T
Taakbalk: balk die sinds het besturingssysteem Windows 95 in gebruik is genomen. Standaard bevindt deze balk zich onderaan het scherm, maar niets belet je om hem links, rechts of bovenaan het scherm te plaatsen. De balk geeft weer welke programma's geopend zijn en bevat meestal ook een klokje en natuurlijk de startknop. Tabbed browsing: sommige browsers, zoals Firefox, Opera en Safari, openen sites op aparte tabbladen. Het voordeel hievan is dat je een hele reeks sites tegelijk kunt openen in één browservenster en ze daarna allemaal tegelijk kunt verversen. Tablet pc: een soort notebook met een groot LCD-scherm, waarop je met speciale pen kan schrijven. Tag: HTML-commando's waarmee je een webpagina vormgeeft. Taggen: het toekennen van kenmerkende trefwoorden aan een foto, een filmpje of een muziekbestand, met de bedoeling ze achteraf makkelijk terug te kunnen vinden via een zoekfunctie. TCP: Transmission Control Protocol. Een van de basisprotocollen van het Internet. TCP/IP: combinatie van TCP en IP. Het meest gebruikte netwerk- protocol. Tekstverwerker: de meest bekende computertoepassing. Je gebruikt een dergelijk programma om op een digitale manier teksten te produceren. Bekende tekstverwerkers zijn Microsoft Word en Wordperfect van Corel. Telematica: het gebied waar telecommunicatie en informatica met elkaar samensmelten. Telerobotica: het op afstand besturen van een robot, bijvoorbeeld via het internet. Telewerken: thuis werken met nagenoeg dezelfde middelen als op kantoor. Dit kan gebeuren via een Virtual Private Network (VPN). Telnet: een van de oudste communicatieprotocollen op internet, gebruikt om toestellen van op afstand te configureren. Template: ook wel sjabloon genoemd. Een kant en klaar voorbeeld van een document, dat je naar eiegen behoeften kunt aanpassen. Texture: een term uit de grafische wereld die doelt op de digitale versie van de oppervlakte van een object (een muur, een deur of een ander vlak). 'Textures' oftewel texturen worden apart geprogrammeerd en pas later rond het object 'gewikkeld'. Dat proces noemt men 'texture mapping'. TFT-scherm: Thin Film Transistor. Elke pixel die op het scherm verschijnt wordt gecontroleerd door één tot vier transistors. TFT-technologie wordt vooral gebruikt bij de productie van platte schermen. Synoniem: activematrix LCD. Thumbnail: afbeelding in postzegelformaat (eigenlijk duimnagelformaat). Afbeeldingen op een cd of website worden vaak weer- gegeven als thumbnails, zodat je niet telkens het grote beeld moet laden om te ontdekken wat er precies schuilgaat achter een bestandsnaam. Je kan de thumbnails beschouwen als een soort voorvertoning van foto's en/of afbeeldingen. Tiff: Tagged Image File Format. Een van de belangrijkste grafische beeldformaten. De bestanden zijn tamelijk groot maar door deze grote hoeveelheid beeldinformatie zijn ze van zeer hoge kwaliteit. Opvallend is dat je TIFF-beelden enorm kunt comprimeren zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Tijdlijn: veel programma's die dienen om muziek of film te bewerken, maken gebruik van een tijdlijn. Daarin zie je de toestand van het bestand op verschillende tijdstippen. Voor muziek zie je meestal alleen de golfvorm, maar bij film is dat meestal een frame (beeld), zodat je goed kunt zien welke scène precies waar komt. Dat maakt het bewerken veel gemakkelijker. Tilde: slangetje. Het ~-teken. TLD: Topleveldomein. Het laatste gedeelte van een domeinnaam op internet. Een tld bestaat uit de letters die na het laatste punt in de domeinnaam komen. Voorbeelden zijn: .be, .com, .net, .eu en .org. TOC: Table of Contents. Inhoudstafel die de gegevens van een cd bijhoudt. Vergelijkbaar met de FAT van het besturingssysteem Windows. Toegangstijd: de tijd die de lees/schrijfkop van de harde schijf nodig heeft om toegang te krijgen tot de data op de schijf. De gebruikte maateenheid is de milliseconde. Toner: een speciaal soort inkt voor kopieermachines en laserprinters. Het is geen vloeistof maar een soort poeder. Tools: verzamelnaam voor handige programma's. Meestal gaat het om toepassingen die de standaardfuncties van het besturings- systeem vergroten. Touchpad: klein stuurvlakje, meestal op een notebook. Door er met je vingertop overheen te glijden, bestuur je de muispijl. Transistor: elektronisch element dat elektrische signalen versterkt. Transitie: overgang. Wordt vooral gebruikt bij filmbewerkingssoftware en presentatiesoftware. Transition time: uitgedrukt in milliseconden (ms) geeft deze waarde aan hoe snel de kristallen in het LCD-scherm aan- en uitschakelen. Deze waarde is vooral van belang bij snel bewegende beelden, zoals in games of films. Hoe lager de waarde hoe sneller de kristallen schakelen en hoe minder last je krijgt van schaduweffecten bij snel bewegende beelden. 25 ms of lager is voor games en film zeker noodzakelijk. Trial: een probeerversie van - veelal - commerciële software. Doorgaans werken deze programma's maar een dag of 30. Trojaans paard: een klein programmaatje dat, vermomd als een onschuldige screensaver of iets dergelijks, de beveiliging van je computer omzeilt. Eens zo'n Trojaan aan het werk is, kan het iemand toegang tot je computer geven. TrueType Fonts: lettertypen die je kunt vergroten en verkleinen zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Tutorial: speciaal onderdeel van een handleiding, dat de gebruiker van een computerprogramma of hardware aan de hand van voorbeelden tracht wegwijs te maken. TWAIN: de standaard interface voor scanners. Scanners met een TWAIN-stuurprogramma zijn compatibel met de meeste populaire software. Er wordt als het ware een brug geslagen tussen de scanner en de software waar de scan in terecht komt. Enkele leukerds bedachten een mooie naam voor deze lettercombinatie: 'Technology Without An Interesting Name'. De omschrijving komt echter van 'Never the twain shall meet' (de twee zullen elkaar nooit ontmoeten). Tweak: met een tweak-programma kun je sleutelen aan programma's en het besturingssysteem om ze te laten presteren zoals jij dat wilt.