De voortplanting

Het boeiende en fascinerende begin van een paardenleven.

1. Het fokken

Het is fascinerend om een kudde wilde paarden tijdens de paartijd te bestuderen. Hengsten en merries proberen mekaars aandacht te trekken. In een wilde kudde is er één dominante hengst die het recht heeft elke volwassen merrie te dekken. Merries zijn vanaf hun tweede levensjaar geslachtsrijp en kunnen tot na hun twintigste vruchtbaar blijven.

Meestal paren paarden in de lente omdat dan de dagen beginnen te lengen, wat hun hormonenwerking stimuleert. Als een merrie of een hengst tot paren bereid is, verspreiden de flanken en het gebied rond de staart bepaalde geuren. Een hengst kan van op grote afstand een drachtige merrie ruiken.

De hengst maakt haar vervolgens het hof door zijn staart op te tillen, zijn nek sierlijk te buigen en haar te besnuffelen. Hij volgt haar en blijft hinnikend en briesend om haar heen draaien.

Een drachtige merrie draagt haar veulen 11 maanden. Het veulen wordt dus meestal geboren in de lente van het volgende jaar. Als een veulen te vroeg wordt geboren, kan het veel last ondervinden van het slechte weer. In de lente is er bovendien genoeg gras om de merrie te voeden die daardoor voldoende melk kan produceren.

2. De dracht

Vanaf het moment waarop een zaadcel de eicel binnendringt en de merrie bevrucht is, duurt het 11 maanden voordat het veulen volgroeid is. De draagtijd kan wel lichtjes verschillen van ras tot ras.

De eerste symtomen…

Na ongeveer twee en een halve week na de bevruchting wordt de merrie niet meer hengstig.

Er zijn verschillende methoden om een zwangerschap bij een paard te testen:
- echografie
- inwendig onderzoek
- urinetest
- bloedtest

Vaak begint de merrie pas in de laatste weken van de dracht rusteloos te worden. Ze gaat dan vaak liggen om vervolgens weer op te staan. Tijdens de laatste weken moet de merrie veel rust hebben en uit de buurt gehouden worden van paarden die haar proberen te intimideren. Licht werk is toegestaan tot de zevende maand.

Tijdens de laatste fasen van de dracht weegt het veulen tussen de 30 en 60 kg en is het 75 tot 145 cm lang. Vlak voor de geboorte draait de foetus zich in de geboortepositie.


3. De geboorte

De meeste geboorten verlopen snel en probleemloos. Toch is het raadzaam professionele hulp achter de hand te houden voor het geval er zich complicaties voordoen.

Tekenen van een nakende geboorte…

Sommige merries vertonen geen tekenen dat ze gaan veulenen, maar in de meeste gevallen begint de uier twee weken voor de geboorte groter te worden. Ongeveer vijf dagen voor het veulenen vullen de tepels zich en ongeveer drie dagen voor de geboorte vormt zich een wasachtig laagje rond te tepels. Als er melk uit de uiers begint te druppelen, betekent dit dat het veulen binnen de komende 24 uren geboren zal worden. Ook een melkonderzoek kan het tijdstip voorspellen.

Een merrie die met andere paarden in de wei staat, verlaat de groep om een rustig plekje op te zoeken. Een merrie die op stal staat, rolt zich op haar rug, begint te zweten en naar haar buik te kijken. De geboorte verloop vaak vrij snel. Doorgaans heeft de merrie hierbij geen hulp nodig.

De geboorte begint als de vliezen breken en het vruchtwater, dat het veulen in de baarmoeder omringt (tot 3.8 liter) wegloopt. De merrie gaat gedurende deze fase meestal liggen.

Binnen de 20 minuten na het breken van de vliezen moeten de voorvoeten van het veulen zichtbaar zijn.

Het veulen moet 30 minuten later geboren zijn. Indien de achterbenen verschijnen bij de geboorte moet de veearts verwittigd worden.

Na de geboorte bevrijdt het veulen zicht van het vlies met behulp van de moeder.

Meestal likt de moeder het veulen droog. Doet zij dit niet, droog het veulen dan met wat stro of handdoeken. Binnen de 40 minuten na de geboorte gaat de merrie weer staan. Terwijl ze dit doet breekt de navelstreng. De nageboorte komt meestal 60 minuten na de geboorte. Als deze niet binnen de drie uren verschijnt, moet ze door de veearts verwijdert worden. De meeste veulens staan al op hun benen anderhalf uur na de geboorte. Binnen een uur moet het bij de moeder drinken.

Deze eerste melk beval colostrum, een stof die antilichamen aan het veulen doorgeeft om het tegen infecties te beschermen.

 

Het eerste levensjaar

Een veulen kan binnen een paar uur na de geboorte staan en lopen. Na een paar dagen kan het zijn moeder rennend bijhouden.

Gevaar
 
Tegenwoordig zijn de meeste paarden gedomesticeerd en niet bang voor andere dieren. Maar in het wild zijn ze niet meer dan een schakel in de voedselketen en moeten ze zichzelf tegen roofdieren, zoals wilde katten en honden beschermen. De benen van een veulen hebben bij de geboorte 90% van hun volwassen lengte. Ze zijn dus al in staat zich snel voort te bewegen en kunnen door weg te rennen aan gevaar ontsnappen.
Jonge paarden zijn van nature nieuwsgierig en leergierig. Ze onderzoeken alles wat nieuw is. Ze spelen graag en springen door de wei om hun benen te testen. Op deze manier ontwikkelen ze hun spieren. Maar ze zijn vlug moe. Een dutje op gezette tijden is dan ook noodzakelijk voor een gezond en dartel veulen.
 
Groeitempo
 
Tijdens de eerst vijf levensjaren is een paardejaar gelijk aan vijf mensenjaren. Een veulen van zes maanden bevindt zich dus in dezelfde ontwikkelingsfase als een kind van 2,5 jaar. Driekwart van de totale groei van een veulen vindt echter tijdens het eerste levensjaar plaats. Drie maanden na de geboorte kan de hoogte van het veulen bepaald worden. Meet de afstand tussen het punt van de elleboog en de grond en vermenigvuldig dit met twee.
 

Het tweede levensjaar

Het paardenlichaam krijgt in het tweede levensjaar meer diepte. De achterhand wordt sterker en gespierder. Hierdoor kan hij steeds sneller galopperen, maar hij mist nog de kracht en het uithoudingsvermogen van oudere paarden. Het paard verliest zijn donzige vacht en worden de korte, zachte haren in manen en staart vervangen door echt haar.
 
Deze veranderingen kunnen verrassende resultaten opleveren en de kleur van de nieuwe vacht kan enorm van de vorige verschillen! Een grijs-bruin veulen kan kastanjebruin worden, met zwarte benen, manen en staart en een donkere streep over de rug. Ook kan een kastanjebruin veulen grijs worden, als een van de ouders grijs is.
 
Een paard is meestal volwassen als hij zes jaar is. Hij heeft dan zijn volle lengte bereikt, en zijn botten zijn volgroeid. Zijn spieren zijn ontwikkeld en hij lijkt groter en indrukwekkender zonder dat hij gegroeid is. Qua snelheid bereikt het paard zijn hoogtepunt tussen het tweede en zesde levensjaar.