NORMANDISCHE COB


HERKOMST : Frankrijk.
TYPE : rijpaard, trekpaard.
SCHOFTHOOGTE : 1,61 tot 1,70 m.
KLEUR : licht- en donkerbruin, schimmel, roodschimmel, roan, vos.
GEBRUIK : rij- en trekdier.



De Normandische Cob, die het levenslicht zag in de Franse fokregio bij uitstek, is het resultaat van de kruising van lokale, stevige en robuuste paarden, met Berbers, Gelderlanders, Mecklenburgers,
Deense merries en Norfolkmerries. Dit paard is een karakteristiek 'koetspaard'; in de 191 eeuw bleek het een ideaal tuigpaard voor postkoetsen. Als gevolg van de ontwikkeling van de spoorwegen in de 20ste eeuw, liep het bestand Normandische koetspaarden vervaarlijk terug. Het kreeg toen de naam 'Cob' naar het Engelse paard van hetzelfde type, dat tegelijk dienstdeed als rij- en als tuigpaard. De Normandische Cob bestaat in twee types: een licht type rijdier en een ander type, 'cultural' of 'surcoupé' genoemd, anders gezegd met een gecoupeerde staart, een eerder robuust maar elegant trekpaard.