F
FAQ: Frequently Asked Questions (veel gestelde vragen). Vrijwel alle producenten van hard- en software publiceren op het internet een FAQ met betrekking tot hun producten. Het zijn niet altijd beginnersgidsen. Ze bevatten vaak ook antwoorden op vragen van gevorderden. FAT: File Allocation Table. Het systeem dat ervoor zorgt dat het besturingssysteem weet waar alle bestanden op de harde schijf zijn opgeslagen. Met FAT16 is het onmogelijk om de volledige capaciteit te benutten van schijven die groter zijn dan 2 gigabyte. Het nieuwere FAT 32 lost dit probleem op en zorgt er bovendien voor dat de ruimte op de harde schijf economischer benut wordt en de programma's sneller starten. Favorieten: koppelingen naar webpagina's die je het liefst bezoekt. Ook wel 'bookmarks' genoemd. File: het Engelse woord voor 'bestand'. Dit kan net zo goed een tekstdocument zijn als een tekening of een afbeelding. Filesharing: dit is een systeem van bestandsuitwisseling. Elke gebruiker maakt een bepaald deel van zijn harde schijf toegankelijk om zo bestanden te delen. Filesharing is nogal belangrijk als het gaat om verspreiding (vaak illegaal) van muziek en software. Finaliseren: alvorens je een cd-R(W) kunt gebruiken in een gewone cd- of dvd-speler moet er een inhoudstafel worden opgeschreven. Deze handeling heet in computertaal 'finaliseren'. Wanneer een inhoudstafel van een cd-RW wordt verwijderd spreekt men over definaliseren. Firewall: een firewall of brandmuur wordt vaak gebruikt om een bedrijfsnetwerk (gedeeltelijk) af te schermen van het Internet. Daardoor wordt de veiligheid vergroot. De firewall controleert het verkeer tussen het netwerk en de omgeving daarbuiten door de data te controleren. Computerhackers (krakers, inbrekers) kunnen minder snel bij de gegevens komen wanneer een firewall actief is. Firewire: een technische standaard om (maximaal 63) randapparaten op je computer aan te sluiten. Deze standaard staat voor hogere data-overdrachtsnelheden dan bijvoorbeeld de USB- standaard en is daardoor uitermate geschikt voor het aansluiten van cd-branders en digitale camcorders. Firmware: een softwarematig mini-besturingssysteem in een apparaat. De firmware, waarvan soms nieuwere versie verschijnen, wordt meestal opgeslagen in flash-ROM. Flash: de Flash-technologie van Macromedia voegt flitsende animaties en interactiviteit toe aan webpagina's. Om Flash-sites te bekijken moet je browser wel een speciale plug-in hebben. Flash-geheugen: een geheugenvorm die de eigenschap heeft om gegevens vast te houden, ook al wordt het apparaat uitgeschakeld. Het wordt veel gebruikt in kleine toestellen zoals MP3-spelers, digitale camera's en geheugenstaafjes. Flash-ROM: een geheugentype dat alleen gewist en beschreven kan worden via speciale software. Wordt gebruikt voor zeer belangrijke informatie, zoals firmware of het besturings- systeem van een PDA. Flatbed: een scanner waarbij je het te scannen document op een glasplaat legt. Tijdens het scannen beweegt niet het document maar de scankop van het apparaat. Daardoor kan je ook documenten uit boeken, brochures of een plat voorwerp scannen. Floppy: synoniem voor diskette. Folder: synoniem voor directory of map. Font: een lettertype dat door de computer wordt gebruikt. In veel programma's, zoals een tekstverwerker, kan je met verschillende fonts werken. Voorbeelden: Arial, Times New Roman, Comic Sans MS, ... Force feedback: een joystick of racestuur met 'force feedback- technologie' simuleert trillingen en zwaartekracht- effecten. Heel wat verschillende effecten worden overgebracht, gaande van oneffenheden in een wegdek tot een granaatinslag. Er bestaat zelfs een hoofdtelefoon met force feedback. Formatteren: indelen van schijven met cirkelvormige sporen, die op hun beurt in sectoren verdeeld worden. Fortran: Formula Translation. De eerste hogere programmeertaal die werd ontwikkeld. Ze werd vooral gebruikt voor weten- schappelijke toepassingen. Hier en daar kom je nog wel eens een Fortranprogramma tegen. Forum: een deel van een website waar iedereen iets kan schrijven over een bepaald onderwerp. Het is vaak ook een plaats waar internetgebruikers een vraag stellen, in de hoop dat een andere gebruiker het antwoord kent. Forwarden: een e-mail die je hebt ontvangen doorsturen naar iemand anders. Framerate: het aantal beelden (frames) dat per seconde weergegeven wordt. Bij alle bewegende beelden is er sprake van een framerate. Voor vloeiend ogende films zijn dat minstens 24 frames per seconde. Fragmentatie: wanneer je veel software installeert en (vooral) wist, ontstaan er gaten op de harde schijf. Zodra een nieuw pakket geïnstalleerd wordt zullen de gaten weer gevuld worden. De software geraakt dan wel verspreid over heel wat gaten. Door deze versnippering gaan programma's trager werken. Defragementeren kan dit probleem weer oplossen. Freeware: gratis software die door de auteur beschikbaar gesteld wordt. De sofware mag vrijelijk gebruikt en verspreid worden tenzij ergens een beperking opgelegd wordt. Frequentie: aantal malen dat een verschijnsel zich voordoet. Voorbeeld: 733 megahertz staat van 733 miljoen trillingen per seconde. Een computer die deze kloksnelheid heeft kan per seconde 733 miljoen nullen en énen verwerken. 1 gigahertz komt overeen met 1 miljard trillingen per seconde. Front Side Bus: de kloksnelheid waarmee de processor met andere hardware (geheugen, harde schijf, ...) communiceert. FTP: File Transfer Protocol. Het is een standaard om via een netwerk bestanden van de ene computer naar een andere te kopiëren. Ook het uploaden van websites gebeurt via FTP. Functietoetsen: de toetsen bovenaan het toetsenbord. Ze dragen de opdruk 'F1' tot 'F12'. Deze toetsen voeren speciale opdrachten uit, afhankelijk van welk programma je gebruikt.