Blader mee door het fotoalbum van Leen. Klik op onderstaande link.

Fotoalbum

 
                   
       
Leen van den Berg werd op 8 april 1956 geboren in Watermaal-Bosvoorde (Brussel) aan de rand van het Zoniënwoud. Als dochter van een uitgever kwam ze al van kindsbeen af tussen boeken en schrijvers terecht.‘s Avonds, als ze al lang moest slapen, lag ze stiekem met een zaklamp onder de dekens te lezen. En als er op school een toneelstukje moest worden geschreven, was ze er als de kippen bij. Als ik groot ben, dacht ze, word ik schrijver.

Maar die droom verdween in de mist, alsof ze hem nooit had gehad. Zo gaat het wel vaker. Als je ergens met je neus bovenop zit, zie je het niet.

                   
Na de middelbare school trok ze als uitwisselingsstudente naar Amerika. Ze woonde er in Arizona, in de buurt van een indianenreservaat. Terug in België studeerde ze geschiedenis aan de KUL. Ze gaf een tijdje les in de vakken geschiedenis en kunstgeschiedenis en werkte in een museum. Van de mens van gisteren naar de mens van vandaag is maar een kleine stap, dus ging ze opnieuw studeren. Ze volgde een opleiding tot psychoanalytica en deed jarenlang psychologisch onderzoek in binnen- en buitenland. Al die tijd schreef ze notaboekjes vol, vooral over de reizen die ze maakte, maar verder kwam het niet.

                 
Tot op een dag er alsmaar meer lettertjes gingen rondspoken in haar hoofd en ze er niet meer van kon slapen. De lettertjes gingen jeuken. Onder haar haren. In haar vingers. Aan haar grote teen. En toen wist ze het opeens: die lettertjes, die jeuk, dat is die droom van vroeger.

Dromen zijn er om te volgen, besloot ze deze keer en ze ging achter haar schrijftafel zitten. Eerst schreef ze enkele scenario’s voor film en televisie. In 1995 volgde In het teken van de dolfijn, haar eerste jeugdroman, die ze samen schreef met Beatrijs Peeters. Er volgden daarna nog vier boeken samen.

 
 
Vanaf 2000 ging Leen op de solotoer met o.m. Maskers, Lege ogen en De jongen die uit zijn boom kwam. Ze schrijft het liefst verhalen die je laagje voor laagje kunt afpellen, net als uien. Zo kun je elk verhaal wel drie, vier keer lezen en er telkens iets nieuws in ontdekken.

Leen vertaalt ook boeken van Franse, Duitse en Engelse collega’s.

Daarnaast geeft ze schrijfopleidingen in Vlaanderen, Nederland, Zuid-Afrika en Suriname.

Aan mensen die met net zo’n droom zitten als de hare.

 

     
Leen over zichzelf:

'Als ik terugdenk aan mijn kindertijd hoor ik in mijn hoofd een ratjetoe aan klanken. Vader was Nederlander en sprak dus "Hollands", net als zijn moeder die enkele jaren bij ons inwoonde. Moeder was de dochter van een Parisienne en een Antwerpenaar en sprak een soort algemeen beschaafd Nederlands, doorspekt met Antwerpse en Franse woorden. In mijn prille kinderjaren woonde er op de bovenverdieping ook nog een Franstalig echtpaar. En ergens daar tussenin liep ik en slorpte al die klanken op.'

'Als kind woonde ik in een gezellig nest dat druk werd aangevlogen door de kinderen van de buurt. Dat kwam niet alleen door de vrachten pannenkoeken die moeder bakte, maar vooral door de zolder van het huis. Die was het domein van de kinderen. Streng verboden toegang voor volwassenen. Op die zolder bouwde een van mijn broers een heus theaterzaaltje. Met verjaardagsfeestjes speelden we er poppenkast en toneel. Of we voerden er goochelacts op. Zo had mijn broer een truc waarbij ik moest verdwijnen, waarna hij me opnieuw te voorschijn toverde. Gelukkig is dat tweede deel van de truc nooit mislukt.'

       
 
'Toen ik zestien was, ging ik vaak babysitten bij de kinderen van een bekend schrijver. Alsof het gisteren was, herinner ik me nog hoe het voelde om voor het eerst in de werkkamer van die man te staan. Hier gebeurde het. In dit geheimzinnig laboratorium werden ideeën omgesmolten tot spannende boeken. Het leek een prachtige, onbereikbare droom.'

'Naar school gaan deed ik graag. Vooral als we Latijn, Grieks of geschiedenis hadden. In gedachten trok ik dan mee ten oorlog naar Troje of voer ik met Columbus naar Amerika. Maar de lessen wis-, natuur- en scheikunde waren een marteling. Ik had een grondige hekel aan al die cijfertjes en het mag een wonder heten dat ik nooit het scheikundelokaal in de lucht heb doen vliegen. De lessen Nederlands waren het absolute hoogtepunt van de dag. Vooral als er een opstel of een toneelstukje moest worden geschreven. Dan gingen mijn vingers echt jeuken.'

 
         

'Toen ik geschiedenis studeerde ontdekte ik iets vreemds: hoe meer je weet over hoe mensen vroeger met elkaar leefden, des te beter begrijp je hoe de wereld van vandaag in elkaar zit.'

'Ik heb altijd graag en veel gereisd. Voor mijn job, maar vooral ook in mijn vrije tijd. Ik ben gewoon nieuwsgierig naar nieuwe landschappen en andere culturen. Ze geven me het gevoel alsof er een frisse wind door mijn hoofd waait. De beste herinneringen heb ik bewaard aan het Griekse vasteland en de Griekse eilanden, Corsica, Cyprus, Turkije, de steden Oslo, Kopenhagen en Dublin, het mysterieuze eiland Jersey, de Filippijnen, Indonesië, de Keys (het uiterste zuidelijkste puntje van Florida, op een halve boogscheut van Cuba), Egypte, Zuid-Afrika, Suriname en de Sahara."

     
© 2006 Leen van den Berg - Webdesign: Beatrijs Peeters