Ik begin te begrijpen.Want Gij hebt mij
niet hierheen geroepen, opdat ik een
etiket zou dragen waardoor ik mijzelf zou kunnen herkennen en mijzelf in een of
andere
categorie zou kunnen rangschikken. Gij wilt niet dat ik zal denken over wat
ik ben, maar over wat Gij zijt. Of liever: Gij wilt zelfs niet
dat ik over wat dan ook
veel zal denken, want Gij zoudt mij boven het peil van de gedachten willen uitheffen. En als ik
voortdurend tracht uit te maken wat ik ben en waar ik ben en waarom,
hoe zou dat werk dan kunnen geschieden? Ik vat dat
alles niet dramatisch op. Ik zeg
niet: Gij hebt alles van mij gevraagd en ik heb van alles afstand gedaan. Want ik
wens
niet langer iets, wat dan ook, te zien dat afstand tussen U en mij schept. En
als ik blijf staan en mijzelf beschouw en U, alsof
er iets tussen ons was overgegaan
van mij naar U, dan zal ik onvermijdelijk een kloof tussen ons zien en denken aan
de afstand die tussen ons ligt. Mijn God, door die kloof en die afstand sterf ik.
Dat is de enige reden waarom ik eenzaamheid verlang: verloren te zijn voor alle
geschapen dingen, van
ze af te sterven en te versterven aan het weten van die
dingen, want ze herinneren mij aan de afstand tussen U en mij. Ze zeggen
mij iets
over U: dat Gij ver van hen zijt, al zijt Gij ook in hen. Gij hebt ze geschapen en uw
tegenwoordigheid doet hen
voortbestaan, en zij verbergen U voor mij. Maar ik zou
eenzaam willen leven, weg van hen. O beata solitudo.
Want ik wist dat ik alleen door de geschapen dingen te verlaten tot U zou
kunnen komen, en
daarom ben ik zo ongelukkig geweest, toen Gij mij scheen te
veroordelen om in die dingen te blijven. Nu is mijn verdriet over
en mijn vreugde
gaat beginnen, de vreugde die zich verheugt te midden van de diepste smarten.
Want ik begin te
begrijpen. Gij hebt mij onderricht en Gij hebt mij vertroost, en ik
ben weer begonnen te hopen en te leren. Ik hoor hoe
Gij tot mij spreekt:
Ik zal je geven, wat je verlangt. Ik zal je de eenzaamheid binnenleiden. Ik zal je
leiden langs de weg
die je onmogelijk kunt begrijpen, omdat ik wil dat het de
snelste weg zal zijn.
Daarom zullen alle dingen om je heen tegen je gewapend worden, om je te verloochenen, om je te
kwetsen, je pijn te doen, en je aldus tot eenzaamheid te
brengen.
Omdat ze zo vijandig zijn, zul je spoedig alleen worden gelaten. Ze zullen je
uitwerpen, je in de steek
laten, je afwijzen en je zult eenzaam zijn.
Alles waardoor je wordt aangeraakt, zal je branden en je zult van pijn je hand
terugtrekken, tot je jezelf
van alle dingen zult hebben teruggetrokken. Dan zul je
geheel alleen zijn.
Alles wat verlangd kan worden, zal je verzengen en met een brandijzer
verschroeien en je zult het van
pijn ontvluchten om alleen te zijn. Alle geschapen
vreugde zal slechts als pijn tot je komen en je zult aan alle vreugde
sterven om
alleen te blijven. Alle goede dingen die andere mensen beminnen, begeren en
zoeken, zullen tot je komen, maar
slechts als moordenaars, om je af te snijden van
de wereld en haar beslommeringen.
Je zult geprezen worden en het zal zijn, alsof je op de brandstapel stond. Je zult
bemind worden, en het
zal je hart vermoorden en je de woestijn in drijven.
Je zult gaven hebben en ze zullen je breken met hun last. Je zult vreugden
smaken in het gebed en
ze zullen je tegenstaan en je wil zal ze ontvluchten.
En als je een beetje geprezen bent en een beetje bemind, dan zal ik je al je
gaven en al je liefde en alle
lofprijzingen ontnemen en je zult volkomen vergeten en
verlaten zijn en je zult niets zijn, een dood ding, een verworpen
ding. En die dag
zul je beginnen de eenzaamheid te bezitten waarnaar je zo lang hebt verlangd. En je
eenzaamheid zal
onschatbare vruchten dragen in de zielen van mensen die je nooit
op aarde zult zien.
Vraag niet wanneer dat zal zijn, of waar het zal zijn, of hoe het geschieden zal,
op een berg of in een
gevangenis, in een woestijn of in een concentratiekamp, in
een ziekenhuis of in Gethsemani. Het doet er niet toe. Vraag
het mij daarom niet. Ik
zal het je niet zeggen. Je zult het niet weten voor je er middenin bent.
Maar je zult de ware eenzaamheid van mijn angsten en mijn armoede smaken
en ik zal je leiden
naar de hoge plaatsen van mijn vreugde en je zult in mij sterven
en alles vinden in mijn barmhartigheid, die jou tot dat
doel heeft geschapen en je
gebracht heeft van Prades naar Bermuda, naar Sint Antonin, naar Oakham, naar
Cambridge, naar Rome, naar New York, naar Columbia, naar Corpus Christi, naar
Sint Bonaventura, naar de Cisterciënzer
abdij van de arme mensen die in Gethsemani zwoegen:
Opdat je de broeder van God moogt worden en de Christus van de verbrande
mensen moogt leren
kennen.