S
Sample: een geluidfragment. Samplerate: het aantal 'momentopnamen' dat de computer per seconde maakt wanneer hij een geluidsstroom digitaliseert. Een samplerate van 44100 Hz wil bijvoorbeeld zeggen dat de computer het inkomende geluid 44100 keer per seconde aftast. Hoe hoger deze waarde hoe meer kwaliteit het geluid zal hebben. Bij lagere samplerate-waarden zal het geluid doffer klinken. S-ATA: Serial Advanced Technology Attachment. Een interface om harde schijven aan te sluiten. Scannen (1): met een scanner tekst of afbeeldingen digitaal inlezen. Scannen (2): bestanden controleren op de aanwezigheid van computervirussen. Scanner: een randapparaat om illustraties of tekst op papier in de computer in te lezen. Het meest gebruikte type is de vlakbedscanner. Schermbeveiliging: een programma dat een grafisch, veelal grappig getint, schouwspel in beeld brengt als je de computer een tijdje onaangeroerd laat. Oor- spronkelijk bedoeld om het 'inbranden' van het beeldscherm tegen te gaan, maar door de komst van betere beeldschermen is de screensaver eigenlijk overbodig en hoogstens nog leuk om naar te kijken. Schijfstation: een informatiedrager. Dit kan een harde schijf zijn, maar ook een cd-speler, DVD-drive of floppydisk. Schijfstations worden door de computer aangegeven met een letter, waarbij A en B steevast gereserveerd zijn voor floppydrives en C voor de eerste harde schijf. Screenshot: afbeeldingen die van een toepassing gemaakt werden terwijl het programma actief was. Script: een klein, meestal eenvoudig te schrijven programma waarmee je handelingen kunt automatiseren. Ook op het net kom je scripts tegen, zoals javascript. Daar worden ze vooral gebruikt om informatie uit databases te halen. Scrollbar: als een document niet helemaal op het scherm past, verschijnen er scrollbars, naast en onder dat document. Door deze blokjes te verschuiven, kan de rest van het document bekeken worden. Scrollen: door de inhoud van een document of map 'rollen', teneinde een ander deel van het document dan wel andere onderdelen zichtbaar te maken. Scrollen doe je via de pijltjestoetsen op het toetsenbord, door met de muis de gewenste schuifbalk te verplaatsen of, indien aanwezig, door aan het muiswieltje te draaien. SCSI: Small Computer System Interface. Het is een technologie om randapparaten op de computer aan te sluiten. SCSI spreken we uit als 'skoezie'. SD-DRAM: Synchronous Dynamic Random Access Memory. Dit is een geheugensoort. Het is eigenlijk de verzamelnaam voor soorten DRAM die gelijklopend werken met de computer zijn kloksnelheid en dus optimaal aansluiten bij de microprocessor. Serieel: de informatiedeeltjes worden na elkaar verstuurd. De overdrachtsnelheid ligt eerder aan de lage kant. Deze verbinding wordt hoofdzakelijk gebruikt voor de muis en de modem. Server: een computer die binnen een netwerk een aantal taken mogelijk maakt. Sommige servers stellen programma's ter beschikking voor de aangesloten computers, anderen zorgen voor samengebruik van het Internet of van een printer. De aangesloten computers noemt ment 'clients'. Service Pack: een update van een softwareprogramma die je kan downloaden van de site van de fabrikant of die via een cd wordt verdeeld. Setup: term die gebruikt wordt voor het installeren van software. Shareware: software die een tijdlang gratis mag gebruikt worden, bijvoorbeeld gedurende 30 dagen. Je krijgt een proefperiode om de software uit te proberen. Na de proefperiode moet je beslissen om het programma aan te kopen of van je harde schijf te verwijderen. Sommige sharwareprogramma's schakelen zich na de proefperiode automatisch uit of worden gedeeltelijk onbruikbaar. Shortcut (1): een combinatie van verschillende toetsen op het toetsenbord waarmee snel bepaalde acties kunnen uitgevoerd worden. Shortcut (2): synoniem voor snelkoppeling. Single/multicore: single-core processors zijn processors met maar één kern. Multi-core wijst op meerdere kernen en verhogen de prestaties van de pc. Sjabloon: een standaarddocument of modeldocument dat nooit gewijzigd wordt, maar waarvan kopies ingevuld worden. Skin: Engels voor 'huid'. Een skin is een stukje software dat de look van het besturingssysteem of van een individueel programma verandert. Sommige skins voegen zelfs extra functionaliteit toe aan een toepassing. SKYPE: populair programma waarmee je kunt bellen over internet. Slash: de benaming voor het /-teken, dat onder andere in website- adressen gebruikt wordt. Slave: een IDE-apparaat dat als slave is ingesteld wordt volledig bestuurd door het master-apparaat. Slideshow: Engels voor diavertoning. Dus in computercontext wordt hiermee het weergeven van een reeks foto's of afbeeldingen bedoeld. SLI/CROSSFIRE: standaarden om twee videokaarten in één computer te laten samenwerken om de rekenkracht en snelheid op te drijven. Slot: in een computer bevindt zich een aantal slots. Dit zijn sleuven waarin uitbreidingskaarten geplaatst kunnen worden. Slotloading: een DVD-drive die schijfjes automatisch 'inslikt'. Het voordeel hiervan is dat er geen lade uit de notebook moet schuiven, maar dat je de schijfjes rechtstreeks in je laptop kunt schuiven. Smart Tag: een functie die verschillende soorten informatie herkent in Internet Explorer, Word, Excel en Outlook van de Office XP- familie. Het gaat om ikoontjes (ook infolabels genoemd) die automatisch verschijnen wanneer bepaalde data worden herkend. Je kunt dan kiezen uit verschillende opties. Smiley: een korte reeks tekens die een gemoedstoestand uitdrukken. Ze worden veelvuldig gebruikt in e-mails en chatboxen. Op het eerste gezicht zeggen ze niets, maar als je ze negentig graden draait, wordt hun betekenis duidelijk: ;-). SMTP: Simple Mail Transfer Protocol. Het wordt gebruikt voor uitgaande email. Het is als het ware de vaste levenspartner van POP3 waarmee de digitale post wordt opgehaald. Snelkoppeling: een pictogram dat snel toegang biedt tot programma's en bestanden. Snelmenu: het popup-menu dat verschijnt als je met de rechtermuisknop op een object klikt. Sneltoets: een toets of toetsencombinatie waarmee je menu's of functies van een programma snel kunt opstarten. Het voordeel hiervan is dat je de muis even aan de kant kan laten liggen. Socket: onderdeel waarmee de processor op het moederbord wordt bevestigd. Ook processorvoetje genoemd. Spam: de verzamelnaam voor ongewenste e-mails, variërend van reclame tot tien keer dezelfde boodschap van dezelfde persoon. Vaak is bij spam kwaad opzet in het spel. Het woord 'spam' is overigens ontleend aan een Amerikaans merk voor ingeblikt vlees, dat door de Amerikanen onmiddellijk in verband gebracht wordt met 'goedkoop' en 'niet voedzaam', maar dat toch nog vrij populair is. Speedstep: technologie van Intel om de kloksnelheid van een processor aan te passen aan de computertaak. Op die manier kan bij eenvoudige taken energie worden bespaard. Splitter: apparaatje (stekkervormig of blokvormig) dat op een gewone telefoonaansluiting het telefoon- en internetverkeer kan scheiden, zodat je via ADSL kunt surfen. Spyware: software die, zonder dat de gebruiker het weet, volgt welke sites hij of zij op het Internet bezoekt. Deze informatie wordt, ook weer zonder weet van de gebruiker, opgestuurd naar de maker van het programma. Programma's die dit doen, zijn vaak diegene die reclameboodschappen tonen. Door surfgedrag te onderzoeken kan zonder meer gerichte reclame naar de Internetgebruikers doorgestuurd worden. Je krijgt de reclame in de (vervelende) venstertjes bovenop de bezochte site(s). Spywaredefinities: vergelijkbaar met virusdefinities. Aan de hand van kenmerkbeschrijvingen, waarvan je best altijd de recentste hebt, kan het antispywareprogramma spyware herkennen en daardoor gerust verwijderen. SQL: Structured Query Language. Een interactieve programmeertaal om informatie uit een database te halen en/of deze te updaten. Veel websites met dynamische inhoud stockeren hun gegevens in een SQL-database. Nadeel is dat zulke sites vaak trager zijn. sRGB: deze standaard laat je toe om de kleuren tussen je scherm, toepassingen en hardware (zoals digitale camera's) op elkaar af te stemmen. SSI: Sever Side Includes. Dit is een onderdeel van CGI dat het mogelijk maakt scripts op te splitsen in verschillende bestanden en je lay-out van de eigenlijke inhoud te scheiden. Daardoor kun je tijd en ruimte besparen als veel code steeds hergebruikt wordt, zoals bij het maken van een menu. SSL: Secure Sockets Layer. Een protocol dat gegevens tussen de server en de netwerkgebruiker versleutelt (codeert), zodat het (bijna) onmogelijk is om geheime informatie zoals kredietkaart- gegevens te onderscheppen. Stand-alone: benaming die aan een computer gegeven wordt als hij 'zelfstandig', niet afhangelijk van een andere computer of een netwerk, zijn taken kan uitvoeren. Je mag de pc thuis als stand-alone beschouwen als je niet op het internet zit en er ook geen tweede computerverbinding is. Stand-by: toestand waarbij een toestel in waaktoestand wacht op een signaal om terug in werking te schieten. Startknop: knop op de taakbalk van Windows die snel toegang verschaft tot programma's, favorieten, persoonlijke instellingen, ... Startpagina: de webpagina waar je automatisch naar surft wanneer je een browser start. Je kunt deze pagina zelf kiezen, maar er zijn websites en programma's die jouw instelling durven te veranderen. Stealth-mode: een programma dat werkt zonder dat de computer- gebruiker het merkt. Dit kan gewenst zijn (bijvoorbeeld bij een programma dat automatisch een back-up neemt), maar ook vervelend, als het bijvoorbeeld ongemerkt persoonlijke informatie doorstuurt naar andere personen. Stilus: pennetje waarmee je een aanraakscherm bedient. Typisch voor PDA's. Streaming: een manier van datatransport waarbij geluid en/of beeld (audio/video) via het net onmiddellijk je pc binnenkomt en waarbij je niet moet wachten om het te beluisteren tot het volledige bestand op je pc staat. Een nadeel is wel dat deze data moeilijk zijn te bewaren. Stuurprogramma: software waarmee het besturingssysteem een bepaald hardwareonderdeel aanstuurt. Wordt ook wel driver genoemd. Voor een optimale werking van het apparaat haal je het best het meest recente stuurprogramma in huis, meestal via de website van de fabrikant. Subdirectory: een 'subdirectory' is een directory (zeg maar map) die zich in een andere directory bevindt. Suite: een bundel bestaande uit meerdere softwarepaketten. Voorbeelden zijn Microsoft Ofiice en WordPerfect Office. Support: Engels voor 'ondersteuning'. Zowel de ondersteuning die je bij een helpdesk krijgt (zoals een wachtwoord opvragen bijvoorbeeld), als hulp bij een hardwareprobleem of een defect toestel vallen onder deze noemer. Surfen: het op het internet bezoeken van websites waarbij je van de ene site naar de andere 'bladert', noemen we surfen. SVCD: Super Video-CD. Vergelijkbaar met een video-cd, maar met betere beeld- kwaliteit. Op een cd-schijfje van 650 MB kun je 34 minuten SVCD-video kwijt. SVG: Scalable Vector Grafics. Een open grafische standaard van de internetorganisatie W3C die gebaseerd is op XML (eXtensible Markup Language). S-VGA: Super Video Graphics Array. Grafische standaard, door IBM ontwikkeld in 1987, die een resolutie biedt van 800 x 600 pixels. Het volledige kleurenpalet bedraagt 16 miljoen kleuren. Swapfile: wisselbestand. Een fysiek verlengstuk van het RAM op de harde schijf. Swappen: Engels voor 'verwisselen'. Wanneer het interne geheugen vol zit, wordt een deel van de data in het RAM op de harde schijf geplaatst om ruimte te maken voor de nieuwe data. Dit tamelijk arbeidsintensief proces wordt 'swappen' genoemd. Hoe meer geheugen je hebt, hoe minder er geswapt moet worden. Synchroniseren: gegevens op twee verschillende apparaten (zoals een pc en een Pocket PC of een pc en een MP3-speler) op elkaar afstemmen. Als je bijvoorbeeld liedjes toevoegt aan de collectie op je pc, dan zal een synchronisatie met je MP3-speler ervoor zorgen dat die nieuwe liedjes ook in je draagbare collectie terechtkomen. Of agendagegevens die je zowel op je Pocket PC als je pc invoert, die worden dan onderling uitgewisseld. Syntax: hiermee wordt in de computerwereld de volgorde van de commando's aangeduid. Als de syntax niet juist is geformuleerd zal de computer de reeks commando's niet begrijpen. Systeembronnen: ook wel resources genoemd. Deze omvatten een speciaal geheugengebied waarin Windows informatie opslaat over de menu's en andere vitale onderdelen van het systeem. Als er te weing systeembronnen vrij zijn, bijvoorbeeld omdat er te veel programma's geopend zijn, kan het besturings- systeem in de problemen komen. Systeemvereisten: wat je nodig hebt aan hard- en software om een bepaald programma te kunnen draaien, of om extra hardware te installeren. System Tray: het rechter gedeelte van de Windows-taakbalk. Hierin staan meestal programma's die in de achtergrond werken.