RIJMTIJD
Rijmtijd is een tijdschrift van de Guido Gezellekring, dat zich vooral richt tot liefhebbers van Gezelles werk. Het is geen zuiver
wetenschappelijk tijdschrift, waarin Gezelle-specialisten "geleerde" artikels publiceren : daarvoor is Gezelliana, het tijdschrift van het Centrum voor
Gezellestudie (Universiteit Antwerpen) en van het Guido Gezellegenootschap, veel meer geschikt.
Rijmtijd staat open voor alwie de vrucht van zijn persoonlijk "bezig" zijn met Gezelles poëzie -- in de ruimste zin van het woord -- wil
kenbaar maken aan andere lezers, en voor wie eventueel ook in dialoog wil treden over aspecten ervan die tegenwoordig de geesten kunnen
boeien. Daarbij wensen we voorop te stellen dat het niet de bedoeling kan zijn om enkel maar de overbekende en in talloze bloemlezingen steeds
maar terugkerende canon van gedichten op een banale wijze te belichten. We willen met een frisse geest op ontdekkingstocht gaan bij Gezelle,
zijn teksten lezen en herlezen, onvermijdelijk met de ogen van mensen van deze tijd, wat dus betekent : enigszins anders dan Gezelles
tijdgenoten of de generaties uit de twintigste eeuw.
Gedichten van Gezelle lezen is ruimte geven aan een innerlijke, creatieve dialoog met de begenadigde dichter, op basis van de
teksten zelf. Maar ingevolge het grote tijdsverloop tussen het ontstaan van die poëzie en het heden, moeten we ook rekening houden met een
wellicht aanzienlijk verschil in mentaliteit..
We zouden ons vergissen als we dachten dat de ontginning van Gezelle nu allengerhand voltooid is geraakt. Kunst van auteurs
van zijn formaat wordt nooit volkomen doorgrond, omdat ze ontzettend rijk is aan gevoelslagen en complexe betekenissen. Daardoor heeft ze het
vermogen om in het denken van de lezer een bijzondere geestelijke dynamiek op te wekken. Bij Gezelle is dit zeker het geval. Het is goed om hem
creatief te lezen, zonder evenwel de eigen persoon de bovenhand te laten krijgen op de geest en de boodschap van de dichter, ook zonder
vooringenomenheid of ‘hineininterpretierung’. Het is goed om aandachtig te worden voor dat inwendig leven, die emoties en dat bewustzijn dat
Gezelles penne heeft gestuurd op het papier.
Daarnaast is het ook waardevol om ons te concentreren op wat zijn bijzonder actieve geest ons heeft overgeleverd uit het leven
van de Vlaamse mens in de tweede helft van de 19e eeuw. Hij heeft dat voorbije leven geabsorbeerd en verwerkt, gekristalliseerd in een heerlijke
en meesterlijk gevormde taal, en het doorschoten met een stevige scheut van zijn eigenheid, er zelfs ook hier en daar een soort raadselachtigheid
aan toegevoegd, die nog steeds om verheldering vraagt.
We willen Gezelle blijven verkennen en ondervragen, in het besef dat die ‘oude taaltovenaar’, zoals Westerlinck hem noemde, wortelt
in een universele menselijkheid, ook al leefde en werkte hij in de 19e eeuw. Wellicht zit er nog veel meer in zijn werk dan er vooralsnog naar boven
werd gehaald. De romanticus die hij was en het temperament dat het zijne was hebben hem geregeld ertoe gebracht om in meestal spontane,
misschien wel enigszins onbewuste zelfexpressie, ook uiting te geven aan een aantal existentiële gevoelens en spanningen. Dat zijn wellicht de
dingen die hem 'modern' houden. Ze lijken soms gedeeltelijk zijn zelf gekozen, maar ook door zijn directe of ruimere omgeving opgedrongen
levenshouding te overstijgen. Westerlinck heeft daar met zijn studie De innerlijke wereld van Guido Gezelle (Brugge,1977) als eerste
merkwaardig veel aandacht voor opgebracht.
J. V.
|