ontwerp: comp@vice

Hoe het gebeurt

Voor de hand liggend bij kinderen op school zijn opmerkingen omtrent het uiterlijk, het wegnemen van boeken en schrijfmateriaal, ...  Op het werk gaat het meestal verder: seksuele intimidatie, beledigen, onsmakelijke grappen, het wissen van computerbe­standen, fysieke bedreiging en ongelijke behandeling.











 

Leymann komt tot vijf categorieën:

Fasenverloop (Leymann, 1990):

·    een ‘triggering’ situatie of voorval: dit kan zich voordoen wanneer bijvoorbeeld sprake is van jaloezie van de zijde van de plaaggeest op iets dat het slachtoffer heeft

·    het feitelijke ‘mobben’ en stigmatiseren: doet zich voor door het ‘slachtoffer’ bij­voorbeeld belachelijk te maken en te bespotten in die mate dat het werk er onder lijdt

·   het ‘zwarte schaap’ aankaarten bij het management: gevolg hiervan is dat het slachtoffer een ‘officieel geval’ wordt.  Het management neemt vaak de vooroorde­len van de collega’s van het slachtoffer over en legt de oorzaak van het probleem bij het slachtoffer zelf.  Het toegewezen krijgen van minder bevredigende taken kan het gevolg zijn.

·    uitstoting: het toegewezen krijgen van geen of onbevredigende taken, voor een lange tijd op ziekteverlof, psychiatrische behandeling.  Al deze zaken tezamen kunnen uiteindelijk resulteren in het op straat komen te staan van het slachtoffer.