Hier volgt het antwoord op de meest gestelde vragen:
  • Waar haal je de ideeën vandaan voor je boeken?

    Een schrijver is iemand die zijn of haar oren en ogen goed openhoudt.
    Veel schrijvers hebben dan ook steeds een notitieboekje op zak en noteren daarin allerlei dingetjes die ze zien en horen om ze later te gebruiken in een verhaal. Iemand die je ontmoet, een plek waar je komt, een krantenbericht ..., de ideeën liggen voor het grijpen.
    Heel wat ideeën ontstaan tijdens reizen die ik maak want in een nieuwe omgeving staan je zintuigen op scherp.
    Schrijven is een werkelijkheid dromen op papier. Die gedroomde werkelijkheid ontstaat uit snippers van wat je meemaakt, snippers van je herinnering, je dromen, je angsten, je binnenpretjes, je heimelijke verlangens. Het is alsof iemand al die snippers over je hoofd uitschudt. Sommige vallen op de grond, andere pluk je van je kleren af en gooi je weg.
    En dan zijn er de snippers die tussen je haren blijven steken. Ze maken daar met elkaar een praatje (soms maken ze ook ruzie) en zo groeit er stilaan een verhaal in en uit je hoofd.

  • Je hebt enkele boeken samen geschreven met Beatrijs. Hoe doe je dat, samen schrijven?

    Beatrijs en ik hebben samen vijf boeken geschreven. Een van ons kwam met een idee. Als de ander dat zag zitten, gingen we aan het werk. We maakten een vaag plannetje op, een soort geraamte. Zo wisten we in grote lijnen waar het verhaal over ging en meestal wisten we ook min of meer hoe het zou aflopen. Niet altijd, want we wilden onszelf ook laten verrassen door het verhaal zelf. Eén van ons beiden ging dan aan het schrijven. De ander herlas en herwerkte wat de ene had geschreven. Na een tijdje keerden we de rollen om. Het vreemde is dat we nu niet meer weten wie wat geschreven heeft. Doordat we allebei aan de teksten hebben gewerkt, zijn ze een beetje van ons allebei geworden.

  • Maakten jullie nooit ruzie toen jullie samen schreven?

    Je zal het misschien niet geloven, maar we hebben nooit ruzie gemaakt over een verhaal. Als we het niet eens waren met wat de ander had geschreven, praatten we erover, tot we een oplossing hadden.

  • Schrijven jullie nog altijd samen?

    Al een hele tijd niet meer. We hadden stilaan de behoefte om naar onze eigen schrijfstijl op zoek te gaan. En we schrijven nu ook een ander soort verhalen, die dichter op onze huid zitten. En dan wordt het wel heel moeilijk om samen te schrijven. Beatrijs werkt bovendien inmiddels als redactrice en de weinige vrije tijd die ze heeft wil ze ook echt besteden aan haar eigen verhalen. Maar wie weet dient zich ooit een idee aan dat we toch weer met z'n twee gaan uitwerken.
    We lezen wel nog steeds als eerste elkaars teksten. Het gebeurt wel eens dat ik lang wroet op een tekst. En hoe ik ook probeer, ik krijg hem niet helemaal zoals ik het echt wil. Het leuke is dat Beatrijs zo’n stukje meteen opmerkt. We praten er dan wat over en meestal begrijp ik nadien waarom het stukje niet echt gelukt is, wat eraan scheelt en hoe ik het kan verbeteren.

  • Hoe lang werk je aan een boek?

    Dat is erg moeilijk te zeggen want het schrijven begint lang voor je de eerste letter op papier zet. Je hebt een ideetje en dat groeit stilaan in je hoofd. Soms moet je ook een heleboel opzoeken vooraleer je echt aan het schrijven kan gaan. Als je bijvoorbeeld een verhaal wilt vertellen dat zich in een ander land afspeelt, moet je een heleboel weten over dat land. Of als je verhaal zich afspeelt driehonderd jaar geleden, moet je weten hoe de mensen toen leefden. Al dat opzoekwerk neemt makkelijk enkele maanden in beslag. Dan pas kan het echte schrijven beginnen. Vooral de eerste tien bladzijden zijn telkens opnieuw moeilijk. Je moet de juiste melodie voor het verhaal vinden en dat lukt niet altijd meteen. Eens ik die te pakken heb werk ik het liefst aan één stuk door. Als de eerste versie af is, laat ik die een tijdje liggen. Na een tijdje pak ik de tekst opnieuw ter hand om te schaven en te schrappen tot ik er helemaal tevreden over ben. Alhoewel, helemaal tevreden ben je nooit.

  • Doe je nog iets anders naast schrijven?

    Ik geef cursus en workshops aan volwassenen en jongeren die verhalen willen leren schrijven. Het klinkt misschien gek, maar schrijven is een vak dat je kunt leren. Tenminste als je er een beetje aanleg voor hebt. Net als schilderen, beeldhouwen of muziek spelen. Als je viool wilt leren spelen, vraagt dat heel wat oefening. Met schrijven is het net zo. Ik geef de mensen oefeningen, bespreek met hen hun teksten. Samen kijken we hoe het beter kan, waaraan nog gewerkt kan worden. Maar, zoals gezegd, je kan oefenen zoveel je wil, het schrijven moet je toch in het bloed zitten, anders lukt het niet. Ik bezoek ook heel wat scholen om er te vertellen en te werken rond één van mijn boeken. Daar kruipt heel wat tijd in maar ik vind het erg leuk. Het is een unieke kans om mijn lezers te ontmoeten.
    Heel af en toe schrijf ik nog een scenario en ik vertaal ook jeugdromans uit het Engels, het Duits en het Frans.
    Mijn eigen kinderen zijn inmiddels volwassen en wonen niet meer thuis maar we hebben wel een pleegzoontje van vier in huis dat ook recht heeft op mijn aandacht en tijd. Mijn dagen zijn dus eigenlijk veel te kort.

  • Heb je huisdieren?

    We hebben een kater, Yang, die er meer uitziet als een kleine tijger. Hij is dus een beetje groot uitgevallen. En sinds kort staat er in de tuin ook een villaatje voor Marie en Bella, onze twee kippen.

  • Waaraan heb je een hekel?

    Aan spruitjes, roddelaars, mopperaars en muggenzifters. Aan mensen die niet eerlijk zijn en aan mensen die zichzelf heel belangrijk vinden.

  • Heb je hobby's?

    Het liefst zit ik hoog in de bergen of laag op, in of onder het water. Ik hou dus van skiën, bergwandelingen maken, zeilen, zwemmen en sinds enkele jaren ook van diepzeeduiken.
    Ik ga graag op reis om sfeer op te snuiven, te kijken, te luisteren en te ruiken.
    Ik lees graag, pik graag een goeie film mee of een goed toneelstuk. Meer hobby's dus dan tijd ...

  • Aan welk boek heb je de mooiste herinnering?

    Aan elk boek zitten mooie herinneringen vast.
    In de periode dat Beatrijs en ik ‘In het teken van de dolfijn’ schreven, heb ik de kans gehad om met dolfijnen te zwemmen. Dat is een ervaring die ik nooit vergeet. En die ervaring heeft ons weer in contact gebracht met mensen waarmee we later met walvissen zijn gaan zwemmen. Adembenemend.
    Voor ‘Kind van de duivel’ zijn Beatrijs en ikzelf naar Jersey gereisd. Dat is een klein eiland tussen Frankrijk en Engeland in. We hebben er heel wat mysterieuze plekken bezocht en interessante, soms wat bizarre, mensen ontmoet.
    En natuurlijk was er mijn ontmoeting met de alligators en de indianen in het zuiden van Florida. Een ontmoeting die je terugvindt in het boek ‘Ketchup en alligators’.
    Andere boeken zoals 'Maskers', 'Lege ogen', 'De jongen die uit zijn boom kwam' en 'In de zee van mama's buik' zijn heel bijzonder voor me omdat ze heel dicht op mijn huid kleven.

 
© 2006 Leen van den Berg - Webdesign: Beatrijs Peeters