Meetkunde

Terug naar wiskunde

De cirkel

De driehoek

De oppervlakte van een driehoek

 

Vak: Wiskunde Leerjaar:5de Aantal lln: 24

Onderdeel: meetkunde 

Lesonderwerp: de cirkel Lestijd: 8.30 u – 9.20 u 

Beginsituatie (inhouden, voortaken, werkvormen, leerlingenkenmerken, actualiteit, accommodatie)

Lln kennen cirkels, ze weten dat er zich overal bevinden.

Lln kunnen nog geen constructies maken met de passer.

Doelen van de activiteit (cognitief, psychomotorisch, sociaal en affectief)

Lln kunnen een cirkel herkennen en benoemen als een vlakke figuur met oneindig veel punten

die even ver liggen van een centraal punt: het middelpunt

Lln kunnen in de realiteit of aan realia cirkels ontdekken en benoemen;

Lln kunnen verwoorden dat cirkels gelijkvormig zijn;

Lln kunnen aantonen dat alle symmetrieassen door het middelpunt lopen

Lln kunnen de diameter herkennen en benoemen als het deel van een symmetrieas dat binnen

en op de cirkel ligt;

Lln kunnen een straal herkennen en benoemen als het lijnstuk dat het middelpunt en de cirkel verbindt.

Informatiebronnen

Leerplan: Wiskunde VVKBaO MK 23

Handboek van de school: Op nieuwe basis

Andere bronnen: cursus 2 Illo

Bordplan in bijlage ja 0 neen 0

Duur

(min)

Lesfasen en lesinhoud (wat)

Didactische werkvormen, klasschikking, groepering… (hoe)

Media

 

Introductie

   
 

Lkr laat lln allemaal ronde figuren zien, dekseltjes, bekers,…

aanschouwelijk aanbieden

ronde voorwerpen

 

Vraagt aan de lln welke vorm deze figuren hebben.

OLG

 
 

Lkr neemt een figuur en omtrekt dit aan het bord.

   
 

Welke figuur krijgen we nu? à cirkel

   
       
 

Kern

   

We kunnen een cirkel ook anders tekenen, wie weet hoe?

OLG, eerst punt o op het bord, is middelpunt.

 

passer. Lkr doet voor aan het bord.

passerpunt in o plaatsen. Lkr wijst op de passeropening.

 
   

Lkr tekent cirkel.

 
 

Lkr laat nu de afstand meten van tussen het punt o en de ver-

   
 

schillende punten op de cirkel.

Punt o ligt precies in het midden, daarom noemen we punt o

 
   

het middelpunt.

 
 

De gesloten kromme noemen we een cirkel.

   
 

Lkr tekent de diameter. Wordt benoemd als [mn].

   
 

Lkr tekent een straal. Wordt benoemd als [op].

   
 

Lkr vermeld dat [mo] en [on] ook stralen zijn.

   
 

Lkr tekent nog een cirkel op het bord en volgt dezelfde werk-

OLG, opdrachtvorm

 
 

wijze, maar laat nu een lln verwoorden.

   
 

Lkr grijpt terug naar ronde figuren van de introductie.

 

ronde voorwerpen

 

Lln mogen enkele figuren omtrekken op een blad.

   
 

Cirkels tekenen met passer.

klassikale opdrachtvorm

24 passers

 

Lkr geeft opdrachten, lln voeren uit op hun blad.

   
 

1) plaats een middelpunt o

   
 

plaats de passerpunt in punt o

   
 

de passeropening mag je zelf kiezen

   
 

teken een cirkel

   
       

Duur

(min)

Lesfasen en lesinhoud (wat)

Didactische werkvormen, klasschikking, groepering… (hoe)

Media

 

2) teken een tweede cirkel met een iets grotere passeropening

opdrachtvorm

 
 

vanuit hetzelfde middelpunt o.

   
 

Lkr laat vaststellen dat de twee cirkels gelijkvormig zijn.

   
       
 

Lkr laat opnieuw een cirkel tekenen met als straal 3 cm

opdrachtvorm

 
 

Lkr laat lln een symmetrieas tekenen.

lkr laat het woord symmetrieas uitleggen door een lln

 
 

Kun je nog symmetrieassen bijtekenen? hoeveel? à oneindig

   
 

Diameter: het deel van de symmetrieas dat binnen en op de cirkel

OLG (en doceren)

 
 

ligt. Het is dus een deel van de symmetrieas, want een diameter

   
 

loopt uiteraard door het midden van de cirkel.

   
 

Lkr laat enkele diameters tekenen.

opdrachtvorm

 
       
 

Slot

   
 

Lln maken de oefeningen in hun handboek 5B, p. 21

individuele opdrachtvorm

 
 

Eerst worden de oefeningen allemaal overlopen.

   
 

Als iedereen klaar is, klassikale verbetering.

   

Terug

Vak: wiskunde Leerjaar:5de Aantal lln: 24

Onderdeel: meetkunde School: Boudewijnschool Lommel

Lesonderwerp: driehoeken Lestijd: 8.30 – 9.20 u Leerkracht: M. Bollen

Beginsituatie (inhouden, voortaken, werkvormen, leerlingenkenmerken, actualiteit, accommodatie)

Lln kennen de soorten driehoeken

Lln weten hoe ze moeten tekenen met passer, geodriehoek en liniaal,…

Doelen van de activiteit (cognitief, psychomotorisch, sociaal en affectief)

Lln kunnen:

De zeven soorten driehoeken (naar de hoeken en / of naar de zijden) herkennen en benoemen

Met aangepaste materialen de zeven soorten driehoeken tekenen en construeren.

 

Informatiebronnen

Leerplan: Wiskunde VVKBaO, meetkunde

Handboek van de school: Op nieuwe basis

Andere bronnen: ____________________________________________________________________

Bordplan in bijlage ja 0 neen 0

Duur

(min)

Lesfasen en lesinhoud (wat)

Didactische werkvormen, klasschikking, groepering… (hoe)

Media

 

Introductie

   
 

Lkr heeft op het bord een gelijkbenige driehoek getekend.

   
 

Lkr vraagt wat voor een soort driehoek dit is. à gelijkbenige

OLG

 
       
 

Kern

   
 

Afspraken: Even lange zijden worden aangeduid met eenzelfde

   
 

aantal streepjes.

doceren

 

Even grote hoeken worden aangeduid met een gelijk aantal

 

boogjes.

   
 

Lkr duidt aan op de getekende driehoek..

   
 

Construeren van driehoeken

   
 

Lln leggen op hun bank: lat, geodriehoek, passer, potlood,…

   
 

Lln nemen hun rekenschrift op de bank.

opdrachtvorm

 
 

1.) Construeren van een stomphoekige ongelijkzijdige driehoek.

   
 

Teken één been, de lengte ervan speelt geen rol.

lkr geeft opdrachten, lln voeren deze uit

 
 

We hebben nu twee hoekpunten van onze driehoek, kies 1 eind-

lkr doet mee aan het bord

 
 

punt van het been als hoekpunt van de stompe hoek. Die stompe

   
 

hoek meet 105°. Teken die hoek met je geodriehoek.

   
 

Het tweede been vormt de tweede zijde van je driehoek, lengte

   
 

speelt geen rol, maag mag niet even lang zijn als de eerste zijde

Opdrachtvorm en OLG

 
 

Teken nu de derde zijde van de driehoek.

   
 

Duidt nu je stompe hoek een aan met je vinger, lkr controleert.

   
 

Hoe zijn de andere hoeken? à scherp

   
 

2.) construeren van een rechthoekige gelijkbenige driehoek

   
 

teken een rechte hoek (met je geodriehoek)

opdrachtvorm en OLG

 
 

Pas gelijke benen af met je passer, lkr demonstreert aan het bord

   
 

Verbind de verkregen hoeken. Duidt de gelijke zijden en

   
 

hoeken aan.

   

Duur

(min)

Lesfasen en lesinhoud (wat)

Didactische werkvormen, klasschikking, groepering… (hoe)

Media

 

3.)Construeren van een (scherphoekige)gelijkzijdige driehoek

   
 

Teken een been, lengte speelt weer geen rol

opdrachtvorm en OLG

 
 

Teken met de passer het snijpunt van de twee andere gelijke

   
 

benen. Lkr demonstreert aan bord

aanschouwelijk aanbieden

 
 

Verbind dit snijpunt met de eindpunten van het been.

   
 

Duid de gelijke zijden en hoeken aan.

   
 

Meet de hoeken na.

   
 

Probeer eens een symmetrieas te tekenen.

   
 

Kan je nog een andere tekenen?

   
       
 

Lln vullen oefeningen in, handboek 5B p. 12

individuele opdrachtvorm

 
 

Ze tekenen de opgave over in hun rekenschrift en vullen aan.

   
       
 

Slot

   
 

Klassikale verbetering en klassikale nabespreking

klassikale opdrachtvorm

 

Terug

Vak: wiskunde Leerjaar:5de Aantal lln: 23

Onderdeel: metend rekenen

Lesonderwerp: oppervlakte driehoek Lestijd:

Beginsituatie (inhouden, voortaken, werkvormen, leerlingenkenmerken, actualiteit, accommodatie)

Lln kennen de oppervlakte van het parallellogram waaronder dus ook de rechthoek, vierkant

en ook de ruiten.

Doelen van de activiteit (cognitief, psychomotorisch, sociaal en affectief)

Lln kunnen de verhouding tussen de oppervlaktematen omschrijven en toepassen;

lln kunnen de symbolen ivm oppervlakteberekening toepassen

lln kunnen de oppervlakte van een driehoek berekenen.

Informatiebronnen

Leerplan: VVKBaO, Wiskunde blz. 65 doel MR44

Handboek van de school: Op nieuwe basis

Andere bronnen: ____________________________________________________________________

Bordplan in bijlage ja 0 neen 0

Werkblad : in bijlage ja 0 neen 0

ingevuld ja 0 neen 0

Duur

(min)

Lesfasen en lesinhoud (wat)

Didactische werkvormen, klasschikking, groepering… (hoe)

Media

 

Introductie

   
 

Korte kennismaking

   
 

Lkr heeft parallellogram op bord getekend, vraagt aan de lln

OLG

 
 

welk figuur dat dit is en hoe de opp. kan berekend worden.

   
       
 

Kern

   
 

Lkr laat lln oppervlakte berekenen van de figuur op het bord.

opdrachtvorm

 

Formule wordt onder de figuur geschreven.

 

Lln krijgen een getekende parallellogram, lkr vraagt

opdrachtvorm

blaadjes met parallellogram

 

om in die parallellogram de diagonaal te tekenen om zo twee

   
 

andere figuren te krijgen. Hoe heten deze nieuwe figuren?

driehoek

 
 

Lkr laat enkele lln de figuren uitknippen en op elkaar leggen.

   
 

De andere lln mogen de figuren op elkaar plooien.

   
 

Wat zie je? Even groot!

   
 

Formulevorming:

   
 

Wat hebben we eigenlijk gedaan? parallellogram in 2 gelijke

   
 

delen verdeeld.

   
 

Wat was weer de formule van een parallellogram?

   
 

ba x h

   
 

Hoe kunnen we dan de oppervlakte vinden van onze nieuwe

   
 

figuur, de driehoek? ba x h /2

   
 

Individuele inoefening:

   
 

lln lossen de oefeningen op, blz. 167 in hun werkboek

   
       
 

Slot

   
 

Klassikale verbetering

   

 

lot      

Klassikale verbetering