Ik ontmoette
Merton op een tamelijk eenvoudige manier. In de late jaren veertig
schreef ik naar de bibliotheek van Gethsemani om enige informatie te
bekomen over hun fraaie verzameling handschriften. De bibliothecaris
heette mij welkom. Zijn naam was Father Louis. Ik vermoed dat hij in
die tijd zowat alles deed. Zo begonnen wij een correspondentie.
In een van mijn eerste brieven nam ik de gelegenheid te baat om
zijn The Sign of Jonas te bekritiseren, dat ik niet gelezen had maar
waarvan ik wist dat het een dagboek was. Ik zei: "Een monnik moet nooit
over zichzelf spreken." En hij aanvaardde vriendelijk mijn toch tamelijk
ruwe afwijzing maar zei: "Hoeveel zou ik er niet voor willen geven om het
dagboek te bezitten van Bernardus van Clairvaux uit de twaalfde eeuw."
Op dat ogenblik was ik niet overtuigd, maar later was ik in een Afrikaans
klooster en hoorde ik The Sign of Jonas voorlezen. Iedereen werd
er niet alleen door gesticht, maar beleefde er ook genoegen aan en werd
erdoor onderricht en geïnspireerd. Ja, hij deed waardevol werk, dacht ik
bij mezelf, "ik ben te bekrompen geweest." En onze correspondentie werd
inderdaad steeds intenser en regelmatiger, en telkens wanneer ik naar
Amerika kwam ging ik hem opzoeken.
Hoewel Merton over Bernardus' leven wilde lezen acht eeuwen na de
feiten, denk ik niet dat hijzelf schreef opdat mensen in de toekomst
zouden weten hoe het monastieke leven er vandaag de dag uitzag. Hij dacht
na over het heden. In de eerste plaats was hij een schrijver en hij had
een zekere behoefte om te schrijven; waarover, dat speelde niet zo'n rol.
Maar hij was ook een monnik en hij wist dat er zoveel vreemde opvattingen
bestonden over het monastieke leven: dat het een vlucht was voor de
hopeloosheid, of extreme strengheid en dat soort dingen. Daarom wilde hij
reageren tegen de mythen en wilde hij de werkelijkheid laten zien zoals
hijzelf die gevonden had. Hij was een heel gelukkig man.
In het monastieke leven zijn er twee aspecten. Er is het uiterlijke:
wat je doet, waarom, op welk moment, met welke mensen, enzovoort. En
observanties, werk, liturgie. Daarnaast is er het innerlijke: de
spirituele ervaring. En dat is het waar het om gaat. Merton hechtte dan
ook altijd minder belang aan de uiterlijke zaken. Hij concentreerde zich
op de kern van het monastieke leven, dat wezenlijk gebed is: gemeenschap
met God, het zoeken naar God. En het beste wat hij schreef, denk ik, waren
de boeken en essays en artikels waarin hij daarover sprak. Niet zijn
geschriften waarin hij zich bezighield met politieke of sociale kwesties.
Ik denk aan twee van zijn boeken: Seeds of Contemplation, dat werd
aangevuld door New Seeds of Contemplation; en een van de boeken die
gepubliceerd werden na zijn dood: The Climate of Monastic Prayer.
Die twee zijn klassiekers. In Seeds schreef hij over de theorie en
toonde hij praktische voorbeelden van hoe je moet bidden, terwijl hij in
Climate eerder aandacht schonk aan de omgeving, het belang van de
stilte.
Hij is zeker de man die dat woord contemplatie opnieuw invoerde in
onze
woordenschat, maar het is een moeilijk woord omdat er geen definitie van
contemplatie mogelijk is. Het schrikt een beetje af, omdat het in onze
dagen een of ander zeker pad doorheen de verschillende fasen van het
mystieke leven lijkt aan te duiden. Ik verkies te spreken over
'contemplatief gebed'. En dat was het wat Merton altijd bepleitte. Hij
preekte geen bepaalde staten van hoog mystiek leven, maar een vermogen, een
gemak om in dialoog te zijn met God, of om gewoon in stilte te luisteren
zonder te spreken, om te leven in aandacht voor God. Het is een kwestie
van liefde, niet louter een psychologische activiteit.
Merton ervaarde dat eenvoudige, mysterieuze contact met God en hij
schreef erover. Maar hij bereikte zoveel mensen die niet in kloosters
leven omdat hij aan die mensen liet zien dat de realiteit van het gebed
niet het monopolie is van een zeldzaam geworden soort die leeft in
kloosters, in een soort romantische context en buiten de reële
levensomstandigheden. Niet iedereen kan op die manier bidden. Er zijn
voorwaarden die het contemplatieve gebed bevorderen, maar die zijn alleen
een kwestie van klimaat, van uitwendige omgeving, van gebedstijden in de
liturgie. Voor Merton was het doel van het gebed uiteindelijk het
genieten van God. Niet als een persoonlijke genieting, genoegen,
voldoening, maar om bij Hem te zijn. Of je nu spreekt of stil bent, bij
Hem zijn.
Nu, dat is mysterieus, moeilijk om uit te leggen, maar je kan het
oproepen als je het ervaren hebt. En dat is het waar de dichter Merton
iets kan toe bijdragen. Een professor zou het contemplatieve gebed
misschien kunnen uitleggen met klare begrippen, maar ik weet niet of hij
iemand zou overtuigen. Maar de dichter kan dat oproepen met beelden en
schoonheid, en dat was de enige reden waarom Merton zoveel werd en nog
altijd wordt gelezen. Niet alleen omdat zijn boeken mooi geschreven
zijn - elke professionele schrijver kan leren hoe je correcte en mooie
kopij levert. Nee, hij had een stijl die zo eenvoudig, zo beeldrijk, zo
dichterlijk was dat iedereen het kon verstaan. Iedereen kon zich in de
stijl van Merton herkennen.
Ik herinner mij hoe ikzelf in het begin niet veel van hem las en ik in
Europa zoveel mensen begon tegen te komen die het christelijk geloof of het
monastieke leven aannamen na de lectuur van The Seven Storey Mountain
of een van zijn andere boeken. "Hoe is dat gegaan ?" Het antwoord was
dan: "Wel, ik las zijn boek en ik ontdekte dat dat mijn verhaal was. Zijn
verhaal was mijn verhaal. Zo identificeerde ik me met hem en ging ik de
hele weg met hem."
Als je probeert om Merton een plaats te geven tussen de spirituele
vaders van de Kerk en de spirituele auteurs, dan ontdek je dat hij zou
thuishoren tussen de dichters, in het spoor van Bernardus, Johannes van het
Kruis en Gregorius van Nyssa. Dat waren auteurs vol met beelden, omdat ze
vol waren van de bijbel. Net zoals zij was Merton tegelijk uniek en
traditioneel. Traditioneel betekent niet alleen herhalen.
Traditioneel betekent de boodschap doorgeven, overdragen, en om dat
doeltreffend te doen, moet je ze vernieuwen. Als je ze louter herhaalt,
dan ben je een professor, je weet alles wat voordien gezegd is; maar dat
brengt niets bij. Wat Merton dan ook deed, was de hele traditie in zich
opnemen en ze dan opnieuw uitdrukken in zijn eigen stijl.
Wat mij in mijn langdurige correspondentie met Merton trof, was zijn
voortdurende ijver om steeds meer te weten over het monastieke leven. Hij
was geen geleerde, geen historicus; hij was expert in niets. En hij wist
dat en hij wilde dat ook niet zijn. Hij wilde niet het spel spelen van de
expert. Maar hij wilde altijd meer weten over nieuwe teksten, nieuwe
publicaties, vroeg me om hem boeken en artikels te sturen en om hem te
vertellen over mijn studiewerk. Ik heb mijn hele leven besteed aan het
bestuderen van de monastieke geschiedenis en vandaar de traditie, maar in
de levende betekenis, en dat beklemtoonde hij altijd. De levende
traditie.
Hier was dus een man, heel modern en toch doorkneed in de traditie,
die
een traditioneel leven leidde. Het was voorspelbaar dat zulk een man - hoe
moet je dat zeggen ? - 'persoonlijke conflicten' zou krijgen. Dom James
Fox en Thomas Merton (Father Louis) waren beiden grote persoonlijkheden in
Gethsemani. En juist daarom waren zij verschillend; anders zouden zij
middelmatige mensen zijn geweest zonder problemen, die het op alle vlakken
gewoon met elkaar eens waren. Neen. Dom James was voordien in de Navy,
werd dan trappist en werd al heel gauw tot abt verkozen omdat hij erg
intelligent was en kwaliteiten van geestelijke onderscheiding bezat. Maar
hij was verantwoordelijk voor een soort bedrijf in een tijd waarin er vrij
strikte regels golden, en hij moest dus de hele zaak draaiende houden zoals
die al eeuwenlang had gedraaid; dat was zijn taak.
Merton nu was een vrij man en een zeer goede trappist. Hij trad met
blijdschap in en hij slikte alles - in het begin. Na enkele jaren begon
hij vragen te stellen: "Waarom dit, waarom dat ?" Niet om dingen kapot te
maken, zelfs niet om kritiek te leveren, maar gewoon om te proberen het te
rechtvaardigen.
Dom James was geen man die gevangen zat in het verleden; hij zat
gevangen in het heden. En hoewel dat op het moment zelf moeilijk te zien
is, was het instituut waartoe hij behoorde juist begonnen te evolueren.
Het evolueerde erg langzaam en Merton wou dat het sneller evolueerde, niet
zozeer op het niveau van de gebruiken of zelfs van de instellingen, maar op
het vlak van de mentaliteit. Hij wilde misschien meer cultuur
binnenbrengen, meer besef van andere culturen, andere religieuze
tradities. Merton was geen expert, maar hij was een soort genie: hij had
een groter vermogen om alles in zich op te nemen en om het op eenvoudige,
verstaanbare wijzen weer door te geven.
Zo wilde hij wat nieuwe wind laten waaien. En het bewijs dat hij het
verdiende om de doorgever te zijn van de trappistentraditie - ook al hadden
die twee mannen hun conflicten - was dat hij door Dom James werd aangesteld
tot novicemeester. Zo was hij dus ongeveer tien jaar lang belast met
precies het doorgeven van de traditie.
Het was weliswaar niet gemakkelijk om de abt te zijn van Merton. En
voor Merton was het niet gemakkelijk om de monnik te zijn van een grote en
sterke persoonlijkheid als Fox. Het punt waarop er op een zeker ogenblik
het grootste conflict bestond was - en dat is het tweede belangrijkste
thema in onze correspondentie - zijn roeping tot eenzaamheid. Merton wilde
een vorm van solitair leven vinden, maar binnen het instituut dat hij
gekozen had, waarvan hij hield, waarin hij wilde blijven. Aanvankelijk was
het dan ook duidelijk dat dat onmogelijk was: Fox zou dat niet toestaan.
Merton droomde er dan ook van om elders te gaan, hetzij in Europa of in
Mexico of in zijn eigen land. Maar dan, stap voor stap, begonnen zowel Dom
James als Merton erover na te denken en ik kwam een beetje tussen omdat ik
een en ander had geschreven over het kluizenaarsleven. Toen vonden zij de
ideale oplossing in het bouwen van die mooie, kleine kluis op het domein en
zo kon Merton iedere dag naar de communiteit komen. Hij kwam elke dag op
het einde van de morgen voor de mis en voor het middagmaal; Dom James zei
wel eens dat dat was omdat hij een afschuw had van koken en afwassen. Maar
daarna kwam Merton ook elke zondagnamiddag en gaf hij een conferentie.
Niemand wist ooit waarover die zou gaan: een oude monastieke auteur, een
marxistische filosoof, een Japanse dichter, wat dan ook. Het was altijd
een verrassing, en dat was Mertons bijdrage aan Gethsemani: zijn vermogen
om alles in zich op te nemen en het door te geven.
Afgelopen winter, ter gelegenheid van de verhuis van het Generalaat
van
de trappisten in Rome van de ene plaats naar een andere, werden er ongeveer
vijftig of meer brieven gevonden, brieven van Merton naar zijn generaal-abt,
Dom Gabriel Sortais. En natuurlijk schreven zij niet om niks te zeggen.
Er moet voor Merton een belangrijke kwestie zijn geweest om over te
schrijven; vooreerst, veronderstel ik, de evolutie van het instituut; dan
zijn eigen probleem, zijn eigen roeping. Daarom moeten we, vóór die
gepubliceerd zijn, een zekere voorzichtigheid in acht nemen wanneer we
uitspraken doen. Er werden ook een twintigtal brieven ontdekt,
belangrijke, lange brieven, spirituele brieven aan een zuster in Engeland.
Dat alles zal dus in zijn biografie moeten ingevoegd worden.
Nog kort iets over Bangkok en hoe Merton daar bij ons belandde. Het
is
een goddelijk mysterie hoe hij bij ons kwam en daar dan stierf.
Monseigneur Jean Jadot was pas benoemd tot de eerste nuntius van Thailand
en die regio en hij kwam mij opzoeken in Clervaux juist na zijn wijding.
Wij wilden een bijeenkomst van onze groep, Aid to Implantation of
Monasteries [Hulp bij de Inplanting van Kloosters] (AIM), en ik stelde
Bangkok voor. Dan zei ik onmiddellijk: "Waarom nodigen we Thomas Merton
niet uit om aan onze bijeenkomst enige brio te geven en om meteen ook zijn
boodschap te brengen ?" Het idee werd aanvaard; er werd een uitnodiging
gestuurd naar Gethsemani en Merton stemde toe. Hij zei dat het interessant
zou zijn en tegen die tijd was Dom Flavian abt geworden zodat er een nieuwe
weg openlag. En Merton was vrij om te reizen.
Toen we het programma opstelden, dacht ik dat het essentieel was dat
er
iets gezegd werd over het marxisme in Azië. We bevonden ons vlakbij
Vietnam en Cambodja en bijgevolg stelde iedereen zich vragen over het
monachisme in die context. Daarom vroeg ik hem daarover te spreken en hij
antwoordde onmiddellijk: "Ja, ik ben dit jaar vertrouwd geraakt met Marcuse
en zo ben ik klaar om de gelijkenissen en verschillen te zien. Weet je,
die marxisten hebben ons iets te vertellen." Hij vertelde in zijn brief
dat "het doel van het monachisme niet het overleven is, maar de profetie".
En hij voegde daaraan toe: "Wij zijn allemaal bezig met ons vel te redden,
dat lijkt onze hoogste prioriteit te zijn." In elk geval, dat is hoe hij
die conferentie voorbereidde, die ik overigens niet hoorde en niet las.
Precies die ochtend waarop hij zijn lezing zou geven, ging ik naar buiten
om mijn benen te strekken. Ik zag een pagode, ik ging er binnen en ik
ontmoette een monnik die Engels sprak en die me uitnodigde bij hun enige
dagelijkse maaltijd, een lange maaltijd. En daarna bezocht ik alles en
woonde ik de inkleding bij van een jonge monnik. En toen ik terugkwam op
het einde van de morgen voor de eucharistie, was de conferentie gedaan; ik
was dus niet aanwezig bij die grote storm van applaus voor Thomas Merton.
Het laatste wat ik van hem hoorde was de dag ervoor toen ik belast
was
met het inleiden van al de deelnemers. Ik zei: "Ik veronderstel dat ik
gevraagd ben om dit te doen omdat ik de AIM-clown ben." En ik zei dus:
"Ik heb mijn vriend Father Louis Merton uitgenodigd om mij te helpen,
gezien mijn gebrekkig Engels." En hij zei: "Wij zullen samen de clown
spelen." Dat waren de laatste woorden die ik van hem hoorde: "Dan zullen
we samen de clown spelen." De volgende dag gaf hij zijn lezing en op het
einde zei hij: "Nu, ik verdwijn dan maar." Dat was profetie.
Ik denk dat het zijn erfenis is geweest om de aandacht te vestigen op
het belang van het gebed in het leven. Niet zozeer het gebed als een
activiteit, als een verplichting, een bijzonder oefening, maar een leven
van gebed [a prayer life]. Om een mens van gebed [a pray-er] te zijn.
Iedereen overeenkomstig zijn situatie. En dat de monastieke structuur een
heel gunstige, maar niet de enige voorwaarde daarvoor was. Merton toonde
ook aan dat er geen nood was aan een scheiding of spanning tussen het
leven in eenzaaamheid en het universeel zijn. Vaak zijn de mensen die het
minst druk bezig zijn met iets specifieks des te meer vatbaar voor
universele betrokkenheid. Merton was daarvan een perfect voorbeeld. Hoe
meer alleen hij was, hoe meer zijn horizonten open waren. Zo denk ik dat
Merton aantoonde dat ook gewone mensen een echt leven van gebed kunnen
leiden en zich kunnen wijden aan universele kwesties op alle niveaus.
Misschien zijn sommige van de standpunten die hij in zijn tijd innam niet
relevant, maar het streven om in gebed te zijn in een leven van actie is
een blijvende boodschap van Merton.
Vertaald door Luc Meeusen.