Boeken

Over In de zee van mama's buik

Dit integere prentenboek in sfeervolle sepiatinten is groots in zijn eenvoud. Een moeilijk te vatten gebeurtenis als een miskraam wordt hier gevat in een helder en fantasierijk verhaal waarbij taboes niet gemeden worden.
Het is confronterend, maar tegelijkertijd ook troostend, door de visie dat het leven een weerkerende gebeurtenis is met telkens nieuwe kansen.
Het verhaal ontwikkelt zich als een zwangerschap: traag, mysterieus en vol stille emotie. Maar dan steekt plots de storm op en komt het geheel in een niet te stuiten stroomversnelling, waarbij je je als lezer/kijker wil afwenden van de tragiek. Maar het hoopvolle einde troost en zalft en biedt nieuwe kansen.
Ook mooi is het hoe de relatie geschetst wordt tussen de binnenwereld (de buik) en de buitenwereld, zowel in de tekst als in de prenten.
De zuinige woorden zijn broos, poëtisch en teder. Zij geven het verhaal een soort verwondering voor het leven mee.
De bruinige prenten met gelige accenten illustreren perfect dit verhaal en zijn al even gevoelig als de tekst zelf. Zij suggereren vooral door een wazig lijnenspel en met veel fantasie het verloop van een zwangerschap en spreken zo je eigen fantasie aan.
Het stijlverschil in techniek tussen buiten- en binnenwereld is zeer geslaagd en illustreert perfect de ongrijpbaarheid van een foetus in ontwikkeling.

Dit boek is zeker en vast een meer dan zinvolle troost voor wie te maken krijgt met het noodlot van een miskraam, maar zal ook alle anderen aanspreken op hun verwondering en emoties.

Eric Vanthillo - Pluizuit
april 2007

 

Over De jongen die uit zijn boom kwam

 

 

Lezen is altijd reizen in je hoofd. Voor jonge mensen is het ook op ontdekkingstocht trekken, emoties verkennen, je eigenste binnenste aftasten. In de beste hoeken vindt de jeugdige lezer de verstilde erkenning van zijn diepste gevoelens. Niet zelden groeien de sterkste en mooiste emoties aan de takken van een stamboom.
(...)
Even sterk en indringend is Leen van den Berg in De jongen die uit zijn boom kwam, over een knaap die de scheiding van zijn ouders ondergaat. Een boom is zijn enige houvast, want tussen het blauwe huis van moeder en het rode huis van vader is hij nergens thuis. Gezeten op een tak blikt hij - met gesloten ogen - terug op wat voorafging. Hij meent zowaar dat hij de schuldige is, en net dan begint het te regenen en schramt hij zijn arm. Hij schudt z'n hoofd leeg, likt z'n wonden en opent de ogen. En neemt afscheid van zijn boom. Een teder verhaal
over pijn en verzoening in familiale relaties. Pure poëzie.
Alleszeggend wit behendig afwisselend met tekst en beeld, tasten Leen van den Berg en illustrator Harmen van Straaten meesterlijk de grenzen van hun taal af.
Met een minimum aan woorden en beelden creëren ze een oneindig scala aan emoties, en dat vind je slechts in de a1lerbeste boeken.

Jet Marchau & Klaas Verplancke, 29 maart 2006


Een jongen zit in een boom en kijkt naar een huis. Hij kan beter kijken met zijn ogen dicht ... Zo ziet hij zijn vader en moeder vrolijk dansen door het huis, hij ziet hoe ze het huis aankleden en plannen maken. Maar de jongen ziet ook hoe zijn ouders van elkaar beginnen te vervreemden. Hij vraagt zich af in hoeverre hij daar schuld aan heeft. Dan doet de jongen zijn ogen weer open en kijkt opnieuw naar het donkere huis. Hij neemt afscheid van de boom en gaat naar een andere straat, naar het blauwe huis van zijn moeder en het rode huis van zijn vader ...

Een gevoelig verhaal over een jongen die de scheiding van zijn ouders tracht te verwerken. Hij keert terug naar de plaats waar het allemaal begon, klimt in de boom en kijkt met gesloten ogen naar zijn vroegere huis. Dit wordt in de illustraties zeer bijzonder weergegeven, met witte pagina’s die enerzijds rust inbouwen maar anderzijds de tekst extra laat binnensijpelen, zonder visuele afleiding. De zinnen zijn doordacht neergepend met een zeer suggestieve woordkeuze. De zachte aquarellen beslaan soms een dubbele bladzijde en hebben dan net hetzelfde effect als bij de witte bladzijde: waar de tekst geen tekening behoeft, behoeft de tekening hier geen tekst. Zo werd dit boek een oog- en oorstrelend geheel. Een aanrader, zeker voor kinderen die net hetzelfde hebben doorgemaakt als de jongen in dit verhaal.

Inge Umans, Pluizuit


Over Kijk dan

 


De boekjes in de reeks 'Leesparade' zijn bedoeld voor eerste lezers. Het technische leesniveau varieert van AVI 1 tot AVI 4. In Kijk dan (AVI 4) loopt Noor van huis weg omdat ze de aandacht van haar ouders moet delen met een nieuw zusje. Het verhaal is doorleefd en neemt op het einde een leuke onverwachte bocht.
[Sofie de Jonckheere, 20.09.2001] Cop. Text Vlabin vzw

 

Over Kan ik trouwen met mama?

 



Kinderen kunnen zich talloze vragen stellen omtrent de relaties met hun ouders, hun familie, hun vrienden en zoveel mensen waar ze geregeld mee te maken krijgen. Dit boek probeert op een aantal van die vragen een open en eerlijk antwoord te formuleren. Waarom wil de oudste altijd de baas spelen? Waarom zijn ouders soms boos als ze je toch graag zien? De relaties met de directe familie zijn soms heel complex: wat als je in twee gezinnen leeft of als er ruzie is in de familie? Verliefd worden, vrijen, trouwen of samenwonen krijgen speciale aandacht. Vragen over vrijen en kinderen verwekken, over hetero- of homoseksuele relaties worden open maar tactvol beantwoord. Vaak verloopt alles naar wens en is de relatie leuk en stabiel. Soms gaat het mis en lopen relaties stuk. Ook hier wordt heel direct en realistisch ingegaan op gezinnen die scheiden en op nieuwe gezinnen die worden gevormd.
De bladspiegel is aantrekkelijk en overzichtelijk. Foto’s en enkele grappige tekeningen illustreren de tekst. Het onderwerp is op zich wel origineel voor een informatief boek. In de lagere school is het goed te gebruiken als uitgangspunt voor spreeklessen. Vanaf negen jaar.
[Ria de Schepper, 02.09.98]

 

Over Waarom is de paashaas geen hond?

 


Er verschijnen nogal wat kinderboeken die achtergrondinformatie bieden bij religieuze en andere feesten. Dit boek doet dat in de vorm van vraag en antwoord en vermits de vragen door kinderen zelf gesteld werden, geeft dit toch een wat andere benadering van het onderwerp. Achterin is een lijst opgenomen met de namen van de vraagstellers. Het boek start met een algemene inleiding over wat men eigenlijk onder feesten moet verstaan. Ook deze inleiding is in vraag- en antwoordvorm. Dan wordt het jaar overlopen, vertrekkend van 1 januari om te eindigen bij het kerstfeest. Daartussen worden feesten besproken van religieuze oorsprong, maar ook moederdag op de tweede zondag van mei komt aan bod, net zoals dierendag, de nationale feestdag in Vlaanderen en België, Koninginnedag in Nederland... Daarna komen de meer particuliere feesten zoals verjaardagen, doop-, communie- of belijdenis- en huwelijksfeesten ter sprake en ook het begrafenisritueel wordt vermeld. Verder wordt achtergrondinformatie gegeven en zijn er telkens mooie foto's en prettige illustraties. Vooral de illustraties en de foto's zullen de doelgroep aanspreken en aanzetten tot lezen. Achteraan werd een trefwoordenlijst opgenomen. Deze uitgave maakt deel uit van een informatieve reeks met vragen van en voor kinderen. Vanaf negen jaar.
[Hilde Debacker, Leesidee, 30.06.99] Cop. Text Vlabin vzw

Als je graag wilt weten waarom we eigenlijk feestvieren, wat de betekenis van feesten als Kerstmis, carnaval of Pasen is, dan is Waarom is de paashaas geen hond? het ideale boek voor jou. Heel overzichtelijk en met veel foto's en leuke illustraties. Zo wordt onder andere verklaard waarom we met Pasen eieren rapen of waarom we Sinterklaas vieren op 6 december. Kortom, alle weetjes voor bollebozen (in spe).

Gazet van Antwerpen

 

Over Het zwarte gat

 

Lien is is zeer geïnteresseerd in een 'zwart gat' middenin een meer Het is een plaats waar het water steeds bewegingloos is, ook als de wind de rest van de oppervlakte van het meer flink laat golven. Als Lien op een avond niet thuis komt, vermoedt haar tweelingbroer Lothar dat het zwarte gat de oorzaak van haar verdwijning is. Hij gaat alleen op onderzoek uit en wordt met zijn surfplank in het zwarte gat gezogen. Zo komt hij in het verleden terecht, meer bepaald in het jaar 1943 tijdens de tweede wereldoorlog. Hij ontmoet er zijn grootouders die op dat moment nog tieners zijn en vindt er ook zijn zus terug. Tussen de avonturen met de Duitse bezetters en het verzet door grijpt Lothar zijn kans om de toekomst een andere wending te geven.

Zijn oma is namelijk verdronken toen ze hem wilde redden nadat hij als kind in het water was terechtgekomen. Nu wil hij haar langzaamaan voorbereiden op dat moment en haar er uiteindelijk toe brengen om hem niet achterna te springen als de gebeurtenis zich voordoet. Het gegeven van een reis in het verleden is al tot vervelens toe gebruikt in de jeugdliteratuur. Het is een wat al te gemakkelijk middeltje om mensen van nu een historische gebeurtenis te laten (her)beleven. Ook in dit boek laat de rol van het zwarte gat een te vergezochte indruk na. Gelukkig maakt de rest van het verhaal veel goed. De tweeling komt in een vlot lezend, spannend avontuur terecht. Hun omgaan met bekende mensen in het verleden is doordacht neergeschreven. Onderlinge relaties worden geleidelijk ingevuld. De historische inbreng is beperkt gehouden, maar toch wordt een geloofwaardige beschrijving neergezet van bezetter en verzet, waarbij het menselijke aspect bij geen van beide achterwege werd gelaten. Zo wordt duidelijk gemaakt dat Duitse soldaten niet per definitie slechte mensen waren en niet alle verzetslieden helden. Toch wordt voor jeugdige lezers de juiste scheidingslijn tussen goed en kwaad getekend.

'Het zwarte gat' is een boek dat na een wat aarzelende start een boeiend avontuur aanbiedt.

(Bart Van Nuffel, Klapper 96/4)

 

Over Kind van de duivel

 

 

Sinds de dag dat Wido, een roodharige jongen, op het eiland verscheen, wordt de bevolking gekweld door een mysterieuze spanning. Het rode haar, het geheimzinnige gedrag en enkele vreemde gebeurtenissen betekenen volgens de bewoners dat de duivel in hun midden is. Iedereen gelooft dat, behalve Duncan. Er groeit een steeds nauwer contact tussen Wido en Duncan en een vreemd soort 'broederschap'. Het feit dat ze in gedachten kunnen communiceren, typeert de intensiteit van hun vriendschap. Deze vriendschap wordt door de anderen echter zeer argwanend bekeken en al gauw is de jacht op de 'vervloekte' jongens geopend. De eilandbewoners zijn in tweestrijd: zijn Wido en Duncan behekst door de duivel of is dit slechts een opgedrongen hersenspinsel? De verhaallijn wordt voortdurend gevoed door een spanningselement dat de lezer weet vast te kluisteren. Af en toe begeleidt het documentaire en maatschappijkritische aspect het verhaal en daardoor krijgt het een zekere meerwaarde. De decors worden zeer beeldend beschreven: een woeste zee, een primitief landschap, ruwe kliffen... De bekrompen houding van de eilandbewoners, de rituelen rond de heksenvervolgingen en het realistische kader waarin dit alles verteld wordt, maken van Kind van de duivel een boeiend, vlot en spannend 'heksenverhaal'. Vanaf 12 jaar.
[Caroline Miessen, Leesidee, 05.01.98] Cop. Text Vlabin vzw

 

Over Maskers

 

 

Hoofdpersonage Jessica staat op de grens van de kindertijd en de puberteit. Tijdens een wintervakantie hoort ze op een nacht haar ouders ruziën. Jessica leidt daar uit af dat ze gaan scheiden en dat zij daar de oorzaak van is. Met Pop onder haar arm vlucht ze voor de harde woorden die haar veilige kinderwereld bedreigen. Rillend springt ze op de overzetboot naar de stad, waar ze gezelschap krijgt van de harlekijn Zanpolo -- die haar zijn jas omhangt -- en van Fiametta, een oude vrouw die rondloopt met een lege vogelkooi en een doorzichtig koffertje. Beide commedia dell’arte figuranten tronen haar mee in een wervelende tocht door de nachtelijke stad waar carnaval wordt gevierd. Ondertussen waarschuwt het jennende mannetje van haar geweten haar voor de gevolgen van haar vlucht.
Tijdens de nachtelijke tocht bevrijdt Jessica zich van schuldgevoelens. Korte tips en motieven als het water dat verleden en toekomst scheidt, moeders verdwenen sjaal, zwarte mannen in het huis, een melodietje “In het bos daar staat een huisje”, de pop zonder naam die Jessica overal meesleurt maar die niet de hare is, een terloopse vermelding van de naam Laura, de pijn in haar buik, zijn stukjes van een puzzel die uiteindelijk samenvallen in het verhaal van het dode zusje, dat ze niet bij de hand gehouden heeft. Aan de hand van de wijze vrouw die haar de verborgen woorden ontlokt, wordt ze sterker en durft ze voor zichzelf opkomen. Zo wordt dit boek ook een initiatieverhaal.
Maskers toont wat stijl en taal betreft een nieuwe Leen van den Berg. Veel mooie beelden en metaforen sieren het verhaal. Maar overdrijving ligt op de loer. Het ritme van de vlugge, kinderlijke gedachtestroom en van de helse tocht door de stad wordt geëvoceerd door elliptische zinsbouw. Mooi, functioneel, maar af en toe irriterend want van het goede te veel. Het boek vergt denk- en puzzelwerk, maar daarvoor wordt de lezer ruimschoots met een mooi verhaal beloond. Naar mijn gevoel zou enig schrapwerk het geheel nog sterker gemaakt hebben en met de eenzijdig negatieve voorstelling van de volwassen wereld heb ik moeite. Maskers maakt benieuwd naar de volgende stappen op het schrijverspad van Leen van den Berg; het ziet er alvast veelbelovend uit. Het boek is geïllustreerd met mooie etsen van Paul Verrept. Vanaf 12 jaar.
[Jet Marchau, Leesidee, 30.03.2000] Cop. Text Vlabin vzw

 

Over Lege ogen

 


Lege ogen is een van de zes boeken die, in opdracht van de Similesvereniging, speciaal geschreven zijn voor kinderen van een ouder met psychische problemen, of KOPP-kinderen. Leen van den Berg heeft de opdracht bijzonder goed ingevuld. Zij laat ons meelezen in het dagboek van de 16-jarige Hannah over de zwartste dagen in haar leven. Het palindroom van haar naam staat symbool voor haar uitzichtloze thuissituatie. Haar moeder is depressief en lijdt aan fobieën. Hannah neemt noodgedwongen een deel van het huishouden op zich en waakt er angstvallig over dat haar thuissituatie niet uitlekt. Na een zelfmoordpoging van haar moeder slaagt ze daar niet meer in en haar leven komt in een stroomversnelling. Moeder wordt opgenomen, de ziekte krijgt een naam, manisch-depressieve psychose, de vragen stormen op Hannah af, ze zoekt en krijgt hulp via internet en een chatroom waar ze lotgenoten ontmoet. De barstjes die in de vicieuze thuiscirkel komen, vergroten nog wanneer Hannah naar een bijeenkomst gaat van de KOPP-kinderen. Ze krijgt er onverwacht gezelschap en nuttige tips.
Door de dagboekvorm spreekt Hannahs verhaal de lezer direct aan. De haat-liefdeverhouding met haar moeder wordt met zorg opgebouwd en contrasteert geloofwaardig met de uitsluitend opstandige reactie van haar jongere broertje Bram. Na de opname van haar moeder komt het hele proces van twijfel over erfelijkheid, schuldgevoel, verantwoordelijkheidgevoel en levensangst op gang. Begrip voor haar moeder komt er pas wanneer ze inziet dat er een onderscheid, maar ook een rechtstreeks verband is tussen fysieke en psychische vermoeidheid. Als randopmerkingen kan men vragen stellen over het laattijdige detecteren van de ziekte, blijkbaar ook bij de vader, en vooral bij het laattijdige ingrijpen via medicatie. Ook bij de manische momenten van haar moeder blijven er voor de leek-lezer vragen. Is Hannahs moeder manisch wanneer ze als een heel normale vrouw een sketch op een feest verzorgt? Of zijn haar fobieën een uiting van haar manisch zijn?
Om Hannahs probleem enigszins in een breder kader te plaatsen, voert Leen van den Berg twee klasgenoten van Hannah op. Bieke heeft haar ouders verloren bij een ongeval en Joris,die haar chatmate blijkt te zijn, heeft een psychotische vader. Wellicht was één zielsgenoot genoeg om Hannahs situatie wat te relativeren, maar ongeloofwaardig zijn Bieke en Joris niet. Het invoeren van internet en chatrooms maakt het verhaal eigentijds.
De taal van de auteur doet het verhaal, waar ongetwijfeld degelijk opzoekingswerk aan voorafging, boven een gemiddeld themaverhaal uitstijgen. Haar stijl is sereen. Naast het symbool van Hannahs naam is er aandacht voor meerdere metaforen. Hannah richt haar leven bv. in volgens code rood en code groen en een aantal rituelen met haar vader. In dit nauwkeurige, maar wurgende patroon slaat ze zelf het eerste barstje. Ze maakt haar vader duidelijk dat ze geen kind van vijf meer is. Ook de vlieger die ze van haar vader kreeg, wordt een metafoor voor haar groeiende bewustwording. Ze vist hem terug op en samen met de al even gekwetste Bieke laat ze hem op wanneer ze zich op een dag aan zee bevrijd en gelukkig voelt. Hannah is verbaal op haar hoede, behalve in haar dagboek. Bij anderen zoekt ze naar de woorden achter de woorden, ze probeert de 'kras in de stem' van haar vader niet te horen, uit schrik dat hij dan uit 'elkaar zou vallen'. De jongere Bram heeft dan weer aan één zinnetje genoeg om zijn woede op zijn zus en de hele toestand uit te werken: "Misschien is er nog een bed voor je vrij bij mama".
Zowel de inhoud, de overwogen structuur als de vlotte, fijne taal maken van dit themaboek een aanrader voor iedere boekenplank op school of bibliotheek.
[Jet Marchau,Leesidee, 03.12.2001] Cop. Text Vlabin vzw

 

Vertalingen

Als wolven in de nacht

 

Auteur: Nina Rauprich - Clavis 2002 - Vertaald uit het Duits door Leen van den Berg - Thema's: oorlog, smokkelen - ISBN 90 6822 964 8 - Leeftijd 12+ - Prijs: 14,95 euro

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog mogen Duitsers die voordien aan de grens woonden terugkeren naar hun verwoeste huizen. Stefan keert met zijn moeder en zusje ook terug. Hun huis is volledig vernield, hun vee verdwenen en hun vader vermist. De familie probeert te overleven en krijgt hulp van oom Wil. Die is echter vooral geïnteresseerd in Stefan omdat die zou kunnen smokkelen vanuit België. Stefan voelt zich erg volwassen wanneer zijn oom dat voorstelt en denkt niet na over het gevaar dat erbij hoort. Geregeld trekt hij de grens over, tot het een keer slecht afloopt voor een vriend van hem. Zijn schuldgevoel doet hem nadenken over zijn gedrag en de levenshouding van oom Wil. Uiteindelijk zal hij zelf een keuze maken en ontsnappen aan de invloed van oom Wil.

Een historisch verhaal dat toch heel actueel klinkt. Het is immers iets van alle tijden en stopt niet als een oorlog stopt. Stefan reageert als elke tiener: hij is fier dat zijn oom zijn hulp vraagt, hij heeft het moeilijk dat zijn moeder niets mag weten maar voelt zich vooral erg volwassen door met iets verbodens bezig te zijn. Zijn bedenkingen en gevoelens zijn realistisch en geloofwaardig. Het hele verhaal is erg realistisch geschreven, het geeft een sfeervol beeld over een deel van de geschiedenis dat minder bekend is. Zeker verhalen vanuit het Duitse standpunt zijn ons onbekend. Sterke personages zorgen voor een boeiend en meeslepend verhaal.
(Pluizuit)

 

Moedig van je

 

Auteur: Brigitte Blobel - Vertaald uit het Duits door Leen van den Berg - Clavis, 2000 - Leeftijd: 10+ -ISBN 90 6822 742 4 - Thema's: pesten, moed - Prijs: 12,50 euro


Niko haalt slechte cijfers voor wiskunde, tot hij na een test er in slaagt om de juiste oplossingen toch nog op zijn papier te gaan zetten. Om dat te doen, is hij wel uit de klas gegaan en bevindt hij zich op verboden terrein. Daar ziet hij toevallig hoe een vriendinnetje afgeranseld wordt door drie grote jongens. Hij durft echter niets zeggen want dan moet hij zichzelf verraden. Zijn ouders zijn opgetogen over zijn goede cijfers en hij mag een spetterend verjaardagsfeestje geven. Maar daar duiken die drie jongens ook op zodat hij zich niet echt amuseert. Wanneer zijn vriendinnetje uiteindelijk in het ziekenhuis belandt, kan hij niet meer zwijgen. Hij gaat naar zijn leraar en verklapt dat hij vals heeft gespeeld. Dan doet hij het hele verhaal en kan de leraar ingrijpen. Hij keurt Niko’s gedrag niet goed maar vindt hem toch moedig omdat hij zijn fout durft opbiechten.

Een boeiend, intrigerend verhaal. De pesterijen van de drie grote jongens gaan erg ver, maar je voelt Niko’s machteloosheid. Ze weten iets van hem dus kan hij hen ook niet verklikken. Dit boek is een pleidooi om op te komen voor onrecht en voor de zwakkeren. Het zit realistisch verwerkt in een hedendaagse schoolsituatie. Geloofwaardige personages en herkenbare emoties zorgen voor een boeiend verhaal, waar zeker nog verder over te praten valt.
(Pluizuit)

Vogels in mijn kop

 

Auteur: Linda Holeman - Vertaler: Leen van den Berg - Afijn, 2004 - ISBN 90-5933-032-3 - Thema's: opgroeien, depressie, familie, vriendschap - Leeftijd: 14+ - Prijs: 18,95

De vijftienjarige Mercy houdt zich staande in de ellendige omstandigheden waarin ze moet opgroeien. Daar heeft ze zo haar eigen strategieën voor.
Ze is net verhuisd en op haar nieuwe school wordt ze als een outcast beschouwd. Haar moeder Pearl kwijnt weg in haar depressie. Haar inwonende tante, Moo, verliest zich in de alcohol en de waarzeggerij. En dan is er ook nog B., de vriend van Moo, die de jonge Mercy niet met rust kan laten.
Alle heil komt van haar enige vriendin, Andrea, en van Vince, de baas van de bloemenzaak waar ze bijklust, en zijn moeder.
Het boek beschrijft chronologisch, gedetailleerd en met de nodige inleving hoe zij het ‘gezin’ draaiende houdt, hoe ze zich verhoudt tegenover de (niet altijd even tolerante) buitenwereld en hoe ze haar evenwicht weet te vinden tussen zorgen voor de anderen en voor zichzelf opkomen.
Binnen dit alles krijgen duiven en andere vogels een intrigerende, mysterieuze rol toebedeeld in het leven van Mercy.

Je krijgt in dit boek als lezer heel wat miserie over je heen, maar nergens gaat dit over de top.
De auteur weet een subtiel evenwicht te vinden tussen emotie en handeling, tussen ellende en momenten van hoop.
Haar vlotte schrijfstijl houdt je in de (lezers)ban.
Haar karakters zijn gefundeerd uitgewerkt waardoor je al snel sympathie en/of afschuw voelt opkomen voor de personages.
Hoewel Mercy heel het gezin zelfstandig bereddert, en zij in het begin slechts vijftien jaar oud is, sluipt het gevaar van ongeloofwaardigheid om de hoek. Dit is echter niet zo. Door de nodige kantelingen zie je ook haar zwakke kanten en haar twijfels.

Eric Vanthillo

© 2006 Leen van den Berg - Webdesign: Beatrijs Peeters