
Een stukje historiek
Museum Rietgaverstede is het levenswerk van Antoine Janssens (1922 - 1996). Naast de verzameling die U vandaag kan bekijken, legde hij ook een archief aan van duizenden foto's, postkaarten en documenten over het Land van Nevele.
Na enkele succesvolle tentoonstellingen te hebben georganiseerd in de jaren 40 en 50, besloten Antoine Janssens en zijn echtgenote, Agnes Van der Vennet, een eigen museum op te richten, dat op 25 mei 1963 geopend werd. het initiatief bleek een succes: ontelbare schenkingen maakten snel een uitbreiding noodzakelijk. Zo werd op 22 mei 1971 de letterkundige afdeling, met de handschriften van Cyriel Buysse, geopend door A. Van Mechelen, minister van Nederlandse Cultuur.
Antoine Janssens ging ook verdwijnende beroepen en industrieën filmen. Hij vereeuwigde op bewegend beeld o.a. de cichoreifabriek Buysse-Loveling, de melkerij Sint-Mauritius, de klompenmaker, de kuiper en vele anderen.
Met de steun van de gemeente Nevele wordt het museum thans verder uitgebouwd, met de bedoeling deze unieke verzameling bekend te maken bij een breed publiek.
Wat herbergt het museum?
Archeologische afdeling
In een eerste sectie van het museum worden archeologische vondsten bewaard. Van de overzijde van de Poekebeek komen heel wat vondsten: hoofdzakelijk daktegels en bouwstenen van een nederzetting. Je vindt er ook een mammoetslagtand en tanden van oerrunderen, een silexdolk, een compleet stuk heirbaan bewaard in een glazen bakje, en massa's middeleeuws aardewerk.
Middeleeuwse geschiedenis
Om de ontstaansgeschiedenis van Nevele beter te
illustreren, heeft Antoine meerdere maquettes gemaakt. Van de romaanse kruiskerk (12e -
13e eeuw), vernield in 1381 tijdens de strijd van de Gentse milities tegen Lodewijk van
Maele, zijn stukken vloer te zien, met daarnaast een grafsteen van een priester uit
diezelfde periode.
Enkele items verwijzen naar Filips de Montmorency, Heer van Nevele, graaf van Hoorn,
erfgenaam van het kasteel van Ooidonk.
De maquette "Nevele 1682" maakte hij naar gegevens uit het landboek van
datzelfde jaar. Het brengt meer duidelijkheid omtrent de tijd van Jan della Faille.
Nevelse wapens
Enkele wapens herinneren aan de Boerenkrijg.
Uit de tijd van het Napoleonistisch leger getuigen een Pruisisch geweer, een Frans
percussiegeweer, een mortierbom en de verwijzingen naar Carolus Blomme,
gezondheidsofficier van Napoleon zelf.
Tot de oudere wapens behoren een Spaans zwaard van omstreeks 1500, kanonballen die
het beleg van Sluis in 1604 meemaakten, een scheepsgeschut uit de 16de - 17de eeuw,
opgehaald uit de Schelde, en een vuurpistool van omstreeks 1700.
Foto's herinneren aan de Nevelaars die zoeaaf waren in het vrijwilligerskorps ter
verdediging van de kerkelijke staat tegen de poging tot annexering door Italië. Ook
foto's van de Nevelse pioniers in Congo, omringd met kleurrijke pijlen en jachtwapens,
worden er getoond.
Verder in het museum zijn nog een ander soort pijl en boog te zien. Maar die zijn
afkomstig van de Handbooggilde St.-Sebastiaan en getuigen van minder agressieve exploten.
![]() |
De hoofdbrok wapens dateert van de 20e eeuw: de
Eerste en vooral de Tweede Wereldoorlog zijn met een complete afdeling in het museum
vertegenwoordigd.
Naast gasmaskers, kepi's, helmen en volledige uniformen van zowel vriend als vijand,
massa's decoraties en allerhande legerattributen, tot veldflessen en jerrycans toe, is er
een uitgebreid wapenarsenaal aangelegd, bestaande uit zowel pistolen en geweren als
granaten, mortieren en een heuse Duitse bom.
Leuk zijn de oorlogsvliegtuig-schaalmodellen, opgehangen aan een draadje als zweefden
ze nog door de lucht, en de mini-tanks, die een beeld brengen van de veschillende
gebruikte types.
Een uitgebreide collectie oorlogsfoto's, een trommel van de militie-loterij,
bajonetten, hakenkruisen, jodensterren, een een Duitse SS-vlag sluiten deze
oorlogsafdeling af.
Deze afdeling wordt besloten met foto's van Nevelse krijgers in Korea.
Ambachten en industrie
Zoals overal te lande, werden in Nevele klompen en garelen gemaakt, manden gevlochten, bijen geteeld. Er werd geweven, bier gebrouwen, kaas gemaakt en speculoos gebakken. En er was een smidse, een schrijnwerkerij, een schoen- en een wagenmakerij. Vlas werd gehekeld en gezwingeld, bieten werden gestekt, wol gekaard, melk gekarnd. Een boekweitzeef, aardappelbloemmolens en zifters voor fijnbakkersmeel, een boterbalans en cholocadevormen, waskuipen en waswringers, een houtskoolkomfoor, muizen- en rattenvallen: het getuigt allemaal van vervlogen tijden.
![]() |
Alles wat té groot, té lomp of té zwaar was, werd buiten het museum onder een afdak gestockeerd. Zo vind je naast allerhande landbouwwerktuigen ook karren en paardentuig, ja zelfs een complete "kapsjees", een koets voor rijkere Nevelaars.
De meer speciale werkzaamheden die in het museum aan bod komen zijn: de haarpluizerij, de cichoreibranderij Buysse-Loveling, het alaam van de "spekkenbakker", de nougatfabriek Vital, de tabaksfabriek "Nivella", de Sint-Mauritiusmelkerij en het "spellewerk".
Dagdagelijks leven
Er zijn de traditionele dingen die je in alle
musea voor volkskunde vindt maar ook een paar rariteiten en leuke dingen.
![]() |
Zo is er een collectie fietsplaten van 1893 tot
1988, het jaar waarin de fietstaks werd afgeschaft, of een "velocipeerd" (=
Nevelse versie van een velocipede) uit 1880 en een fiets uit 1900, vertrekkensklaar.
In het museumkeukentje werd de herbouwde antieke haard afgesloten met een haardplaat
uit de Oostenrijkse periode en verder aangekleed met kookketels, potten en pannen. Vóór
de haard ligt zand op de vloer, met eigenaardige geometrische tekeningen in.
Typisch is ook de broodnijper, waarin het in de haardoven gebakken brood vastgezet
werd. Ook de hespendroger, het bierglazenverzijp, de bloed-, wijn- of smoutpers, de
strijkijzerkachel en het plisseertoestel dateren uit die tijden.
Naar Gent ging men met de "charaban" of de "mallepost". Na 1911
kwam de stoomtram hiervoor in de plaats, in 1936 de elektrische, en ook hier tonen kleine
schaalmodellen je de vervoermiddelen tot in de details.
De bootmodellen en het scheepvaartgereedschap illustreren de geschiedenis van de
scheepvaart op de Kale, de Lieve en de Leie in de middeleeuwen en op het Schipdonkkanaal
sinds de 19de eeuw.
Foto's belichten de historie van de Nevelse voetbalploeg van 1919 tot nu, andere
foto's en alaam de nog bestaande en de verdwenen molens van de streek. Lampen, helmen en
gereedschap tonen Nevelaars als mijnwerkers.
Een aparte afdeling bevat herinneringen aan het brandweerkorps. De brandweer van Nevele ontstond in 1875 en van die tijd dateren de armpompen en andere blusattributen, evenals verschillende modellen kepi's, helmen en eretekens.
De letterkundige afdeling
![]() |
Cyriel Buysse
De 24 manuscripten die Antoine Janssens vond in 1948 vormen nu de basis van de
museumafdeling gewijd aan Cyriel Buysse. Je vindt er ook de piano, de ijsschaatsen en
keramieken boekensteuntjes van Cyriel Buysse.
Rosalie en Virginie Loveling
In het museum worden enkele manuscripten van de zussen bewaard, en een witmarmeren
borstbeeld van Virginie, na erfenis door de Buysse's aan het museum geschonken.
Aldemar Camille Vandercruysse
Basiel De Craene
Herinneringen aan pastoor De Craene worden bewaard naast foto's van andere, minder
bekende Groot-Nevelse dichters, oude en recentere.
André De Ké
MONI.CA (Monica Catoor)
Kunstenares, dichteres en woonachtig in Poesele, werd evenmin vergeten en sluit de
literaire afdeling van het museum af.
De tuin
![]() |
Ook in de tuin zijn heel wat dingen te zien. Vooreerst werden hier allerlei straatnaamborden, wegwijzers en publiciteitspanelen aangebracht. Een enorme molensteen van de cichoreifabriek Buysse-Loveling, een stel tramrails, een heuse Engelse aanvalsboot uit 1943... het staat er allemaal.
Op een graspleintje voor het kapelletje zijn vier grafstenen te zien van soldaten uit de Tweede Wereldoorlog.
Achteraan staat een prachtige gevelsteen opgesteld, met in een medaillon de beeltenissen van August De Deurwaarder en Adèle fobe, vrienden van Virginie Loveling, stichters van het Rusthof van Vosselare.
Filmvoorstellingen
10 mei 1940: Duitse bommenwerper crasht te
Merendree
Jules Waelput, ambachtelijk kuiper
Filmmateriaal in voorbereiding
De brandweer vóór 1968.
Mei 1940: de Tweede Wereldoorlog te Nevele, Meigem en Vinkt.
...
Info
Ligging
|
Openingsuren
Elke zondag van mei tot en met september van 14
uur tot 18 uur.
Groepen welkom op afspraak.