Si vous voulez de la viande bénie, ...
Remi Defever lag in Blankenberge aan de basis van een ware slagersdynastie.
Zijn zoon William Defever ging het geluk evenwel in Gent beproeven.
In de Keizer Karelstraat, nabij de hoek met de Gebroeders Van Eyckstraat,
begon hij een eigen slagerij. De zaken gingen zo goed dat uitgekeken
werd naar een prestigieuzer pand. Daarvoor werd vlakbij en vanaf
1936 een huis in de Keizer Karelstraat gemoderniseerd, naast de pompeuze
ingang van de textielfabriek Lousbergs-de Hemptinne. De Gentse architect
M.F. De Bruyne zorgde voor een vleugje art deco bij de verbouwing van de
benedenverdieping met haar brede uitstalramen. Een mooie deur links
gaf toegang tot de hogere verdiepingen en de benedenverdieping werd met
grote stevige terracotta-tegels bekleed (Claes, Brussel). Door de
oorlog werd de verbouwing van de hogere etages uitgesteld. William
belandde zelfs even in de gevangenis wegens zwarthandel. Maar lang
vertoefde hij daar niet. Als 'hofleverancier' van de meisjesschool
van Sint-Bavo en het bisdom had hij allicht een streepje voor. In
1942 volgde de verhuis. De kinderen uit de buurt liepen over en weer
met stoelen en emmers smout.

Na de oorlog werd er verder verbouwd. Een extra verdieping
werd toegevoegd. Wat restte van de lijstgevel verdween achter langwerpige
oranje baksteen. Een gevelbrede rustieke erker op de eerste etage
liet een mooie blik toe op het kruispunt van de Keizer Karelstraat met
de Gebroeders Van Eyckstraat en op de eerste slagerij. Deze woning
verdween in de late jaren '70 voor het kantoorgebouw
Keizer Karel.

De slagerij had als naam Ste Marie, naar de voornaam van zijn echtgenote
Maria, een zeer vrome vrouw. Maar privé gingen de zaken niet
zo goed. William was een struise robuuste vent en een echte levensgenieter.
Van de weeromstuit zocht Maria troost in het geloof. Zeer letterlijk
zelfs. Een pastoor uit het Klein Begijnhof in de Lange Violettestraat
werd vriend aan huis. Op een dag betrapte William zijn vrouw en de
priester in schaarsgeklede toestand. Woedend griste hij de soutane
van de pastoor weg, opende het raam en gooide die naar buiten. Net
op dat moment kwam er een tram aan, die halsoverkop moest stoppen.
De soutane bleef onbevlekt maar met zoveel getuigen hoeft het geen betoog
dat dit verhaal in Gent een eigen leven ging leiden. En meteen was
er geen betere reclame voor de slagerij denkbaar als : "Si vous voulez
de la viande bénie, adressez-vous à la boucherie Sainte Marie."
Advertentie uit 1958 in een publicatie van het Sint-Barbaracollege
Met dank aan J.B. (Gent)