terug naar homepage
De Marmotte: moeder aller cyclosportieven, de natte droom van elk zichzelf
respecterend wielertoerist, meer dan 5.000 hoogtemeters verspreid over 174 km,
meer dan 4.000 deelnemers, wereldberoemd tot ver voorbij de lage landen, altijd
goed voor heroïsche verhalen achteraf aan de tapkast.
Ga er maar aanstaan: 2 cols van "buiten categorie" (Col de la Croix de
Fer en de Galibier), 1 col van "eerste categorie" (de Télégraphe) en
één van de befaamdste aankomsten bergop (Alpe d’Huez) die ook wel als
"buiten categorie" beschouwd mag worden. Dit doe je best niet zonder
degelijke voorbereiding. En omdat Jacques dit exploot voor zijn veertigste
volbracht wilde hebben werden de eerste plannen gesmeed in de zomer van 2000. We
wilden alledrie minstens 6 tot 8 kilo afvallen en een dikke 6.000 kilometer in
de benen hebben. Een bezoek aan de hart- en sportakademie van Dr. Nottebohm
moest ons de nodige trainingsinformatie verschaffen. Hier zouden we te weten
komen hoe we ons einddoel zo efficiënt mogelijk zouden kunnen bereiken.
-Dokter: "En Patrick, kan je iets of wat met de fiets rijden?"
-Patrick: "Bwoah, dat gaat nogal, we zijn toch al 3 keer naar de alpen
geweest en ik moet zeggen dat ik toch goed omhoog rijd."
-Dokter: "Sorry jongen, iemand van 79 kg die rijdt niet goed naar boven, die harkt zich naar boven."
Lap, dat moest er nog bijkomen, ik had nog een groter ei in mijn broek. En hoe zou Jacques hier op reageren …. hij woog 91 kg.
Om op zeker te spelen gingen we alledrie over tot de aankoop van "nen triple".
Ondanks het grote aantal ritten in clubverband, solo-trainingen, fietsvakanties in de uitlopers van de Alpen rond Nice, trainingsritten op en rond Alpe d’Huez, voelden we ons nog steeds niet klaar voor het grote werk. Na maanden fietsen, fietsen en nog eens fietsen,. was niemand van ons drie afgevallen zoals het hoorde en had niemand van ons drie de geplande 6.000 km in zijn benen.
Maar 7 juli was het zover! De dag van de waarheid was aangebroken, het was nu of nooit, te nemen of te laten. De ochtend van het vertrek twijfelden we allemaal of we de eindstreep wel zouden halen. Elk van ons had wel ergens schrik voor: de afstand, de stijgingspercentages, het slechte weer…
Tijdens het opladen van de fietsen staken de zenuwen de kop op: flauwe grapjes, geforceerde lachjes… Het zelfvertrouwen was ver te zoeken: als we al zouden finishen zouden we enorm blij zijn. We wisten vooraf dat 1 op 3 deelnemers de Marmotte niet uit rijdt en opgeeft, geen hoopvol vooruitzicht. Het weer hadden we ook al niet mee: de zon had de ganse week staan blaken aan de hemel maar uitgerekend de avond voor de start was het weer desastreus omgeslagen. Het was koud en het water viel met bakken uit de hemel. Tijdens de beklimming van de Galibier zou het zo hard gaan hagelen dat het pijn deed.
Eenmaal rond 7u20 het startschot werd gegeven, waren de zenuwen op slag verdwenen. We hadden afgesproken alles rustig aan te doen. Op L’Alpe D’Huez zouden we wel zien wat er nog in de tank zat. Om het risico op een lege voorraadtank te verkleinen hadden we niet minder dan 4 lunchpakketten klaar gemaakt. Een bevriende eigenaar van een plaatselijk hotelletje had voor zijn gasten een organisatie op poten gezet, die toeliet om per col een lunch pakket af te geven. Wij mochten als trouwe klanten gebruik van maken van deze service.



Tijdens de 27 km lange beklimming van de col de la Croix de Fer kwamen we de eerste opgevers al tegen, mensen die in de gietende regen afdaalden, tegen de stroom volhouders in. Dirk Zomers had maag en darmproblemen, heeft zijn eten twee maal zien passeren, en moest noodgedwongen al aan de voet van die eerste beklimming opgeven. Patrick en Jacques bleven rustig op eigen tempo, dit wil zeggen tegen 10 à 11 km/u, naar boven fietsen. Hoe hoger je kwam, hoe kouder het werd. Er stond bovendien een stevige bries die de gevoelstemperatuur nog wat omlaag trok. Patrick kwam als eerste boven maar kon vlak voor de top de eerste bevoorrading van het hotelletje niet vinden. Gelukkig was, ondanks de slechte reputatie ter zake, het eten en drinken dat de organisatie op elke top voorzien had ruimschoots voldoende.
In de afdaling van de Croix de Fer moesten we bijna op de tast door dikke mistlagen die ons flink afkoelden. Alle deelnemers werden hier op zo’n lang lint getrokken, dat je weinig last had van de slechte en langzame dalers. Het zou ons gedurende de dag nog vaak opvallen hoe weinig goede dalers in dit reuzepeloton rond reden. Geen van ons beiden zou in de afdalingen ingehaald worden.
Van St Jean de Maurienne gaat het dan 15 km vlak naar Michel de Maurienne. Veel tijd om uit de wind te gaan zitten hadden we echter niet, want al die berggeiten van 60 kg of minder komen gewoon in je wiel zitten en weigeren kop te doen. Om aan de voet van de Col du Telegraph onweerstaanbaar van je weg te rijden.
De Col du Telegraph is eigenlijk maar een opwarmertje voor wat komen gaat, namelijk de Col du Galibier. Toch gaat het hier al 10 km lang omhoog tegen 6 à 8 %: de beste remedie tegen de kou ! Boven op de Col du Telegraph, aan de ravitaillering vonden we elkaar terug. Zo ver zaten we dus niet uit elkaar. Na de nodige energierepen opgegeten te hebben, zijn we samen afgedaald tot in Valloire.
Hier start de 17 km lange Col du Galibier die opgesplitst is in 2 stukken: het stuk vóór en het stuk ná Le Plan L’Achat. Het stuk ervoor is niet zo heel erg, daarna trekt de Galibier aan tot gemiddeld 8 à 9 % om af te sluiten met 10 à 12 %. Niet voor sukkelaars dus, en hét pijnpunt van de dag, ook al omdat de zuurstof in de lucht daalt naarmate je stijgt. De top van de galibier stak boven de wolken uit. Het was daarboven bar koud maar het uitzicht was prachtig: eenmaal op de top zagen we kilometers verder de andere bergtoppen boven het wolkendeken uitsteken. Maar om op die top te geraken moest je eerst onder en door die wolken, die striemende regen en geselende hagel met grote hoeveelheden loosden. De laatste kilometers begon de dalende temperatuur ook zijn tol te eisen. Het was niet meer dan 4 à 5 graden en er lag nog 2 meter sneeuw, Jacques liep bevriezingsverschijnselen op aan zijn lies en de binnenkant van zijn benen en verloor meer dan een kwartier tijd in een poging om zich totaal verkleumd boven op de Galibier te bevoorraden. Patrick miste alweer de bevoorradingspost van het hotel en moest minuten lang gaan aanschuiven in de drukke bevoorrading op de top van de Galibier. Als uitgehongerde beesten vliegen de meesten hier op de peperkoek, de taartjes, het fruit en de sportdrank.
Van op de Galibier daal je in twee keer af tot in Bourg d’Oisans. De eerste afdaling naar de top van de Col du Lautaret is een redelijke snelle, doch bij deze weersomstandigheden een extreem koude en gevaarlijke afdaling. Je voelde nauwelijks nog dat je aan het remmen was wegens bevroren handen. Het heeft vier weken geduurd voor Patrick het gevoel in zijn vingertoppen terug had.
De afdaling van op de Col du Lautaret naar de voet van L’Alpe D’Huez is ongeveer 35 km lang en geeft je normaal gezien wat tijd om de laatste voeding op te nemen vooraleer je begint aan de laatste, 13 km lange klim.



Alpe d’Huez is eigenlijk een zeer mooie klim: redelijk gelijkmatig. Je kan mooi in je ritme komen. Het is alleen spijtig dat de percentages altijd tussen de 7 à 10 % liggen. Het aftellen van de bochten kon beginnen. Ongelofelijk eigenlijk dat we beide nog met redelijk goede benen en veel goesting aan de Alpe begonnen. Er stonden dan ook veel toeschouwers langs de weg die je naar boven schreeuwden. (We maakten er heuse Hollandse "Tour-de-France-toestanden" mee.) Bovendien werd de bergflank opgewarmd door een waterzonnetje. Helaas verdween dat goede gevoel samen met de beroemde bochten onder de wielen, om uiteindelijk te beseffen dat de tank toch ver leeg was. De laatste bochten haalden we amper 7 à 8 km/u, echt niet om over te stoefen. Jacques kreeg de laatste kilometers nog een regenbui over zich heen, in zijn geval bijzonder funest voor de moral.
Maar éénmaal tussen de gebouwen van het beroemde skidorp krijg je vleugels en dan volgt een kick die je nooit meer vergeet: je komt in de laatste rechte lijn tussen de naderafsluiting en bolt over de finishlijn, de tranen wellen op, acht maanden trainen en negen uur afzien wordt in één klap goed gemaakt. Ongelofelijk wat een rush dit geeft. De toeschouwers juichen je toe en applaudiseren spontaan. Op het plein voorbij de aankomst stoppen omstanders gewoon en staan vol bewondering naar de aankomers te kijken. Je bent helemaal doorweekt omdat je meer dan 9 uur regen, kou en fysieke ontbering hebt moeten doorstaan, maar een warm gevoel van trots doet je dat vergeten.
Er waren 4900 vertrekkers. Slechts 2831 daarvan passeerden de eindstreep !
Patrick finishte als 1136ste in de totaalstand, in een tijd van 9u27.35, Jacques kwam binnen als 1474ste in een tijd van 9u55.31. Dirk was 1ste ....... terug in het chalet.
Was het nu de moeite? Absoluut!!!.
Waarom niet opgeven met dat slechte weer? Tja, 8 maanden trainen en dan niet door de regen willen rijden….er zijn er in de club al voor minder uit gelachen. En hoe dikwijls zouden we deze kans misschien nog krijgen? Onze vrouwen moeten ook nog tevreden gehouden worden (en dat lukt niet op een fiets). Bovendien worden onder deze omstandigheden de geleverde prestaties alleen maar heroïscher en de verhalen straffer.
Patrick, Jacques en Dirk

Het hoogteprofiel van de Marmotte
