De Laatste avond in Puerto Montt had ik met Patrick
afgesproken om nog eens een stevige pint te gaan pakken. Eerst gingen we nog eens
gaan eten in de vismijn bij de kakelende wijven. Mijn vriendin van de dag voordien was nergens te bespeuren en met z`n
tweeën lieten we ons verleiden door een
al even jong maar rustiger ding. Om al die zalm door te spoelen gingen we langs
bij een “Shoperia”. Met een “Shop” bedoelen ze hier een pint van zo`n 600 ml. Onderweg kwamen we Jozef tegen, die
Oostenrijker die ook bij dezelfde familie sliep. We hadden elk een paar van die potten binnen en na afloop was ik
helemaal niet dronken. Het zegt misschien meer over mij dan over het bier. Ik
snelde wel naar het toilet en... naar mijn bed. Eindelijk was het woensdag en
zou ik kunnen inschepen. Ik kreeg voordien te horen dat ik om vier uur in de
namiddag mijn bagage mocht inchecken. Ik had dus nog wel wat tijd om weeral de
straten van Puerto Montt te dweilen. Ik kwam er toevallig weer Patrick en
Elvira tegen die net waren toegekomen van Chiloe en met hetzelfde schip naar
Puerto Natales zouden varen. Nadat ook ik met mijn fiets en bagage naar de
terminal ging voor het inchecken ging ik met Patrick en Elvira nog eens naar
een Shoperia. Ook Thomas, een andere Oostenrijker die ze ergens ontmoet hadden
ging met ons mee. Het was nog maar vijf uur in de namiddag en we mochten pas om
negen uur inschepen. We hadden dus nog alle tijd van de wereld om nog een Shop
te bestellen en om nog eens naar de supermarkt te gaan om nog wat lekker vocht
te gaan kopen die op de boot wellicht veel te duur zou zijn. Tegen negenen
kwamen we aan in de wachtzaal van Navimag, de rederij die de overtocht verzorgt. Je zag aan de plastiek zakken dat
bijna iedereen nog eens naar de supermarkt was geweest en bijna iedereen had
wel alcoholische dranken en ongezonde voeding gekocht. We waren duidelijk niet
de enigen die van plan waren om die vier dagen durende overtocht een beetje
gezellig te maken. Zo nog een uurtje later kwam onze purser met wat informatie
voor de goede gang van zaken. Hij zei alleen niet wanneer we zouden kunnen
inschepen. Iedereen dacht dat we binnen enkele uren de haven van Puerto Mont
zouden uitvaren maar de moeder van de familie waar ik logeerde had mij
verwittigd dat dat soms met enige vertraging gepaard gaat. Toen eindelijk
mochten we als schoolkinderen in een mooi rijtje over de kade naar de boot
wandelen. Buiten zag ik Maurice, die vrachtwagenchauffeur uit Santiago waar ik
de week voordien mee in de Pisco zat op mij staan wachten. Hij wenste mij
oprecht en goede reis en vroeg me of ik hem weer zou opzoeken als ik weer in
Puerto Montt terugkwam. Hij vroeg me of ik zijn vrachtwagen nog zou herkennen.
"Natuurlijk, het was toch die ouwe blauwe Amerikaanse roestbak?" Met
z`n allen wandelden we over de los- en laadbrug van het schip naar een enorm
grote lift in het ruim van het schip. De lift die normaalgezien diende om voertuigen
naar het bovendek te brengen diende nu om een groep toeristen naar boven te
brengen. Twee keer op en af en iedereen was op het bovendek. De bagage was door
de bemanning al naar het dek gebracht maar mijn fiets moest ik zelf dragen. Ik
ontmoette er zo meteen nog twee andere fietsers die wat in het zuiden van Chili
wat wilden rondtoeren. Het waren twee Nederlanders, wat de communicatie meteen
wat makkelijker maakte. Iedereen greep op het bovendek zijn bagage en ging op
zoek naar ofwel z`n kajuit met privé badkamer en uitzicht op zee ofwel `n
economy slaapzaal ergens diep in de buik van het schip. Ik betaalde maar
tweehonderd dollar en mocht dus een
heel stuk onder de waterlijn op zoek gaan naar mijn beddenbak. Ik vond er mijn
bed in een slaapzaal waar de bedden drie hoog waren gestapeld en waar er
nauwelijks enige beweegruimte was, laat staan om ergens je bagage te kunnen
plaatsen. Ik moest al mijn tassen in mijn bed nemen en zodanig stapelen dat er
nog wat plaats overbleef om te kunnen slapen. Het was me toen al duidelijk dat
die slaapzaal geen plaats was om de ganse dag in rond te hangen. Gewoon slapen
en voor de rest van de dag zou ik mij wel ergens bovendeks bezig houden. We
waren al in het schip en dat bleek al een hele vooruitgang bij enkele uren daarvoor.
Ik had wel gezien dat ze nog steeds bezig waren om vrachtwagens en opleggers te
lossen van het schip. Van laden was nog helemaal geen sprake en ik besefte dat
we de eerste uurtjes wel nog een beetje in de haven van Puerto Montt zouden
blijven. Rond tien elf uur werd het avondeten geserveerd. De hogere klassen
hadden een eigen eetzaal. Economy klas kreeg eten ergens een paar verdiepingen
lager in een veel kleiner eetzaaltje. Er moest in shiften worden gegeten maar
het eten in eerste klas en Economy was hetzelfde. Gelukkig. Meteen had ik een
idee van het eten die ik de volgende dagen zou voorgeschoteld krijgen. Een lap
vlees, aardappelpuree en een poederfruitsapje. Geen haute cuisine maar honger
is de beste saus en het was zelfs zodanig lekker dat ik stiekem nog eens ging
aanschuiven voor een tweede portie. Die eerste avond had niemand al last van de
zeeziekte want we lagen bijna roerloos in de haven (het roer was er nog hoor),
de flessen drank werden duidelijk wat gespaard en voor ik het goed en wel besefte
was het al over middernacht en dus tijd om te gaan slapen. De volgende morgen
werd ik wakker in mijn beddenbak zonder iets van daglicht te zien. Ik zag op
mijn uurwerk dat het halfacht was en voelde helemaal geen deining van het
schip. We lagen dus nog steeds in de haven. Twee verdiepingen hoger zag ik de
stralende zon en de kleine visserssloepjes van Puerto Montt. Mannen in een
fluorescerende overall waren nog steeds bezig om vrachtwagens en auto`s vast te
sjorren en benedendeks was er nog een hele open ruimte die moest worden
opgevuld. Met de snelheid waarmee ik die mannen zag werken had ik het vermoeden
dat het wel nog een paar uurtjes zou gaan duren voor we eindelijk zouden kunnen
uitvaren. Ik stond al lang na mijn sober ontbijt op de achtersteven te kijken
naar de los- en laadactiviteiten en zag er de gekste dingen. Een oplegger vol
met fruit en groenten kantelde bijna het water in toen die het schip werd in
gereden. Als een van de laatste voertuigen kwam er ook nog een bulldozer aan
boord. De oplegger met de bulldozer erop reed tot tegen de laadbrug van het
schip om vanaf daar die machine in het schip te rijden. Metalen rupsbanden op
die metalen brug... Een oorverdovend lawaai. Door die grote helling van de
laadbrug kantelde de bulldozer bij het achteruit rijden en sloeg een brok beton
uit de laadramp. En alsof dat nog niet genoeg was sprong er een leiding van een
van hydraulische zuigers. Olie vloog in het rond, Iedereen spurtte van die
oliefontein weg. Uiteindelijk zag ik ze wat overleggen en besluiten om met de
in het rondspuitende olie die laatste paar meter af te leggen. Vrooeem, olie
spoot weer in alle richtingen en de bulldozer geraakte uiteindelijk toch op z`n
plaats. "Opkuisen doen ze later wel" zei een Duitser die ook stond te
kijken. Toen gebeurde het. We zaten al veertien uur aan boord vooraleer de
trossen werden losgegooid, de loods aan boord kwam en we de haven uitvoeren.
Eindelijk, er komt wat beweging in. Het schip had normaal gezien op maandag 22
jan moeten vertrekken en vertrok op donderdag 25 jan. Die eerste dag varen was
een stralende dag. Boven op het terras werden de flessen wijn boven gehaald,
verschenen kampeerbrandertjes om koffie te maken en zag je heel wat lezende of
van de zon genietende toeristen. Ik zat samen met Elvira en Patrick en de twee
andere fietsende Nederlanders, Heleen en Wouter te lullen en vooral, wijnglazen
te vullen. De eerste uren voeren we door de "golf van Ancud" en dus
langs het eiland Chiloe. Door het goede weer had de kapitein besloten om iets
eerder naar open zee te gaan varen en dus niet door het "Canal
Moraleda" en "Bahia Ana Pink" Met iets meer deining dan de dag
voordien ging ik slapen en de volgende dag zag ik jammergenoeg alleen maar
grijs grauwe wolken, door een stevige bries voortgedreven. Ik had de ganse
nacht goed geslapen maar voelde toch dat het schip redelijk op en neer ging.
Bij het ontbijt, die al heel wat passagiers lieten voor wat het was, werden de
zeeziektetabletjes geslikt en
-pleisters geplakt. Ik voelde mij nog helemaal niet zo slecht en ik had
trouwens geen pilletjes tegen de zeeziekte. Maar na mijn ontbijt voelde ik mij
alsmaar slechter en slechter worden. Ik was duizelig, voelde mijn maag omkeren
en het werd alsmaar erger. Ik moest naar buiten spurten, zo rap mogelijk de
reling opzoeken om overboord te gaan kotsen. Ik was niet op tijd bij de reling
en moest even halt houden bij de trap
naar een lager gelegen dek. Ik had ik al mijn haast niet op de windrichting
gelet en net toen mijn ontbijt mijn strot voor een tweede passeerde kon ik nog
net genoeg voorover buigen om tegenwind te kotsen. Ik was gelukkig alleen toen
het gebeurde want het vloog in bijna vernevelde toestand over de vrachtwagens
en de opleggers op het bovendek. Ik voelde mij meteen stukken beter. Ik ging
wat achter aan het schip naar de zee kijken om wat te bekomen. Ik genoot van de
warmte van de machinekamer en zat uit de regen met zicht op een woeste zee te
bekomen van mijn eerste (en zeker niet het laatste) kotsavontuur. Ik had ook nooit gedacht dat de uren zo snel
voorbij zouden glijden. Zelfs met een ganse tijd "niets doen" was het
zo snel al weer tijd om te gaan eten. De eetzaal was bijna leeg. Heel wat
zeezieke toeristen lagen ofwel in bed of hadden geen eetlust. Ik had na mijn
uitgekotst ontbijt heel wat beter en had weeral honger. Ik schoof dus toch maar
aan voor een middagmaal, wetende dat ik het misschien weer zou verliezen. En
jawel hoor, Ik zat in de televisiezaal naar een film te kijken toen ik weer
datzelfde gevoel kreeg. Ik wist wat mij te doen stond en deze keer ging in naar
de goeie kant van het schip. Mijn rijst(ebrei) en (vliegende)kalkoen maakten
een sierlijke boog en pletsten in het water. Vers visvoer. Weeral voelde ik me
meteen weer stukken beter en was blij dat ik het pilletje dat Elvira me had aangeboden
niet had ingenomen. Met alles uit te kotsen zou het waarschijnlijk niet veel
geholpen hebben. Het was die avond opvallend rustig aan boord. De flessen wijn
bleven in de slaapkamer en iedereen ging nogal vrij vroeg slapen. Ik dus ook.
Ik had op het bord met mededelingen gezien dat we dag nadien door de vele
kanalen en fjorden zouden varen en dus niet meer op open zee. Kort na het
ontbijt zouden we door de "Angostura Inglesa" al een heel eind in het
"Canal Messier" varen. De brug was vierentwintig uur per dag open
voor publiek en op het moment dat we door die "Engelse nauwte"
moesten was de brug bijna overbevolkt met geďnteresseerde toeristen. Het was
leuk om te zien hoe zo`n beest van een boot zonder te verminderen in snelheid
door die smalle kanaaltjes voer. De kapitein en de bemanning moesten wellicht
nogal geduldig zijn om steeds weer diezelfde domme vragen van leken te
beantwoorden. Een bloemlezing:" Hoe rap varen we?, Waar zitten we?, Hoe
diep is het hier?, Is dit de GPS?, Is dat het roer? Amaai zo klein..."
Maar op alle vragen, hoe dom ze ook waren kregen we een duidelijk antwoord in
het Engels. In de voormiddag gingen we even voor anker in het kleine baaitje
van Puerto Eden. Puerto Eden is een klein vissersdorpje die blijkbaar alleen
maar langs het water bereikbaar is. Er gingen een paar mensen van boord en
andere terug aan boord. Een Canadese bioloog-cameraman had er een week opnames
gemaakt en met de lokale bevolking op stap geweest. Hij bleek een kenner te
zijn want heel wat natuurliefhebbers trokken aan zijn mouwen en zijn baard om
hem te vragen wat dat dier ginder eigenlijk wel was. Was het nu een mannetje of
een vrouwtje. Hij had niet meer een half oog nodig om het van grote afstand te
kunnen waarnemen. Het weer tijdens die derde dag was niet super maar het
regende niet, we konden buiten zitten al was het dan onder een paar grijze
wolken. In de namiddag was er even commotie toen er een grote staartvin uit het
water opdook. We hadden eerder al heel wat zeehondjes gezien maar deze keer
zwom er een walvis in die fjorden. Ik stond toevallig in de brug toen iemand
die vin als eerste zag. Meteen werden alle fototoestellen en verrekijkers
bovengehaald. Ik probeerde weliswaar om een mooie foto te maken toen die
staartvin heel dicht en hoog uit het water rees maar was te laat (te onervaren)
om hem op de gevoelige plaat te zetten. De volgende keer dat de walvis aan de
oppervlakte kwam was ons schip al heel wat verder en was die mooie staartvin
maar een attractie in de verte. Alle zeeziekteleed leek in dat kalme vaarwater in de fjorden al gauw vergeten en die
flessen drank die we nu ook weer niet voor niets hadden gekocht verschenen weer
op de tafels. Een beetje lezen, een beetje drinken, een beetje rondlopen op het
schip, met een half oog naar een film kijken en de zon begon weer te zakken
naar het westen, de dag was al weer bijna om. Het was de laatste avond en onze
purser kon zijn talenten als DJ etaleren. Er werd een heus dansfeest
georganiseerd om de laatste avond aan boord van de Puerto Eden te vieren. Ik
ben al zo`n danser... Ik deed gewoon waar ik beter in was en vulde de glazen
nog eens met limoenvodka en Quattro. De laatste voorraden werden op tafel gezet
en van dansen kwam niet veel in huis. Ik kwam terug nuchter wakker in een baai
nabij Puerto Natales, onze bestemming. Na het ontbijt werden wat vrachtwagens
van boord gereden en van zodra er een doorgang was die groot genoeg was voor
een groep toeristen konden we van boord. Meteen werden er weer strooibriefjes
van hostals in onze handen gestopt en werden we met de mooiste voorwaarden naar
een alojamiento gelokt. Uiteindelijk Liet ik me samen met Patrick en Elvira
verleiden tot een goedkoop hostalletje met ontbijt. Die dag zag ik heel wat
mensen die ook van de boot kwamen in de reisbureau`s en touroperators om een
trekking in het nationaal park "Torres del Paine" te maken. Ik had besloten om daar nog even mee te
wachten en om eerst verder te reizen naar Punta Arenas en Ushuaia in Argentinië
om van ginder dan terug te fietsen naar Puerto Natales en dan die trekking in
Torres del Paine te doen. Ik nam de volgende dag de bus naar Punta Arenas
vanwaar er een directe busverbinding was naar Ushuaia. In kwam `s avonds aan in
Punta Arenas en kon nog net een van de laatste zitjes boeken voor de bus van de
volgende dag naar Ushuaia. Die avond in Punta Arenas ging ik even uit
nieuwsgierigheid naar de "Zona Franca". Dat is een zone met
warenhuizen waar je taxfree kunt gaan shoppen. Eigenlijk allemaal niet zo
speciaal maar de filmrolletjes waren er wel aanzienlijk goedkoper. Ik heb dus
weer een nieuwe voorraad. Veel tijd om Punta Arenas te bezoeken had ik niet
maar ik was dus van plan om niet terug te komen als ik na enkele dagen weer
noordwaarts naar Puerto Natales fiets. Op een onmenselijk uur in de morgen stond
ik te wachten aan de busterminal voor de bus naar Rio Grande in Argentinië en
een verbinding naar Ushuaia. Ik lieg niet als ik zeg dat meer dan de helft van
de passagiers toeristen waren. Vanuit Punta Arenas reden we naar de
"Primera Angostura" van de straat van Maghellaan. Daar namen we de
overzet naar "Tierra Del Fuego" en reden voor de rest van de middag
over onverharde wegen naar Porvenir en San Sebastian, de Chileense grenspost.
"Stempel de salida" en veertien kilometer verder, aan de Argentijnse
grenspost: stempel "entrada". Op een mooie geasfalteerde weg en met
lange rechte stukken langs de kust reden we verder naar Rio Grande. Ik wist dat
ik langs dezelfde weg zou moeten terug fietsen en dat ik dit stuk zou haten. Ik
zag de weg zonder een bocht aan de horizon verdwijnen. Weeral die oneindigheid.
Het was er ook verschrikkelijk saai plat. Maar als ik terugfiets zou er
wellicht een stevig windje staan, dacht ik. Ik zou wel zien. Na een overstap op
een Argentijnse bus in Rio Grande reden we nog eens drie uur verder naar de
zuidelijkste stad ter wereld, Ushuaia. Er is wel wat discussie met de Chilenen
omdat de inwoners van Puerto Williams
nog zuidelijker wonen maar de Argentijnen zeggen dan weer dat Puerto Williams geen
stad is. Puerto Williams zou dan de meest zuidelijke permanent bewoonde
nederzetting zijn en Ushuaia de meest zuidelijke stad. Ik reed wat door de
straten van Ushuaia op zoek naar een hostal toen een verschrompeld vrouwtje mij
vroeg of ik op zoek was naar een bed. Ze bood mij een overnachting en een
ontbijt aan voor 8 peso’s. Ik wist dat Ushuaia een nogal dure stad is maar had
verder weinig idee van de prijzen van de hostals. Het was al over tienen en
ging meteen akkoord, een beetje uit gemakzucht. Op weg naar haar huis begon ze
spontaan over God te praten. Ik vroeg me al af waar ik terecht zou komen. In
haar huis sliepen nog wat Japanners die aan het wachten waren op de cruise voor
een twee wekend durende rondtrip naar Antarctica. Ze vertelden me dat hun
pleziervaartje zo`n 1800 dollar kostte. Ik wou ook wel eens naar Antarctica
gaan maar had er toch geen 1800 dollar voor over. Ze waren misschien wel rijk,
maar gelukkig heel vriendelijk. Ik zat al gauw met ze aan tafel met voor mij
een glas wijn en een typisch Japans gerecht. Mooi meegenomen. De volgende
morgen begon ik aan mijn korte verkenning door Ushuaia. Ushuaia is op zich
eigenlijk niet zo speciaal. Het is de zuidelijkste stad ter wereld en het
vertrekpunt voor vele Antarctica cruises. Meer niet. Ik bezocht er wel een paar
interessante musea. In het museum "fin del mundo" kon je een stempel
in je paspoort laten zetten. Bewijs dat je daar geweest bent. In mijn paspoort
staat nu ook zo`n stempel maar heb er een raar gevoel mee. Het heeft voor mij
bijna geen waarde. Het zou veel waardevoller geweest zijn als ik bijvoorbeeld
van Alaska naar Ushuaia fietste. Of van Quito zonder bussen en openbaar vervoer
naar Ushuaia. Ushuaia, dat gevoel had ik toch, is een bestemming en geen
vertrekpunt. Net zoals moderne bedevaarders naar Santiago wandelen of fietsen
of wat dan ook en met het vliegtuig terugkeren. Niemand haalt het in zijn hoofd
om naar Santiago te vliegen en terug naar huis te wandelen. Net dat gevoel had
ik in Ushuaia. Ik had er willen aankomen maar door mijn reissnelheid moest ik
wel een beetje opschieten en in andere richting gaan fietsen. Maar nu ik in de
zuidelijkste stad ter wereld was, was ik toch wel van plan om terug een heel
eind noordwaarts te fietsen. Nadien ging ik ook nog op bezoek in de oude
gevangenis waar oa het maritiem-, het Antarctica- en natuurlijk het gevangenismuseum zijn in ondergebracht. Die
gevangenis die aanvankelijk een militaire gevangenis was en later ook voor
burgerlijke criminelen moest dienen leek me een uitgelezen plaats om in
opgesloten te zitten. "Gevangen op het einde van de wereld", iedere
ontsnappingspoging was al gedoemd om te mislukken. Op de bovenverdieping had ik
natuurlijk grote aandacht voor onze Belgische trots der Antarctica-expedities.
Nee, niet Dixie en Hubert maar veel verder terug in de tijd, vorige eeuw zelfs.
Adriaan de Gerlache op expeditie met zijn schip de "Belgica". Er hing
een mooie gedenkplaat met Bert Anciaux, Vlaams minister van cultuur bovenaan. Dus helemaal nog niet zou
oud want zolang is Bertje nu ook weer geen cultuurminister. Na een ganse
voormiddag museumbezoeken liep ik nog even door de hoofdstraat van Ushuaia en
had het gevoel dat ik het wel gezien had. Tijd om weer te vertrekken. Met een
ommetje langs de supermarkt keerde ik terug naar mijn devoot huismoedertje om
mijn tassen te gaan pakken en te vetrekken. Ze probeerde mij wel om mij een
acht langer te doen blijven maar ik wou weg. Ik moest weer fietsen, mijn benen
kriebelden. Terwijl ik mijn spullen verzamelde stond ze naast me een ellenlang
gebed te prevelen. Een beetje voor alles en iedereen. Voor mij, mijn reis en de
goed afloop, mijn familie, mijn vrienden en voor al het goede in de wereld. Ze
gaf me nog een briefje met het woord van God en vroeg uiteindelijk maar vier of
vijf peso’s. Ik mocht zelf kiezen. Ze had helemaal niet de intentie om met haar
gastenverblijf rijk te worden maar als haar zoon en nieuw hemd kon kopen was ze
al heel tevreden. Uiteindelijk gaf ik ze toch nog iets meer en met twee flink
klinkende zoenen sprong ik op mijn fiets en liet Ushuaia achter mij.. De
volgende dagen zou ik op Tierra Del Fuego fietsen en uiteindelijk wil ik de
ferry van Porvenir terug naar Punta Arenas nemen. Mijn ervaringen met de regen,
wind en de "Estancia`s" lees je in een volgend verslag. Ik heb het
dan ook over mijn "gijzeling" in de hoofdstad van Chileens Tierra del
Fuego.
jeroen