Thomas Merton was monnik, hij wilde steeds heel bewust monnik zijn en hij bleef dit tot zijn laatste
levensuur - wat sommigen daarover ook mogen denken of schrijven.
Hij deed dit op een uitzonderlijk ernstige manier en met zeer veel toewijding. Dit blijkt uit het feit dat hij meer
dan tien jaar lang de verantwoordelijke functie van novicemeester waarnam, in een abdij waar absoluut geen gebrek
aan kandidaten was - eerder het tegenovergestelde.
Hij formuleerde enorm veel eerlijke en rechtzinnige diepmenselijke uitspraken over het monnikenleven in zijn
dagboeken en zijn brieven (om nog niet te spreken over wat hij daarover schreef in zijn talrijke boeken
en artikelen).
Hij heeft altijd - weliswaar binnen de perken van de monastieke gehoorzaamheid - de vrijheid genomen om in
alle eerlijkheid en openheid zijn mening te geven over het monnikenleven. Vooral in zijn latere jaren heeft hij vaak
zijn bedenkingen geuit over mogelijke aanpassingen en veranderingen die hij noodzakelijk achtte voor het in stand
houden van het monnikenleven.
Hij wilde het monastieke leven tot zijn ware dimensie en zijn oorspronkelijke bedoeling terugbrengen, maar
dan geïncultureerd als het ware en aangepast aan de tijdsomstandigheden en de historische evolutie waarin
hij leefde. Hij was ervan overtuigd dat dit leven een eschatologische betekenis moest hebben, waarmee hij
bedoelde dat de uiteindelijke bedoeling ervan het belangrijkste was. "I have to face the life-and-death
issues". (Dancing in the Waters of Life, blz. 182)
Bij dit alles moeten we ook stellen dat hij geen grote administratieve kwaliteiten bezat en dat hij geen
echt leiderstype was. Hij wilde zeker geen leerlingen of volgelingen kweken. Hij herhaalde dikwijls dat hij wel de
juiste vragen kende, maar niet de juiste antwoorden. Hij sprak en schreef bijna altijd vanuit zijn eigen persoonlijke
ervaring en bijna nooit vanuit een theoretische of wetenschappelijke achtergrond.
Op de keper beschouwd was hij een vurige voorstander van de traditie en helemaal niet erg vooruitstrevend.
Volgens de normen van onze tijd is men eerder geneigd hem zonder meer conservatief te noemen,
zelfs wat zijn visie op het monachisme betreft.
Waarschijnlijk was hij als monnik niet zo buitengewoon. Hij was dit in ieder geval wel als schrijver, waarbij hij
hoofdzakelijk confession and witness beoefende. Zijn boeken werden en worden nog steeds door
honderdduizenden gelezen. Hierbij kan vermeld worden dat hij onder zijn zeer talrijke lezers waarschijnlijk
niet zoveel monniken telt. Vooral de leken lazen en lezen zijn boeken nog steeds.
Het is vermoedelijk uitermate moeilijk om in de loop van de hele monastieke geschiedenis een monnik te
vinden waarmee men hem enigszins zou kunnen vergelijken.
Stan BROOS
|