5 De vuistregels
1 Wat is er gegeven?
2 Wat is er gevraagd?
3 Start eenvoudig en laat een deel van het probleem even buiten
beschouwing.
4 Deel het probleem op in stukken. Elk stuk vormt een kleiner
probleem.
5 Stel de gegevens anders voor, als een tekening, schema, ...
6. Bouw verder op de oplossing van een vergelijkbaar en bekend
probleem.