Puerto Montt  -  Bariloche

26 maart  -  9 april

 

 

 

Een paar andere toeristen hielpen me om mijn fiets en al mijn bagage langs een gladde steile steiger naar de kade te brengen. Toen zag ik dat een van mijn fietstassen een nieuw kleurtje had gekregen. Op een van de rode tassen prijken nu twee sierlijk groene lijntjes. Tijdens de overtocht was het dek zo goed als leeg en dat was met het mooie weer een uitstekende gelegenheid voor de bemanning om de verfpotten boven te halen en het schip wat te schilderen. Ze schilderden waarschijnlijk met de grove borstel en slaagden er niet in om mijn fietstassen te ontwijken. Niet dat ik dat erg vind hoor. Het is gewoon grappig om zien. Met de fiets aan de hand ging ik met Monika op zoek naar een hostal met een keuken om zelf wat te kunnen koken. De supermarkten  zijn buitengewoon lang open en zo konden we nadat we eindelijk een hostal vonden nog wat gaan shoppen. Ik kende Puerto Montt al vrij goed en ook Monika was daar eerder al geweest. We waren dus niet van plan om langer dan noodzakelijk daar te blijven. Na onze trektocht nabij Coyhaique en  het terugzien langs de Camino Austral hadden we besloten om samen nog wat langer met elkaar verder te reizen. We hadden eigenlijk beiden dezelfde bestemming nl, Villarica en Pucon in het Lake district van Chili. Daar zouden we dan samen een trektocht rond de vulkaan Villarica doen en misschien Eduardo terug ontmoeten. Maar alvorens verder te reizen moesten we nog een paar praktische problemen zien te overwinnen. Monika werkte een aantal weken in "El Bolson" in Argentinië en had daar heel wat spullen achtergelaten die ze eerst moest gaan ophalen en ik zat met het probleem van mijn fiets. Laten herstellen of niet? Laten herstellen betekende meteen: wachten op wisselstukken want ik was er bijna zeker van dat de fietsenwinkels in Puerto Montt geen "low riders" hadden. Ook voor de trektocht rond de Villarica had ik geen rugzak en speelde met het idee om maar meteen een rugzak te kopen en die fiets pas bij thuiskomst in België te laten herstellen! . Na heel wat overleggen ging Monika terug naar Argentinie en zou ik een paar dagen later achterkomen en we zouden elkaar in Bariloche terugzien. Bariloche is een van de toeristische toppers van Argentinië en is een ideale uitvalsbasis om de bergen en de meren in het Argentijns Lake district te gaan verkennen. Ik had eerder van andere reizigers al heel wat over Bariloche gehoord en vond het een goede gelegenheid om ginder met Monika af te spreken. Van daar zouden we dan verder reizen naar het noorden en terug naar Chili, Villarica bussen. De tijd dat ik in Puerto Montt achterbleef gaf me ook ruim de tijd om het vorige reisverslag af te werken. De eerste dag in Puerto Montt zag ik een auto langs de weg staan die ik eerder al een paar keer was tegengekomen. Het was de "Rocky" van Heleen en Wouter. Jammergenoeg waren ze niet in hun hostal maar toen ik er een volgende keer passeerde schreeuwde Wouter al van ver door zijn venster. Het was de vijfde keer dat ik ze toen tegenkwam. Het zijn de absolute recordhouders. Meteen spraken we af om `s avonds met z`n allen iets te gaan eten op de vismarkt van El Angelmo.

Ik was daar twee maanden eerder al een paar keer geweest en kende de manier van afdingen en de uiteindelijke prijzen voor bijvoorbeeld een zalmschotel. Het enige verschil met twee maanden terug was dat het er veel kalmer was. Een paar eettenten waren gesloten en het krioelde er niet meer van de toeristen. Mijn vrienden lieten me wat onderhandelen en uiteindelijk gingen we akkoord met het voorstel en kreeg ik weer een schoteltje oesters als voorgerechtje. Na het etentje op de vismarkt gingen we alles nog eens flink doorspoelen met Chileens gerstenat en  cafe cortado`s in een café dat meer televisieschermen telde dan zetels. De volgende dag vertrokken Heleen en wouter naar Chiloe en durfde ik ze bijna geen goeiedag meer zeggen. Ik was er zeker van dat ik ze vroeg of laat weer zou tegenkomen. Gewoon een kwestie van tijd en toeval. De rest van de tijd genoten Monika en ik van nog een paar zonnige dagen en schuimden wat winkels af om op zoek te gaan naar een goede rugzak en beluisterden in de muziekwinkels elk onze muzikale voorkeuren. Bij gebrek aan keuze ging ik met de bus naar Puerto Varas in de hoop dat daar meer buitensportwinkels te vinden zouden zijn. Maar Puerto Varas stelde me een beetje teleur. Buiten een mooi meer, dat die dag onder de mist verscholen lag en het zicht op de vulkaan Osorno die al even onzichtbaar was, was er niet zoveel te beleven. Nog voor de middag was ik terug in Puerto Montt en ging uiteindelijk maar terug naar dat grote warenhuis en kocht er een "Doite-rugzak" Doite is een Chileens buitensportmerk dat net niet met de groten kan wedijveren maar voor de prijs toch redelijk aanvaardbare producten verkoopt. Ik had mezelf voor 82 duizend pesos een mooi kadootje gekocht en was even blij als een kleine met zijn Sinterklaas. De dagen dat ik alleen in Puerto Montt achterbleef deed ik nog  mijn vuile was om toch iets propers te kunnen dragen en spendeerde menig uurtjes in het goedkoopste  internetplaatsje van Puerto Montt.   Ik probeerde een busticket voor Bariloche te kopen met een kopie van mijn paspoort. Die kopie zit al enkele maanden in mijn portefeuille en de foto had ik al bijgewerkt met balpen. Het lieve hostesje deed wat moeilijk. Ze wou het origineel zien. Ik maakte haar duidelijk dat ik geen paspoort bij me had en was eigenlijk te lui om naar mijn hostal te gaan. "Maar ik moet je visa zien om je een ticket naar Argentinië te kunnen verkopen".



"Ik heb geen visa".



"Waarom niet?"



"Omdat ik dat niet nodig heb"



" Waarom heb jij dat niet nodig"



"Omdat ik Belg ben"



Ze rommelde even in het nabijgelegen kantoortje en kwam terug met een ander papiertje.



"Ik heb zo`n document nodig"



"Ah, natuurlijk heb ik zo´n document maar dat is geen visa hoor, domme trut".



De spanning begon te stijgen en ik kon wat druk van de ketel lossen door te zeggen dat ik dra terug zou komen met mijn paspoort. Mijn hostal was eigenlijk niet zo veraf. Nog geen tien minuten later stond ik weer aan haar loket en reageerde ze met een verbazende "Muy rapido". Het enige wat ik kon uitbrengen was: "Muy cerca".



De volgende morgen zat ik om 8u30 op de bus met bestemming Bariloche. Mijn fiets kon gratis mee wat eerder uitzonderlijk was. Het gedeelte van de busrit in Chili zag ik amper iets van het landschap. Maar na de Chileense grens en paspoortcontrole bereikten we het hoogste punt van de rit, de paso Gardenal en aan de andere kant van de ruggengraat van de Andes scheen de zon. Als met een mes gesneden reden we vanuit de nevel en mist het zonnige nationaal park "Nahuel Huapi" binnen. Langs de meren zag ik heel wat riante villa`s en toeristische dorpjes. Ik kreeg het al veel te warm in de bus en kreeg veel zin om uit te stappen om van de mooie plekjes te genieten, te wandelen of te fietsen. In Bariloche zocht ik met een bescheiden stratenplannetje op mijn stuur de hostal waar Monika en ik hadden afgesproken. Monika stelde me meteen voor om voor enkele dagen een trekking in de bergen rond  Bariloche te doen. Het weer was uitstekend en de vooruitzichten gunstig. Ik was tijdens de busrit al onder de indruk van het landschap en ging meteen akkoord. Om de volgende dag al te kunnen vertrekken gingen we na een korte verkenning van het stadscentrum van  Bariloche naar de supermarkt om alle rantsoenen in te slaan. De rugzakken werden gepakt en mijn rugzak  was klaar voor zijn vuurdoop. Mijn eerste kennismaking  met Bariloche was er een met gemengde gevoelens. Aanvankelijk leek het me een gezellig stadscentrum. Het pleintje voor het stadhuis komt zo uit Zwitserland en al het hout dat in de gebouwen en de inrichtingen is verwerkt versterkt die Alpengevoelens. Ook de winkelstraat deed me aanvankelijk leuk en gezellig aan. Het bulkt er van gezellige winkeltjes en Chocoladeshops. Hier kun je je ziek eten (en ook arm) aan chocolade. Er zijn grote warenhuizen waar ze enkel zoetigheden en chocolade verkopen. Allemaal volgens het recept van "Abuela Goye" die hier vele jaren geleden vanuit Zwitserland neerstreek en er de lekkerste lekkernijen maakte. Maar ik had niet veel tijd nodig om te merken dat het allemaal een beetje te artificieel is. Het deed me gauw een beetje de druk aan, zelfs te kitcherig. Maar de volgende middag stonden we te wachten op de bus met bestemming "Villa Cerro Caterdal" en een verdere verkenning van het centrum en de restaurantjes zouden we na de trektocht  wel afwerken. "Villa Cerro Catedral" is wellicht grootste skistation in de Bariloche regio. Vanop het terrasje waar we een laatste maaltijd in de beschaafde wereld binnenspeelden telde ik een tiental skiliften. Oude zetelliften en kabelbaantjes die in Europa zeker en vast een verouderde aanblik zouden geven. We konden de eerste etappe van de trektocht wat lichter maken door een stuk met een kabelbaan naar boven te klimmen maar die optie hadden we nooit overwogen. We waren van plan om te wandelen en niet om de luie toerist uit te hangen. Die eerst dag wilden we tot "refugio Frey" wandelen, zo`n vier uur wandelen vanaf "Villa Cerro Catedral". Aanvankelijk vrij makkelijk en vlak terrein totdat we de vallei naar Frey bereikten en begonnen aan  de klim door het bos. Op  zo`n uurtje van  Frey vonden we de "Refugio Piedritas". Die refugio is gewoon een uitgehouwen rotsblok met wat balken voor getimmerd. Vanbuiten leek het een klein hutje die tegen een rotsblok kleefde maar binnenin zag je dat die rotblok volledig uitgehouwen was en de refugio een zee van ruimte bood. Wel zeker vijftien mensen konden er slapen. Er was een kachel om de hut wat op te warmen en met de venstertjes en luikjes open hadden we meer dan genoeg licht binnen. Ook de omgeving rond de refugio was buitengewoon gezellig. Leuke houten banken en een ideale plaats om een kampvuurtje te stoken. Het was al tegen vijven en we besloten om niet verder naar Frey te wandelen waar er waarschijnlijk geen hout was om een vuurtje te maken maar waar er dan wel weer een mooie meertje was. De tent hoefden we niet op te zetten en ook het kampeerbrander bleef in de rugzak. Na het houtsprokkelen probeerden we te koken op de oude gammele kachel. Er kwam buiten wel wat rook uit de schoorsteen maar volgens mij kwam de meeste rook langs de spleetjes en openingen van de kachel naar buiten en zagen we elkaar bijna niet meer van de rook in de refugio. De refugio opwarmen lukte ook niet want alle vensters en de deur moest open blijven om wat rook te laten ontsnappen. De volgende morgen bereikten we na minder dan een uur "Lago Tonchek" waar de refugio "Frey" gelegen was. De Canadezen die ik op de bus naar Bariloche in Osorno had zien opstappen waren er ook en ik zou ze de volgende dagen nog een paar keer terug zien. Na een kleine rustpauze aan het water klommen we aan de andere kant van het meer verder met handen en voeten naar "Lago Smoll" Met de kleine gedenkplaatjes aan de meren kwam ik te weten dat Smoll en Tonchek twee avonturiers waren die in de eerste helft van deze eeuw de bergen rondom Bariloche als eersten verkenden. Merkwaardig was dat ze op dezelfde dag op dezelfde plaats in Chili overleden. Wellicht een ongeluk in de bergen die hun beider dood betekende. Ook na "Lago Smoll" moesten we nog een halfuurtje klimmen met als onze ledematen langs een vrij steile helling klimmen. Boven op de "Cancha de futbol", de pas hadden we een adembenemend zicht op "lago Nahuel Huapi" en onze volgende kampeerplaats. Verder wandelen naar "refugio Jacob" was onmogelijk omdat die toen nog te veraf was. Maar om van "refugio Jacob" naar "refugio Italia" te wandelen hadden we een volledige dag nodig. Op dit traject waren er geen kampeerplaatsen en staat bekend als het moeilijkste en gevaarlijkste gedeelte van de trekking. Het gevolg was dat we de tweede dag tussen Frey en Jacob zouden kamperen en de derde dag maar een paar uur verder moesten wandelen om Jacob te bereiken. Vandaar zouden we dan de "traversa" naar "refugio Italia" in een dag wagen. De vallei waar we heen moesten was bedekt met lage struikjes die al heel wat herfstkleuren vertoonden. Van boven op de pas leek het wel een dekentje van patchwork. Allemaal lapjes in verschillende kleuren. Rood, bruin, geel, nog wat groen en door het rijkelijke kleurenpallet kronkelde een riviertje die meer meanders had dan water. Maar eerst moesten we langs een steile helling afdalen. Gelukkig bestond de ondergrond uit kleien steentjes en zand zodat we met grote voetstappen naar beneden konden glijden zonder pijn te voelen in de knieën. Beneden in de vallei  sloegen we ons tentenkamp op op de grens van het bos en de open vlakte net daar waar een riviertje uit het bos kwam en ons rijkelijk van water voorzag. Het was warm en door de inspanning van die dag was het weliswaar ijskoude beekje te uitnodigend om er niet eens te gaan in baden, wassen zeg maar. Het werd geen uitgebreide wassessie maar eerder een vluchtig natje en een  snelle onderdompeling om die zeep eraf te krijgen om zo vlug mogelijk warme kleren aan te kunnen  trekken.  De voorraad aan droog hout leek onuitputtelijk. Heel wat omgewaaide bomen en takken lagen klaar om op het kampvuur te gooien. En in tegenstelling met de kampvuurtjes tijdens de trektocht in nationaal park "Cerro Castillo" hadden we niet de minste moeite om een vuurtje op gang te krijgen. Geen benzine, rubber of papier als hulpmiddel. Gewoon een lucifer en geduld. Doordat we de derde dag niet zoveel hoefden te wandelen naar Refugio Jacob hadden we wat meer tijd om uitgebreider te ontbijten en om ook `s ochtends het kampvuur nog eens nieuw leven in te blazen. We waren nog rond elf uur nog met ons ontbijt bezig toen de Canadezen ons voorbij kwamen gelopen die ook op weg waren naar Jacob. Rond de middag verlieten we onze kampplaats en wandelden verder naar het einde van de vallei en beklommen de enige pas van de dag. Tijdens de beklimming leek de "Catedral" te groeien. Die indrukwekkende piek van de "Cerro Catedral" rees als het  ware vanachter de horizon. Net toen de wolken sierlijk rond de top slingerden en enkel de catedral lieten zien alsof het gordijn van een toneelzaal openschoof maakte in een paar dia`s die me die  legendarische berg zullen helpen herinneren. Boven op de pas was het nogal winderig en  hadden we in tegenstelling tot de vorige dag geen zicht op de "Tronador" Maar de refugio Jacob, gelegen op een rots aan de oever van "Lago Jacob" kregen we wel te zien en een halfuurtje later stonden we voor de deur die automatisch openging. Een gids van de "Club Andino de Bariloche" deed de deur voor ons open en bood ons meteen een  kop thee aan. Ook de Canadezen waren al aangekomen en zaten wat thee te drinken. Ik was dat koppel nu al een paar keer tegengekomen en kon nu eindelijk eens met ze kennismaken. Met een theetje en wat koekjes vertelden ze me over hun reis. Jim, een veertiger bouwde gedurende acht jaar zijn eigen zeilboot in de tuin en trouwde met Linda. Voor hun huwelijksreis zeilen ze wat de wereld rond. Ze waren al twee jaar onderweg van Canada langs de westkust van het Amerikaanse continent naar oa Ecuador en Chili. Hun boot lag in de haven van Puerto Montt en na heel wat inlandse bezoekjes en trektochten willen ze eind mei naar Kaap Hoorn om dan via de westkust van Afrika naar Europa te zeilen. Jim was een bierliefhebber en kende maar al te goed de Belgische bieren. We hadden meteen een leuk gespreksonderwerp en toen onze beider partners afhaakten en hun eigen gesprek op gang brachten kregen Jim en ik alsmaar meer en meer dorst. Hij gaf me een tip om binnen een paar jaar steenrijk te worden. "Open in Calgary (waar ik woon) een café met Belgische Trappisten en Ale`s en binnen een paar jaar ben je binnen" was zijn advies. Ja, het is te overwegen. Canada spreekt me wel aan en bier ook. Misschien... Verder deed hij nog zijn beklag over de Canadese bieren en het feit dat jongeren over de ganse wereld "Labat" drinken die volgens hem vergif is. Misschien kom ik Jim en zijn vrouw nog eens tegen als hij met zijn schuit Europa aandoet. Hij verzekerde me dat hij in België even zijn anker zal laten vallen. De refugio stroomde geleidelijk aan vol en tegen de avond was het gezellig druk rond de bovengehaalde kaarsen. Jim verteld me nog over zijn ontmoeting met twee bergbeklimmers van de vorige dag, in refugio Frey. Hij beschreef  een grote Amerikaanse knul en een Franssprekende grappige twintiger. Hij had bewondering voor hun wederzijds respect en hun kennis van de bergen en de geschiedenis van het klimmen. Uit zijn verhaal maakte ik op dat hij met Eduardo te doen had. Onze kompaan van de trektocht in Chili spreekt uitstekend Frans en de beschrijving klopte volledig. Het toppunt was dat Monika en ik op enkele meter van zijn tent passeerden toen hij na een beklimming van enkele pieken terug naar het dal wou terugkeren. We hebben hem op een paar meter na gemist en vloekten een paar keer binnensmonds toen we beseften dat het een gemiste kans was. Voor zeven dollar sliepen we in de slaapzaal op en hoefden die tent dus niet op  te zetten. Het bleek de juiste beslissing te zijn als we `s ochtends de regen hoorden pletsen en de wind rond de refugio raasde. We waren net van plan om die oversteek naar refugio Italia te maken en volgens de verschillende beschrijvingen en de gids in de refugio was die oversteek enkel te doen bij uitstekend en stabiel weer. Er zouden een paar uiterst moeilijke en gevaarlijk stukken klimwerk voor nodig zijn. Het weer was allesbehalve mooi en zonder twijfelen over andere mogelijke opties besloten we om terug te keren naar het dal. Een dag wachten in de refugio was ook onmogelijk want onze voedselpakketjes begonnen serieus te minderen. Vier uur later stonden we na een leuke, geen al te steile afdaling in het dal en moesten nog een vijftal kilometer verder langs een ongeasfalteerde weg verder wandelen tot in "Colonia Suiza", een klein toeristisch dorpje. In dat kleine dorpje kochten we wat vers brood van een zotte oma die thuis brood bakte en i! n een miniem winkeltje vonden we toch wat produkten op de leeg ogende schappen zoals: spaghetti en soepjes, chocolade, kaas en koekjes. We hadden verse voorraden ingeslaan en sliepen die nacht in de beschaafde wereld, een camping. We waren van plan om terug via een ander dal de bergen in te trekken. Na nog een uurtje wandelen langs een grindweg bereikten we de "puente Lopez" en het begin van het wandelpad naar de "Refugio Lopez" De rest van de dag moesten de klimmen. Eerst door een dicht bos en nadien over rotsen. Het zicht over het meer "Nahuel Huapi" werd alsmaar indrukwekkender. Iets sneller dan volgens de beschrijving in de Lonely Planet bereikten we de "Refugio Lopez" en namen er een uitgebreide rust op het terras met een uitzinnig zicht over de ganse vallei en enkele peperdure hotels aan de oevers van de meren. Het was nog te vroeg om al te stoppen en de refugio leek ons niet zo gezellig, veel te groot. We voelden ons goed en klommen verder naar de "Cerro Lopez" om aan de andere kant, in het dal aan de  oever van de "Rio Goye" te kamperen. Een paar keer dachten we dat we de top zagen en een paar keer waren we teleurgesteld dat er nog een klim nodig was om de top te bereiken. We passeerden "La Hoya". Ik kreeg van mijn aardrijkskundige een hele uitleg  over "La Hoya", het  mooie halfrond die in de bergen was ontstaan. Alsof het diende om er theatervoorstellingen in te vertonen. Er volgde nog een klim over een sneeuwveld en nog een ontgoocheling vooraleer we de top bereikten. Boven op de top vergaten we gauw al het klimleed bij het zien van de toppen rondom ons. De vulkanen "Osorno" en de "Lañin" in Chili, de "Catedral" en  veel dichter bij ons: de "Tronador". We zagen ook de droge bergen ten oosten van de Andes en Bariloche, een ruta 40-landschap zeg maar. Na een uitgebreide fotosessie kwamen nog een paar condors rond de top van de "Cerro Lopez" gevlogen. Nog nooit zag ik die indrukwekkende vogels van zo dichtbij. Met twee cirkelden ze sierlijk door hún luchtruim. Jammergenoeg was het al vrij laat en volgde er nog een lange steile afdaling zodat we niet langer dan een kwartiertje op de top bleven om te genieten. Na een pijnlijke afdaling kampeerden  we in het eerste bosje die we tegenkwamen. Er sijpelde wat water en er was voldoende hout om weeral en spaghetti klaar te maken. Die nacht hoorden we een paar keer waarom de "Tronador" de "Tronador" heet. Die berg maakt  met zijn gletsjers zoveel lawaai, dondert er op los zodat de naam "Tronador" wel terecht is. De volgende morgen hadden we wat problemen om het pad terug te vinden maar met een verrekijkertje en een schets van het circuit uit de Lonely Planet vonden we de markeringen terug en beklommen na onze ochtendlijke afdaling de "Cerro Bailey Willis". Boven op de bergpas hadden we weer een uitstekend zicht op de Tronador die alsmaar meer en meer indruk op me maakte. De volgende refugio was in zicht en leek maar een halfuurtje wandelen verder te liggen. Maar om naar Refugio Italia te gaan moesten we rond de "Laguna Negra" wandelen. Uiteindelijk deden we er toch meer dan een uur over om uitgehongerd aan te komen in de refugio. Een gids van de Club Andino zat er moerderziel alleen wat boekjes te lezen en was uiterst zwijgzaam. We konden er wel ons middagmaal opeten en namen een lange rustpauze. In de late middag daalden we verder af naar de enige officiële kampeerplaats in de vallei van de rivier "Goye". Op onze weg zagen we heel wat leuke watervalletjes en diepe beekjes. Echt koud was het niet en het kriebelde weer om een frisse duik te gaan nemen. Op een vlak stuk in het bos zag ik al van ver de boomstronken als zitbanken op de grond liggen en wist dus dat dat de kampeerplaats moest zijn. Zoals alle andere kampeerplaatsen waren we de enige kampeerders. Het is duidelijk laagseizoen en van een drukte die in de reisgids beschreven staat was helemaal geen sprake. Die frisse duik leek weeral frisser dan ik had gedacht en weeral bleef het enkel bij een snelle onderdompeling om die zeep eraf te krijgen en ... eentje voor de foto. We kookten een laatste keer spaghetti op het houtvuur en moesten daarvoor weer een ganse constructie maken met takken en ijzerdraad om die zwartgeblakerde kookpot boven het vuur te houden. De volgende morgen overwogen we nog even om de tent te laten staan en een dagtripje zonder rugzak te maken naar de "Arroyo Navidad"om dan van ginder een zicht te hebben op de Catedral en het enige stuk die we een paar dagen eerder door het slechte weer niet konden doen. Maar eigenlijk hadden we beiden na zeven dagen bergwandelen evenveel zin om terug te keren naar Bariloche en onszelf wat te verwennen. Maar de zon kwam er door en de blauwe hemel zag er veelbelovend uit. Het werd een moeilijke beslissing maar doordat we eigenlijk al alle toppen hadden gezien en in wezen niet veel nieuws zouden zien bleven we iets langer ontbijten en keerden pas voor de middag terug naar het dal, naar Colonia Suiza. Onderweg naar Colonia Suiza genoten we nog van de zon die massa's licht wierp op de vallei van de "Goye". We aten al onze voorraden koekjes op langs de oever van de "Goye" en aan een gezapig tempo wandelden we van het ene mooie plekje naar het andere. Rond vier uur kwamen we aan in Colonia Suiza en moesten nog enkele uurtjes wachten op de bus die ons naar Bariloche zou brengen. We kochten nog wat vers brood bij Susana, de gekke oma en lagen half in de zon half in de schaduw  op die roestige bus te wachten. Samen het heel wat schoolkinderen reden we terug naar Bariloche en ik kon niet wachten om mijn dia's te gaan ophalen en mijn email te lezen. Ik was teleurgesteld toen ik bij de fotograaf merkte dat een filmpje volledig zwart was. Ik begon al te vrezen voor de dia's die ik net had gemaakt en ook maar meteen liet ontwikkelen. Die avond gingen we terug naar onze Oma die in Bariloche haar tuintje als kampeerweide verhuurt om haar pensioentje van 150 USD wat aan te dikken. Na een douchke en met heerlijk verse kleren die uiteraard niet met de rook van het kampvuur doortrokken waren, gingen we naar misschien  wel de beste "Tenedor Libre" van de stad. "Tenedor Libre" wil gewoon zeggen:"Eet zoveel als je maar kunt!"  Voor tien pesos konden we alles eten wat in het midden van het restaurant werd aangeboden. Er was van alles. Chinees, een riant koud buffet, heel wat zeevruchten, diverse kazen, uiteraard de Argentijnse vleesindustrie en een indrukwekkend aanbod aan toetjes en zoetjes. We moesten onszelf verplichten om wat trager te eten in de hoop om daardoor meer voor ons geld te kunnen eten. Na vijf gangen hield ik het voor bekeken en keek nog even toe hoe Monika ook haar laatste dessertje binnenwerkte. We moesten even de beentjes strekken en een wandelingetje maken door de winkelstraten om dat eten een beetje te laten zakken. Monika had duidelijk teveel gegeten en liep al waggelend over straat. Nu ja, ik had ook wel wat last van winderigheid. We gingen nog even naar de koffiebar om een lekker bakje troost en om na de nachtelijke wandeling door Bariloche nog ergens een toilet te vinden. We hadden net gezien dat in de  enige bioscoop van Bariloche 's avonds om elf uur nog een film was. Met een volle maag zouden we toch niet kunnen slapen en gingen dus voor een Europees prijsje naar "Traffic" kijken. Een beetje een teleurstelling...

De volgende morgen gingen we beiden onze emails wat gaan beantwoorden. Na een weekje lagen er verbazend veel mailkes te wachten om beantwoord te worden. Monika kreeg het vreselijke bericht dat haar vader al enkele dagen overleden was. We moesten die emails even laten voor wat ze waren. Op het pleintje voor het stadhuis drong het allemaal geleidelijk aan tot haar door. Dat ze zou moeten bellen... Dat ze naar huis zou moeten... Dat we niet meer verder samen kunnen reizen...  Ze had diezelfde morgen nog haar terugvlucht naar eind mei verplaatst om langer samen te kunnen reizen en nog geen drie uur later belde ze terug naar Brittisch Airways voor een vlucht op zondag 8 maart. Ook een paar telefoontjes met Duitsland brachten wat meer klaarheid. Er restte ons toen nog anderhalve dag samen...

 

Een sprongetje in de tijd

 

Nadat ik met Monika naar de busterminal en haar op de bus richting Buenos Aires zag stappen keerde ik meteen terug naar het centrum van Bariloche. Ik kocht mezelf een geschenkje. Ik was mijn cd'tjes al enkele weken verloren en kocht in de afdeling klassieke muziek van een grote platenzaak meteen een schijfje met als titel: "Simply Baroque", een samenwerking tussen cellist Yo Yo Ma en Ton Koopman. Met Bach en Boccherini in mijn oor werkte ik nog heel wat emailtjes af. Het was ondertussen voor mezelf ook duidelijk geworden dat ik weer zou gaan fietsen. Maar ik moest eerst nog een bagagedrager zien te vinden. Het was zaterdag en na de middag bleken heel wat winkels gesloten te zijn. Ook 's avonds geraakte ik niet veel verder. Ik vond wel fietsenwinkels maar die hielden zich duidelijk meer bezig net mountain bikes en hadden helemaal geen "Lowriders" Met een zondag in het vooruitzicht zou ik ook niet veel opschieten en vestigde al mijn hoop op die ene buitensportzaak die hopelijk de maandag open zou zijn. Ik vulde mijn weekend met het lezen in mijn boek, schrijven in het dagboek en zag nog eens mijn fiets helemaal na. Er zat speling op de trapas en de as van mijn achterwiel. Spaken staan krom na mijn ongelukje met mijn vorige bagagedrager en het frame zit vol met krassen en beschadigingen. Ik wil zonder al te veel grote kosten in Buenos Aires geraken en dat zal voor mijn fiets wellicht de laatste grote onderneming worden. Al kuisende besefte ik dat de gloriejaren van mijn fiets wel achter de rug zijn. Op zondag zat ik al om tien uur 's morgens achter het scherm van een computer. Ik had de dag voordien eens uitgeprobeerd om naar "Radio Vlaanderen Internationaal" te luisteren en kwam na een succesvolle poging terug om de "Ronde van Vlaanderen" van dichtbij mee te maken. Ik werkte ondertussen verder aan mijn verslagje en vulde de rest van mijn dag met kleine onbenullige bezigheden. Ik speelde nog wat doedelzak in het tuinhuisje van mijn omaatje die toch bijna potdoof is en at 's avond meer spaghetti om die resterende pakken niet te weg te moeten gooien. De spaghetti begon wel aan mijn oren uit te komen.

 

In volgend verslag het ik het over mijn wonderbaarlijke vondst. Eindelijk een goede bagagedrager! Ook mijn fietsverslag van mijn rit terug naar Chili krijg je dan te lezen. Ik wil via "Villa Angostura en San Martin de los Andes" Naar Pucon en Villarica fietsen. Ik heb wel geen gezelschap meer om rond de vulkaan  VIllarica te gaan trekken maar heb nu een nieuwe rugzak die ik toch niet ongebruikt kan laten. We zien wel hoe ik het ginder in Chili allemaal weer klaarspeel...

 

Jeroen

 

Terug naar main page