|
in dit derde millennium
Gij die landinwaarts gevallen zijt
als een vlindervleugel, als een blad
op het open veld van dorp en stad;
die een luchtkasteel tot woning hadt,
en er scharen zwervers hebt verblijd;
daar voor hen een vaste toevlucht zijt,
laat als weerglans van uw vér-gezicht
spiegelbeelden op ons vallen,
laat daar hoorbaar als het avondlicht
blijvend stille hoornen schallen!
J. B.
|