Julius Nieuwland

░Hansbeke 14.02.1878 - +Washington DC 11.06.1936

Julius Nieuwland werd geboren te Hansbeke op 14 februari 1878. Op 25 juni 1877 huwde zijn vader Joannes Baptiste Nieuwland met Philomena Van Hoecke. Het jonge echtpaar ging in het huisje wonen in de Reibroekstraat 76 dat nu verdwenen is. In die tijd was het een tweewoonst en het was daar dat Julius Nieuwland geboren werd. In 1880, twee jaar na de geboorte van hun zoon, verkocht de familie Nieuwland in openbare verkoop al haar huisraad en vertrok naar Amerika. Hiermee begon voor deze eenvoudige mensen het grote avontuur.

Na een tocht van een zestal weken over de Atlantische Oceaan kwamen zij te New York aan. Van hieruit belandden zij, na een treinreis van een vijftal dagen in South Bend, in de staat Indiana. Zij werden bij vrienden ondergebracht en zo begon het leven in Amerika voor deze kleine familie. Vader Nieuwland vond spoedig werk in de fabrieken maar stierf reeds in 1900 in de leeftijd van 51 jaar.

Keren we echter even terug naar de jeugdjaren van Julius. Hij leerde samen met zijn ouders Engels spreken, hoewel thuis de gewone omgangstaal Vlaams was. Toen hij zes jaar oud was nam zijn moeder hem mee naar de nabijgelegen Duitse parochieschool St.Mary, waar hij Duits en Engels leerde. Hij kreeg een studiebeurs en werd naar het Heilig Kruis seminarie gezonden. Op 14-jarige leeftijd startte hij zijn studies in het seminarie van Notre Dame. Tijdens zijn studies aan het seminarie waren de kwaliteiten van Julius Nieuwland reeds volop tot uiting gekomen en het bleek duidelijk dat hij bijzondere aanleg had voor wiskunde en wetenschappen. Van 1899 tot 1803 gaat hij naar de katholieke universiteit in Washington D.C. voor zijn theologische studies en wordt in 1903 in Notre Dame tot priester gewijd. Hij was toen priester van de congregatie van het Heilig Kruis en behaalde in 1904 zijn doctoraat in de wijsbegeerte. Hoewel zijn belangstelling vooral uitging naar de scheikunde werd hij in 1904 professor van plantkunde aan de universiteit van Notre Dame.

Pater Nieuwland als botanicus

Van 1904 tot 1918 gaf J.Nieuwland les in de plantkunde aan de universiteit van Notre Dame. Maar ondertussen doceerde hij ook reeds scheikunde.
Hij was een vurig en ijverig verzamelaar van planten en ging vooral op zoek in Noord-Indiana, zuidwest Michigan, de Pine Barrens van New Jersey, Maryland, Alabama en Portland (Oregon). Zijn verzameling planten vormde de basis voor het "Nieuwland Herbarium" van de universiteit van Notre Dame, toen de tweede belangrijkste verzameling van de staat Indiana.
Een groot aantal publicaties wijdde hij aan het verzamelen van planten, de wetenschappelijke studie en de problemen van de naamgeving. J.Nieuwland was ook ge´nteresseerd in de anatomie van de planten.

Door het vervaardigen en verkopen van duizenden microscopische preparaten bracht hij het nodige geld bijeen voor de samenstelling van zijn botanische bibliotheek nu gekend als "Nieuwland Botanical Library".
Omdat er in die tijd in de USA geen enkel botanisch tijdschrift was, stichtte hij in april 1909 "The Midland Naturalist", dat later de naam kreeg "The American Midland Naturalist". Een kwarteeuw was hij er de hoofdredacteur van en meestal ook een van de belangrijkste auteurs.
Als bijzondere waardering voor zijn wetenschappelijk werk op het gebied van de botanica, ontving hij in 1936 de "Gregor Mendal Medal" van het Villanova College.

Pater Nieuwland als chemicus

De titel van zijn doctorale dissertatie "Some Reactions of Acetylene" (1904) mag als het ware dienen voor het gezamenlijke werk van zijn scheikundige loopbaan.
Zijn actiefste periode op het gebied van de scheikunde ligt tussen 1926 en 1936.
Tot 1918 had hij zich hoofdzakelijk toegelegd op de plantkunde en het is pas in 1918, wanneer hij tot professor in de organische scheikunde wordt benoemd, dat hij zijn scheikundige onderzoekingen in de lijn van zijn doctorale dissertatie intensief voortzet.
En van de producten die hij bekwam gedurende zijn proefnemingen was divinyl-chlorarsine, een reactie die hij beschreef als uiterst giftig. Toen dit product tien jaar later door Lewis grondiger werd onderzocht werd het omgedoopt tot "Lewisite" en kreeg aldus een beruchte naam. Het bleek een gas te zijn dat giftiger was dan om het even welk bestaand gas in de Eerste Wereldoorlog.
Terwijl Julius Nieuwland in 1906 verder acetyleen bestudeerde nam hij tijdens zijn proefnemingen een vreemde geur waar. Gedurende 14 jaar zocht hij naar de oorsprong ervan en in 1920 ontdekte hij welke verbindingen ertoe aanleiding gaven.

Het uiteindelijk resultaat had enkele eigenschappen van rubber. In 1925, op een bijeenkomst van de "American Chemical Society" gaf Dr. J. Nieuwland een lezing over zijn proefnemingen. Deze lezing trok de aandacht van Dr.Bolton van de firma Du Pont de Nemours. Dit bedrijf zocht reeds geruime tijd naar een vervangmiddel voor rubber. Nu werkte Nieuwland nauw samen met de scheikundigen van Du Pont. Uiteindelijk bekwam men een synthetisch rubber "Duprene" of "Neoprene" genoemd. Nieuwland leefde echter niet lang genoeg om de ontwikkeling tot "Neoprene" nog te kennen.

Dr. J. Nieuwland was lid van verscheidene wetenschappelijke verenigingen in binnen- en buitenland, zoals de American Chemical Society, de Chemical Society London, de Duitse Scheikundige Vereniging, de American Association for Advancement of Science, de Biological Society of Washington, de Washington Academy of Science, en de Indiana Academy of Science, waar hij in 1934 voorzitter van was.

Voor zijn prestaties op scheikundig gebied mocht hij verscheidene onderscheidingen ontvangen. Zo werd hem in 1933 de John M.Moorehead-onderscheiding toegekend door de International Acetylene Association. In 1935 werd hem door de American Chemical Society de hoogste Amerikaanse onderscheiding aangeboden: de Nichols Medal. Nieuwland was de tweede Vlaming op Amerikaanse bodem die deze hoge onderscheiding ontving. Reeds eerder had Baekeland voor zijn scheikundige uitvinding o.m. van het bakeliet deze medaille ontvangen.

Terwijl Pater Nieuwland de scheikundige laboratoria van de Catholic University of America in Washington DC bezocht, stierf hij er aan een hartaanval. (Het Land van Nevele (1978), afl. 3).

Nieuwland op het World Wide Web

Julius Nieuwland

Born February 14, 1878

Vinyl derivatives of acetylene and method of the same

Patent No.: 1,811,959

Inducted 1996

Rev. Julius Nieuwland, C.S.C., was the inventor of the first synthetic rubber, neoprene, manufactured by the DuPont Company. Nieuwland was a professor at the University of Notre Dame and a priest of the Congregation of the Holy Cross.

Nieuwland was born of Flemish parents in Hansbeke, Belgium and immigrated as a youngster with his family to South Bend, Indiana. He graduated from Notre Dame in 1899, studied for the priesthood and was ordained in 1903, and received his Ph.D. from Catholic University in 1904. He taught botany for a number of years at Notre Dame, and in 1918 he became a professor of organic chemistry. During this time, he worked with acetylene; his discovery of a reaction between acetylene and arsenic trichloride eventually led to the development of the poison gas lewisite in World War I.

His work with acetylene also led him into a collaboration with scientists from DuPont. Working with them, he found that if monovinylacetylene were treated with hydrogen chloride and the resulting chloroprene polymerized, neoprene would result. Eventually, neoprene was put on the market in 1932 by DuPont under the brand name Duprene.

Neoprene was considered superior to rubber in many ways such as in its resistance to sunlight, abrasion, and temperature extremes. These properties made it popular in many industries. For instance, neoprene is favored for electrical cable insulation, telephone house-to-house wiring, many moulded, extruded, and sheet products, rug backings, and roofing.

http://www.invent.org/book/book-text/114.html

 

Slender-fruited Venus' Looking Glass (Triodanis leptocarpa)

A plant found mostly west of the Missouri River in North Dakota, slender-fruited Venus' looking glass ranges from Indiana to Montana southward to Arkansas and Texas, at elevations up to 5,500 ft.

This is a small annual plant that, in our area, is usually no more than 15 inches tall. Stems can be single or branched from the base. Leaves are alternate in their attachment along the stem and are about one inch long and 1/4 inch wide. Several flowers are borne above leaflike bracts on the upper half of the plant. Flowers are about 1/2 inch long, with purple corollas. Plants bear two types of flowers; some open for pollination by various means, whereas others are closed and self-pollinated. Fruit is a narrow capsule about 3/4 inch long containing shiny tan seeds.

Look for slender-fruited Venus' looking glass in June in sandy native pastures that are lightly or moderately grazed by livestock. No references available to me listed economic uses for the plant, but that is true for many Great Plains plants whose history of use by native peoples was unfortunately undocumented.

Slender-fruited Venus' looking glass is a member of the bellflower or "bluebell" family (Campanulaceae). Campanula is a diminutive of the Latin campana, "a bell," from the shape of the flowers. The family contains about 600 species, mostly found in temperate zones. The derivation of the generic name Triodanis is a mystery, as it was coined by the eccentric Turkish naturalist Constantine Rafinesque (1783-1840). He is notorious for inventing many "scientific" names that are quite untraceable. The specific name leptocarpa means "slender-fruited" in botanical Latin. The plant was first recognized as a species of Specularia (from the Latin specularis "pertaining to mirrors") by the early English- American naturalist Thomas Nuttall (1786-1859). The plant was given its current nomenclature in 1914 by a professor of botany and organic chemistry, Julius Nieuwland (1878-1936) of Notre Dame University. He is famous as founder and first editor of the scientific journal The American Midland Naturalist. (Northern Prairie Wildlife Research Center)
http://www.npwrc.usgs.gov/resource/literatr/wildflwr/species/triolept.htm

Nog andere artikels over Julius Nieuwland op het www:

De geschiedenis van de Notre Dame Universiteit
http://www.nd.edu/~prinfo/uhistory/