
Nevele
De oudste geschreven vermelding van Nevele luidt Niviala (einde 9e eeuw in een kopie van 941). In deze naam schuilt naar alle waarschijnlijkheid het Keltische nevia-ialo wat "nieuwland, niet ontgonnen land" betekent.
Hoewel archeologische
vondsten wijzen op voorhistorische en Gallo-Romeinse bewoning, schrijft Nevele
vooral geschiedenis vanaf de Middeleeuwen.
De heerlijkheid Het Land van Nevele bestond toen uit verschillende dorpen en
werd bestuurd door de Heren van Nevele. De hoofdplaats van Het Land van Nevele
was het dorp Nevele zelf dat het statuut had van een stad. Dit leidt men af van
het oudst bewaarde zegel van Nevele van 21 juni 1316. De tekst luidt als volgt
(vertaling): zegel van schepenen van de stad Nevele in Vlaanderen. Nevele
was dus in de tijd van de Guldensporenslag al een stadje, wat wijst op vroege
handelsactiviteiten.
De Heer van Nevele woonde in het centrum van Nevele in een omwald kasteel in de buurt van de kerk. Door oorlogsgeweld in 1381 werden het kasteel, de kerk en de meeste huizen van Nevele vernield. Na deze verwoesting werd het kasteel slechts gedeeltelijk heropgebouwd in de vorm van een vierkante toren, waarvan nu nog een gedeelte zichtbaar is (Cyriel Buyssestraat 6).
Tijdens de godsdienstoorlogen in de 16e eeuw hadden Nevele en omgeving sterk te lijden onder plunderingen en beeldenstorm. De bekendste Heer van Nevele en tevens Graaf van Hoorne, Filip de Montmorency, werd samen met Graaf van Egmont als gevolg van deze strijd onthoofd in Brussel in 1568. De heerlijkheid Nevele werd verbeurd verklaard en Nevele heeft zich met moeite van deze slagen kunnen herstellen.
Pas in de 18e eeuw was er
een verbetering merkbaar, maar de 19e eeuw was weer zwart en hopeloos. Het
Schipdonkkanaal werd in 1847 gegraven.
Beide wereldoorlogen trokken opnieuw een spoor van vernieling.
Hansbeke
Voor de naamsverandering gaan we uit van de vorm hamsebeke (1237) met de betekenis de beek naar of bij Hamme. Hamme is een wijk in het noorden van de gemeente, palend aan de Brugse Vaart en ham betekent landtong uitspringend in een overstromingsbebied van rivieren.
De heerlijkheid Hansbeke ging midden 12e eeuw over van het gelijknamige geslacht naar de Steenlants. Ze hing af van het leenhof van de burggraven van Gent in Heusden, waar ze in 1443 werd verkocht. De heerlijkheid strekte zich uit over het grootste deel van de parochie en bezat nog enclaves. Na verkoop in 1765 ging de heerlijkheid over naar de Woestyne (d'Hansbeke), wiens zoon in 1858 zijn eind 18e-eeuwse heropgebouwde kasteel en goederen legateerde aan F. Borluut-Kervyn. Er zijn talrijke pachthoeven waarvan enkele bij naam gekend.
In 1995 vierde Hansbeke zijn 850e verjaardag, want de naam Ansbeke werd voor het eerst vernoemd in een oorkonde die dateert uit 1145.
Landegem
Volens de oudste geschreven vermelding Landengehem van eind 9e eeuw (kopie 941) is Landegem een Germaanse nederzettingsnaam en betekent woning van de lieden van Lando.
Waarschijnlijk heeft er nooit een afzonderlijke heerlijkheid met de naam Landegem bestaan. Een groot deel van het grondgebied behoorde tot het Land van Nevele. Er waren ook grote lenen: het goed te Landegem, ter Varent, ten Briele, Azeldonk en ter Vier Linden. In 1452 groepeerden de Gentenaars en hun medestanders zich in de parochie Landegem om de hertogelijke troepen in Nevele aan te vallen. Een contingent uit Landegem sloot zich bij de opstandelingen aan.
De hervorming had een belangrijke aanhang binnen de parochie en tot in 1629 gingen Landegemnaars in Aardenburg de calvinistische preken bijwonen.
In de 18e en in het begin van de 19e eeuw was er een belangrijke linnenindustrie.
Merendree
Merendree (in 966 Merendra) is een prehistorische waternaam en betekent plaats gelegen aan een rivier met meanders of aan een schitterende rivier.
In Merendree kwamen bij opgravingen heel wat archeologische vondsten aan de opperlvlakte. Deze wijzen erop dat Merendree mag worden beschouwd als de oudte en belangrijkste nederzetting in onze streek. Het belang dat deze nederzetting kende in de Romeinse tijd leidde tot de vroeg-middeleeuwse ontwikkeling van het dorp.
Op het einde van de 12e eeuw zijn alle wijken in Merendree bewoond. De heerlijkheid van Merendree werd in leen gehouden van de graven van Vlaanderen en hun nakomelingen, de Heren van Dendermonde. Merendree kwam voor eind 13e eeuw in het bezit van de Heren van Gavere.
Merendree was tijdens de woelige 16e eeuw een uitverkoren plek voor de hervormingsgezinde Herdopers of Anabaptisten. De huidige straatnaam Dopershoek herinnert aan de plaats waar deze herdopers hebben gewoond.
Op de plaats van het oudheerlijke kasteel van Merendree Geerolfswal of Meierswal werd ca. 1764 de huidige pastore gebouwd.
Poesele
In 1121 werd Poksela geschreven. Pok is de waternaam Poeke (de huidige Poekebeek) met de betekenis schoon, aangenaam, gekoppeld aan het Germaanse woord sali in de betekenis zaal, boerenhuis waar mensen en dieren onder één dak leven. Poesele betekent dus het huis waar mensen en dieren onder een dak leven, gelegen aan de Poeke(beek).
De heerlijkheid Poesele behoorde toe aan de familie van Beveren, burggraven van Diksmuide, en van 1284 tot het einde van het Ancien Régime aan de Heren van Nevele, maar als vrije eigendom.
Vosselare
De oudste benaming is Furslare in 1087 (kopie eind 13e eeuw). Het eerste lid is furs stekelbrem, het tweede lid laar is onbebouwd stuk grond. Vosselare betekent dus onbebouwd stuk land begroeid met stekelbrem.
Vosselare werd tot de 14e eeuw bestuurd door zijn eigen heren. Het kwam pas later onder het gezag van de Heren van Nevele.
De belangrijkste geënclaveerde heerlijkheid, het Hof ter Meere, ressorteerde onder het leenhof van Nevele. Het meedelige omgrachte kasteel ter Mere was de zetel van de gelijknamige heerlijkheid.
Tijdens de vijf Franse invallen van 1678 tot 1696 vielen zware verliezen te noteren.
(Bron: Heemkundige Kring Het Land van Nevele)