Notennamen


Elke noot op de notenbalk heeft zijn eigen naam. Zo weet de muzikant welke noot hij moet spelen of zingen. De eerste 7 letters van het alfabet (A, B, C, D, E, F, G) zijn de namen die gebruikt worden voor de noten

In Vlaanderen gebruikt men do, re, mi, fa, sol, la en si.
Opgelet: de letter A is de noot la, de b is een si en pas bij de letter C zijn we aan de do.


Dit zijn de namen die gebruikt worden in de vioolsleutel (ook wel de solseutel genoemd).

Dit zijn de namen die gebruikt worden in de bassleutel of de fasleutel.


Zoals je kunt zien zijn er noten die op een lijn staan:



Maar de noten kunnen ook tussen de lijnen genoteerd worden.

Je kan zelf wel de 'Vlaamse' notennamen vinden bij deze voorbeelden...


De viool- en de bassleutel