Ik was nog volop bezig mezelf te goed te doen aan de deugden die
een stad als La Paz kon bieden. We gingen lekker eten en bezochten een paar
bars die door Duitsers werden uitgebaat. Om een of andere reden zijn de bars
die door buitenlanders uitgebaat worden over het algemeen aangenamer dan de
Boliviaanse. Dat zal ten dele wel door de muziek komen. Het doet deugd om de
volledige playlist van de jaren 80 nog eens te horen in plaats van dat
panfluitgedoe (met alle respect). Bram en ik bezochten nog eens "Hostal
Austria" omdat dat DE plaats is om rugzaktoeristen en fietsers te
ontmoeten. Zo kon ik in dat hostal mijn Nederlandse boeken wisselen met Jawel,
Twee Nederlandse meiden die van Santiago noordwaarts fietsen. Meteen wisselden
we wat specifieke fietsersinformatie uit en had ik een nieuwe leesvoorraad. In
"Austria" liepen we toevallig Reni tegen het lijf. Nu ja, toevallig..
We wisten dat ze één van die dagen in La Paz zou aankomen maar dat was dan ook
alles. En zoals ik al zij: "Hostal Austria" is dé ontmoetingsplaats
voor rugzaktoeristen. Met z`n drieën gingen we `s avonds nog eens op stap in La
Paz en verdubbelden bijna onze groep met vrienden van Reni, Duitsers. Het was
alsof we terugkeerden in de tijd en terug in Cusco waren. Toen deden we met z`n
drieën eigenlijk ook niet zoveel speciaals maar wel vele dingen waar ze in
Europa jaloers zouden op zijn. Wie wil er niet om negen uur opstaan en
anderhalf uur ontbijten om daarna een beetje in het shoppingcentrum op zoek te
gaan naar een nieuwe broek om dan tegen drie uur je in een zetel van een
koffiesalon te installeren en er tot vijf uur genieten van een
"vieruurtje". Ja, het middagmaal lieten we aan ons voorbij gaan. Het
vieruurtje was te uitgebreid en het ontbijt duurde te lang om nog eens te
lunchen. Tegen acht uur kregen we weer honger en het avondmaal kreeg meestal
nog een staartje in een goede bar. Die zoektocht naar een nieuwe broek was een
ware speurtocht. Ik wou een nieuwe kunststoffen broek met afritsbare pijpen en
een rits waarbij je je pijpen aan of af kunt doen zonder je schoenen uit te
moeten doen. Die hebben ze hier dus niet! Ik bezocht er al de mogelijk
shoppingcentra en kledingwinkels die La Paz rijk is. Ten einde raad nam ik de
bus naar het lager gelegen deel van de stad waar volgens mijn gids nog heel wat
shoppingcentra zouden te vinden zijn. "Calacoto" heette die wijk en
het barst er van dure, rijke en betere woningen en eetgelegenheden. Het is de
residentiële wijk van diplomaten, ambassadeurs en zakenlieden. Maar een
buitensportwinkel zoals wij die in België kennen was er niet. Van alle grote
kledingmerken was er wel een boetiek maar godverdomme, een gewone
buitensportbroek... Blijkbaar is er hier geen vraag naar "avontuurlijke"
kledij. Ik gaf mijn zoektocht op en tijdens de rit terug naar het centrum van
de stad stopte ik even om een bezoekje te brengen aan de ambassade. Ik stond
voor een gesloten deur, bonkte een paar keer stevig en vroeg mij al af waar de
Belgische vlag hing. Er was niets die erop wees dat achter die zwarte deur een
Belgische ambassadeur zou werken. Uiteindelijk deed er een bouwvakker open en
vertelde me dat de ambassade verhuisd was naar de wijk waar ik net vandaan
kwam. Ik was de ganse middag voor niets op toer geweest. Ik had nood aan een
koffie en een slaapje. De volgende dag zou ik een nieuwe poging ondernemen.
Uiteindelijk vond ik een broek in een winkel die ik bijna dagelijks voorbij
liep. Eigenlijk was het een verhuur voor kampeergerief maar ze hadden blijkbaar
ook broeken te koop. Ik vond er afritsbare broeken, helaas in katoen. Toen ze
me de prijs vertelde twijfelde ik geen moment meer. Voor maar amper 70
Bolivianos (500 Bef) kocht ik een nieuwe broek. Verlies of scheur ik hem dan is
dat geen ramp. De geschiedenis herhaalde zich. Bram verliet ons om verder te
reizen naar Sucre. Daarna zou Reni vertrekken en ik zou net als in Cusco als
laatste vertrekken. Om het licht uit te doen zeg maar. Maar het vertrek van
Bram verliep ziet zomaar ongestoord. We hadden onze vuile was in ons hotel
achtergelaten en door een vergetelheid van het hotelpersoneel moesten we een
dag langer op onze was wachten. We zouden dus al niet de volle pot betalen.
Maar toen er een paar dure wandelsokken van Bram ontbraken begon hij vuur te
spuwen. Na een discussie met de eigenares van het hotel, kwam de eigenaar van
de wasserij ook langs. "Ik wil mijn kousen terug die ik aan jullie
gaf""We hebben die kousen niet. Zie maar op het briefje van de was
"
"Dat is niet het briefje van mijn was maar van iemand
anders" "Ik geef te twee Bolivianos als compensatie" "Zot,
je weet zeker niet hoeveel ze kosten en daarbij al geef je mij nog 200
Bolivianos, ik moet mijn sokken terug en niets anders" "We hebben ze
niet en kunnen ze niet terugtoveren·" De man van de wasserij verliet
zomaar het hotel zonder dat er een oplossing was bereikt. Bram volgde kwaad de
man en smeet in zijn woede de deur iets te hard achter zich dicht. Gevolg was
dat het glas gebroken was en dat we nu ook een probleem met de eigenares van
het hotel hadden. Uiteindelijk bereikte Bram een compromis waar ik hem dankbaar
moet voor zijn. Beiden kregen we onze was gratis en Bram zou 120 Bs voor het
glas betalen.
"Ja, maar dan moet jij je was aan mij betalen zodat ik het
glas niet voor 120 hoef te betalen"zei Bram.
"Zotteke, ik ga niet betalen voor jouw temperament
hoor".
Uiteindelijk kreeg ik door Bram z`n temperament mijn was gratis en
was daar helemaal niet treurig om. Nadat Bram vertrokken was gingen Reni en ik
nog naar een optreden van twee Duitsers. Ze had de affiche in het Goethe
instituut zien hangen en overhaalde mij om mee te gaan. Voor 10 Bs was ik wel
bereid om een beetje cultuur (Duitse weliswaar) op te snuiven. Hun Saxen en
klarinetten speelden geen jazz zoals we hadden verwacht maar veel te moderne en
experimentele muziek. Het gevolg was dat ik het in de pauze voor bekeken hield.
En ik weet zeker dat het overgrote deel van het (Duitse) publiek, inclusief de
ambassadeur uit beleefdheid voor het organiserende Goethe instituut bleef
zitten. Tijdens mijn laatste dag in La Paz moest ik net als in Cusco nog heel
wat dingen doen die ik te lang had uitgesteld. Uiteindelijk ben ik toch in de
ambassade geraakt en kon er me rustig in een leeszaal installeren om er wat
Vlaamse kwaliteitskranten te lezen. Ook die foldertjes om België in het
buitenland voor te stellen waren leuk. In drie talen (geen Nederlands) maakte
ik een minireisje door Vlaanderen en Wallonië. Ik zag het schuimend bier
rijkelijk vloeien, zag overheerlijke pralines en de ontwapenende glimlach van
ons vorstelijke paar. Ik liet op de ambassade al mijn gegevens achter (weeral
niet in het Nederlands) en ging vervolgens op zoek naar een rugzak. Jawel, ik
was van plan om mijn fiets even aan de kant te laten staan en er even met de
rugzak op uit te trekken. Ik wou een rondritje maken langs de lagergelegen
gebieden en de jungle van Bolivië. Omdat het steeds maar meer en meer begon te
regenen in La Paz en er ons ook berichten van watersnood uit de lowlands
bereikten (En na mijn ervaringen nabij Chusi had ik geen reden om daaraan te
twijfelen) leek het bijna onmogelijk om met de fiets verder te reizen. De wegen
zouden op sommige plaatsen ware modderpoelen zijn en mijn banden zijn te smal
om echt te gaan crossen. Bram zag tijdens zijn rit van Brazilië naar La Paz een
fietser die bijna wegzonk in de modder. Ook een paar reisbureautjes in La Paz
stopten met hun afdalingen met de mountainbike afdaling naar Coroico omwille
van het regenseizoen die op gang was gekomen. Ik zag het dus niet zitten om een
twee a drietal weken door de modder en de regen te ploeteren en vond het
vooruitzicht om eens lekker met de bus of trein te reizen wel eens iets anders.
Ik ging een laatste keer ontbijten in "Zis, Cafe Aleman" omdat het
brood misschien wel het best van La Paz was. Geen wit schuim zoals ze overal
verkopen maar echt donker Duits brood, goed voor de stoelgang dus. Ik wandelde
naar de busterminal en kon er meteen op de bus naar Cochabamba springen om nog
geen vijf minuten later te vertrekken. Ik was van plan om na Cochabamba verder
te reizen naar volgende steden: Santa Cruz, Trinidad, Rurrenabaque en terug
naar La Paz. Ten oosten van Santa Cruz zou ik er de "ronde van de
jezuïeten missieposten" doen en misschien een uitstapje naar Brazilië om
na een dag of zo terug Bolivië binnen te komen en opnieuw een "90 dagen-
stempel" te krijgen en geen 30 zoals ze mij in Kasani gaven. Op de
ambassade vertelden ze me dat ik als Belg recht heb op 90 dagen. Voor
verlengingen bij de migratiedienst zou ik 160 Bs moeten betalen terwijl het
land even verlaten en terugkeren gratis is en bovendien ook leuk. Tijdens de
zeven uren durende rit van La Paz naar Cochabamba, op een uitstekende weg
trouwens, begon het inderdaad te regenen en stormen. Ik zat lekker in een warme
luxueuze bus en was blij met mijn beslissing om even niet te fietsen.
Cochabamba is de derde grootste stad van Bolivie. Ik vond er dus dezelfde
koffiesalons als in La Paz. Net Buiten het centrum nam ik de kabelbaan naar het
grote standbeeld van "Christo de la Concordia" boven op de berg
"cerro de San Pedro". Jawel, ik nameen een echte kabelbaan zoals in
de alpen. Het deed een beetje raar aan om in zo´n stad met tropische
temperaturen een moderne kabelbaan tegen te komen die ik uit gewoonte met
winter en sneeuw associeer. Er was ook een wandelpad naar boven maar omrond het
middaguur die berg te gaan beklimmen moest je wel heel erg zot geweest zijn.
Cochabamba kon mij wel bekoren maar nu ook weer niet zoals La Paz of
bijvoorbeeld Cusco. Ik ging er die ene avond naar de bioscoop. Op zich niet zo
speciaal maar ik vond het grappig dat we met welgeteld veertien mensen in een
reusachtige grote zaal zaten. En toch zijn er nog mensen die dan bij het
binnenkomen vijf minuten moeten overleggen waar ze zullen gaan zitten. De
volgende dag nam ik de slaapbus naar Santa Cruz, de tweede grootste stad van
Bolivië. Tijdens de rit werden er een paar paspoortcontroles uitgevoerd. Ik gaf
ze telkens een kopie van mijn paspoort in de veronderstelling dat dat voldoende
moest zijn. Ze vroegen even mijn naam en familienaam en controleerden dat met
de gegevens van mijn paspoort. Ik kon ze eigenlijk alles wijs maken want ik ben
nog geen enkele Boliviaan tegengekomen die mijn naam correct kon uitspreken.
Die "oe" klank en die "h" zorgen voor heel wat verwarring.
Ook zag ik een paar keer bij een controle een speurhond in het laadruim van de
bus verdwijnen. Er werd duidelijk naar drugs gezocht. In Santa Cruz was het nog
warmer dan in Cochabamba. Bij iedere honderd meter die ik wandelde voelde ik
het zweet al stromen. Fietsen zou er alleen maar ´s nachts mogelijk geweest
zijn omwille van de hitte overdag. Eigenlijk was ook Santa Cruz een beetje een
teleurstelling. Het ontbrak mij aam moed om eens het centrum te verlaten en de
afgelegen wijken te bezoeken. Ook de kathedraal was niet van die aard om er
uren in rond te lopen. Nee, ik moest het meer hebben van het dichtbegroeide
"Plaza de Armas" om er gezellig tussen de schoenpoetsers en
ijsventers een beetje te lezen. Na een onweerachtig en heerlijk verfrissend
nachtje ging ik naar het station om de trein naar de grens met Brazilië te
nemen. Ik had helemaal nog geen ticket en moest dus anderhalf uur in de rij
staan wachten tot de loketten open gingen. Ik was de enige gringo in de rij
maar moest om aan een ticketje te geraken mij gedragen als een wilde Boliviaan.
Eerst stonden we netjes in een rij, mooi achter elkaar te wachten. Maar van
zodra het loket open ging was er van een rij helemaal geen sprake meer.
Iedereen stormde naar voren en drumde om ter hardst. Ik moest een schouder
links plaatsen en uiteindelijk toen dat vrouwtje haar ticket kreeg en het loket
verliet, kon ik ook mijn rechter schouder plaatsen. Ik ademde eens diep in en
maakte mij zo groot mogelijk. Prompt werd er een meneertje met een versleten
hemdje weer een plaatsen naar achteren geduwd. Ik hoorde hem wel vloeken in
mijn richting maar trok mij daar helemaal niets van aan. Uiteindelijk bleek dat
er geen kaartjes meer te krijgen waren voor de duurdere comfortabele
"Pullman" klasse en dat ik in tweede klasse zou moeten reizen. Ik zag
het niet zitten om 20 a 22 uur in tweede klasse te reizen en wijzigde in een
fractie van een seconde mijn verdere reisplannen door maar tot in San José te
reizen. Ik zou dan ginder wel zien hoe ik mijn reis zou verder zetten. Daarbij
is San José een van de zes dorpen van de "Chiquitano jezuïeten
missies" Die missieposten werden in de 18e eeuw door de Zwitserse pater
"Schmidt" gesticht en worden nu door de Unesco beschermd. Het zijn een
voor een juweeltjes van kerkjes en kathedraaltjes. Ik vond dus een plaatsje aan
het venster in een treinstel vol met zwetende en stinkende Bolivianen en trok
mij van mijn eigen zweetgeur dus ook niets aan. De bagagerekken werden met
zakken groenten en fruit volgestouwd en ook onder de banken was er geen plaats
meer om de benen te strekken. Alles zat propvol. Na elk stationnetje stapten er
weer andere verkopers op en stapten verkopers af. Allemaal verkochten ze
hetzelfde. Frisdrank, brood, fruit en zelfs warme maaltijden. Het aanbod aan
eten was zelfs veel groter dan op een Europese trein. De avond had zijn intrede
gedaan en de kinderen op de trein begonnen zich te installeren om te kunnen
slapen. Ze lagen overal op de grond, in de middengang en zelfs op de rekken
boven de zetels. Ik zat al een paar uur stil op dezelfde plaats en hoopte dat
de trein gauw in San José zou aankomen. Het treinstel was soms een echt
gekkenhuis. Zangers, bleitende kinderen en schreeuwende verkopers. Het was wel
een belevenis maar ik was toch blij dat ik rond elf uur ´s nachts na meer dan
zeven uur reizen kon afstappen. In San José had ik maar tien minuten nodig om
die Jezuïetenkerk te bezoeken. Voila, dat was voorbij en voor de rest was er
daar eigenlijk niets te beleven. De rest van de dag kon ik wachten op de bus
naar een volgend dorpje nl. "San Ignacio" Het was zondag en de
bushalte was recht tegenover een café vol met echte zondagszuipers. Ik werd
uitgenodigd aan een tafel die bijna helemaal bedekt was met lege blikken bier.
Die vijf mannen rond de tafel waren al redelijk boven hun theewater en kletsten
meer dan behoorlijke zever uit hun nek. Ik was eerlijk gezegd blij toen de bus
kwam dat ik ze zomaar kon verlaten. Ik had al eerder geprobeerd om me van het
zatte gezelschap te onttrekken maar dat was niet zo makkelijk. De bus zat al
propvol en het gevolg was dat ik zo´n twee uur mocht rechtstaan. Nadat er een
paar boeren waren afgestapt was er uiteindelijk toch een plaatsje en half
slapend in mijn zitje kwam ik ´s avonds in San Ignacio aan. In San Ignacio was
het net hetzelfde als in San José. Tien minuten om die kerk te bewonderen en
voor de rest van de dag kon ik op het plein gaan zitten en wachten op een
volgende bus. Het was dus toch waar dat het huren van een jeep de beste manier
is om die kerken te bezoeken. In de kiosk speelde de plaatselijke fanfare of
was het harmonie, ik weet het niet. Ik vond het gewoon leuk dat je jongeren van
het dorp er wat meer leven in staken door tijdens het optreden de ene
voetzoeker na de ander te laten ontploffen. En het orkest speelde maar door....
maar die deugnieten hadden er meer pret in om de muziek te verstoren. Ik
bedacht dat als ik tien vijftien jaar jonger was en hier zou wonen, ik er zeker
zou aan meegedaan hebben. Die nacht kreeg ik weer problemen met mijn stoelgang
en het gevolg was dat ik de volgende dag niet veel waard was. Ik moest er een
ganse dag wachten om ´s avonds de bus naar Concepcion te kunnen nemen. Ik had
dus tijd zat om rustig wat te lezen en regelmatig eens naar toilet te gaan. Ik
had voordien ook ergens een aanbeveling gezien voor "Casa Suiza" een
pensionnetje in San Ignacio. Er zou een bookexchange zijn en ik zorgde er dus
voor dat mijn boek uit was alvorens eens op bezoek te gaan naar die twee
Zwitsers die daar in het midden van niets een gastverblijf hadden. Ik was nog
maar net op de binnenkoer en men sprak mij meteen in het Duits aan alsof dat de
normaalste zaak van de wereld was. Ze hadden er blijkbaar niet bij stil gestaan
dat niet iedere toerist een Duitser is. "Sprechen sie Deutsch?"
"Nein!" De eerste kennismaking was al een tegenvaller. Ik vond hun
Duitse pretentie een beetje te grof. Uiteindelijk kwam ook moeder de vrouw
erbij en vroeg waarmee ze kon helpen. Ik vertelde haar in een mix van Spaans,
Frans en Engels dat ik een boek bij had en die wou omwisselen voor een andere.
"Nee, dat is een privilege voor de gasten". Enkel de gasten van Casa
Suiza konden er boeken uitwisselen. We zaten daar ergens op uren rijden van een
deftige stad, in het midden van het niets en ze begon te lullen over privileges
voor haar gasten. Ik had veel zin om gans haar erf eens goed vol te schijten.
Met mijn stoelgang van die dag zou ik het zeker gekund hebben. Maar ik haalde
mijn boek boven en bleef maar aandringen. Toen ze zag dat ik een heel dik boek
bij had draaide ze wat bij maar net voor ze scheen te bezwijken kwam haar man
weer dichterbij en uiteindelijk ging ze niet ten onder. Ik maakte maar
rechtsommekeer en vervloekte al wat Zwitsers was. Hun pretentie en hun
"privileges" konden de pot op. Steek uw boekenrekske maar waar uw
schijt uitkomt!!! Ik nam een paar immodiums om met een gerust hart de bus te
kunnen nemen naar Concepcion, een volgende missiepost. Bij de bushalte hoorde
ik meer Duits dan Spaans. Nonnekes en paterachtige wezentjes namen in een grote
groep de bus naar Santa Cruz. Die streek krioelt blijkbaar van Duitsers en
mennonieten van overwegend Duitse en Zwitserse afkomst. Van die mennonieten ken
ik nog altijd het fijne niet. Ik weet alleen dat het een religieuze groep is
die zijn afkomst ergens in de 16e eeuw kent. Het moet een zijtak van het
protestantisme zijn en zou door een Zwitser gesticht zijn. De mennonieten in de
regio waar ik door reisde bestond dus voornamelijk uit platduits sprekende
Duitsers. Net voor het opstappen testte ik nog even de werking van mijn
immodium. Ik probeerde en probeerde en had geen succes dus wel succes met het
wondermiddel immodium. Met een gerust hart kroop ik op de bus voor een
nachtelijk rit richting Santa Cruz. Ik stapte na middernacht in Concepcion uit
en zocht er een hotel die zijn deuren voor mij wou openen. Ook in Concepcion
had ik maar heel weinig tijd nodig om die kerk en dat museumpje te bezoeken en
voor de rest van de dag kon ik weer gaan wachten op de volgende bus. Tijdens
mijn volgende busrit kreeg ik het gezelschap van een graatmager Duitser. Hij
verliet veertig jaar geleden Osnabruck en woonde sedertdien al die tijd in
Concepcion. Ik was te moe om steeds maar zijn vragen te beantwoorden en kreeg
het behoorlijk op mijn heupen toen hij steeds maar bleef doorzeuren over de
elektriciteitsvoorziening. Hij vroeg zich af waarom de neutrale geleider van
het driefazennet onder de drie fazen hing en niet erboven zoals in andere
steden. "Dat zou toch logischer zijn voor de bliksem". Hij was
timmerman en geïnteresseerd in techniek. Ik vertelde hem wat mijn bezigheden in
België waren (omdat hij er om vroeg) en sedertdien blijft hij maar zagen over
transformatoren en hoogspanning. Uiteindelijk werd het donker en hield hij zijn
Platduitse klep. Maar telkens we door een dorpje reden, rammelde hij de
geschiedenis van dat dorpje af. "He ouwe mof, hou je bakkes. Zie je dan
niet dat ik moe ben". In San Ramon kon ik afstappen en wachten op een
volgende bus op de lijn Santa Cruz- Trinidad. San Ramon was gewoon een groot
kruispunt met enkele eettenten er rond en ik kon er jammergenoeg geen ticket
voor de bus kopen. Ik moest wachten tot de bussen passeerden en gewoon hopen
dat er nog een zitje vrij zou zijn. De eerste bus arriveerde rond elf uur `s
nachts en zat jammer genoeg tjokvol. In totaal zouden er zo`n tien bussen
passeren en iemand had me verzekerd dat er altijd wel ergens plaats is. De
tweede bus zat ook vol maar de chauffeur wou dat ik instapte. Ik mocht naast de
chauffeur en de bijrijder plaatsnemen op de trede die naar het middenpad van de
bus leidt. Met een trui onder mijn zitvlak zat ik toch enigszins comfortabel.
Ik had een uitstekend zicht over de weg en de talloze hindernissen en kreeg om
de vijf minuten een nieuwe voorraad coca en of sigaretten aangeboden. Ik hoefde
helemaal niet wakker te blijven en van coca ben ik eigenlijk zo zot niet en
leunde een beetje tegen naar rechts tegen een deurstijl om wat proberen te
slapen. Na nog geen vijf minuten kreeg ik een stinkende voet tegen mijn
schouder gestampt van een dame die op de eerste zetel zat. Ze wou haar beentjes
even strekken en zei dat ik recht moest blijven zitten zodat ze haar benen zou
kunnen strekken. "Trut, jij hebt een comfortabele zetel met alles erop en
eraan en ik heb een harde vloer onder mijn reet en kan nergens tegen leunen.
Omdat jij je beentjes wil leggen ben ik verplicht om als het ware rechtzittend
te slapen". Ik had beter op een bus met nog een lege zitplaats gewacht. De
rit naar Trinidad zou zo`n negen uren duren en er waren nog geen twee uur voorbij
of ik zag het al niet meer zitten om daar gans de tijd op die trede van het
middenpad te zitten. Als een welkom geschenk hield de bus even halt in een
dorpje met enige omvang. Ik kocht bij de nachtelijke verkopers een kop koffie
die ik helemaal niet verwerkt kreeg. Er zat al suiker in en dat sopje smaakte
nergens meer naar. Lichtjes geprikkeld omdat ik nergens een koffie zonder
suiker kon vinden stapte ik terug op de bus en zag dat er toch nog een zitje
vrij was. Een bejaard mannetje kroop bijna onder zijn dekentje van schrik toen
ik hem vroeg of die zitplaats nog vrij was. "Mag ik dat je tas in het rek
plaatsen?" vroeg ik hem beleefd. Hij reageerde niet en kroop weg tegen het
venster. De omstaanders vertelden me dat die plaats niet vrij was. Het gerimpelde
ineengedoken kaboutertje had voor zichzelf twee zitplaatsen gekocht om iets
comfortabeler te kunnen reizen. Ik wou hem even een facelift geven maar in
plaats daarvan vertelde ik hem dat ik ook moest betalen en dus ook recht had op
een zitplaats. De chauffeur kwam tussenbeide en ik vloog weer naar voren op de
vloer. Tijdens de koffiepauze stonden nog een aantal bussen te wachten en ik
informeerde naar de zitplaatsen en er waren er nog een paar vrij. Maar ik kon
eigenlijk niet veranderen. Ik betaalde al op de ene bus en wou niet nog een
keer 40 Bolivianos betalen voor dezelfde rit.Na nog een uur of zo rijden stapte
er als bij wonder iemand van de bus en kon ik z`n plaats innemen. Ik kon
eindelijk nog wat slapen en tegen acht uur in de ochtend kwam ik in Trinidad
aan. Niet dat het regende hoor, het goot met bakken. Rond de busterminal
stonden grote plassen en verderop stonden straten blank. Het regende de rest
van de dag. In het centrum van Trinidad was er eigenlijk ook weinig te beleven.
Na een half uurtje wandelen ronde de plaza had ik het wel gezien en kon ik
verder mijn reis gaan plannen. Ik kon vanuit de haven van Trinidad een boot
nemen naar Guayaramerin tegen de Braziliaanse grens. Die reis zou een dag of
drie a vier duren. Maar door de regen en de klote insecten op zo`n rivier (ik
had al heel wat rode jeukerige vlekken op mijn benen van het ongedierte) zag ik
het niet zitten om zolang op zo`n klein bootje te zitten. Het was volgens mijn
reisgids enkel voor "The hardy traveller" Geschrapt dus. Ik kon ook
de bus verder nemen naar Rurrenabaque. Maar de weg daar naartoe is een
slijkpiste geworden en in Rurrenabaque zou het ook ganse dagen regenen zodat
van een jungle- of pampatrip ook niet veel in huis zou komen. Ik begon
eigenlijk stilaan genoeg te krijgen van de lowlands en de verschroeiende hitte
en de onophoudelijke regenbuien. Ik vond La Paz eigenlijk veel aangenamer van
klimaat. Ik was van plan om een twee weken durende rondtrip te maken met de
rugzak en na iets meer dan een week nam ik het besluit om terug te keren naar
La Paz. Er waren twee manieren om terug te keren naar La Paz. Met de bus ofwel
met het vliegtuig. De bus zou een hele ommetoer maken via Santa Cruz en
Cochabamba. Ik kwam net van Santa Cruz en het idee dat ik na een verloren,
nutteloze dag in Trinidad exact dezelfde weg terug zou nemen stond mij niet
aan. Ik informeerde voor het vliegtuig en kon dat volgens het reisbureau meteen
op mijn buik schrijven. De prijs viel wel mee maar de wachtlijst was al
behoorlijk lang. En als ik vier dagen zou moeten wachten om het vliegtuig te
nemen, dan kon ik evenwel met de bus terug keren (32u). Ik was gewoon van plan
om de volgende dag naar het vliegveld te gaan en mij ergens tussen te wringen.
Lukte dat niet , dan kon ik dezelfde avond nog de bus nemen. Ik zou wel zien.
Ik ging die avond op restaurant en zag op de kaart "steak met Roquefort
saus" staan. Ik kon niet geloven dat ze hier in een afgelegen stad in
Bolivie Roquefort kaas hadden. Voor de nieuwsgierigheid bestelde ik die steak
en kreeg een steak met een gewoon wit kaassausje eroverheen. Het was wel lekker
dat was het probleem niet maar toen ik betaalde vertelde ik de ober dat ik
betaalde voor iets die ik niet gekregen had. Hij fronste even en toen kon ik
hem uitleggen dat Roquefort een dorpje in Frankrijk is waar die gelijknamige
kaas van afkomstig is en dat die kaas eigenlijk nogal duur is. Bleek dat hij
helemaal niet wist wat Roquefort was. Ik maakte de vergelijking met Champagne,
dat schuimend godendrankje dieper definitie enkel en alleen afkomstig mag zijn
van de streek "Champagne". Italiaanse champagne bestaat dus niet en
dus ook geen Boliviaanse Roquefort. Hij wist weer iets meer en leek net als ik
tevreden want het had mij uiteindelijk goed gesmaakt.Het vliegtuig naar La Paz zou
rond 17 u vertrekken en ik stond rond13 u al aan het loket van LAB, de
Boliviaanse luchtvaartmaatschappij. Er waren inderdaad geen plaatsen meer over
maar ik kreeg wel gedaan dat mijn naam boven aan de wachtlijst stond.
"Mijn vriendin in La Paz was ziek en ik moest zo snel mogelijk naar haar
toe" vertelde ik ze met een treurig gezicht. Het was wel niet waar maar
het scheen toch te helpen. Ik zag hoe de vertrekhal volliep met passagiers en
vroeg mij al af welk vliegtuig ons naar La Paz zou brengen. Ik had voordien allen
maar kleine sportvliegtuigjes gezien en hier en daar een toestel voor een
twintigtal passagiers maar in de vertrekhal zaten misschien wel meer dan
honderd mensen te wachten. Tijdens het wachten zag ik ook een groep jongeren in
uniform binnenkomen met op hun borstzakje iets van "jesu christo". Na
een paar ogenblikken kwamen er een paar jongeren, ik vermoed mijn leeftijd op
me af en begonnen overdreven vriendelijk kennis met me te maken. Het was een
groep Amerikaanse predikanten. Ze waren elk zo`n jaar of twee in Bolivie om de
"blijde boodschap" te verkondigen, wat dat ook moge zijn. Toen ik ze
vroeg wat ze dan eigenlijk al die tijd doen was het antwoord:" Aanleren
van gospels en de mensen over God vertellen". Leuk! Hij zag dat ik de
platte Amerikaanse uitspraak van "God" niet meteen begreep toen ik
met mijn gedachten nog bij hun antwoord zat en deed teken naar boven. "Je
weet wel, die man die hierboven woont". Ik had geen zin om over God te
discussiëren met een stelletje predikanten. Ik wou ze niet shockeren door ze
mijn beeld van God en de rol die kerken daarbij spelen uit de doeken te doen.Ze
namen het vliegtuig naar een andere missiepost en heb ze geen moment gemist
nadat ze haastig afscheid namen en naar hun vliegtuig stapten. Na nog een paar
bezoekjes aan het loket kreeg ik telkens te horen dat er nog heel wat
passagiers moesten aankomen en dat ik nog wat moest wachten. Uiteindelijk bleef
ik voor het loket staan en trok me van de mensen achter mij niets meer aan en
kon toch een ticket krijgen. Oef, gelukt. Vlug die bagage inchecken en
luchthaventaks betalen en ik kon naar het vliegtuig vertrekken. Tot mijn grote
verbazing stond er een grote Boeing-zeven-weet-ik-veel op ons te wachten. Op
het tarmac van een klein vliegveldje, naast een piepklein luchthavengebouwtje
stond zo`n verschrikkelijk beest. Het deed allemaal een beetje raar aan. We
vlogen eerst naar Cochabamba,een vlucht van veertig minuten om daarna nog eens
twintig minuten verder naar La Paz te vliegen. Bij het uitstappen in Cochabambe
voelde ik meteen dat de temperaturen er heel wat aangenamer waren. La Paz zou
ideaal zijn. Tijdens de kort vlucht naar La Paz hadden de stewards hun handen
meer dan vol om iedereen binnen de twintig minuten een drankje en een
versnapering aan te bieden. De landing in La Paz verliep iets woester en met
grotere snelheid dan normaal. Door de ijlere lucht en dus de verminderde
draagkracht op de vleugels moeten vliegtuigen in La Paz met een hogere snelheid
landen. Eigenlijk allemaal logisch. In La Paz was het al donker en heerlijk
fris. De koelte voelde na een week lowlands aan als een verwennerij. Bij het
verlaten van de aankomsthal werd ik meteen omringd door aantal taxichauffeurs.
Ik kende het systeem van de bussen in La Paz al en stapte meteen naar de
bushalte. Ze dachten wellicht dat ik zo´n weerloze, pas aangekomen
rugzaktoerist was die wel zou bezwijken voor een veel te dure taxirit. Niets
van ! Ik ging meteen terug naar mijn hotel en vond er tot mijn opluchting mijn
achtergelaten spullen terug. Die kleine versnapering op het vliegtuig kon mijn
honger niet stillen en nadat ik mij in mij kamer installeerde ging ik op zoek
naar een restaurantje. Ik liep langs de Prado, de drukste straat van La Paz en
kon mijn oren niet geloven toen er een auto voorbij van waaruit ik "Jerooome"
hoorde. Het was niet te geloven dat ik net zoals een paar weken terug, bij mijn
aankomst toevallig Francie tegen kwam. Weeral onafgesproken, heel toevallig en
dus des te aangenamer. Ik had meteen gezelschap gevonden om iets te gaan eten.
We namen tijdelijk afscheid want ze vertrok de dag nadien met Claudia nog even
naar het Titicacameer. Claudia zou dan vóór kerstmis terug naar Zwitserland
vliegen en Francie en ik zouden dan wel zien hoe we samen onze Kerst zouden
vieren. Misschien blijven we in La Paz of misschien gaan we op zoek naarReni om
in uitgebreider gezelschap kerstliedjes te zingen. We zien wel. Nadien mag ik
ook eens serieus gaan nadenken over mijn verdere plannen. Waar en hoe zal ik de
overgang naar de volgende eeuw doorbrengen en wat zal ik doen met het
regenseizoen hier. De dagen zijn in het zuiden van Chili bijna op z`n langst en
misschien moet ik daar wel gebruik van maken als ik naar Patagonië wil.
Misschien neem ik wel binnen een paar weken een reuze stap, vlucht of rit naar
Kaap Hoorn of Santiago om Chili te gaan verkennen. Doe ik dat na een maand
vrijwilligerswerk in Bolivië of kom ik later, na de regen terug naar Bolivië?
Ik weet het allemaal nog niet en heb het gevoel dat ik enerzijds nogal
besluiteloos ben en anderzijds mijn gemaakte besluiten nogal rap wijzig. Maar
ja, ik ben alleen op reis en dat heeft zo zijn voordelen. Je hoort je in ieder
geval in een volgend verslag.
Jeroen