De redding van professor Syntaxos
Terug naar keuzepagina
John is de eerste die de doodse stilte, na ongeveer een minuut, doorbreekt. "Alles lijkt veilig. Ga nu maar zo snel mogelijk naar Softermacro toe, Jan. Eva brengt je wel met de snelle jeep. Ik houd hier wel de wacht en tracht nog wel iets te bedenken om de XORS het zwijgen op te leggen. Neem ook GSMC's mee, zo kunnen we telefonisch contact houden voor het geval dat er nieuwe merkwaardige dingen mochten gebeuren." Jan gooit twee kunststofplaatjes naar John en zegt: "Daar staan de geheime toegangscodes 1 en 2 op. Ik weet niet dat je ze nog nodig gaat hebben. En, euh, mijnheer Vandenberg hoeft dit niet te weten. Wanneer alles achter de rug is verzin ik wel iets om nieuwe codes in het systeem te installeren." Een blik op de terugtikklok brengt hen tot de nuchtere realiteit dat er slechts vijfendertig minuten en drieëntwintig seconden aan tijd rest. 9.52 uur De jeep is op weg. Dat Eva snel auto reed wist Jan reeds lang, maar zoals ze nu tekeer ging als een op hol gejaagde snelheidsduivel van het allergrootste kaliber had hij toch niet echt verwacht. Niet dat hij vlug bang werd bij hoge snelheden. Zelf was hij ook iemand die van hard rijden hield. Maar deze rijstijl lag hem toch niet echt. "Eva, doe het misschien toch even iets rustiger aan, we moeten heelhuids aankomen. De weg ligt er ook niet zo goed bij met al die sneeuw en onzichtbare ijsplekken," probeert Jan haar tot enige kalmte aan te manen. Als antwoord geeft ze nog wat gas bij. Jan wordt even lijkbleek wanneer ze ternauwernood een wandelaar missen. Met blokkerende wielen komt de jeep, ich dwars schuivend, voor de ingang van Softermacro tot stilstand. Net alsof ze het record van de honderd meter willen breken, rennen ze naar de ingangsdeur. Jan bonst met beide vuisten op het glas. "Doe open!" roepen ze samen. Een vrouw komt aangestapt en drukt op een knopje van iets wat op een afstandbediening lijkt. Het slot van de deur zoemt. Meteen duwt Jan de deur open en stormt naar binnen. "Hoe geraak ik zo snel mogelijk in kelderverdieping -4," vraagt hij de dame die hem verbaasd aankijkt. "U moet zich eerst aanmelden aan de infobalie, mijnheer," antwoordt ze stijlvol. "Geen tijd voor!" Jan kijkt rond en naast de lift ziet hij een deur met daarop een bordje 'Trappenhal'. Zonder aarzelen loopt hij naar de deur en trekt ze open. Eva volgt hem. Achter hen horen ze de dame roepen. Haar stem vervaagt wanneer de deur van trappenhal dichtslaat. Met vier treden tegelijk neemt Jan de trap naar de kelderverdieping. Zijn verbazing is groot wanneer hij de deur van verdieping -4 wil openen. Ze is op slot. Jan staat op ontploffen en aarzelt even. Hij gaat een paar stappen achteruit en neemt een aanloop. Eva die nu ter hoogte van kelderverdieping komt ziet Jan nog net met deur en al het lokaal binnenvallen. Ze helpt hem meteen weer recht. Wrijvend over zijn pijnlijke schouder kijkt Jan rond in de duistere ruimte en lokaliseert al vlug de vergrotingsmachine met het oranje bedieningspaneel, tussen alle andere nogal merkwaardige apparatuur. Een krat die naast de machine staat schuift hij naar de voorzijde. Zo goed en zo kwaad als het kan installeert hij zich voor het bedieningspaneel. Hij bestudeert het even en zet een schakelaar, waarvan hij het vermoeden heeft dat het de hoofdschakelaar is, in de 'aan'-stand. Er gebeurt niets. Hij probeert opnieuw, uit en weer aan. De machine reageert niet. Zenuwachtig herhaalt hij dezelfde handeling nog een paar maal. Nog altijd niets. "Hoe kan dat nu?" vraagt hij zich stomverbaasd af. Hij staat op en begeeft zich ook naar de achterzijde van de machine. Daar is Eva het apparaat aan het bestuderen. "Enig licht zou hier welkom zijn om hier een wat nauwkeuriger onderzoek te kunnen uitvoeren," zegt Eva. Jan stapt over de uit haar scharnieren gerukte deur die op de grond ligt weer naar buiten. Plots hoort Eva een doffe slag en het gerinkel van brekend glas. Jan komt terug binnen en steekt een zaklamp aan. "Waar heb je die zo ineens vandaan?" vraagt Eva verbaasd. "Naast de deur hing een brandalarmkastje. Ik heb het maar meteen gesloopt en deze lamp er uitgehaald," klinkt het droog. Jan laat de stralenbundel van de zaklamp over de achterzijde van de vergrotingsmachine dwalen. "Dit luik moet open," wijst Eva aan. "Maar hoe? Er zit een slot op." "Een stevige schroevendraaier zou hier al wonderen kunnen verrichten," is het antwoord van Jan. Met z'n tweeën kijken ze de ruimte rond. Eva, die de zaklamp van Jan heeft overgenomen, laat de stralenbundel van de lamp doorheen de ruimte dwalen. Allerlei vreemde toestellen en verder een hoop rommel worden even zichtbaar. De schaduwen die de toestellen afwerpen geven de ruimte een griezelige aanblik. Eva krijgt het er koud van. "Wat een vreemde en troosteloze boel hier," fluistert ze. "Daar, iets meer naar links Eva." Jan stapt naar een kist die nu door Eva in het licht van de zaklamp duidelijk zichtbaar is. Hij trekt aan het handvat en het deksel springt meteen los. "Verdomd, leeg." "Jan, achter je. Die staaf is die niet bruikbaar." Een glimmende staaf steekt uit een toestel. Jan grijpt de staaf vast maar merkt meteen dat die nog ergens vast zit. Een stevige ruk en de staaf schiet los. Jan verliest er bijna het evenwicht door. Met staaf in de hand is hij in twee stappen weer bij de achterzijde van de vergrotingsmachine. Hij probeert de staaf ter hoogte van een scharnier tussen het luik en de zijkant van de machine te duwen. Na enig draai- en duwwerk lukt het. "Eva, trek even mee aan de staaf. Drie, twee, een, nu!" Een dof gekraak en het luik springt uit zijn scharnieren. Jan plooit het luik verder open. "Er is toch niets van de elektronica beschadigd?" vraagt Eva bezorgd. "Op het eerste gezicht niet. Hier moet de chip geplaatst worden. Geef je hem even." Jan klikt meteen de chip in het voorziene voetstuk. "Geef eens wat licht hier op de vloer." Wanneer de lichtstralen de vloer raken slaat de angst hen om het hart. De aansluitkabels voor de stroomvoorziening zijn doorgesneden. Nu is het Eva die luid vloekt. "Hoeveel tijd hebben we nog?" vraagt Jan. "Nog zo'n zeventien minuten," klinkt het ontmoedigend. "We moeten hier op de een of andere manier aan elektrische stroom geraken en dan liefst wel ogenblikkelijk!" "Misschien staat er hier wel ergens een stroomdynamo." Voor er nog een woord kan gezegd wordt klinkt plots een zware stem die zegt: "Hallo, wie is daar?" Jan en Eva kijken naar de deuropening. Daar staat een man in uniform. "Wat is dat hier allemaal? Wat spoken jullie hier uit?" klinkt het streng. Jan antwoordt de man: "Om uit leggen wat hier de bedoeling van dit alles is hebben we een lange winteravond nodig. In hemelsnaam geloof wat wij zeggen en doen of beter nog, help ons. Het is een kwestie van leven en dood!" "Als agent van de bewakingsdienst sta ik er op dat," poogt de man in het uniform. Een nu sterk opgewonden Jan laat de man niet uitspreken reageert kortaf: "Man, help ons alstublieft en zeg waar we hier aan elektriciteit kunnen geraken." De verbouwereerde man stottert: "In het hok hiernaast vind je wellicht een stroomdynamo." Jan grijpt de zaklamp uit Eva's handen en in drie passen is hij buiten, de man in de deuropening opzij duwend. De deur van het hok is gelukkig niet op slot. Een tweetal seconden danst de lichtstraal van de zaklamp door het hok. En inderdaad, daar staat hij, een mobiele stroomdynamo. "Helpen jullie even dit ding naar hiernaast rollen!" roept hij. Eva en de bewakingsagent zijn hem gevolgd en steken meteen de handen uit de mouwen. De zware dynamo komt in beweging. Een minuut later staat hij achter de vergrotingsmachine. Jan rolt de kabel van de haspel, die bovenop de dynamo bevestigd is. De grote klemmen die aan de kabel vastzitten knijpt hij op de uiteinden van de doorgesneden kabels die naar de vergrotingsmachine leiden. "Nu dit ding nog starten en we zijn gered," zegt Eva. Jan draait de contactsleutel, die wonderwel in het contact steekt, om. Een puffend geluid komt uit de motor die de dynamo moet aandrijven. De motor start niet door. Opnieuw draait hij de contactsleutel om. Weer dat zelfde geluid maar veder geen reactie. "Verdomd, start nu toch eens!" mompelt Jan. Een derde poging levert ook niets op. "Is er wel brandstof in de brandstoftank?" vraagt de bewakingsagent. Jan draait meteen de stop eraf en schijnt met de zaklamp in het reservoir. "Leeg!" is zijn kort antwoord. "Wat nu?" vraagt Eva. "Eva, zoek iets om brandstof in te doen en ga wat uit de jeep aftappen." Eva holt meteen weg. Jan neemt zijn GSMC en vormt het nummer van de centrale? "Hallo, met John," klinkt meteen. "Jan hier, we hebben nog enige problemen. Hoe staat het daar?" "Ik ben hier een en ander aan het proberen om de Xors met behulp van een computervirus uit te schakelen. De eerste pogingen zijn mislukt, maar hoopgevend. De Xors hebben gelukkig niet echt iets in de gaten. Maar welke problemen hebben jullie ginds?" Jan vertelt hem kort wat er aan de hand is. "John ik moet je laten want ik hoor Eva de trap af komen. Succes nog." Jan klikt zijn GSMC dicht voor John nog iets kan zeggen. Eva komt puffend binnen met een grote glazen fles die gevuld is met brandstof. "Ik heb gewoon de brandstofleiding onderaan de jeep doorgeknipt en de fles laten vol lopen." "Prima idee!" zegt Jan lovend. "De jeep herstellen we later wel." Zonder al teveel te morsen vult Jan de brandstoftank van de dynamo. "Eva probeer maar te starten" "Op hoop van zegen," antwoordt ze en draait de contactsleutel om. Een puffend geluid en verder niets. "Probeer iets langer te starten," moedigt Jan haar aan. Weer wordt de contactsleutel omgedraaid. De motor maakt nu een enigszins ander geluid en slaat aan. Een zwarte roetwolk vult de ruimte. Hoestend springen ze met hun drieën naar buiten. De dynamo draait nu op volle toeren. "Zakdoeken voor de mond binden en terug naar binnen," schreeuwt Jan. "Als jullie mij kunnen missen ga ik op zoek naar een iets om de rook hier op de een af andere manier naar buiten te krijgen," roept de bewakingsagent naar Jan en Eva die intussen weer naar binnen zijn gegaan. "Goed idee" schreeuwt Eva terug. 10.21 uur Jan controleert het instrumentenpaneel van de dynamo en merkt tot zijn tevredenheid dat de maximumstroom beschikbaar is. Hij zet zich opnieuw voor het bedieningspaneel en duwt de hoofdschakelaar in de 'aan'-stand en ogenblikkelijk licht een beeldscherm op en gaan er allerlei lampjes flikkeren. Wanneer de boodschap 'Druk op START-knop' verschijnt, reageert Jan ogenblikkelijk. Op het beeldscherm van de vergrotingsmachine verschijnt een bericht: "ZX-3 fout geplaatst." Nog voor Jan iets kan zeggen zit Eva aan de achterzijde van de vergrotingsmachine en klikt de chip uit zijn voetje. Ze zoekt nu tussen de andere nog beschikbare voetjes en vindt even verder een tweede voetje met hetzelfde nummer. Nog geen seconde later zit de chip op zijn plaats. "Jan, de chip zit op zijn plaats!" roept ze meteen. Jan drukt opnieuw op de groene START-knop en meteen dansen er wat cijfertjes over het beeldscherm. "Eva, hoeveel tijd blijft er nog?" vraagt Jan met schrik in het hart. "Nog slechts twee minuten en zevenentwintig seconden," klinkt het angstig "Hopelijk kan die vergrotingsmachine een beetje snel alles afwerken." Op dat moment horen ze achter hen lawaai. Door de roetwalm zien ze een aantal buizen en slangen die tot in de deuropening rollen. De bewakingsagent komt nu, al springend over de chaos van materiaal het lokaal binnen. "Ik installeer hier wel een en ander. Boven draait reeds een ventilator om de vuile lucht weg te zuigen," buldert hij. "Liefst vlug," roept Jan hem toe, "het is hier niet meer om uit te houden." Er verschijnt een boodschap. "Plaats opto-magneetschijf in lader!" "Welke schijf?" vraagt Jan aan Eva die nu weer naast hem is komen staan. Ze kijken mekaar vertwijfeld aan. Jan's blik glijdt over het bedieningspaneel. Boven aan de lader van de opto-magneetschijf kleeft een briefje. Hij rukt het los en leest luidop: "Opto-magneetschijf is niet nodig wanneer chip is geplaatst. Druk op de toets met het §-teken." Zijn blik glijdt over het bedieningspaneel en een tweetal seconden later wordt de bewuste toets ingedrukt. Naast de vergrotingsmachine begint een glazen kast zich te vullen met een geelachtige rook. Op het beeldscherm rollen intussen de getallen voort. De kelderruimte vult zich steeds meer met de uitlaatgassen van de nu zacht ronkende stroomdynamo. Een brandend gevoel bij elke ademhaling kan hen niet uit concentratie halen. Ongelovig blijven ze naar de vergrotingsmachine kijken. "We zitten in de laatste minuut van de tijd die Xorand ons gegeven heeft!" gilt Eva en krijgt vervolgens een enorme hoestbui. Bij Jan liggen de aders dik kloppend op de slapen van zijn hoofd. Straaltjes zweet lopen van zijn aangezicht en zijn ogen tranen door de sterk vervuilde lucht. Plots schiet iets als een bliksemflits doorheen de met rook gevulde kast. Op het beeldscherm verschijnt de melding: "Vergroting afgerond." De deur van de kast zwaait open en vier mannen komen haastig naar buiten. De eerste man zegt op gebiedende toon: "Ik ben Syntaxos en nu als de bliksem hier vandaan." Niet twijfelend aan de woorden banen ze zich een weg door de buizen en slangen richting trappenhal. Drie treden tegelijk nemend stormen ze naar boven en uiteindelijk het gebouw uit. Eenmaal buiten blijven ze hoestend en hijgend staan. "Wat is er in hemelsnaam gaande?" vraagt Jan meteen. De man die zich Syntaxos noemde zegt buiten adem: "Voor ons is alles in orde, maar het spinnetje dat op de onderkant van de chip zat is nu aan het uitgroeien tot een reusachtig monster." "Naar de jeep!" commandeert Jan. "Neen Jan," gilt Eva hees. Eva is aan het einde van haar krachten en verliest het bewustzijn. De bewakingsagent kan haar nog net in zijn armen opvangen voor ze valt. Op dat moment begint de grond onder hun voeten te trillen. Achter hen horen ze gekraak en gerommel. Ze stormen naar de jeep. Jan springt achter het stuur en draait de contactsleutel om. De motor slaat meteen aan. Eens Eva door de bewakingsagent achteraan bij de anderen in de jeep is gestouwd roept deze: "Rijden maar!" Jan geeft vol gas. De jeep schiet vooruit en komt meteen met horten en stoten weer tot stilstand. Jan probeert opnieuw te starten. Er is geen beweging meer in te krijgen. Een reeks krachtige vloeken klinken door de jeep. Eva die terug bij bewustzijn is gekomen stamelt: "Jan, ik heb daarstraks de brandstofleiding doorgesneden om de fles te vullen met brandstof, voor de stroomdynamo!" "Glad vergeten! Uit de jeep en rennen!", schreeuwt Jan. Ze zijn nog geen dertig meter ver als het ondergronds gerommel plots zeer sterk toeneemt. "Tegen de grond!" gilt de professor. Met donderend geraas stort het gebouw achter hen in. De hele omgeving hult zich in een enorme stofwolk. Daarna wordt het stil. Drie dagen later 10.05 uur Hoelang het stil blijft weet Jan niet maar ineens merkt hij in de verte een zwak lichtschijnsel. De lichtsterkte wordt langzaam heviger en hij hoort ook een stem die zijn naam roept. "Jan...... Jan......" Jan probeert zijn ogen helemaal te openen maar sluit ze direct weer om het pijnlijke, heldere licht tegen te houden. Hij opent opnieuw de ogen en kan ze al knipperend, na een paar seconden, toch openhouden. Langzaam kijkt hij om zich heen. Links van hem staat een persoon. Het beeld is nogal troebel. Dan weer die stem. "Jan.... Jan... wordt wakker." Jan knippert nogmaals met de ogen en opent ze dan helemaal en bekijkt de persoon naast hem opnieuw. Het gezicht komt hem bekend voor. "Jan, ik ben het, Eva." Jan stamelt: "Eva.... wat is er gebeurd?" "Jan je bent drie dagen buiten bewustzijn geweest." "Wat?" "Weet je nog, het instortende gebouw? Wel, je hebt een brokstuk tegen het hoofd gekregen met als gevolg dat je totaal van de kaart was voor je in het ziekenhuis was. Maar nu ben je gelukkig aan de beterhand." "En de anderen?" vraagt Jan. "Die stellen het goed." "En de kerncentrale?" "John heeft de XORS kunnen uitschakelen met een computervirus uit de vorige eeuw. Het dateerde nog uit de beginperiode van de computers. Blijkbaar hadden de Xors zich wel tegen zulke aanvallen beschermd maar hadden ze hier en daar toch een en ander over het hoofd gezien. De Alpha 1 is intussen voor een groot deel ontmanteld. Professor Syntaxos en zijn vrienden hebben na het instorten van het gebouw van Softermacro, na een korte verzorging, het ziekenhuis kunnen verlaten. De instorting heeft er ook voor gezorgd dat de uitgroeiende spin gedood werd. Er zijn wel enkele gewonden gevallen bij de mensen die zich in het gebouw bevonden." Plots komt een man met een witte jas de kamer binnen en zegt: "Mevrouw, hij moet nu terug rusten." Eva geeft hem een zoen op zijn rechter wang en volgt de man met de witte jas. Net voor ze de deur sluit fluistert ze: "Dag Jan en hou je taai." Jan glimlacht even. Hij blijft in de stille en nu verduisterde kamer alleen achter. Hij denkt na over wat er gebeurd is. Langzaam komen een aantal beelden in zijn geest terug. Er was veel stof. Hij had het benauwd. Daarna die doffe dreun, loeiende sirenes en lichtflitsen van blauwgroene zwaailichten, de mannen in het wit, de fel lichtgevende lampen en toen die zoete geur waarna alles zwart en stil werd. Jan zakt opnieuw weg in een diepe slaap. 14.30 uur Het geluid van voetstappen wekt Jan. Hij opent de ogen en kijkt rond. In de kamer zijn nu drie mensen. De man met de witte jas, Eva en mijnheer Vandenberg. Eva zegt op een zachte toon: "Mijnheer Vandenberg wil je even goeiedag komen zeggen en hij heeft ook nog goed nieuws voor je." "Jan," zegt mijnheer Vandenberg. "Ik hoop je gauw weer terug te zien op de kerncentrale." "Komt voor mekaar," antwoordt Jan nu enigszins opgewekt. "En vertel me nu eens hoe de professor en zijn vrienden, in verkleinde vorm, in de computer geraakt?" "Dat is een verhaal apart," antwoordt Mijnheer Vandenberg. "Eens je terug op krachten bent zal je daar een volledig antwoord op krijgen aan de Pennsylvania University. De professor en zijn vrienden geven daar een aantal lezingen over deze nieuwe technische mogelijkheden en jij zal erbij betrokken zijn als eregast." "Hoe? Ik?" stamelt Jan. "Hier, voor jou, een printeruitdraai van de elektronische post die deze middag is binnengekomen," zegt mijnheer Vandenberg met vrolijke ondertoon in de stem. "Lees maar." Jan vouwt het dichtgeplooide papier open en leest met stijgende verbazing: Van: SYNTAXOS - Pennsylvania University Voor: Jan VANDAM Bericht: Geachte Heer Vandenberg, Zou de heer Jan Vandam een tiental lezingen kunnen geven betreffende computergebruik in kerncentrales. Vriendelijke groeten. Einde bericht. Tijdcode: 12.35 # 2022/02/25 EINDE