W
W3C: een vrij merkwaardige afkorting voor World Wide Web Consortium. Dit is de internationale organisatie van internet- verbonden bedrijven die in 1994 werd opgericht door WWW-'architect' Tim Berners-Lee. Doel van de organisatie is het ontwikkelen van één vrij toegangkelijke standaard voor het gebruik van het internet. Het W3C beschikt over de rechten op de meest gangbare protocollen van het internet, zoals HTTP en HTML. Wachtwoord: een wachtwoord bestaat uit een reeks tekens die de gebruiker als 'sleutel' gebruikt om een computer, bestand of programma binnen te geraken. Ze vormen momenteel nog steeds de meest elementaire vorm van computerbeveiliging. Een wachtwoord vergeten sluit meteen alle toegang tot computer, bestand of programma af. Let ook op voor hoofd- en kleine letters. WAN: Wide Area Network. DIt is een netwerk dat ook buiten het eigen gebouw of bedrijf computers met elkaar verbindt. WAP: het Wireless Application Protocol biedt je de mogelijkheid om draadloos te surfen en te mailen. Je hebt wel een speciale gsm of organizer nodig, die uitgerust is met een WAP-microbrowser. Warez: verzamelnaam voor illegale software en de bijbehorende cracks. WAV: Waveform. Standaardformaat voor de pc als het gaat om geluid dat moet opgeslagen worden. Webbanking: bankieren via internet. De meeste banken in België bieden deze dienst aan. Webbug: een miniscuul grafisch bestandje op een website, meestal slechts 1 pixel groot, dat niet dient om een beeld op het scherm te brengen maar om informatie te verzamelen over de bezoekers van die webstek. Info zoals IP-adres, datum en gebruikte browser worden doorgegeven aan de makers van de website. Webcam: afkorting voor webcamera. WebDAV: Web-based Distributed Authoring and Versioning. Een netwerkprotocol dat ervoor zorgt dat je via het internet met een aantal mensen tegelijk aan één project(bijvoorbeeld een website) kunt werken. Webhosting: een bedrijf dat webruimte voor webpagina's aanbiedt, doet aan webhosting. Weblog: een online dagboek. Je vindt op deze websites de dagelijkse beslommeringen van de zogenaamde weblogger die soms meermaals per dag een nieuw item toevoegt. Andere typische kenmerken zijn links naar andere weblogs, favorietenlijstjes en een archief. Webmail: een systeem waarbij je gewone e-mail kunt lezen via een website. De mailtjes blijven op de server en verdwijnen daar pas als je ze binnenhaalt met je mailprogramma. Webmaster: persoon die een bepaalde website beheert (niet noodzakelijk de ontwerper van de site). Hij zorgt ervoor dat de website bereikbaar en up-to-date blijft. Webpagina: een lokatie op het World Wide Web, doorgaans een onderdeel van een website. Webrings: een verzameling van aan mekaar gelinkte sites die allemaal over hetzelfde onderwerp handelen. Websavvy: een hip woord voor een 'internetpionier'. Webserver: de computer waarop een website draait. Website: een verzameling van één of meer webpagina's op het Internet die door een persoon of instantie beheerd worden. Webspace: dit is de hoeveelheid ruimte die ter beschikking staat voor een website. Deze wordt doorgaans aangeboden door de provider. Web 2.0: een fel gehypte term waarmee de toekomst van het internet bedoeld wordt. Het is een verzamelnaam voor allerlei nieuwe interactieve webdiensten. WEP: Wired Equivalent Protocol. Oudere datacodering om het draadloos dataverkeer te beveiligen. Werkbalk: een verzameling knoppen waarmee je veel voorkomende taken kunt uitvoeren. In veel programma's kun je de werkbalken eigenhandig samenstellen. Werkmap: een soort map in Windows waarin je bestanden kunt opslaan die je op verschillende computers gebruikt. Wanneer je beide computers aan elkaar koppelt, dan worden de bestanden met elkaar gesynchroniseerd. Dat wil zeggen, de laatst bewerkte versie zal op beide computers gezet worden. Whizzkid: een kind of jongere met aanleg voor en/of veel kennis over informatica. Widget: programma dat in de achtergrond draait zonder veel systeembronnen in te palmen. Je hebt de keuze uit tal van toepassingen die je meteen kan oproepen, zoals een klok, plakbriefjes... Wi-Fi: Wireless Fidelity. De roepnaam voor de 802.11-protocol. In mensentaal een draadloze uitvoering voor Local Area Networks. Het vervangt alle netwerkkabels tussen server en computer door een radioverbinding. Windows 95/98/98 SE/ME/XP: opeenvolgende versies van het besturings-ysteem van Microsoft. Oudere versies, zoals Windows 3.11, worden nog gebruikt maar steeds meer mensen stappen over naar een meer (meest) recente versie. Windows CE: besturingssysteem voor allerhande elektronische toestellen, van handheld computers tot microgolfovens. Behalve een aantal aspecten van de gebruikers- interface heeft CE, technisch bekeken, eigenlijk weinig gemeen met Microsofts besturingssystemen voor grote pc's en servers, zoals Windows Me, XP of 2000. Windows Media Player: programma van Microsoft om allerhande multimediabestanden mee af te spelen. Twee concurrerende paketten zijn QuickTime en RealPlayer. Windows NT/2000: Microsofts besturingssystemen voor bedrijven en veeleisende gebruikers. Beide, intussen oudere systemen, zijn ingehaald door Windows XP Home en Professional. Windows Verkenner: een toepassing waarmee je de inhoud van je computer en van netwerkstations in een duidelijk overzicht kunt weergeven en beheren. Winsock: bibliotheek met netwerkfuncties voor Windowstoepassingen die van TCP/IP gebruik maken. Wireless: betekent zoveel als draadloos. Allerlei toepassingen waarbij aansluitkabels kunnen weggelaten worden. Voorbeelden zijn draadloos netwerken en surfen en technologie als Bluetooth. Wisselbestand: een verlengstuk van het fysieke RAM. Ook wel in het jargon 'swapfile' genoemd. Bij weinig ruimte op de harde schijf kan je door dit bestand in de problemen komen en de computer zien vertragen of vastlopen. Wizard: heel wat programma's maken gebruik van een wizard. Dit programma helpt de gebruiker bij het uitvoeren van een aantal taken. WLAN: Wireless Local Area Network. Dit is een LAN dat gebruik maakt van draadloze technologie. Het heeft een reikwijdte van om en bij de 100 meter. WMA: Windows Media Audio. Een alternatief voor MP3. De WMA- codeermethode is speciaal ontworpen om muziekbestanden twee keer zo compact te maken als MP3-bestanden. WMV: Windows Media Video. Een bestandsformaat dat ontwikkeld werd door Microsoft. Oorspronkelijk was het en afgeleide van MPEG-4, maar ondertussen gebruikt Microsoft zijn eigen technologie voor videocompressie. Worm(1): een onafhankelijk programma dat zichzelf via een netwerk of het Internet van de ene naar de ander computer kopieert. Het doel is zoveel mogelijk computers te besmetten. De vervelendste eigenschap van een worm is de aggresiviteit en snelheid van zijn verspreidingsgedrag. Worm(2): Write Once Read Many. Hiermee worden cd-roms aangeduid die je slechts éénmaal kan beschrijven, maar die zo vaak kunnen gelezen worden als je wilt. WPA: dynamische netwerksleutel voor beveiliging van draadloze netwerken.De WPA-encryptie is krachtiger dan de voorganger WEP. WWW: World Wide Web. Een toepasselijke naam, want het Internet is werkelijk een wereldomspannend fenomeen. Toch is 'World Wide Web' geen synoniem voor Internet. Het is slechts één van de diensten op het net, de bekendste weliswaar. Het WWW omvat miljoenen zogeheten websites. WYSIWYG: What You See Is What You Get. Dit betekent dat wat je op het beeldscherm ziet precies zo zal worden gepubliceerd op papier, cd-rom of op het web.