Optische illusies: vertrouw je eigen ogen niet!

 
De wereld in 3-D

Onze wereld is driedimensionaal. Alles heeft een hoogte, een breedte en een diepte. Om niet de hele tijd over alles te struikelen en vallen moeten we in ons hoofd ook een driedimensionaal beeld van de wereld hebben. Om dat beeld te kunnen vormen, hebben we meer nodig dan enkel onze ogen. Hierbij gaan we allerlei hulpmiddeltjes gebruiken.

 
Je ziet wat je kent

Alles wat we zien, vergelijken we met tekeningen en patronen die al in ons hoofd zitten. Bijvoorbeeld bij het zien van een huis, zie je onmiddellijk een huis, en niet een dak, raam, deur,... apart.
Hele pakketten onthouden gaat veel sneller. Als je één keer iets hebt gezien, zul je het daarna altijd herkennen.

Enkele voorbeelden:

 
Nabeelden

Als je in een donkere kamer met een smeulende houtspaander snel een kring in de lucht maakt, zie je een lichtcirkel. Een beeld dat op het netvlies valt, werkt nog een tijdje na. Dat nabeeld ontstaat door oververmoeidheid van de netvliescellen. Volgens dit principe ontstaan er ook optische illusies.

Een voorbeeld:

 
Invloed van de omgeving

Soms lijken lijnen krom terwijl ze recht zijn. Of is het niet duidelijk of iets groot is of juist klein. Dit zijn optische illusies die veroorzaakt worden door de dingen die er om heen staan, door de omgeving.

Enkele voorbeelden :

 

Ambigue figuren

Ambigue figuren zijn figuren die je op twee manieren kan bekijken, met andere woorden je kan er twee dingen in zien.

Enkele voorbeelden:

 
Onmogelijke figuren

Sommige tekeningen kloppen niet maar zien eruit alsof ze wel kloppen. Zulke figuren noemen we onmogelijke figuren, omdat ze 'onmogelijk' echt kunnen bestaan.

Enkele voorbeelden:

 
Bewegende figuren

Sommige tekeningen hebben een bewegend effect. Het is waarschijnlijk de combinatie van kleur, vorm en omgeving die er voor zorgt dat je hersenen in de war raken.

Enkele voorbeelden:

 
Sterke contrasten

Ook sterke contrasten in sommige figuren kunnen een optische illusie doen ontstaan. Zo zie je dingen die er niet zijn, of juist dingen niet die er wel zijn.

Enkele voorbeelden: