Photograph by J. H. Griffin
© The Estate of John Howard Griffin
|
Een boom bewijst God eer door een boom te zijn. Want door te zijn wat God
wil dat hij is, gehoorzaamt hij Hem. (…) Als hij zou proberen iets anders te zijn dan waartoe hij was bestemd, zou
hij minder op God lijken en Hem daardoor minder eer bewijzen. (…) De vormen en individuele karakters van
levende en groeiende dingen, van onbezielde wezens, van dieren en bloemen en van de hele natuur vestigen
hun heiligheid onder Gods oog. Hun essentiële, onderscheiden kwaliteit is hun heiligheid. Het is het stempel van
Zijn Wijsheid en Zijn Werkelijkheid in hen. (…) Dit blad heeft zijn eigen textuur, zijn eigen nervenaderpatroon en
zijn eigen heilige vorm, en de baars en de forel, diep verborgen in de rivier, worden heilig verklaard door hun
schoonheid en kracht. De meren, verscholen tussen de heuvels, zijn heiligen, en ook de zee is een heilige die
God zonder ophouden prijst met haar majesteuze dans. De grote, gekliefde, halfnaakte berg is nog een van Gods
heiligen. Niets is met hem te vergelijken. Hij is de enige, met zijn eigen karakter. Niets anders ter wereld imiteerde
God ooit op die manier of zal het ooit doen. Dat is zijn heiligheid.
Thomas MERTON, New Seeds of Contemplation, hoofdstuk 5,
passim. [Vertaling Dirk Doms]
|