Kwalen van het paard
| Het medisch onderzoek |
![]() |
| Wanneer uw paard ziek of kreupel wordt, moet u altijd de veearts waarschuwen. Bovendien moet hij een aantal routinehandelingen verrichten om ziekte te voorkomen. |
| Een volledig onderzoek kunt u elk moment van het jaar laten doen. Na een inenting mag het paard echter vier of vijf dagen geen zwaar werk verrichten, voor het geval er neveneffecten zoals een stijve nek optreden. Geef hem een grondige poetsbeurt en krab zijn hoeven uit. Controleer, terwijl u dit doet, alvast zelf de huid, hoeven en benen, voor het geval u daar vragen over hebt. Het controleren van het gebit van een paard dat pas heeft gegeten, is riskant. Geef hem zijn voer een uur van tevoren en laat hem geen stro of hooi eten. |
| Tetanusspuit |
![]() |
| Dit is een essentieel onderdeel van het jaarlijks onderzoek. Inenting, vooral tegen de ernsige ziekte tetanus, is een van de belangrijkste dingen die u voor de gezondheid van uw paard kan doen. Een paard kan gemakkelijk tetanus krijgen wanneer een wond met tetanusbacillen, die in de grond leven, besmet raakt. Paarden hebben een grotere kans op besmetting omdat deze bacteriën soms in hun darmen aanwezig zijn. Als de darmwand beschadigd wordt, kunnen de bacillen in het lichaam vrijkomen en tetanus veroorzaken. Een paard moet permanent tegen tetanus worden ingeënt: twee maandelijkse inentingen, gevolgd door een herhalingsinenting een jaar later, en vervolgens een inenting om de twee tot drie jaar. Een paard dat niet regelmatig wordt ingeënt, moet elke keer als hij een snijwond of diepe wond oploopt, het serum toegediend krijgen. Dit serum werkt onmiddellijk, maar niet langer dan drie tot vier weken. |
| Griep |
![]() |
| Dit is ook een vervelende ziekte die zeer snel epidemische vormen kan aannemen. Het paard kan er tevens een nare hoest aan overhouden die verscheidene maanden kan aanhouden. Het paard moet in eerste instantie twee maal worden ingeënt met een tussentijd van 21 tot 92 dagen, gevolgd door een herhalingsinenting een half jaar later, waarna hij elk jaar wordt ingeënt. |
| Het gebit |
![]() |
| Het op een na belangrijkste onderdeel van het jaarlijks onderzoek is de gebitscontrole. Ideaal gesproken moeten de boven- en onderkiezen precies op elkaar passen, en door het constant vermalen van voedsel gelijkmatig afslijten. In werkelijkheid staan de bovenkiezen iets meer naar buiten dan de onderkiezen, waardoor de binnenste randen van de bovenkiezen en de buitenste randen van de onderkiezen meer slijten. De buitenste randen van de bovenkiezen blijven scherp en snijden in de wang, terwijl de binnenste randen van de onderkiezen in de tong snijden. Bovendien krijgt het paard alleen voldoende voedingsstoffen binnen als hij het voedsel goed kan kauwen. Anders wordt het maar half verteerd of valt het uit zijn mond. De veearts kan de scherpe randen bijvijlen en het maaloppervlak van de kiezen bijwerken. |
| Wormen en wormkuren |
![]() |
| In het wild grazen paarden over uitgestrekte gebieden en hebben ze zelden last van wormen. De domesticatie van het paard en het beperken van zijn graasgebied heeft het wormprobleem doen ontstaan. Paarden moeten dan ook regelmatig een wormkuur hebben. |
De wormen die in het lichaam van elk paard leven, zijn parasieten. Hoewel het moeilijk, zo niet onmogelijk is om worminfecties helemaal te laten verdwijnen, kunt u toch het een en ander doen om de gezondheidsproblemen die wormen veroorzaken te reduceren. Regelmatig ontwormen heeft twee voordelen:
De wormkuur is slechts een onderdeel van de bestrijding van worminfecties. Door het weiland zo nu en dan te laten rusten, de mest enkele keren per week te verwijderen kunt u ook het risico voor paarden verkleinen. |
| Koliek |
![]() |
| Om koliek of ernstige buikpijn te voorkomen moet u uw paard regelmatig ontwormen, topkwaliteit voer geven, en hem niet zo hongerig laten worden dat hij zich overeet. Koliek kan diverse oorzaken hebben, en als u vermoedt dat uw paard aan deze pijnlijk kwaal lijdt, moet u de veearts waarschuwen. |
Sommige vormen van koliek zijn ernstiger dan andere, maar de symptomen komen overeen. Het paard kijkt naar de buik en probeert er wellicht naar te bijten. Hij krabt met zijn voorhoeven, kreunt en begint te zweten. Hij gaat herhaaldelijk rollen, maar schudt zich niet wanneer hij weer opstaat. Een veearts zal allereerst de oorzaak proberen te achterhalen.
|
| Lamininitis |
![]() |
| Laminitis is een van de meest voorkomende oorzaken van kreupelheid. Deze zeer pijnlijke ziekte treedt op als er iets mis is met de hoefstructuur. Laminitis is niet besmettelijk, en het is zelden het gevolg van voetproblemen. Het ontstaat doordat elders in het lichaam van de pony giftige stoffen vrijkomen die de bloedtoevoer naar de voet aantasten. Deze stoffen komen met name vrij in de darmen na het eten van te veel proteïnerijk voer. Het spijsverteringsstelsel van een pony is geschikt voor het verteren van kleine hoeveelheden vezelig, moeilijk te verteren boedsel. Grote hoeveelheden concentraten of mals, proteïnerijk voorjaarsgras kan een pony nier verwerken. De meest voorkomende oorzaak van laminitis is dus door het eten van te veel mals gras in het voorjaar of vroege zomer, vooral als de grond met kunstmest behandeld is. |
| Laminitis veroorzaakt veel pijn waardoor het paard weigert te staan of te lopen. Gaat hij wel staan of lopen, neemt hij een bepaalde houding aan, met de acherbenen onder zijn lichaam om zoveel mogelijk gewicht te kunnen dragen, en zijn voorbenen vooruit om het gewicht naar de hielen te verplaatsen. Hij loopt met korte passen op zijn hielen. De voeten voelen warm aan. Waarschijnlijk heeft hij koorts en een kloppende slagader aan de achterkant van de koot. |
| Het paard moet dadelijk door een veearts behandeld worden voordat de hoef te zeer vergroeid is. Hij zal een pijnstillende injectie geven en poeders achterlaten om de pijn te verzachten. Door het paard te laten lopen wordt de bloedtoevoer bevordert naar de voeten. De pijn zal verminderen terwijl hij beweegt. |
| Verrekkingen en spat |
![]() |
| Verwondingen aan de benen komen vaak bij paarden voor. Kreupelheid en andere problemen koen zich voor bij niet fitte paarden die te hard moeten werken. |
| Verrekkingen treden bij zware inspanning op. Als u een niet fit of moe paard laat galopperen, zijn de spieren niet meer soepel genoeg om stoten op te vangen. De meeste verrekkingen komen in de voorbenen voor. De beste manier om te voorkomen dat uw paard iets verrekt, is hem alleen te laten galloperen als hij fit is en niet te forceren als hij moe is. |