Thomas Merton werd geboren in
Prades in het zuiden
van Frankrijk aan de voet van de
Pyreneeën op 31 januari 1915. Zijn vader, afkomstig
uit Nieuw-Zeeland
en zijn moeder, een Amerikaanse, hadden elkaar ontmoet in de Tudor-Hart
Studios in Parijs.
Na hun huwelijk vestigden ze zich in Prades vlak bij
de Spaanse grens. Zijn vader, Owen Merton, was een
begaafd landschapschilder
en zijn moeder, Ruth Jenkins, had binnenhuisarchitectuur gestudeerd.
De jonge Merton ging naar school in Frankrijk. Daarna studeerde hij
in Engeland. Na
een chaotisch jaar in Cambridge
moest hij op last van zijn Engelse voogd, Dr. Tom Bennet, verder gaan
studeren
in de Verenigde Staten, waar hij zijn intrek nam bij zijn grootouders langs
moederskant. Aan de
Columbia University onderging hij de
invloed van enkele merkwaardige professoren zoals Mark Van Doren,
Daniel C. Walsh en Joseph Krutch. Hij leerde er vrienden kennen als Robert
Lax, Edward Rice en Ad Reinhardt.
Na een tamelijk bewogen bekeringservaring,
trad hij in 1938 toe tot de katholieke kerk. Kort daarna besloot hij
zijn
studie met een Masters Degree op het proefschrift "On Nature and Art
in William Blake".
Vervolgens vervulde hij enkele onderwijsopdrachten
aan de Columbia University en aan de Sint-Bonaventura
Univerity in Olean,
New York. Op 10 december 1941 trad hij in bij de trappisten van de oudste
Amerikaanse
trappistenabdij Gethsemani, gelegen in een
prachtig bosrijk
gebied in Kentucky,
ongeveer 65 km ten zuiden van de stad Louisville.
Als jonge monnik publiceerde hij in 1948 zijn autobiografie
The
Seven Storey Mountain.
Dit boek, dat onmiddellijk een bestseller
werd, maakte hem tot een bekende relgieuze figuur en een beroemd
katholiek
schrijver. Gedurende twintig jaar schreef hij enorm veel over heel wat verschillende
onderwerpen. Later
waagde hij zich aan tamelijk controversiële onderwerpen in verband
met de grote sociale problemen van zijn
tijd,
zoals rassendiscriminatie, het geweld in de wereld, de dreiging van de nucleaire wapens,
economische
onrechtvaardigheid,
de oecumenische beweging en de interreligieuze dialoog. Hij was een van de eersten om
de
grote religies van het Oosten onder de aandacht te brengen van de christenen uit het
Westen.
Op 10 december 1968, dag op dag 27 jaar na zijn intrede in de
abdij van
Gethsemani,
stierf hij in Bangkok (Thailand) bij een banaal ongeluk (electrocutie), amper enkele uren nadat
hij
daar een conferentie had uitgesproken voor een panel van
religieuze leiders.
Voor velen is hij een geestelijke leider, een schitterend
religieus schrijver, een man die in de moderne wereld
indringend op zoek
was naar God in diepe menselijke solidariteit. Na zijn dood werden nog
veel geschriften van
hem gepubliceerd, vooral brieven en dagboeken, die nog enorm veel
gelezen worden. Al zijn geschriften zijn tot
op de dag van vandaag in het Engels beschikbaar in
de boekhandel. Ook werden
en
worden zijn werken nog steeds in veel wereldtalen
vertaald.