I
IC: Integrated Circuit. Oudere benaming voor 'chip'. ID3-tag: standaard om informatie over uitvoerder, titel en muziekgenre in een MP3-bestand te bewaren. IDE: Integrated Drive Electronics of Intelligent Drive Electronics. Het is de aansluitstandaard voor onder meer harde schijven, cd- romspelers en cd-branders. IDE-kabel: een 40-pins aansluitkabel die van de IDE-controller op het moederbord naar een drive loppt, zoals een harde schijf of cd-romspeler. Identiteit: in Outlook Express kun jem met verscheidene gebruikers werken. Dat worden identieteiten genoemd, elk met hun eigen emailinstellingen en Postvak In, ... Icoon: een afbeelding die op het beeldscherm een programma, schijfstation, bestand, map of een ander onderdeel voorstelt. Ook pictogram genoemd. Image: een exacte kopie van een cd, maar dan bewaard op een harde schijf. IMAP: protocol voor inkomende e-mail dat voornamelijk in bedrijfs- verband gebruikt wordt. Bij IMAP blijven de berichtjes opgeslagen op een centrale computer (van het bedrijf). Importeren: het binnenhalen van data, bijvoorbeeld het overbrengen van videomateriaal naar de PC, om later te bewerken. Met importeren wordt vaak ook het converteren oftewel omzetten van 'vreemde' bestandsformaten bedoeld. Inch: Angelsaksische maateenheid die overeenkomt met 25.4 mm. Een beeldschermresolutie wordt wel eens weergegeven als pixels/inch of aantal beeldpuntjes over een afstand van 25.4 mm. Bij printers spreekt men over dots/inch. Infraroodtechnologie: een technologie om apparaten met elkaar te laten communiceren via infraroodstraling (voor de mens niet zichtbare lichtstraling). Het voordeel is dat je geen kabel meer nodig hebt, maar je moet er wel voor zorgen dat zender en ontvanger op elkaar gericht zijn, zodat de infrarode stralen niet onderbroken worden. Wordt momenteel meer en meer toegepast bij de draadloze muis en het draadloze toetsenbord. Inloggen: jezelf aanmelden op een computer of netwerk. Instant Messaging: een systeem om via een netwerk (vaak internet) eenvoudige berichtjes of bestanden van de ene computergebruiker naar de andere te sturen. Populaire voorbeelden zijn MSN Messenger en ICQ. Interactief: een toepassing of site die interactief is, laat inbreng van de gebruiker toe. Er is dus sprake van tweewegscommunicatie: de gebruiker kan keuzes maken en heeft invloed op de werking van het geheel. Interface: koppeling tussen een computer en diverse randapparaten. Interlaced: dit is een uitdrukking voor de manier waarop een beeld- weergave wordt opgebouwd. eerst worden alle even horizontale lijnen getekend en nadie volgend de oneven lijnen. Daardoor flikkert het beeld. Bij non-interlaced worden alle lijnen één voor één opgebouwd. Uiteraard geniet deze laatste methode de voorkeur omdat het beeld flikkervrij en rustig is. Intern geheugen: het intern geheugen is een snelwerkend, maar tijdelijk geheugen in de vorm van chips op de hoofdkaart van de pc. De informatie die in het intern geheugen aanwezig is gaat verloren zodra de computer wordt uitgezet. Dit geheugen noemt men kortweg RAM. Interpolatie: bij deze techniek worden extra pixels tussen bestaande beeldpunten gecreëerd. De manier waarop dat gebeurt, hangt af van de gebruikte interpolatiemethode. Tamelijk eenvoudig is de manier waarbij de nieuwe beeldpunten de gemiddelde kleurwaarde krijgen van de twee aan- grenzende pixels. Hebben deze laatsten bijvoorbeeld een roodwaarde van 100 en 108 dan wordt een extra pixel met de waarde 104 gecreëerd. Het zelfde gebeurt ook voor de blauw- en groenwaarden. Interrupt: een signaal dat door de hardware naar de hoofdprocessor gezonden wordt om aandacht te vragen voor een bepal actie. Intranet: min of meer een beperkte versie van het internet. Het gaat meestal om een netwerk binnen een bedrijf. IP: Internet Protocol. Elke computer op het Internet beschikt over een eigen, uniek IP-adres. Wanneer je met je modem een verbinding maakt met het Internet, wijst je provider automatisch een vrij IP- adres toe aan je computer. De domeinnaam is niets anders dan een leesbare vorm van een vast IP-adres. IP-adres: een IP-adres bestaat uit een vaste opeenvolging van cijfers dat de computer of een netwerk van computers identificeert op het internet. Dit adres bestaat uit vier nummers en wordt gescheiden door punten. IRC: Internet Relay Chat. Via IRC kunnen mensen die aangesloten zijn op het Internet met elkaar chatten. IRQ: Interrupt Request. Bijna elk onderdeel in een computer heeft zijn eigen IRQ. Daardoor kan de computer de verschillende onderdelen apart aanspreken en uit elkaar houden. ISDN: Integrated Services Digital Network. Een digitaal netwerk dat hoge snelheden data-overbrenging biedt tot 128 000 bits per seconde. Vergelijking: een 56k-modem haalt theoretisch 57600 bits per seconde. ISO-bestand: een bestand met alle ingrediënten om een cd-rom te (re)construeren. IT: Information Technology. Alle aspecten van het beheer van informatie, vooral binnen een grote organisatie of onderneming. Omdat computers daarin een belangrijke rol spelen, worden informatica- afdelingen sinds enkele jaren IT-afdelingen genoemd.