het ander gedeelte der kerke te voltrekken". Was het de bedoeling een gedeelte bij te bouwen met vout en nadien de platte zoldering van het andere deel te vervangen eveneens door een vout? (10)

Waarschijnlijk werden de 700 ponden teveel bevonden en kreeg Velleman de opdracht de dikte der muren te verminderen en de ramen te veranderen want 4 maanden later wil hij het zelfde werk uitvoeren voor 485 ponden wisselgeld. (11)

Kwam men niet overeen nopens de prijs? In 1809 werd door de koster J.B. Verstraete, Jan Praet, kerkmeester en Ignace Pollet, de vroegere burgemeester van Baarle, een raming opgemaakt voor "het vermeerderen van de kercke van Baerle volgens het plantjen" en dat voor de som "van 1.178,8 ponden courant geld." (12)

Tijdens hetzelfde jaar betaalde de kerkfabriek aan J.B. De Clercq, smid, 20 gulden 14 stuiver courant voor het maken van het ijzerwerk van de klok en aan J.B. Verstraete (de koster) voor de arbeid voor het hangen van de klok en het opstellen van het kruis op de toren 4 gulden 2 stuiver. (13)

In 1810 maakte Louis Burvenich, koperslager, een vergulde bol voor het kruis op de toren voor 11 gulden en kreeg 1 gulden 18 stuiver voor het ver gulden van de haan staande op de toren. (14)

De kerk bezat twee zijaltaren, in 1811 genoemd bij het maken van haken door J.B. De Clercq (15) en in 1818 geschilderd door A. De Baets. (16)

De toren bezorgde de kerkfabriek vèel last, want in 1823 op 30 augustus maakte Frans van de Gehuchte een staat van begroting op "der noodige en dringende werken te doen aen den toren der Westprochie kerk van Drongen om te voorkomen aen der selfs drijgende instorting" en dit voor de som van 91 gulden. (17) In 1825 was de som voorzien voor die herstelling in de buitengewone uitgaven bepaald op 276 gulden, som die oorspronkelijk was bepaald op 322 gulden aan de hand van een offerte met meetstaat. Voor de eerste keer gaat deze raming samen met een teruggevonden schets van het koor waarop het toreken, een dakruitertje, is afgebeeld met summiere afmetingen van koor en schip. Het koor mat 28 voet en het schip 50 voet. (1 voet=27,53 cm) Het koor in doorsnede getekend geeft de constructie van het dakruitertje weer alsook de platte plafondafdekking van het koor, In het koor zijn beiderzijds twee spitsboogvensters getekend. (18)

De idee om de kerk te vergroten werd wederom opgenomen door pastoor C.A. Lyon en op 31/8/1831 gaf de Provinciale overheid kennis aan de Gemeente Drongen dat de Heer Minister op 23/8/1831 toelating verleende aan de inwoners van de wijk Baarle om op hun kosten de kerk te laten vergroten. Bij dit schrijven waren gevoegd: plannen, raming en lastenboek voor de aanbesteding, documenten die echter niet bewaard bleven. (19)

De aanbesteding ging door op 19/9/1831 in de herberg "Het Land van Nevele" bewoond door Jean Leusen, kleermaker, onder voorzitter notaris Petrus Hellebaut en met als getuigen: Livinus De Keukelaere en Jean Leusen alsmede de burgemeester van Drongen Jan Rooman. Er waren 7 aanbiedingen waarvan degene van Francies Wille, bouwmeester te Gent, die de som van 3.400 gulden nederlands beliep, de voordeligste was. Door verminderingen werd de prijs op 3.070 gulden nederlands gebracht door Jan Francies van de Gehuchte, timmerman te Drongen, Vierhekkens, die aanvaardde de werken uit te voeren gelijk vermeld in de voorwaarden. (20) In de voorwaarden en bepalingen zijn de te gebruiken materialen klaar beschreven in 7 artikelen en de verdere voorschriften in 17 artikelen waaronder artikel 15: "Den ouden goeden steen die geheel is voortkomende van den afgebroken muur zal den aennemer mogen gebruycken voor den grondslag". Over welke muur men het hier had, kunnen we niet achterhalen.

Niettegenstaande de voorgaande aanbesteding, verklaarde pastoor Lyon op 14/11/1831 schuldig te zijn aan Francies van de Gehuchte 900 brabantse guldens" tot het afbreken van den ouden gevel en voor het aennemen van eenen nieuwen gevel volgens het plan met uyt te springen ofte te verlengen derthien voet brabantse maete en daer op te maeken eenen hoogsael met eene groote halve ronde venster met syne toebehoorten zoo van goed glas als van yser, en onder den hoogsael op zijde van wederkanten volgens proportie met eene dobbele deure; alles welkers hout hy sal mogen gebruyken van goed en ongespekt noorts hout; voorders het effen leggen der grond gelijk met de kerke en daervoor een planquier te leggen voor de kerke en de cassyde op te nemen tot aen de leegdte" (21)

De in de aanbesteding voorziene werken moesten binnen de twee maanden beeindigd zijn; de betalingen gebeurden op 9/12/1831: 1100 gulden; op 1/1/1832: 900 gulden; op 5/5/1832: 525 gulden en op 10/10/1832 nog 545 gulden. Kwamen de 900 gulden der tweede betaling overeen met de schuldbekentenis van pastoor Lyon?

Deze sommen werden door giften bijeengebracht en dat er nóg fondsen waren, bewijzen de volgende aankopen: vloer der kerk: 1377,74 gulden, communiebank: 140 gulden, accajou: 15,26 gulden, zittingen: 45 gulden en een nieuwe Kazuifel: 158 gulden, alles door giften voldaan.

Bovenstaande overeenkomst is in tegenspraak met een in 1842 door pastoor Van den Hole opgemaakte beschrijving die zegt dat de kerk in 1832 vergroot werd met twee beuken, omdat de parochie twee wijken, Noordhout en Baarlevelde, bijkreeg. (22)

De kerkfabriek betaalde in 1835 aan pastoor Lyon als afkorting van een jaar lening zonder intrest van 1632 F "voor den uytspronck en nieuwen gevel der kerke 181,40 F". (23)

In 1836 kocht pastoor Lyon nog een nieuw orgel aan Louis Fretin voor 1007 F. om op het hoogzaal te plaatsen en het oude orgel van Louis Delhaye verdween. (24)

De kerkfabriek wou in 1843 de sacristij vergroten maar de grote onkosten schrikten haar af en zij besloot aan de bestaande sacristij een buitendeur en een venster te maken en op de vloer plancher te leggen. (25)

Was de kerk in 1832 vergroot, toch bleven verdere vergrotingsplannen leven in de parochie onder impuls van pastoor De Winter. Op 23 mei 1848 tekende de architekt Van Overstraeten Roelands een plan ter verbouwing der kerk waarvan de voornaamste punten waren:

1. het bouwen van een toren tegen de achtergevel van het koor;

2. het bouwen van een tweede sacristij palend aan de bestaande en aan de op te richten toren;

3. de verhoging van de middenbeuk van de kerk;

4. het vernieuwen en vergroten der vensters. (26)

Het aldus opgemaakte plan werd voorgelegd aan de overheden en op 7/12/1848, antwoordde de Arrondissementscommissaris aan de Gemeentelijke overheid met een verslag van de aspirant-conducteur der Provincie onder nr 327 waarin deze beweerde dat de voorgestelde werken geen wezenlijke vergroting der kerk meebracht want dat voor de gelovigen niet meer plaats werd gemaakt.

Toch vond hij de voorgestelde werken verantwoord want:

1. het kleine torentje gaf geen allure aan de kerk, wat de nieuwe toren wel zou doen en de ruimte onderaan kon als berging dienen.

2. de nieuwe sacristij kon dienen om de ornamenten op waardige wijze op te bergen.

3. de verhoging van de middenbeuk zou vermijden dat de gelovigen nog door benauwdheid bevangen worden "omdat de kerke te leege van staege was"

4. de vernieuwing der vensters was nodig omdat ze te klein waren en de kerk niet voldoende verlichtten.

De conducteur stelde voor de kerk naar voren te vergroten, niettegenstaande de kerkfabriek opzag tegen de grote kosten. Hij schreef: "Il est facheux que ces derniers travaux ne peuvent être exécutés au même temps que ceux qui font l' objet du projet." (27)

De architekt overleed en de erfgenamen ontvingen de som van 200 F. voor het maken van twee plans en een devis. (28)

Een nieuwe architekt, de heer Cardon van Gent werd aangesteld en op 3/6/1853 keurde de kerkeraad van Baarle éénparig het nieuwe plan goed. De raming der bouwkosten beliep 12.325 F. De Gemeenteraad van Drongen weigerde aanvankelijk subsidies te verlenen en de kerkeraad heeft het goedgevonden alle middelen welke de kerk bezat in te spannen om 2/3 der benodigde gelden te verzamelen. (29)

Pastoor De Winter verklaarde op 2/6/1853 over 8.000 F. te kunnen beschikken als volgt verdeeld:

1. in kasse 3.000 F.

2. vrijwillige giften: 2.500 F.

3. door wekelijkse inschrijvingen: 1.200 F.

4. door een lening van 1,300 F. (30)

Bestek en voorwaarden alsmede de raming van de voorziene werken, die ondertussen tot 15.676,60 F. was opgelopen, werden goedgekeurd door het kerkbestuur in zitting van 12 maart 1855, door de Gemeenteraad in zitting van 14 maart 1855 en door de Bestendige Deputatie in zitting van 24 maart 1855. (31)

Welke werken voorzag het plan Cardon?

1. De afbraak van het westportaal met de doopkapel, trappenhuis en hoogsaal, alsook de afbraak van het daktorentje en het dak.

2. De verlenging der kerk met twee traveëen, met in de achterste travee in het midden een vierkante toren, boven de nok overgaande in een achthoek, met piramidevormige afdekking.

3. De verhoging van de middenbeuk, de zijbeuken en het koormet verhogen en vernieuwen der vensters, alsmede van het dak. (32)

De aanbesteding werd gehouden op 10 april 1855 voor notaris Pieter Hellebaut en de werken werden toegewezen aan Bernardus Van de Gehuchte voor de som van VIJFTIENDUIZEND F. (33) Deze som zou worden samengesteld als volgt:

1. comptante penningen in kas 2.966 F.

2. vrijwillige giften 2.300 F.

3. wekelijkse inschrijving 1.200 F.

4. lening te doen door de kerkfabriek 2.000 F.

5. som verleend door de Gemeente 1.000 F.

6. som verleend door de Staat 2.667 F.

7. som verleend door de Provincie 2.667 F.

De kinderen Lanczweird stelden de lening voor aan 3,5 % hetwelk werd aanvaard en goedgekeurd.

Het koninklijk Besluit van 12 juli 1855 gegeven te Londen en ondertekend door Leopold I, waarbij de toelating werd verleend om de werken uit te voeren, werd op 25 juli 1855 aan de gemeente overgemaakt. (34)

Bernardus van de Gehuchte voerde de werken uit en de uitgaven beliepen

in 1855 8.000 F.

In 1856 4.830,26 F.

In 1857 2.500 F.

In 1858 1.300 F.

Ter delging betaalden de Staat 2.650 F., de Provincie 2.650 F. en de Gemeente 1.000 F. De kerkfabriek ontving, ter delging in 1855 4.215 F., in 1856 3.200 F., in 1857 2.500 F en in 1858 1.300 F. (35)

Na de opmeting der werken en de eindverrekening kwam de uiteindelijke bouwsom op 16.116,95 F. waarvan de samenstellende artikels waren: funderingsmetselwerk, opgaand metselwerk, Ecaussijnse hardsteen, daktimmer, ijzeren gegoten ramen, ankers, schrijnwerk, glaswerk, plakwerk, lood en zink en vloer in zwarte bazijksteen. (36)

Door deze ingrijpende en grote verbouwingen was een nieuwe kerkwijding noodzakelijk en pastoor De Winter schreef:

"Ter eeuwige gedagtenis der naekomelingen.

In 't Jaer 1855 is de kerk van Baerle merkelijk verhoog en vergroot en een toren uyt den grond nieuw gebouwen.

Den Planmeester, Mijnheer Cardon tot Gend wonende, heeft het plan gemaekt; Bernardus van de Gehuchte tot Drongen heeft de Kerk geanterpreneert ter somme van 15.000 francs. Mr Solvijns heeft op zijne kosten eenen nieuwen koor gebauwen. De onkosten der kerk zijn ten deele gedraegen geweest van 't Gouvernement, ten deele van de Provintie samen 6000 fr. het overig door de kerkfabrique en vrijwillige giften.

De kerk bijkans geheel nieuw zijnde, is in 1857 21 7bre plegtiglijk geweijt door Zijne Hoogweerdigheijt Den Bischop van Gend Monsr. Delebecque. In het zelfde jaer is de klok tot Leuven gegoten, door A.L.J. Van Aerschoot, wegende 525 Kilots aen Fr 3-72 par Kilot. de bekostinge is gedaen ten deele der parochianen tot ontrent 1200 frs het overig zal de kerk betaelen. Scripsi hac die 9 febrie 1858. C.L. De Winter, Pastor." (37)

In 1859 betaalde de kerkfabriek de meerwerken : 700 F.

De sacristij was bij de verbouwing ongewijzigd gebleven en nog steeds te klein. Daarom werd de sacristij in 1863 verbouwd, vergroot en hersteld door Bruno Martens, timmerman en ondernemer te Afsnee voor de som van 2.889,22 F. (38)

De onvoorziene werken bedroegen 516,22 F. (39)

De Gemeente kwam tussen voor 700 F., de Provincie voor 500 F. en de Staat voor 473 F. (40) De lening die aangegaan werd bij de kinderen Lanczweird, moest worden terugbetaald. C.L. Verbiest stelde een nieuwe lening voor aan 5%. De lening werd aanvaard en in 4 jaar afgelost met de laatste betaling op 3/12/1870. (41)

Opeenvolgende werken werden uitgevoerd: een uurwerk op de toren in 1869, een donderscherm in 1883, tot in 1891 het kerkbestuur ven Baarle aan de Gemeenteraad de toelating vroeg om een hulpsacristij te bouwen. De meubelen werden tot dan toe achteraan in de kerk bewaard achter een afsluiting. De kerkraad verklaarde: "daar de afsluiting dier bergplaats de kerk ontsiert en dezelve te klein wordt om de geloovigen te bevatten die er de Goddelijke diensten komen bijwoonen, zoo heeft het beslooten in buitengewone zitting van 16 augusty, toegestaan door Zijne Hoogwaardigheid den Bisschop van Gent, die afsluiting weg te nemen en een nieuwe bergplaats of hulpsacristij te bouwen. Dat zou de kerk merkelijk vergrooten en veel verfraaien. De onkosten van bouw zoo als Gij uit het hierbij gevoegd bestek en nateekening zult zien, zou beloopen de som van F.1392,36." (42)

Deze nieuwbouw werd toegestaan, uitgevoerd door C. Martens van Zwijnaarde voor 1247 F en op 23/11/1894 bevestigde de Gouverneur R. De Kerkhove "dat de opbouwing der tweede sacristij aan de kerk van het gehucht Baarle was voltrokken en in de vereischte voorwaarden uitgevoerd." (43)

Het in 1855 door Bernardus Van de Gehuchte geleverde glas werd in 1900 vervangen door antiek glas, door Ladon van Gent geplaatst voor de som van 1.500 F. (44)

De twintigste eeuw bracht voor de Sint Martinuskerk geen verbouwingen meer, de grootte van de kerk volstond, de kwaliteit van de gebruikte materialen voldeed om het gebouw ongeschonden in zijn huidige toestand te bewaren, hoewel twee oorlogen er over heen gingen.

BRONVERMELDING

  1. RAG. Liber Traditionem Sancti Petri~, 89 r° 1/11/1025. 113.
  2. RAG. Dip'lomata Belgica. p.197.
  3. Gendsche Geschiedenissen sedert het jaer 1566 tot het jaer 1585 door Bernardus De Jonghe, Gent 1752. p.119.
  4. Waarschoot, de hervorming en haar nasleep, A.Cassiman, onuitgegeven.
  5. RAG. Visitaties Mgr. Triest,B.
  6. RAG. Visitaties B 98 bis.
  7. RAG. Visitaties B 56.
  8. RAG. Vreemde Steden:Baarle. Rekening 1743-1748.
  9. Gemeentearchief Drongen, Département de l'Escaut, 2eBureau. Cloches.
  10. Gemeentearchief Drongen, Brief 17/10/1805.
  11. " " , Brief 27/2/1806.
  12. Eigen archief, Baarle Kerk.
  13. Kerkarchief Baarle (geinventariseerd 1981) Rekeningen 1809.
  14. " " " Rekeningen 1810.
  15. " " " 1811.
  16. " " " 1818.
  17. Gemeente-archief Drongen, Kerkfabrieken.
  18. " " "
  19. " " "
  20. Kerkarchief Baarle nr 8.
  21. " " nr 8.
  22. Kerkarchief Baarle,Registrum Status Parochiaenr 1.18, p.1.
  23. " " Rekeningen 1835.
  24. Het orgel van de St Martinuskerk te Baarle aan de Leie, L.Friant, zonder datum.
  25. Kerkarchief-Baarle, Resolutieboek Kerkfabriek 1837-1921, nr 1.15
  26. RAG. Kaarten en plans nr 845.
  27. Gemeentearchief Drongen, Kerkfabrieken.
  28. Kerkarchief Baarle, Rekenig 1850.
  29. " " Resolutieboek Kerkfabriek 1837-1921 nr 1.15
  30. Gemeentearchief Drongen, Kerkfabrieken.
  31. Kerkarchief Baarle,nr. 9.
  32. RAG Kaarten en Plans.
  33. Kerkarchief Baarle, Resolutieboek Kerkfabriek 1837-1921, nr 1, 15.
  34. Kerkarchief Baarle, nr 9.
  35. " " Kerkrekeningen 1855-1858.
  36. " " nr 9.
  37. Kerkarchief Baarle, Registrum Status Parochiae, nr 1.15, p.2.
  38. " " " " "
  39. " " " " " , nr 9
  40. " " " " , Kerkrekeningen 1864.
  41. " " Resolutieboek Kerkfabriek 1837-1921 nr 1,15
  42. Kerkarchief Baarle, Resolutieboek Kerkfabriek 1837-1921, nr 1.15.
  43. Kerkarchief Baarle " " "
  44. Kerkarchief Baarle, Registrum Status Parochiae, nr 1.18.


Met bijzondere dank aan de heer Piet Cassiman en de heemkundige kring Dronghine
voor het ter beschikking stellen van deze boeiende geschiedenis.


Laatst bijgewerkt op 30 juni 2001 door Hiels