Dit boek neemt u mee naar de gemeenschap van Onze-Lieve-Vrouw van de
Atlas. Gedurende vele jaren leidde deze kleine groep trappisten een verborgen
leven in Tibhirine in Algerije. Toen zeven van hen op 27 maart 1996 ontvoerd
werden, raakten ze plots alom bekend. Op 21 mei, na ruim vijftig dagen van
bidden en wachten en gespannen uitzien naar hun bevrijding, werden ze door hun
ontvoerders om het leven gebracht.
Nadat in oktober 1993 alle buitenlanders door het gewapend verzet met de
dood bedreigd waren, hadden deze monniken er telkens opnieuw voor gekozen
ter plaatse te blijven. Onmiddellijk na hun dood stelden velen luidop de vraag of
dit geen roekeloze, ja onverantwoorde beslissing was. In dit boek horen wij hen
zelf hierop een antwoord geven: nieuwsbrieven van de gemeenschap,
persoonlijke brieven, bezinningen en dagboekfragmenten vertellen ons hun
zoeken en worstelen met deze vraag in het leven van elke dag en brengen ons op
het spoor van de gelovige diepte van hun beslissing. Het geestelijk testament van
broeder Christian, rijpe vrucht van het langzame groeiproces van een hele
gemeenschap, onthult ons het evangelisch geheim van hun leven: zij waren
gegeven aan God en aan zijn mensen. Heel concreet, of, zoals broeder Christian
het zelf zegt: ‘hier en nu'. En hij preciseert: zij leefden in een verscheurd land
waar zij allen zielsveel van hielden, deelden het leven van de eenvoudige
moslimgelovigen uit hun buurt die door het geweld gegijzeld werden, bevonden
zich in het hart van een kerk die een vervolgde minderheid is. Overal ter wereld,
tot ver over de grenzen van christendom en islam heen, vond dit testament
weerklank in de harten van velen. Alom werd het onthaald als een oproep en een
bemoediging, een baken bij het bouwen aan vrede en verzoening tussen alle
mensen.
Het leven en sterven van onze broeders van Onze-Lieve-Vrouw van de Atlas
heeft ons, monniken en monialen van de orde der trappisten, erg aangegrepen. Uit
hun getuigenis van onvoorwaardelijke liefde, van geduld en "hoop tot voorbij het
verlies van je leven" willen wij kracht en inspiratie putten om als monniken dag
aan dag ons leven te geven voor elkaar. Met de kerk van Algerije voelen ook wij
ons hun erfgenamen, ons is hun gedachtenis toevertrouwd.
Wij hebben hun nalatenschap slechts ontvangen om ze te delen. Daarom
werd het plan opgevat voor deze uitgave. Het is de vertaling van een werk dat
amper een maand na het overlijden van onze broeders in Frankrijk verscheen.
Sept Vies pour Dieu et pour l'Algérie bevat zowel teksten van de
monniken van Tibhirine, als getuigenissen die kort na hun dood werden
gepubliceerd. De vertaling werd aangevuld met enkele bijdragen van recentere
datum.
De vertalers hebben het eigen idioom van elke bijdrage zo getrouw mogelijk
trachten weer te geven, ook als het origineel eerder weerbarstig klonk. Aan hen
allen onze oprechte dank!
Het klooster van Tibhirine was ook een ontmoetingsplaats waar, op initiatief
van broeder Christian, een groep soefimoslims en christenen, samen met enkele
monniken, met elkaar baden en naar gelovige toenadering en bevestiging zochten.
‘Band van Vrede' (Ribât es-Salâm), zo luidde de naam van de groep.
Hij vat bijzinder suggestief het charisma van de gemeenschap van Tibhirine en
haar boodschap samen. Een betere titel voor dit boek is nauwelijks
denkbaar.
Wij hopen dat de boodschap van de monniken van Tibhirine ook in het
Nederlands taalgebied haar weg zal vinden. Zij verdient het schroomvol en
aandachtig beluisterd te worden. Dit boek brengt ons dichter bij de plek waar de
mens het meest op God mag gaan lijken: daar waar hij vergeeft. Alle christenen
zullen erdoor bevestigd worden in de liefde en de navolging van de Heer Jezus en
in de ontvankelijkheid voor zijn Heilige Geest. Onze tijd, die op zoek is naar
vormen van multicultureel samenleven, kan hier een goede gids vinden. Wie de
grammatica van de interreligieuze dialoog willen machtig worden, kunnen met de
praktijk van Tibhirine zeker hun voordeel doen.
Mogen velen zich in het verhaal van Tibhirine herkennen en bevestigd worden
in hun toeleg vandaag een ‘band van vrede' te zijn daar waar zij leven en werken.
Moge er in onze wereld een grotere ontvankelijkheid en inzet groeien voor wat de
louter menselijke mogelijkheden overstijgt. Verzoening en vrede: het is een gave
van God en bron van nieuw leven!